homilie 1e zondag van de Vastentijd 8/9 maart 2014 Mariakerk De Meern

Preek op de 1e zondag van de Veertigdagentijd op zondag 9 maart (en vooravond 8) in de Mariakerk te De Meern
lezingen uit het voorgeschreven lectionarium van de r.k. voor de 1e Vastenzondag (Ajaar). 1e lezing Genesis 2:7-9; 3:1-7 de lezing Romeinen 5:12-19 Evangelie: Matteus 4:1-11

Lieve broeders en zusters, iedereen heeft wel eens last van de droom van “die goeie oude tijd”. Toen alles rozengeur en maneschijn was. Alsof er toen geen vuiltje aan de lucht was. Bijvoorbeeld “omdat de computer nog niet was uitgevonden”. Of dat “je gewoon op straat kon voetballen” omdat er nog geen auto’s waren.
Zulke dromen koesteren we persoonlijk. Maar ook volkeren en culturen koesteren ze.

De Romeinse dichter Ovidius bezingt in de oudheid de gouden tijd aan het begin van de geschiedenis van de mensheid. In die eerste gouden tijd, vertelt hij, deed iedereen uit vrije wil spontaan het goede. Er was helemaal geen wet of verplichting of straf. Iedereen deed spontaan wat goed was en genoot van wat goed was. Door een plotselinge verandering gingen mensen aan zichzelf denken. Het sprookje was uit.  Er kwamen conflicten, misdaad, oorlog. Onze wereld. De wereld van de Romeinen.

Ook allerlei moderne bewegingen gaan vaak onbewust uit van zo’n verlangen naar een vroegere tijd waarin mensen nog dicht bij de natuur, dus zuiver, leefden. Terug naar de bron, naar puur natuurlijk voedsel. Niet gemanipuleerd.

En ook de Bijbel lijkt met die mythe van de goede oude tijd te beginnen. Eerst is er het paradijs. Dan komt de zonde in de wereld. Adam en Eva leefden als kinderen in een droomwereld die als een zeepbel uit elkaar spatte. Oorzaak: één moment van twijfel aan de goedheid en de eerlijkheid van God, één moment van ongehoorzaamheid.

Toch denk ik dat je het scheppingsverhaal niet op één lijn kunt zetten met dromen van een goede oude gouden tijd zoals vele volkeren die kennen, net als dromen die we zelf koesteren over vroeger of over onze kindertijd.

Het paradijs wordt namelijk niet afgeschilderd als een gelukzalige toestand die helaas toch voorbij is gegaan. Een goeie oude tijd. Er is nog helemaal geen duur alleen maar begin.

Waar het om gaat is de unieke startpositie van de mens. Uit het scheppingsverhaal blijkt dat God de mens geschapen heeft met de mogelijkheid om te kiezen. De vrije wil. Dat wisten we nog niet. Dat blijkt gaandeweg uit dit verhaal. En waar een vrije wil is daar moet ook de – eigenlijk ondenkbare – mogelijkheid zijn om het kwade te doen. De mogelijkheid wordt in het scheppingsverhaal uitgebeeld door de slang. In de oudheid symbool van wijsheid die kan helen (denk aan de logo’s van apothekers) maar die ook als een gif kan werken (denk aan diezelfde logo’s).

Het scheppingsverhaal vertelt eigenlijk over de gespannen verwachting van God. Die zijn adem even inhoudt. Het kunstwerk is af. Hij heeft de laatste hand eraan gelegd. Wat gaat er nu gebeuren. Want het is ook voor Hem een verrassing.

Wat zal de mens die hij geschapen heeft, doen? Doe ie het of doet ie het niet? Zal hij zijn vrije wil gebruiken om op God zelf te lijken.  En zal hij zijn vrijheid gebruiken om het goede te doen en van het goede te genieten? Dat is het avontuur waartoe God de mens heeft uitgenodigd. Die mens dat zijn wij allemaal.

Tot onze schrik komen we tot het inzicht dat we geen van allen helemaal ontkomen aan de valse start. We zitten op de een of andere manier allemaal in hetzelfde schuitje. We weten allemaal van goed en kwaad. En in de wereld waarin we leven wisselen kwaad en goed elkaar af.

Het wachten is dus vanaf het begin op de ware Adam. “Ware” in die zin dat deze mens beantwoordt aan Gods bedoeling met de schepping van de wereld en van de mens. Dat deze mens Gods beeld is in alle opzichten.
Die ware Adam is in de visie van Paulus Jezus Christus. Hij is de nieuwe Adam.

We herkennen ons allemaal in de Adam van het begin door wie en met wie we weet hebben van kwaad en zonde en soms misschien zelfs van schuld

Maar nu mogen we ons op dezelfde manier door Gods genade en door Gods Geest herkennen in de nieuwe Adam. Door het geloof en de doop worden we één met hem. En nu weten we van Gods oneindige liefde.
Paulus beschouwt dus het scheppingsverhaal als een profetisch verhaal. God ziet uit naar de ware Adam.

