Homilie in de Paaswake in de nacht van 30 maart 2013

Preek in de Paaswake 30 maart 2013 O.l.V. ten Hemelopnemingkerk te De Meern.
Het Evangelie was Lukas 24:1-12. Er werden twee volwassenen gedoopt.

Lieve zusters en broeders, de vrouwen die op weg waren gegaan naar het graf om het lichaam van Jezus liefdevol te verzorgen en te balsemen, konden hun ogen niet geloven toen ze de zware steen voor het graf zagen weggerold. Ze wisten niet wat ze zagen. Het lichaam van Jezus was weg.

Hoe zouden ze met hun menselijk verstand en met hun menselijke ervaring ooit hebben kunnen concluderen op grond van het lege graf dat Jezus was opgestaan? Dat de dood niet langer het eindstation was, maar doorgang naar het eeuwige leven?
Gelukkig krijgen ze hulp. Twee engelen verlichten hun verstand met de ontnuchterende vraag: “wat zoeken jullie de levende bij de doden?”

Die vraag doet meteen een beroep op hun geloof in Jezus. Ze hadden toch tijdens zijn leven ontdekt dat hij anders was dan alle mensen. En ze hadden toch hem hun vertrouwen en liefde geschonken, omdat hij hun harten vervulden met hoop op een andere wereld.
Hij had toch voor hen God tot een tastbare werkelijkheid gemaakt. Hij had hen toch Gods barmhartigheid en liefde laten voelen en genieten?
Dat kon toch niet voorgoed voorbij zijn?
“Hij is hier niet. Hij is verrezen!”  horen ze.
Langzaam maar onstuitbaar dringt het tot hen door hier iets ongelofelijks gebeurd is. En dat zij daar deel van uit maken.

Woorden die Jezus tijdens zijn leven tot het gesproken heeft over lijden en sterven beginnen plotseling opnieuw tot hen te spreken. Woorden die ze in hun hart bewaard hebben.
Wat ze toen niet begrepen, begint hen nu te dagen. Wat ze nu meemaken, heeft Jezus hen eigenlijk al vele malen geprobeerd uit te leggen.

Eigenlijk hadden ze niet eens naar het graf hoeven te gaan, om te weten dat ze hem daar niet zouden vinden. De Heer had het hen zelf verteld dat hij de dood geen macht over hem had. Hij had hen zelf beloofd dat hij op een nieuwe manier voor altijd bij hen zou zijn.
Het is dus niet alleen het lege graf dat voor de vrouwen bewijst dat Jezus is verrezen. Het is in de eerste plaats hijzelf en wat hij hen geleerd heeft waardoor hen de ogen opengaan.
Het geloof in de verrijzenis is dus niet los verkrijgbaar.
Stel je voor dat er iemand een foto had gemaakt van het lege graf. Stel je voor dat wij die foto aan iedereen konden laten zien. Zouden de mensen dan tot overal gaan geloven in de verrijzenis?

Nee, eerst is nodig dat iemand Jezus zelf leert kennen. Zich laat raken door zijn woorden. En ermee aan de slag gaat als een manier van leven.
Dan ga je ervaren dat zijn woorden vol leven zijn. Dan groeit in je het besef, dat Jezus de levende is die de dood heeft overwonnen. Niet alleen voor zichzelf, maar voor alle mensen.

Het was geen nieuwsgierigheid waardoor de vrouwen naar het graf gingen op de Paasmorgen.
Het was liefde voor hem, liefde die hen ertoe bracht om naar zijn graf te gaan om zijn lichaam te balsemen zodat ze het nog lang zouden kunnen koesteren telkens als ze naar het graf gingen.
Het is diezelfde liefde voor hem en voor alles wat hij voor hen betekende die hen de ogen doet opengaan voor het ongelofelijke nieuws dat hij verrezen is en dat hij leeft.
Ze hoeven zijn lichaam niet nu te balsemen en te koesteren: ze hebben zijn woorden en zijn beloften. Ze hebben de dingen die hij hen geleerd heeft en die hij hen heeft voorgedaan.  Overal zal hij bij hen zijn.
In alles wat ze in zijn naam persoonlijk doen, maar ook als ze samenkomen om de eucharistie te vieren zoals hij hen heeft opgedragen.

