Homilie op de 5e zondag van Pasen 2015

 

Preek op de vijfde zondag van Pasen 2015 op 2 en 3 mei in de Willibrordkerk en Mariakerk

Schriftlezingen voor deze zondag uit het universele rooms-katholieke lectionarium: 1e lezing Handelingen der Apostelen 9:26-31. 2e lezing 1e Brief van de h. apostel Johannes 3:18-24. Evangelie: Johannes 15:1-8 (Ik ben de wijnstok, jullie de ranken)

Lieve broeders en zusters, gisteren is een menigte van ruim dertienhonderd pelgrims uit ons bisdom naar Lourdes vertrokken.
Ook een aantal parochianen is mee. Ze hebben het vaandel van de parochie Licht van Christus meegenomen. Ze voeren het mee in de processies.
Ze bidden daar óók voor onze parochie.
In 2007 ging voor het eerst een grote groep uit onze parochie naar Lourdes. Dit jaar hebben zich onze pelgrims aangesloten bij de grote bisdombredegroep naar Lourdes.

De pelgrims hopen natuurlijk zelf door deze bedevaart geraakt en bemoedigd te worden. Misschien hopen sommigen als herboren terug te keren. Maar ze gaan niet alleen voor zichzelf. Ze gaan als medechristenen, als leden van de kerk, als “ranken aan de wijnstok”.
Dat zullen ze daar heel sterk ervaren want ze ontmoeten er gelovigen uit de hele wereld.  Zoveel verschillende talen, landen en culturen en toch één geloof.  Ze zullen het beleven als ze deelnemen aan de Internationale Hoogmis met soms wel tienduizenden, bij de Lichtprocessies en tijdens de ontmoetingen bij de Grot waar Maria aan Bernadette verscheen. En natuurlijk ook gewoon op de terrasjes.

De aanwezigheid van een grote groep chronische zieken en zorgbehoevende pelgrims, ook uit ons bisdom, zorgt voor een heel bijzondere sfeer. Een sfeer van hartelijkheid, meeleven en hulpvaardigheid. Dingen waar je je anders druk om maakt, ook in je kerk, lijken dan opeens onbelangrijk.
Die positieve geest werkt als een verkwikkend bad voor iedereen. De pelgrims voelen zich als een groot gezin verenigd rondom de moeder van alle gelovigen, Maria. Je proeft de hartelijkheid en de vreugde die past bij de kerk als huisgezin van God.

Als volgende week de pelgrims terugkeren zullen ze zelf veranderd zijn, vervuld van hoop en nieuwe energie. En ze zullen door die nieuwe energie ook de geloofsgemeenschap opladen.
Het kan niet zo zijn dat een bedevaart van meer dan dertienhonderd gelovigen het bisdom onberoerd laat, of de parochies. Wie weet wat er voor nieuwe impulsen uitgaan voor onze gemeenschap.
We hebben het als kerk nódig dat we telkens opgefrist worden en dat we positieve impulsen ontvangen. We hebben het nodig om ook echt te ervaren dat we als ranken verbonden zijn aan de wijnstok die Christus is. Door die ranken stroomt leven. Anders sterven ze af.

Gevoel, want daar gaat het hierom, kan afstompen door teleurstellende ervaringen, ook in de kerk en in ons geloofsleven. Als er teveel kleine teleurstellingen zijn en we daar niets mee doen.
Gevolg is onverschilligheid. Het raakt je niet meer. De negatieve dingen niet, maar ook de mooie dingen niet.
Gevoel kan ook afstompen door zelf geen enkel initiatief te nemen. Je blijft buitenstaander die zijn schouders ophaalt. Dat is ook een vorm van onverschilligheid.
Misschien moeten we zo ook het woord van Johannes verstaan: “vrienden we moeten niet liefhebben met woorden, maar met concrete daden”. Als we geloof bij woorden laten, blijven we op een bepaalde manier aan de zijlijn staan. We zijn dan meer toeschouwers van medespelers. “Niet liefhebben met woorden, maar met daden. Dit is onze maatstaf” zegt Johannes “daardoor krijgen we de zekerheid dat we thuis horen bij de waarachtige God”.
Onverschilligheid leidt tot dorheid als bladeren die afvallen. Die onverschilligheid ontstaat als er geen beleving meer is. Beleving vraagt erom dat we ons persoonlijk investeren. De pelgrims die nu op weg zijn, doen een duidelijke investering in geloof en in de geloofsgemeenschap. Het rendement zal blijken uit de vreugde die ze beleven en mee terug brengen, de versterking van het geloof die ze ervaren, en mee terug nemen.

