homilie op het feest van Christus Koning zaterdag 22 en zondag 23 november 2014 in de Mariakerk

barmhartigheidPreek tijdens de H. Missen op zaterdagavond en zondagmorgen op het Feest van Christus Koning in de Mariakerk te De Meern

voorgeschreven lezingen voor dit Feest: 1e. lezing Ezechiël 34:11-12,15-17  2e lezing I Korinthiërs 15:20-26,28 Evangelie: Mattheus 25:31-46

Lieve zusters en broeders, we vieren vandaag het koningschap van Jezus Christus. We doen dat op een hele ingetogen manier. Niet met slingers, feesten, manifestaties, vrijmarkten en concerten zoals in de wereld een koningsdag wordt gevierd.
We vieren het koningschap van onze Heer heel ingetogen omdat we Hem eren als de koning in onze harten. We vieren Hem als degene die de centrale plaats inneemt in het verborgene van ons hart.
Daarom is dit feest van Christus’ koning veeleer een vráág aan ons: Hebben we Jezus echt lief? Niemand kan in ons hart kijken. Alleen wijzelf.
Is Hij echt bepalend voor de keuzes in ons leven? Kun je aan onze daden zien dat we Hem echt aanhangen met hart en ziel?

Nu ligt hier wel een probleem. We zijn allemaal tegenwoordig opgegroeid met de gedachte dat je je zelf moet ontplooien. Je moet aan jezelf denken. Je moet voor je zelf opkomen.
Is dat wel te rijmen met een koningschap? Want bij een koningschap stelt iedereen zijn krachten in dienst van de koning en van zijn wil.
Voor veel mensen in onze tijd botst de gedachte aan een koningschap van iemand over je hart met de gedachte dat je baas moet zijn over eigen leven.
Staat het christelijk geloof de ontwikkeling van onszelf, van onze eigen talenten en krachten in de weg? Dat is de vraag die meteen op ons afkomt bij dit feest van Christus Koning

Het antwoord is, dat alleen iemand die we liefhebben echt de centrale plaats kan innemen in ons hart.
Een uiterlijke koning kan iemand vrees aanjagen zoals veel wereldlijke machthebbers in deze tijd doen. Door geweld, opsluiting, onrechtvaardigheid.
Maar een innerlijke koning, de koning in ons hart, kan dat alleen maar zijn doordat we die koning liefhebben.
En waarom hebben we die koning lief? Omdat hij in ons de liefde gewekt heeft. Jezus heeft zichzelf voor ons overgehad om ons de liefde van God te laten kennen.
Deze koning drukt niet het beste in ons opzij om zelf te heersen. Hij haalt het beste in ons boven door zijn liefde. Talenten waarvan we niet eens wisten dat ze bestonden.
Het is de diepste overtuiging van ons als gelovigen dat we als mensen juist in volle vrijheid kunnen leven en ons kunnen ontplooien onder het koningschap van Christus in ons hart.
Als het goed is bloeien wij mensen persoonlijk op onder de zeggenschap van Gods liefde. Ook als gemeenschap.

In de heersende maatschappelijk visies van dit moment wordt elke burger geacht een soort maatschappelijk ondernemer te zijn, ook al zijn de meeste van ons dat niet. Hoewel, het aantal zzp-ers stijgt nog steeds.  We moeten ons eigen leven als een soort eigen bedrijfje runnen.
Gevolg daarvan is dat we elkaar dreigen te gaan zien als concurrenten. En ook zo te behandelen.
We zien de sterken de race winnen en de zwakken zien we het onderspit delven. Dat is toch niet de bedoeling van ons leven en van onze menselijk samenleving?
Een tweedeling tussen winnaars en verliezers. Dan zijn we allemaal uiteindelijk verliezers

Juist het geloof in Christus biedt een uitweg. De liefde van Christus helpt ons onze talenten en beste krachten te ontwikkelen in dienst van zijn liefde, in dienst van elkaar.
Wanneer we aangeraakt zijn door de liefde van Jezus zien we elkaar niet meer als concurrenten. En we zullen de zwakkeren niet zien als verliezers die dat aan zichzelf te danken hebben omdat ze de kansen niet gegrepen hebben.
We zullen juist de zwakkeren zien als degenen die we dezelfde liefde kunnen bewijzen die God ons door Jezus heeft bewezen.

Misschien is de vraag níet zozeer of wij Jezus genoeg liefhebben als de koning in ons hart. Misschien is de eigenlijke vraag of we ons voldoende door Hém laten lief hebben.
Laten we op de eerste plaats onszelf zien als mensen die allemaal Gods liefde hard nodig hebben. Dan zullen we ook de armen om ons heen barmhartigheid bewijzen.

