homilie op de 7e gewone zondag door het jaar 23 februari 2014 in de Mariakerk in de Meern

Preek op de 7e zondag door het jaar op zaterdagavond en zondagmorgen 22/23 februari 2014 in de kerk van onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming (Mariakerk) in De Meern
voorgeschreven lezingen uit de Bijbel in de Mis van de 7e zondag: 1e lezing: Leviticus 19:1-2,17-18 2e lezing I Korinthiërs 3:16-23 Evangelie: Mattheus 5:38-48

Lieve zusters en broeders,  het klinkt bloeddorstig en aanstootgevend in onze oren: “oog om oog, tand om tand”. Zo staat het in Bijbel, in de Wet van Mozes. Jezus verwijst daarna voordat hijzelf komt met een uitspraak die ons óók niet erg op ons gemak stelt: “als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere wang toe”.

“Oog om oog, tand om tand”. Het klinkt hard en wraakzuchtig. Wat velen níet weten is, dat deze wet een grote stap voorwaarts is in de menselijk verhoudingen. Toen en nog steeds.
Want hoe gaat het vaak onder mensen? Iemand beledigt een ander. Die ander laat het er niet bij zitten. Hij zegt iets lelijks terug maar doet er een schepje boven op, want “de ander moet wel weten dat hij verkeerd deed”.
Dat is het moment waarop de ander boos wordt en bedreigingen gaat uiten. Dat is voor de ander weer reden om anderen er bij te halen. En zo gaat het door tot ze met elkaar slaags raken en er gewonden vallen.
Dat is de weg van de wraak. Iemand doet jou onrecht. Jij zet het betaald. De ander laat het er niet bij zitten. Zo ontstaat een spiraal van geweld.
Wat achteraf beschouwd als een kleinigheid begon, loopt uit op een vete zonder einde tussen familie, stammen, volksdelen. Ziet wat er in Syrië gebeurt, en zomaar nu ook in Oekraine. Mensen zien elkaar niet meer als personen maar als doelwit waar je je geweer op richt.

“Oog om oog, tand om tand” is geen oproep tot wraak. Het is juist de wet die deze escalatie van geweld moet voorkomen.
Maar hoe zit dat dan? Als iemand door een onbesuisde beweging een tand uit je mond slaat, of bij een uit de hand gelopen ruzie, moet die zelf een van zijn eigen tanden inleveren?
Nee, het gaat erom dat het gemis van die eerste tand vergoed wordt, doordat de veroorzaker smartengeld betaald. Als iemand door jouw toedoen een hand moet missen, moet jij bijdragen in het levensonderhoud van de ander die door het gebrek van die hand inkomen misloopt.
Er moet ook een onafhankelijke rechter aan te pas komen om de vergoeding vast te stellen.
Gevangenisstraf kan ook een vorm van oog om oog zijn want als iemand geen geldelijke vergoeding kan geven, is inleveren van een stuk vrijheid een vorm van betaling. Daardoor heeft het slachtoffer niet het gevoel alleen met de “gebakken peren” te zitten.
De regel “oog om oog, tand om tand” is dus geen oproep tot wraak, maar juist een beperking van de wraak die meestal op gang komt als iemand geweld wordt aangedaan.

De regel “oog om oog, tand om tand” is een verademing vergeleken bij kwaad met kwaad vergelden waaraan geen einde komt.
Het is níet de bedoeling van Jezus om deze regel af te schilderen als onmenselijk en wraakzuchtig. Maar hij wil verder gaan. Verder dan kwaad tegen te gaan door een billijke vergoeding. Als we echt kwaad te lijf willen gaan, moeten we verder durven gaan.
Jezus zegt: “Als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere wang toe”.

Ik denk dat iedereen die deze woorden voor het eerst hoort, wel iets van irritatie voelt of fikse tegenzin.”Oog om oog” vinden we op het eerste gezicht te gruwelijk. “Als iemand je op de ene wang slaat keer hem ook de andere toe” vinden we op het eerste gezicht veel te soft en te idealistisch.
Want betekent dit dat als iemand jou onrecht doet, dat je dan maar over je heen moet laten lopen? Geef je dan niet de mensen met kwade bedoelingen de vrije hand?
Nee, Jezus bedoelt helemaal niet dat je over je heen moet laten lopen. Als iemand je pijn doet, mag je best zeggen, ja moet je zelfs zeggen: “je doet me pijn!”
Want stel dat die ander niet beseft dat hij je pijn doet, dan moet je dat natuurlijk duidelijk maken. Anders gaat het maar door.
Waar het omgaat, is dit: wanneer iemand jou onrecht doet, laat je dan niet afleiden van jouw weg en van jouw levensdoel doordat je bij dat kwaad stil gaat staan en verhaal gaat halen. Ben je zelf onschuldig en de andere doet jouw onrecht, laat je dan niet verleiden om zelf kwaad terug te doen. Houdt je hoofd fier recht op.