wijnstokenranken2015Het is mooi als wij ons door hen laten inspireren en hun bedevaart ook als een geschenk aan de gemeenschap en aan ons in ontvangst nemen.
De kerk is een wijnstok met vele ranken. Daar stroomt leven doorheen. Het leven van Christus zelf.
Dat is wat hijzelf zegt en belooft: “blijven jullie in Mij, dan blijf ik in jullie”. Als dát leven door ons stroomt als ranken verbonden aan de wijnstok, blijft de vrucht daarvan niet uit: “Wie in mij blijft, terwijl ik blijf in hem, die draagt veel vrucht, want los van mij kunnen jullie niets”.
Jezus bedoelt daarmee niet dat we zonder hem tot niets in staat zijn als mensen. Nee, Hij spreekt hier over zijn liefde die van hem uitgaat en alle gelovigen met hem verbindt. Over zijn leven dat hij voor ons heeft overgehad. Hij spreekt hier over de kracht die van hem uitgaat en die ons in staat stelt tot daden die ons blij maken: hulpvaardigheid, vergevingsgezindheid, een aanstekelijke manier van leven. Daar verlangen we toch naar? En dat kunnen we niet “ los van hem”.

Het is de gelovige ervaring door de eeuwen heen dat we die liefde het meest voelbaar en concreet ervaren als we Maria een centrale plaats geven in het leven van de geloofsgemeenschap en in het persoonlijke leven.
Maria is niet zomaar een van de vele medegelovigen. Zij is het die ons als moeder van de Heer verbindt met hem en met elkaar als kinderen van God. Rechtstreeks.

Onze tijd heeft deze hartelijke liefde die de kerk als ranken aan de wijnstok doorstroomt heel hard nodig. Tegenover de dreiging van IS en andere terreurbewegingen is echte hartelijke liefde en hoop wat mensen nodig hebben om hun angst te overwinnen De vele rampen die in de wereld gebeuren en door Twitter al een paar minuten later overal te zien zijn, versterken bij veel mensen het gevoel dat ons leven heel kwetsbaar is. Veel jonge mensen groeien op zonder zekerheid op werk, relaties, en innerlijke rust.

Als verkondigers van het Evangelie kunnen we  zoveel betekenen voor de wereld van vandaag. Maar dan moeten we zelf als geloofsgemeenschap vreugde uitstralen. De vreugde dat Christus zelf in ons midden is, en wij met hem daadwerkelijk verbonden zijn.

Volgende week keren de pelgrims terug. Vervuld van belevenissen die ze misschien niet goed onder woorden kunnen brengen. Maar wat ze beleefd hebben zal doorwerken in hun leven. En het zal doorwerken in hun omgeving, in de parochies, in het bisdom.
Wat mooi als we onszelf hier weer met nieuwe ogen moge gaan zien. Dat we ervaren dat Maria hier niet minder verbindt met haar Zoon dan in Lourdes. Dat we onverschilligheid voor zover die er is, weer afschudden, en dat we zichtbaar delen in de vreugde van het geloof. Dat we zelf vruchten mogen dragen van geloof, hoop en liefde die door de gemeenschap als ranken aan de wijnstok stromen.
We hebben het zelf nodig, de geloofsgemeenschap heeft het nodig, de wereld om ons heen heeft het nodig. Amen

(c) Pastoor Martin Los

Homilie op de 4e Paaszondag 2015 Mariakerk

kinderschoenen

Preek op de Vierde zondag in de Paastijd 25  april 2015 in de Mariakerk te De Meern (Roepingenzondag)

voorgeschreven lezingen uit het universele r.k. lectionarium voor deze zondag: 1e lezing Handelingen der Apostelen 4:912 2e lezing: 1e Brief h. apostel Johannes 3:1-2) en Evangelielezing: Johannes 10:11-18

Lieve zusters en broeders, de eerste lezing is in deze 50 dagen van Pasen steeds genomen uit het Boek van de Handelingen de Apostelen. Dat is niet zonder reden. De Handelingen der Apostelen vertellen over de eerste christenen. Alles was voor hen nog nieuw. Wat ze verkondigden. Wat ze beleefden. Hoe ze met elkaar omgingen. De Kerk stond nog helemaal in de kinderschoenen.

Er zijn nu bijna 2000 jaar voorbijgegaan. De Kerk heeft een hele geschiedenis achter de rug. Dat zou de indruk kunnen wekken dat de Kerk oud is, te oud misschien om het nog lang uit te houden.
In de media in ons land is het al gewoonte om alleen nog in de verleden tijd over de kerk te spreken als iets van vroeger. Maar in zekere zin staat de kerk nog steeds in de kinderschoenen. Ze is niet oud en versleten. Ze heeft nog een heel leven voor zich. We hebben alle reden om vol hoop te zijn.