Tot de schapen aan zijn rechterhand zegt de herder-koning: “Ik was naakt en je hebt mij gekleed. Ik was ziek en je hebt mij bezocht”
“Heer” antwoorden ze “wanneer hebben wij u naakt gezien en gekleed. Wanneer was u ziek en hebben we u bezocht?”
Dan antwoordt de koning: “Wat je de minste van mijn broeders hier gedaan hebt” dat heb je aan mij gedaan”.
Christus komt zelf ons in de arme en zwakke tegemoet om ons uit te nodigen hen lief te hebben op de wijze waarop Hij ons heeft liefgehad.
Daarom gaat het als we rekenschap afleggen over ons leven niet om of wij perfecte mensen zijn geweest, en dat we nooit iets verkeerd hebben gedaan. Nee, hij vraagt ons of we barmhartig geweest zijn tegenover onze naaste.
Foutloos, zondeloos, vlekkeloos leven is voor niemand weggelegd. Zelfs de heiligen komen er rond voor uit dat zij daarin niet geslaagd zijn.
Maar barmhartig zijn kunnen we allemaal. Want we hebben van God allemaal een hart gekregen.

We vieren het feest van Christus koning ingetogen omdat het gaat om zijn koningschap in ons hart. De vraag is of we Hem de koninklijke plaats in ons hart schenken.
Het is de vraag of we barmhartigheid voorop stellen.

Die vraag komt op ons af in de ogen van de mensen die in de  landen waar Ebola heerst leven? Hebben we iets voor hen over. Vinden we het fijn als we iets voor hen kunnen doen. Ook in de kollekte van vandaag.
Maar de vraag komt ook op ons af vanuit onze naaste omgeving. Ouderen die het moeilijk hebben. Mensen met gebreken die zichzelf anderen tot last voelen, helemaal in een wereld waarin alle nadruk ligt op schoonheid, gezondheid en kracht. Kinderen die zonder echt liefde opgroeien. Daarvoor hoeven we geen verre reizen te maken.
Vroeger was de dienst van de barmhartigheid het kenmerk van de christenen. Mannen en vrouwen werden religieuzen om zich te wijden aan zieken, gevangen, ouderenzorg, kinderen.
Veel van die activiteiten waren overgenomen door de overheid. Nu zegt die zelfde overheid: “wij kunnen het niet meer aan. Doen jullie het zelf maar als gemeenschap. Of “redt uzefl!”
Best mogelijk dat we op de grote voet geleefd hebben door de zorg helemaal uit te besteden aan de overheid. Dan moeten we een stapje terug doen. Maar voor velen een stap te ver.
Hier ligt een enorme kans voor ons om de blijde boodschap weer handen en voeten te geven.
We zijn de laatste halve eeuw bijna alleen bezig geweest met de liturgie, binnenkerkelijk aangelegenheden.
De hoogste tijd om als kerk naar buiten te treden: de hongerige voeden, de naakte kleden, de gevangen bezoeken.
Kortom laten doen wat God met ons heeft gedaan toen hij zijn Zoon Jezus Christus als een mantel van liefde om ons heen heeft geslagen. Amen
© Pastoor Martin Los

Homilie op Willibrordzondag 9 november 2014 in de H. Willibrordkerk in Vleuten

willibrordzondagpreekenkoor2014Preek voor iedereen, maar speciaal voor de kinderen
Tijdens de Mis lazen we de voorgeschreven lezingen voor het feest van de H. Willibrord: 1e lezing Jesaja 52:7-10 2e lezing Hebreeenbrief 13:7-9, 15-17 Evangelie:Mattheus 28:16-20

Meisjes en jongen, zusters en broeders, eens was er in Ierland een monnik, een priester, Willibrord. Deze kwam met zijn vrienden meer dan dertien eeuwen geleden helemaal over de grote zee in een klein houten bootje naar ons land. Als een soort bootvluchteling. Alleen, hij kwam niet om armoede te ontvluchten. Hij liet juist al zijn bezit achter zich. Hij kwam hierheen om de mensen hier te vertellen over Jezus en over God.
Er waren toen nog helemaal geen kerken en geen scholen hier. Mensen hadden nog nooit van God en Jezus gehoord.
Waarom kwam Willibrord helemaal hierheen? Hij kon toch ook in Ierland de mensen vertellen over Jezus? Dat kon. Hij had thuis kunnen blijven in Ierland. Maar dat deed hij niet. Weet je waarom?
Hij en zijn vrienden zeiden: als we naar een vreemd land gaan waar we de mensen niet kennen, een land waar we geen huizen en geen eigen bezit hebben, dan zijn we helemaal afhankelijk van God.
Ze wilden ontdekken hoe God bij hen was, hen hielp, juist omdat ze zelf niets hadden.
Ze zeiden: “We kunnen de mensen wel mooie dingen vertellen over Jezus en over God. Maar als we die mooie dingen zelf niet beleven, dan spreken we niet uit eigen ervaring.”  Ze wilden God zelf ervaren. Ze werden arm om rijk met God te zijn.