Geloof in de verrijzenis gaat voor ons, christenen, altijd samen met liefde tot Jezus en persoonlijk geloof in hem.
En we krijgen als geschenk daarvoor niet alleen geloof in zijn verrijzenis, maar ook dat zijn leven doorwerkt in ons eigen leven. We worden als het ware op hem geënt.

Het eeuwig leven, het leven in verbondenheid met Jezus, gaat ook ons eigen leven vervullen. Door geloof, hoop en liefde hebben we hier en nu al deel aan de verrijzenis, aan een leven waar het kwade en de dood niet meer het laatste woord over hebben.

Dat is het verhaal van onze doop. Dat we één geworden zijn met Jezus Christus. En als we één geworden zijn met Jezus, dan zijn we dat ook doordat we mogen delen in zijn verrijzenis. En dat we dat nu al mogen ervaren omdat we anders aankijken tegen onszelf en de wereld om ons heen.

Daarom hebben we altijd reden tot vreugde en blijdschap. Vreugde is wat we zelf voelen en kracht geeft. Blijdschap is wat uit heel ons doen en laten blijkt, en wat anderen dus zien. We worden dus zelf getuigen van de verrezen Heer.
Misschien waren we dat wat uit het oog verloren door teleurstelling in de kerk, in anderen, of in ons zelf. Maar ook daaruit mogen we opstaan en opnieuw beginnen.

Onze nieuwe paus Franciscus is daar een voorbeeld van, hoe we plotseling dat nieuwe begin kunnen ervaren. Door zijn blijdschap, zijn eenvoud, zijn hartelijkheid lijkt er een nieuwe impuls aan de kerk te worden gegeven waarvan we allemaal mogen genieten.

Paus Johannes Paulus was de man die kerk en wereld in zijn tijd nieuwe hoop gaf en we beleefde dat door het afbreken van de Berlijnse muur en wegvallen van het ijzeren gordijn.
Zijn opvolger, de overige paus Benedictus, was de man van het geloof en hij was onvermoeibaar bezig om te laten zien dat geloof niet dwaas is, maar dat er alle reden is om hartelijke het christelijke geloof te omarmen.
De nieuwe paus, Franciscus lijkt in de korte tijd dat we hem kennen alle nadruk te leggen op liefde, direct in de praktijk.
Zo vertegenwoordigen de laatste drie pausen de grote christelijke deugden van hoop, geloof en liefde die wij allen ontvangen door ons doopsel

Na de hoop en het geloof is het inderdaad misschien nu wel liefde die de wereld het hardst nodig heeft.
Laten wij dan door ons geloof in de verrezen Heer zelf die liefde praktiseren. Daardoor zal hij ons des te meer aan zich binden. Daardoor zullen we zelf des te meer de vreugde van het Paasgeloof ervaren. En daardoor zullen we ook de ogen van anderen openen voor het geheim van de verrijzenis. Misschien is de wereld daar al veelmeer klaar voor dan we denken. Amen

Pastoor  Martin Los

Homilie op Witte Donderdagavond 2013

Preek op de avond van Witte Donderdag 28 maart 2013 in kerk van O.L.V. ten Hemelopneming te De Meern toen het Evangelie van de voetwassing gelezen werd.

Lieve zusters en broeders,  wij vinden het een prachtig beeld: Jezus die zijn kleed aflegt, een schort voordoet en zijn leerlingen de voeten wast.
Onze nieuwe paus Franciscus heeft vanmiddag in een gevangenis in Rome jonge gevangenen de voeten gewassen. Iedereen die je hoort, vindt dat fantastisch.
Het ís een mooi beeld: de voetwassing door Jezus. En het is heel verrassend dat paus Franciscus vandaag ditzelfde aan gevangenen doet die hun straf uitzitten in een Romeinse gevangenis.
Maar wàt zegt Jezus aan het eind, als hij zijn bovenkleed weer heeft aangedaan en met de leerlingen aan tafel zit?
“Als ik, de Heer en leraar, jullie voeten hebt gewassen, dan behoren óók jullie elkaar de voeten gewassen. Ik heb jullie een vóórbeeld gegeven, opdat jullie zouden doen zoals ik jullie gedaan heb”.
Wanneer we echt de nieuwe paus prijzen om zijn eenvoud en dat hij ten teken daarvan vandaag in de voetsporen van Jezus gevangenen de voeten wast, dan is dat toch een opdracht aan ons allemaal? De opdracht om elkaar lief te hebben en te dienen?
Of haken we dan toch af, omdat we wat we in Jezus en vandaag in de paus prijzen van onszelf teveel gevraagd vinden?