Dat zal de ander tot inkeer brengen. Zo overwin je het  kwade door het goede. Zo ben je een echt kind van de Vader in de hemel. God geeft immers elke zondaar en elke boosdoener de kans op zijn schreden terug te keren. God heeft geduld. Geduld, niet met het kwade zelf, maar met de mens die nog niet door heeft  dat het verkeerd is wat hij doet.
“Als iemand je op de rechterwang slaat keer hem dan ook de andere toe”. Dat wil zeggen: laat je niet afleiden van jouw weg. Jij wilt het goede. Doe dat dan ook. Niet alleen wanneer je geen strobreed in de weg wordt gelegd, maar ook als je op de proef wordt gesteld door het gedrag van anderen.

In de tijd dat ik  op de lagere school zat, was de zogenaamde corrigerende tik op de wang door een meester nog tamelijk normaal. Soms was er wel eens iets in de klas gebeurd dat niet deugde. Als de meester dan een leerling voor de klas zette die niets gedaan had, en hij gaf die leerlingen een tik op de wang, dan zag je dat zo’n kind automatisch het hoofd fier ophief ondanks de pijn in het gezicht en de tranen op de wang.
We wisten dan allemaal dat die leerling het  niet gedaan had. En je zag dat ook de meester spijt had van zijn handelwijze. Een leerling die wel stout was geweest en een tik op de wang kreeg, liet meteen het hoofd vallen, alsof hij betrapt was.

Dat bedoelt Jezus: Als je geen kwaad hebt gedaan, en een ander doet je onrecht, laat je daardoor niet verleiden af te buigen van de weg die je gaat als een echt kind van God.
Het is mooi dat in de samenleving zaken via het recht goed geregeld zijn doordat kwaad niet ongestraft blijft als het is vastgesteld. En doordat door vergoeding of straf kwaad geen spiraal van geweld op gang hoeft te brengen: oog om oog, tand om tand
Maar het rijk van God gaat verder. Het laat zien dat je het kwade kunt overwinnen door het goede te doen. We moeten ons niet tevreden stellen met een op zich humane vergelding van kwaad. We moeten verder durven gaan en het kwade stoppen door liefde en door het goede te doen.

Gezegend een samenleving waarin dit besef levend is. Gezegend een familie en een gezin waarin deze geest werkzaam is. We hebben gezien waar de geweldloze houding van de onlangs overleden Nelson Mandela toe heeft geleid. Echt ongelofelijk. Maar ook in het klein zijn er door ieder van ons overwinningen te behalen.
Het is ons geloof dat Jezus Christus door zijn lijden aan het kruis de loop van de wereld voorgoed heeft gewijzigd. Ondanks alle kwaad dat gebeurt, kan niets meer verhinderen dat de macht van het kwaad begrensd is door het offer van Christus voor de zonde der wereld. Hoe groot en onbegrijpelijk ook het kwade, de goddelijke barmhartigheid en liefde is oneindig veel groter.

Jezus nodigt ons uit om door ons gedrag getuige te zijn van dat rijk van God. Hij gunt het ons dat we niet alleen van de zijlijn toekijken naar het wonder van Gods liefde. We mogen er aan mee doen. We mogen de kracht ervan ervaren. Door zelf geen kwaad of onrecht te doen als men ons onrecht aan doet. Maar juist het kwade te overwinnen door het goede en zo anderen te verrassen en tot nadenken en inkeer te brengen.

Een goed actueel voorbeeld is misschien wel de actie van kerkleden in Leiden die een pedofiel die zijn straf heeft uitgezeten, vrijwillig begeleiden, als hij over straat gaat. Wat zouden wij hier bij ons als christenen kunnen betekenen in soortgelijke situaties?
In elk geval kunnen we allemaal in onze eigen situatie proberen het kwade te overwinnen door het goede. Te beginnen met een verwijt niet onmiddellijk te beantwoorden met een andere verwijt, maar even tot tien te tellen en iets hartelijks te zeggen.

