Homilie op de vijfde zondag in de Vastentijd 2015

Preek op de vijfde zondag van de Vasten 21/22 maart 2015 Mariakerk De Meern

Schriftlezingen uit het voorgeschreven wereldwijde r.k. leesrooster voor de zon- en feestdagen: 1e lezing Jeremia 31:31-34.  2e lezing: Hebreeën 5:7-9. Evangelie Johannes 12:20-33

korenaar2015Lieve zusters en broeders, het lijkt een donderslag bij heldere hemel. Philippus en Andreas komen bij Jezus om hem te vertellen dat Griekssprekende pelgrims die ook naar Jeruzalem gekomen zijn voor het Paasfeest hem graag willen spreken. Niets opzienbarends, denk je dan. Op dat moment verklaart Jezus: “Het uur is gekomen dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt. Ik verzeker je: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen. Maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort”.

Die woorden komen als een donderslag bij heldere hemel. De omstanders zeíden even later ook tegen elkaar dat het leek alsof het gedonderd had. Waarom maakten de woorden over de graankorrel zo’n overdonderende indruk?
Zo opzienbarend is dat beeld toch niet, het beeld van een zaadje dat moet sterven, om vrucht te kunnen dragen? Een beetje filosofisch ingestelde mens kan gemakkelijk tot de vaststelling komen, dat alleen wat sterfelijk is ook echt vruchtbaar kan zijn.
Maar dat is nou juist het punt.
Jezus strijkt niet met de hand over zijn  baard als een oude wijze man die na een lang leven een levensles geleerd heeft, en die nu vriendelijk aan zijn publiek prijsgeeft. Hier staat een jongeman in de kracht van zijn leven. Hij heeft nog een heel leven voor zich.

Én die jongeman staat op het punt om de hele wereld aan zijn voeten te leggen. Want zijn roem is blijkbaar inmiddels ook doorgedrongen tot de wereld buiten de Joden en buiten Israël. Pelgrims van allerlei nationaliteiten willen hem spreken. Griekssprekende worden ze genoemd. Het Grieks was in die dagen de wereldtaal. Zoals Engels in onze tijd. De hele beschaafde wereld sprak Grieks. Daarom waren Philippus en Andreas best trots. Ze zagen het als een buitenkans voor hun meester om ook buiten Israël beroemd te worden.

Dus juist als de hele beschaafde wereld rijp lijkt om Jezus in het centrum van de belangstelling te zetten, verklaart hij: “Het uur is gekomen dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt. Ik verzeker je: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen. Maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort”.

Jezus verkondigt hier niet een beetje een afgezaagde filosofische wijsheid uit. Hij spreekt over zichzelf. Hij kondigt de wég af die hij zal gaan. Willen de Grieken hem spreken? Dat is helemaal niet aan de orde.
Hij ís er helemaal niet op uit om wereldberóemd te worden. Hij is gekomen om de wereld te rédden.
Alles wat Jezus te zeggen heeft, heeft hij gezegd. Zijn leerlingen hebben alles gehoord en gezien. Zij kunnen straks de wereld intrekken om alle mensen de blijde boodschap te verkondigen.
Het enige wat nu nog nodig is, is dat hij de uiterste consequentie van zijn boodschap op zich neemt. Hij zal Gods liefde laten zien ook al kost het hem het leven aan het kruis.

“ Wie zijn leven bemint, verliest het, maar wie zijn leven in deze wereld haat, zal het ten eeuwigen leven bewaren” vervolgt Jezus  “leven in deze wereld” daarmee bedoelt Jezus de drang naar succes, macht, beroemdheid, allemaal voorbijgaand en schijn. Jezus gaat een andere weg.
Niet wereldberoemd worden en applaus ontvangen. Maar de wereld redden, en mensen winnen voor God en het eeuwige leven. Want dat is de eer waar Jezus naar uit ziet. Niet de eer die de wereld geeft, maar de eer die God geeft.  De eer die Jezus van zijn Vader in de hemel zal verkrijgen is dat allen die in hem geloven, in zijn leven mogen delen. Dat allen mogen delen in zijn goddelijk leven. “Het uur is gekomen dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt. Ik verzeker je: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen. Maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort”.