Ondanks dat we nog helemaal deel hebben aan de mens van het begin, groeit steeds meer in ons de nieuwe Adam die vertrouwt op de liefde van God. Een nieuwe kracht in ons gaat aan het werk.

Daardoor verlangen we niet terug naar de goede oude tijd die nooit meer terug keert. We gaan niet cynisch aan de kant staan. We voelen een diep onstilbaar verlangen om mee te mogen werken aan een nieuwe wereld.

Een wereld die komt. Een wereld waar liefde het kwade overwint. Een wereld waar we het goede doen, om God te danken voor ons leven en om Hem te eren. Een wereld waarin zelfs de dood overwonnen is en we toegroeien naar het eeuwige leven bij God.

Door de doop en het geloof krijgen we dus deel aan het adembenemende avontuur waaraan God is begonnen met de schepping van de mens. Ook wij gaan verlangen naar die mens. Niet alleen in anderen, maar ook in onszelf. Door Christus in ons leven binnen te laten krijgen we deel aan die nieuwe mens

We gaan in deze Vastentijd weer op weg naar Pasen. Het feest van de verrijzenis, van het nieuwe leven. Laten we niet vol heimwee terugverlangen naar een tijd die er nooit geweest is. Laten we niet de moed opgeven dat het toch nooit meer wat wordt. Laten we weer vol levenskracht stromen door de nieuwe Adam die Christus is.
Hij heeft alle verleiding weerstaan. We mogen zomaar, door het geloof alleen, deel hebben aan zijn overwinning.

We leven in dezelfde gebroken wereld die we zo goed kennen. Toch vertellen alle onvolkomenheden en tekortkomingen nu niet meer het verhaal dat het allemaal toch geen zin heeft om ons in te zetten voor een betere wereld. Ze vertellen nu dat we op weg zijn naar het volle leven bij God.

Voel de tinteling van dat verlangen zoals we om ons heen de lente voelen. Het is ook tijd om de lente te voelen van de nieuwe Mens.
Voel de handen die jeuken om alle kansen te grijpen mee te werken aan het rijk van God.

Vasten is niet bedoeld om moeizaam allerlei dingen niet te doen of na te laten om het kwade in en om ons te overwinnen. Oke, als knoop in de zakdoek misschen maar niet als doel in zichzelf.
Vasten is bedoeld om weer vervuld te worden van het verlangen om de liefde van God te ervaren. Dan wijkt het kwade vanzelf. Dat krijgt gewoon geen kans meer. We talen er niet meer naar. Het enige dat telt, laat Jezus zien, is het Woord van God. Het helpt tegen alle verleiding. Voor Jezus genoeg. Waarom dan niet voor ons? Amen.

(c) Pastoor Martin Los

Homilie 8e gewone zondag door het jaar 1 en 2 maart 2014 H. Willibrordkerk

Preek op de 8e gewone zondag door het jaar in de H. Willibrordkerk Vleuten op zaterdag 1 en zondag 2 maart 2014
voorgeschreven schriftlezingen voor deze zondag volgens het universele lezingenrooster van de r.k. kerk: 1e lezing: Jesaja 49:14-15 Evangelielezing: Mattheus 6:24-34

Lieve zusters en broeders, “Kijk naar de vogels in de lucht. Ze zaaien niet en maaien niet. Ze verzamelen niet in schuren. Uw hemelse Vader voedt ze”. Deze oproep van Jezus in het Evangelie van deze zondag past goed bij het voorjaar dat op het punt staat te beginnen. We richten de blik weer wat meer op de wereld buitenshuis, de natuur.

Kijk naar de lelies in het veld. Ze arbeiden en spinnen niet. Maar zelfs koning Salomo was niet gekleed als één van hen”. Deze les van Jezus past ook goed bij het voorjaar. Maar ook bij carnaval. Overal dossen mensen zich dit weekend uit om er even anders uit te zien dan anders. Fleurig. Zorgeloos. “Maak u geen zorgen voor de dag van morgen”  lijkt de uitgelaten menigte te zeggen gehoorzaam aan de woorden van Jezus.

Zelf gaan we allemaal een beetje open in dit voorjaar en met carnaval. Het wordt elke dag lichter en een beetje warmer. We gaan open als de narcissen in de tuin. En net als de bloemen die opengaan en zich naar de zon wenden, mogen wij opengaan om te bloeien en goede vruchten voort te brengen.