“Weest heilig, want Ik de Heer ben heilig” hoorden we. Heiligheid is geen persoonlijke kwaliteit die de een heeft en de ander niet. Heilig betekent eenvoudig: God navolgen in zijn onnavolgbaarheid.  Wat is onnavolgbaar en toch voor iedereen mogelijk?  Het kwade overwinnen door het goede. Niet morgen, maar direct vandaag al. Amen

(c) Martin Los, pr

Homilie op de 5e reguliere zondag door het jaar 8 en 9 februari 2014 in de Mariakerk De Meern

Preek op de 5e reguliere zondag door het jaar  op 8/9 februari 2014 in de Mariakerk De Meern

bij het Evangelie van deze zondag volgens het voorgeschreven wereldwijde r.k. lectionarium Mattheus 5:13-16

Lieve zusters en broeders,  de olympische spelen zijn begonnen. Een indrukwekkende opening vrijdagvond. De eerste drie medailles voor Nederland zijn al binnen. Een paar weken lang zullen we sporters zich zien inspannen om de overwinning te behalen of in elk geval boven zichzelf uit te stijgen.

Al die wintersporters hebben een club van supporters en van verzorgers bij zich. Want het is natuurlijk voor iedereen duidelijk dat kampioenen in hun eentje niet op het allerhoogste podium komen. Ze moeten uiteraard zelf over voldoende talent beschikken en doorzettingsvermogen, maar ze kunnen het niet alleen. Iedere sporter beschikt over een coach.
Tijdens de wedstrijd zie je zo’n coach de sporter aanvuren en allerlei aanwijzingen geven. Wanneer het om een heel team gaat, zie je de coach tijdens een time-out zijn team moed in spreken.

Op een bepaalde manier zouden we Jezus ook als een soort coach kunnen zien. Niet coach van anderen, maar onze coach. En geen coach die wij hebben uitgekozen, maar een coach die ons heeft uitgekozen om te delen in zijn kennis en vreugde,

“jullie zijn het zout der aarde” zegt deze coach tegen zijn leerlingen toen en tegen ons nu. “Jullie zijn het zout der aarde” Dat komt op mij over als een enorme aanmoediging alsof het voor of tijdens een wedstrijd is

De menigte tot wie Jezus spreekt daar tegen de heuvels van het meer van Galilea zijn heel eenvoudige mensen. Ze kunnen niet lezen en niet schrijven. Tot hun grote verwondering heeft Jezus hun landstreek uitgekozen om zijn boodschap als eerste te verkondigen. Een paar jonge vissersmannen heeft hij als zijn leerlingen uitgekozen.

Het zijn allemaal mensen die met moeite rond kunnen komen. Ze zijn allang tevreden als ze elke dag te eten hebben. Ze zijn blij als ze een echtgenoot vinden, en kinderen krijgen voordat ze sterven aan één van de vele ziekten.
Deze mannen en vrouwen hebben geen van allen het gevoel dat ze “ertoe doen”. In elk geval niet in de grote wereld om hen heen. Niemand van hen heeft ooit het idee gehad dat hij of zij de loop van de geschiedenis zou kunnen veranderen.

Nu horen ze daar die jonge rabbi tegen hen uitroepen: “jullie zijn het zout der aarde”.
Ik kan me voorstellen dat ze daar even kippevel van kregen. Dat ze elkaar aankeken en dachten: “Wij? Zout der aarde?“

Het is goed om te weten dat zout vroeger nogal schaars was. Wíj gebruiken zout zelfs om onze stoep ijsvrij te maken. Maar op de mensen lang geleden zou dat dezelfde indruk gemaakt hebben een put dempen met goud.
Dat zout schaars was, daaraan herinnert nog het woord salaris. Soldaten kregen hun soldij in zout uitgekeerd. Dat konden ze dan gemakkelijk in ruilen voor noodzakelijke levensbehoeften. Dus zout was schaars. En met dat schaarse góed vergelijkt Jezus zijn leerlingen.

Ze vonden zichzelf helemaal niet uniek. En hadden zeker niet de indruk mensen te zijn die “ertoe doen”.Toch noemt Jezus hen kostbaar en uniek als zout.
Om drie redenen. Hij ziet veel meer in hen dan zij in zichzelf zien. Hij kijkt niet op hen neer. Hij ziet in elk van hen een kind van God.
We weten allemaal hoe heilzaam het is als iemand jou oprecht moed en vertrouwen inspreekt.
We zijn zo gewend om kritiek te krijgen en we zijn zo gewend om kritiek te leveren, dat het lijkt alsof we niet anders kunnen dan dat.
Maar de ander oprecht vertrouwen in zichzelf geven, is nog veel noodzakelijker, en mooier en vruchtbaarder. Daar zouden we altijd mee moeten beginnen ook als we kritiek hebben.