De krimp in de kerk in ons land, en in het hele christendom, is treurig. Maar dat mag voor ons geen reden om bij de pakken neer te zitten. Het is eerder teken van een nieuw begin dan van het einde.
De apostelen en de eerste christenen hadden helemaal nog niets. Ze stonden nog echt aan het begin. Maar dat was voor hen geen reden te denken: de wereld het Evangelie verkondigen is onbegonnen werk. Nee, ze hadden hun angst en onwennigheid afgelegd. Ze begonnen de blijde boodschap te verkondigen ondanks alle mogelijke gevaren.
Want ze wisten: we staan er niet alleen voor. De Heer staat achter ons. Sterker nog. Hij gaat al voor ons uit als de Goede Herder. In zeker zin staat de kerk altijd in de kinderschoenen, omdat de wereld waarin ze staat telkens anders is. Er zijn geen pasklare antwoorden. Er zijn alleen uitdagingen. In elke tijd opnieuw.

Petrus stond als voorman van de jonge kerk als beklaagde voor de Joodse raad omdat hij een zieke man genezen had in de naam van Jezus.
Nog niet lang geleden had Petrus uit angst zijn meester verloochend toen die gevangen genomen was en aan het kruis stierf. We hoorden nu Petrus moedig voor Jezus uitkomen. Hij zei tegen zijn aanklagers en rechters: Als wij vandaag ter verantwoording geroepen worden voor een weldaad aan een arme en gebrekkige man waardoor deze genezen is, dan moet u allen weten dat dit gebeurd is in de naam van Jezus”.

Hoe is het mogelijk denk je dan dat de eerste christenen aangeklaagd werd omdat ze iemand genezen hadden. Welke wet kan zoiets verbieden. Geen enkele toch? Maar als u het bedbadbroodoverleg hebt gevolgd, dan krab je toch achter je oren. Hoe lang zal het nog duren voordat in ons land mensen voor de rechter moeten verschijnen omdat ze uitgeprocedeerde asielzoekers te eten hebben gegeven. Welke wet kan verbieden dat je iemand die van honger dreigt te bezwijken een helpende hand geeft. Wetten zijn er om misdaden tegen te gaan. Maar als eten geven aan een arme drommel strafbaar wordt, wrijf je je ogen uit.
Toch is dat waar het dezer dagen omgaat:   Mag je mensen verbieden anderen te helpen? Als christenen kunnen we ook in het beklaagdenbankje komen want we moeten God meer gehoorzamen dan mensen. En barmhartigheid gaat boven alles.

Het is maar een voorbeeld van dat we steeds voor nieuwe uitdagingen staan als christenen en mensen van goede wil in deze wereld. Ook in onze tijd staat de kerk in de kinderschoenen. Ze heeft nog een heel leven voor zich. Want ze heeft de Levende voor zich, Jezus Christus, die gestorven en verrezen is. Hij is de goede Herder die zijn schapen roept.

GoedeHerder2015Ons geloof, heel de kerk begint niet bij onszelf. Ze begint bij de Heer die ons roept. Hij gaat voor ons uit.  Hij brengt ons samen als zijn kudde. Hij schenkt ons ook aan elkaar. We mogen elkaar steunen in het geloof. We mogen het vieren en beleven als we samenkomen. Delen in elkaars vreugde en verdriet. Elkaar enthousiasmeren door elkaar te vertellen over ons persoonlijke geloofservaringen. Want Jezus heeft gezegd: waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, ben ikzelf in hun midden.
Zo mogen we voor elkaar beeld zijn van de Goede Herder Als kudde van de goede Herder zijn we geen los zand. Geen kruiwagen met kikkers. We vormen tezamen een gemeenschap, een lichaam.

Een gemeenschap kan niet zonder leiding, zoals een lichaam niet zonder hoofd kan. Vanuit ons allen die geroepen zijn, roept de Heer sommigen tot het priesterschap en diaconaat om de dienst van de leiding op zich te nemen. Op een bijzondere manier mogen zij Christus, de Heer, present stellen door de sacramentsbediening en de verkondiging.

Priesterstudenten getuigen dit weekend overal van hun roeping. Morgen zal fra Jaider Chantre Sanchez die hier vorige jaar stage heeft gelopen, vertellen over zijn roeping tot het priesterschap en het religieuze leven. Priester studenten trekken erop uit om ons allen als gelovigen te bemoedigen en te enthousiasmeren. Om ons gebed te vragen. En ook dat we zelf mogelijke geschikte kandidaten die we kennen, wijzen op deze mogelijke levensvervulling.

Laten we niet klagen over het gebrek aan priesters en laten we niet klagen over het gebrek aan gelovigen. Laten we doen wat we zelf kunnen. En laten we het met vreugde doen. Laten we het als een voortecht beschouwen dat de Heer ieder van ons roept in deze tijd. Echt, de kerk staat niet op haar laatste benen. Ze staat telkens opnieuw in de kinderschoenen. Want de Heer zelf gaat voor ons uit als de Levende. Amen

© Pastoor Martin Los