De mensen hier in ons land woonden op kleine heuvels bij elkaar. Want overal was moeras en water met af en toe een stukje droog land of een bos. Ze zagen overal geesten en goden in. Bij voorbeeld in de rivier. Als die kolkte en het land overstroomde. Dan zeiden ze: de god van de rivier is woedend.
Willibrord kwam hier bij een dorpje waar op een heuveltje een hele oude eik stond. Omdat die er al stond zolang de mensen van die stam zich konden herinneren en nog veel langer was die eik voor hen iets waren ze met vrees tegenop keken. Wanneer de eik vroeg zijn bladeren verloor zagen ze daarin bijvoorbeeld een slecht teken. Ze brachten offers aan de eik.
Willibrord vertelde dat ze helemaal niet bang hoefden te zijn voor die eik. Dat geloofden de mensen niet. Ze wilden Willibrord verjagen. Want ze waren bang als ze naar Willibrord luisterden, voor de woede van de geesten die in de boom huisden.
“Wees niet bang” zei Willibrord. Hij pakte een bijl en hakte de boom om. Als de boom door de bijl getroffen werd, en er gebeurde niets, dan zouden ze zien dat de eik geen god was voor ze bang voor moeten zijn.
Er gebeurde helemaal niets. De mensen hier kregen grote bewondering voor hem. Ze luisterden naar wat hij zei over God, die onze Vader is, en over Jezus die mensen tot kinderen van God maakt, over hoe je in liefde en vrede  met elkaar kunt leven. En over het eeuwige leven.

Zo werden onze verre voorouders hier christenen. Ze lieten zich dopen en ze geloofden. Dus dank zij hen en dankzij Willibrord hebben wij het geloof doorgegeven gekregen. Dus is het feest vandaag.

Maar wij willen ook graag dat mensen Gods liefde leren kennen. Dat ze niet bang zijn.
Waar zijn mensen in onze tijd bang voor net zoals in de tijd van Willibrord mensen bang waren voor de heilige eik? Als je aan de eik komt, zeiden ze, gaan we verloren.
In onze tijd zijn veel mensen bang, dat je ongelukkig bent als je niet genoeg bezit en geld verzamelt. Maar wat zien we:  mensen worden steeds ontevredener en ongelukkiger. Als we dingen delen, zoals Jezus zegt en voordoet, dan worden we juist gelukkiger en menselijker.
Wij kunnen als christenen het goede voorbeeld geven. Eerst zullen de mensen bang zijn en denken dat alles mis gaat als je niet in de eerste plaats aan jezelf denkt, maar met anderen in nood deelt. Daarna zullen ze zien dat je veel gelukkiger wordt met elkaar.

Een andere afgod is misschien wel gezondheid of er mooi uitzien. We zijn bang als we niet genoeg sporten dat we dan korter leven. Maar zou je niet gelukkiger worden als je tijd hebt voor een ouder iemand in de buurt die de deur niet meer uit kan?
Of we zijn steeds maar bezig met hoe we eruit zien uit angst dat we anders niet meetellen. Maar belangrijker is dat je weet dat je een kind van God bent. Dat God je mooi vindt zoals je bent, en dat Hij van je houdt. Niet om hoe je eruit ziet, maar om wie je bent, want Hij kent je hart. Als je niet steeds met je uiterlijk bezig bent, zie je misschien eindelijk hoe mooi en bijzonder íeder mens is, vooral mensen die een gebrek hebben, of die gediscrimineerd worden.

Het zou goed zijn om veel meer met elkaar in gesprek te gaan over dingen waarvoor wij bang zijn. Net als de mensen in Willibrords tijd.
Wij zijn niet bang voor een eeuwenoude knoestige eik. Maar mensen onze tijd hebben ook hun angsten. Als we zelf niet meer bang zijn, kunnen we ook andere mensen laten zien dat ze niet bang hoeven te zijn.
Dan moeten we net als Willibrord doen. Hij trok naar een vreemd land om God te ervaren, en ook de mensen te laten zien hoe blij en gelukkig je van God wordt
“In Gods naam gelukkig” zijn de woorden die van Willibrord zijn overgeleverd.

Laten wij daarom niet in de kerk blijven zitten wachten op zondag tot de mensen hierheen komen. Maar laten we erop uit gaan in onze eigen omgeving. We mogen laten zien hoe blij en gelukkig je bent als je Jezus navolgt in zijn liefde voor God. Laten we doof worden voor de stemmen in en om ons die zeggen: je moet dit of je moet dat, anders gaat het niet goed met jou en met ons allemaal!
Zusters en broeders, meisjes en jongens, zo kwam Willibrord Jezus en God bij de mensen hier brengen. Je kunt ook zeggen: God bracht hem bij ons. Het was alsof er een licht ging branden in de duisternis.
Wij mogen allemaal op onze eigen manier zulke lichtjes zijn in deze wereld.  Kleine Willibrordjes.
Daarom nodig ik de kinderen van het Willibrordkinderkoor uit om hun lichtjes aan te steken aan deze grote kaars, het licht van Christus. Dat is ook de naam van onze parochie. Laten we allemaal “In Gods naam gelukkig”zijn
Amen

(c) Martin Los, pastoor