Als coach spreekt Jezus allen die naar hem luisteren, moed en vertrouwen in. Dat was toen zo. Dat is nu nog zo.
Van Jezus gaat een kracht uit die ons telkens weer opricht en ons vol hoop en vertrouwen doet zijn.
En het spreekt vanzelf dat we dat dan ook aan elkaar willen doen door de liefde die van Jezus uitgaat. Het is een domino-effect. Of lieverd gezegd: het wordt “een lopend vuurtje”zoals een nieuwe rubriek in ons parochieblad Drieluik heet.

Door de uitroep “jullie zijn het zout der aarde” laat Jezus ons onszelf met andere ogen zien, met de ogen van Gods liefde. En dat is ook de bedoeling van de verkondiging van het Evangelie door de kerk. Het is niet de bedoeling dat mensen zich afgewezen of veroordeeld voelen. Het gaat erom dat ze verwonderd en blij naar zichzelf gaan kijken met de ogen van Jezus.
En er gaat nóg een grote aanmoediging uit van die woorden: “jullie zijn het zout der aarde”

Er is maar weinig voor nodig om een hele maaltijd smakelijk te maken. Als gelovigen hoeven we niet te denken. “We zijn maar met weinig. Of wat stel ik eigenlijk voor? Wat beteken ik nou eigenlijk voor het rijk van God?”
Als wij maar de blijde boodschap zelf ter harte nemen, dan zorgt God er wel voor dat we de smaakmakers zijn in onze omgeving en in de wereld waarin we leven.

We moeten ons niet teleurgesteld terug trekken uit de wereld als christenen. We moeten niet op alles en iedereen kritiek leveren alsof we tot rechters zijn aangesteld van onze medemensen. De enige opdracht die we hebben is om zelf de boodschap van Gods liefde ons eigen te maken en in eigen leven handen en voeten te geven.
Als we dàt doen, zullen we zelf die liefde veel beter beleven. En we zullen ook veel meer betekenen voor de wereld om ons heen.

Als we de woorden van Jezus over barmhartig zijn voor anderen echt ter harte nemen, dan helpen we daarmee onze medemensen. Als het zout in de pap. En wellicht winnen we hen dan ook voor Gods liefde zodat ze ook Christus in hun leven binnenlaten.
Barmhartig zijn is voor iedereen weggelegd. Want iedereen heeft een hart. Daarin kan iedereen uitblinken.

Helaas is het ook in de kerk vaak gewoonte om anderen te schuld te geven als er iets niet naar de zin is. Wat een verspilde energie. Dat is geen zout in de pap, maar de dood in de pot.

Hoe vaak stellen we onszelf eigenlijk de vraag: Ben ik een echt mens naar Gods hart zoals Jezus bedoelt? Ben ik echt een hartelijke christen die anderen iets van de vreugde en de warmte van het evangelie laat voelen?

En het mooie is: als we inderdaad tot de conclusie komen dat we niet echt het zout in de pap zijn geweest, dan spoort onze coach, Jezus, ons meteen weer aan en opnieuw laat hij ons met zijn ogen zien als hij zegt: “jullie zijn het zout der aarde!” Hij houdt niet op ons aan te raken met Gods barmhartigheid.
Elke keer als we twijfelen aan onszelf roept Jezus : “Houd vol! Je redt het wel”.
Zolang we naar hem luisteren, worden we steeds weer op het goede spoor gezet.  Zo geeft Jezus zelf smaak aan ons leven. Hij maakt dat we er steeds weer zin in krijgen om het te proberen met zijn boodschap en zijn voorbeeld.

Tegen de één zegt hij: “je geeft toch niet op? Je bent nog maar net begonnen!” Tegen de ander: “niet opgeven. Je bent er bijna. Tegen weer een ander: “Je bent goed bezig. Niet buiten je schoenen gaan lopen” En tegen weer een ander: “Loop jezelf niet voorbij. Vergeet niet blijdschap uit te stralen”.

“Jullie zijn het zout der aarde!’  Wat mooi om te horen. We goed om te mogen zijn. Ieder op haar of zijn eigen manier. Amen 

(c) Martin Los, pastoor