Misschien toch goed om ons nog even te verplaatsen in de leerlingen. Die vonden het helemaal niet zo’n prachtig beeld dat hun meester hen de voeten waste. Ze zeiden niet: “wat mooi, meester, dat u dit doet!” Nee, ze schrokken ervan. Ze geneerden zich. Petrus weigerde zelfs eerst heftig.
Waarom? Omdat een ander de voeten wassen het werk van een slaaf was. Jezus maakte zichzelf dus tot slaaf om zijn leerlingen te dienen.
Hij legde zijn bovenkleed af. Hij stond dus in zijn hemd. Hij knielde voor hen neer. En met zijn handen waste hij het vuil van hun voeten. Het stof en het vuil van de straat. Want men liep allemaal op open sandalen. Vies, nederig werk. Met de knieën op de harde vloer ook nog eens pijnlijk.
Het deed de leerlingen zeer dat hun meester zich zo voor hun ogen vernederde. Ze schaamden zich.
Pas als we realiseren, dat de ander de voeten wassen, geen lolletje is, maar vervelend en pijnlijk, dan zijn we eerlijk. En pas als we ons bewust zijn, van de moeite die het kost, om de ander de voeten te wassen, zijn we in staat om een reële in schatting te maken, van wat het van onszelf vraagt, om te doen wat Jezus van ons vraagt.
Een ander onecht dat hij jou aandeed, vergeven is niet gemakkelijk. Het is het werk van een slaaf. Een ander verdragen terwijl je moeite hebt met zijn gedrag, is hard werken, nederig werk, het werk van een slaaf.
Maar het komt wel ineens binnen handbereik, want het is werk. En werk dat kun je doen. Mooie illusies koesteren brengt je niet verder, maar wel concrete arbeid zoals vergeving.
Mooie woorden over liefde leiden tot niets als we niet beseffen dat het werk is. Maar dan kunnen we aan de slag.

De voetwassing door Jezus was het werk van een slaaf. Maar het verwijst naar het veel ingrijpendere, unieke werk van een slaaf dat Jezus deed door aan het kruis te sterven om zo aan heel de wereld Gods liefde te openbaren. Dat is zijn dienstwerk aan de wereld. Ons Gods helende liefde schenken.

Zo vraagt Jezus niet van ons om elkaar letterlijk steeds de voeten te wassen. Maar wel dat we zo leven als mensen die elkaar in liefde dienen. Niet omdat die ander zo lief en aardig is, maar omdat wij die andere liefhebben.

Na de voetwassing brak Jezus het brood en liet de beker rondgaan met de woorden: “Dit is mijn lichaam…”en “Dit is mijn bloed” en “doet dit tot mijn gedachtenis…..”
Zo gaf Jezus zijn leerlingen niet alleen een voorbeeld van de ander in liefde dienen. En hij gaf ons niet alleen de opdracht om elkaar te dienen. Hij gaf ook zichzelf ,als blijvend voedsel voor onderweg in deze wereld.
Laten we de eucharistie waarvan we vanavond de instelling weer gedenken altijd vol respect en liefde vieren, omdat de Heer daarin zichzelf aan ons geeft. En omdat hij ons daarmee dient en eert als degenen die hij zo lief heeft dat hij zichzelf voor ons gegeven heeft.
Elke eucharistie mogen we ervaren dat de Heer ons in liefde dient en dat hij ons door zijn liefde nieuw maakt.

Maar dat betekent ook dat we zelf zijn opdracht tot liefde in praktijk brengen, naar elkaar als broeders en zusters. Want daar zal de wereld ons ook op afrekenen of we als christenen die de mond vol van Gods liefde hebben, ook inderdaad elkaar liefhebben.

Respect voor de eucharistie betekent ook dat we onze naaste dienen en daarvan genieten ondanks dat het hard werk is.
Maar juist omdat het werk is, kunnen we het. Want werk is iets wat wij als mensen heel goed kunnen.
Het blijkt elke dag in ons dagelijks werk en ons dagelijks bezigheden. Laten we dan ook werk maken van vergeving, van belangeloos helpen, van verdraagzaamheid, van alles wat liefde van ons vraagt. Amen

Pastoor Martin Los