Eigenlijk hebben wij mensen niet zoveel nodig om te kunnen leven en gelukkig te zijn. We zijn in staat veel meer te geven dan dat we zelf nodig hebben.
Daarin ligt eigenlijk het wezen van ons menszijn.
In het scheppingsverhaal wordt verteld dat God de mens gemaakt heeft naar zijn beeld. Jezus past dat telkens toe op God die liefde is, die over goeden én slechten de zon laat opgaan. Dat is de heerlijkheid van God die royaal kan geven aan al wat leeft.
We zijn naar Gods beeld geschapen om ook ons hart vol liefde te openen en onze naaste te helpen. Niet door alles naar ons zelf toe te trekken lijken we op God, maar door alles voor anderen over te hebben. Dat is de boodschap van Jezus.

We mogen zelfs op God lijken door het leven te schenken aan kinderen en hen met liefde te omringen.
“Kan een vrouw haar zuigeling vergeten? Dus Ik al helemaal niet!” zegt God bij monde van Jesaja.
Als mens zijn we helemaal gericht op geven. Op liefde geven.. Want als persoon staan we helemaal open voor de ander die we gastvrij en hartelijk mogen ontvangen in onze eigen wereld.
In dit voorjaar en deze carnavalstijd voelen we ook  bijna fysiek dat we open willen gaan en vruchtbaar zijn in liefde voor de ander. We ervaren de tinteling en het genot daarvan. De lente noemen we dat. Zo heeft God ons gemaakt naar zijn beeld.

Maarrr….die openheid maakt ons tegelijk ook kwetsbaar. Dat vinden we eng. Daarom willen  we ons indekken tegen elke vorm van tekort en verlies. We verzekeren ons. We beveiligen ons. We leggen voorraden aan. We verzamelen bezittingen. Allemaal om niets te kort te komen.
Heel begrijpelijk maar als je je helemaal indekt door je bezit, kun je niet meer openstaan, blij zijn en je verwonderen. En als je zelf bang bent om te kort te komen, heb je geen oog meer voor de ander die minder heeft dan jij. Je bent dan zelfs geneigd om te denken dat die ander zelf de schuld is van zijn armoede of zijn gebrek.

Dat vertrouwen in je bezit noemt Jezus “mammon”. Mammon klinkt een beetje als Amen. Dat klopt ook. Want Amen is een Hebreeuws woord dat “vertrouwen”betekent. Wanneer we een gebed afsluiten met Amen wil dat zeggen dat we “erop vertrouwen”. Mammon is een opzettelijke verdraaiing van het woordje Amen.
Want Mammon is iets waarop je vertrouwt, maar dat vertrouwen eigenlijk niet waard is. Je houdt je zelf voor de gek door te denken dat je veilig bent als mens door je bezit. Nee, door op je bezit te vertrouwen en daar je hoop op te vestigen, mis je juist de vreugde waar het in het mensleven omgaat. De openheid naar het leven, het vertrouwen op God.

“je kunt niet twee heren dienen” zegt Jezus. Je kunt niet je vertrouwen schenken aan God tegen wie we terecht Amen zeggen en tegelijk op je bezit vertrouwen, want dat wordt dan je afgod, de Mammon. “je zult dan de één liefhebben en de ander haten”.

Vertrouwen op God, openstaan voor God wil zeggen openstaan voor het leven, voor de medemens, voor de wonderen om je heen.
Allerlei aardse zekerheden omarmen wil zeggen je afsluiten voor het leven, voor je medemens, voor God, maar ook voor de mens die jezelf in wezen bent, beeld van God.

Het is voor ons een hele leerschool om het te wagen met deze les. Wanneer we kwetsbaar en open zijn, zoals in de liefde, dan lijken we het meest op God.
Want in onze ogen is God onkwetsbaar. In onze ogen bezit God alles en is Hij almachtig. Maar pas op, want dan lopen we gevaar van God zelf een afgod te maken.
Ja, God is almachtig, maar in zijn kwetsbaarheid. En Hij bezit alles door alles te geven.
En Hij heeft het laatste woord omdat hij vergeving schenkt en geen zonden blijft gedenken.

Maar om met zo’n God die louter liefde is, het aan te durven, moeten we Jezus Christus in onze wereld en in ons leven binnenlaten.
Hij is het volmaakte beeld van God. Zijn kruis is de poort naar Gods heerlijkheid. Zijn liefde en kwetsbaarheid leidt tot wat voor ons ondenkbaar is: de verrijzenis en het eeuwige leven.
Jezus daagt ons uit om ook in ons geloof in God open te zijn. Om te geloven als kinderen. Kinderen van “uw hemelse Vader die weet wat ge nodigt hebt”.

Het voorjaar met zijn natuur die ontluikt, onderstreept de les van Jezus. En de spontane vrolijkheid en verkleedpartijen van Carnaval wekken het kind weer in ons dat zich verwondert.
Laten we dit allemaal in ons opnemen. We hebben het hard nodig om de Mammon een beetje de baas te blijven in ons eigen leven en in de wereld om ons heen. Want Jezus waarschuwt ons: het is of Mammon of Amen. Ons antwoordt moge ook nu weer zijn: Amen

(c) Pastoor Martin Los