Begrijpen we wat we horen? Pas op, want het komt als een donderslag als het goed tot je doordringt: als je gelooft in Jezus als de Verlosser, dan ben je een vrucht van zijn leven en sterven en verrijzenis. Dan zijn we een korrel in de korenaar die hij is doordat hij zijn leven gegeven heeft als een zaad dat in de aarde valt en sterft.

U en ik, bestaan niet langer zonder hem. Wij leven in hem en hij in ons. Dat is de ontdekking die kan zijn als een donderslag bij heldere hemel. Niets geen platgetreden huis, tuin en keuken filosofie die vertelt dat al wat bestaat eerst moet sterven om leven voor te brengen.
Natuurlijk is dat waar. Maar het gaat hier niet om een algemene waarheid. Het gaat hier om de goddelijke waarheid die geen mens kan bedenken. De goddelijke waarheid die steeds opnieuw als een donderslag bij heldere hemel klinkt:
Jezus geeft zich als de Zoon van God die in de wereld gekomen is om door zijn goddelijke liefde zijn eigen leven in ons te planten als een zaad.
Wij zijn een deel van zijn leven geworden en hij van ons leven. Dat is ons geloof. Dat is onze vreugde. De persoon die wij zijn, is daardoor niet uitgeschakeld, maar de persoon die we zijn komt daardoor tot zijn recht. Ons leven wordt zelf vruchtbaar door de liefde van God die de gemeenschap met Jezus ons schenkt.

Dat is het mysterie van Pasen. Christus leeft in ons en wij in hem.
Elke poging om het christendom los te koppelen van Jezus als de levende Heer, bijvoorbeeld om onze boodschap aanvaardbaarder voor anderen te maken, berooft het geloof van haar vreugde en haar kracht.
Zonder de hartelijke liefde tot Jezus verdampt het geloof.

Daarom gaan we als kerk weer het Paasfeest tegemoet. In de gedachtenis van het lijden en sterven en de verrijzenis van onze Heer staat Jezus zelf centraal. Niet als een beroemdheid naast andere figuren die we bewonderen, maar als de Redder van de wereld die ons leven vruchtbaar maakt.
Hij schenkt ons het leven uit God. Onszelf niet op de eerste plaats stellen, maar ons leven als een geschenk van God beleven. Liefde tot de medemens beoefenen.  Liefde alsof ze in ons eigen hart geschreven staat zoal de profeet Jeremia voorspelde.

Deze laatste weken voor Pasen zijn bedoeld om onze liefde tot Jezus weer aan te wakkeren. Om opnieuw de betekenis van de doop en het geloof als vereniging met Jezus te ervaren. En om weer hartelijk en spontaan de boodschap van Jezus zelf in praktijk te brengen.

“Dank u, Heer Jezus, dat u de graankorrel geworden bent die door het mysterie van uw lijden en sterven en verrijzenis oneindig veel vrucht draagt. Dank u dat wij, zelf ook die vruchten mogen zijn. Schenk ons de vreugde om dat ook steeds opnieuw zo te beleven in het leven van alle dag”. Amen

(c) Martin Los, pr

homilie op de 3e zondag in de Veertigdagentijd 8 maart 2015

wat klopt hier niet? Lees preek

wat klopt hier niet? Lees preek

Preek op de 3e zondag in de Veertigdagentijd op 7 maart in Willibrordkerk en 8 maart 2015 in Mariakerk
Schriftlezingen uit het wereldwijde r.k. leesrooster voor deze zondag: 1e lezing: Exodus 20:1-17 (Tien Geboden) 2e lezing: I Korinthiërs 1:22-25. Evangelie: Johannes 2:13-25

Lieve zusters en broeders, het valt mij elke keer op dat veel mensen blij zijn met dit verhaal over Jezus’ optreden in de tempel. Ik hoor dan: “Gelukkig werd Jezus ook wel een flink boos. Kijk maar hoe hij met een gesel het tempelplein schoonveegde”.
We vinden het kennelijk fijn dat die altijd vriendelijke en zachtmoedige Jezus ook een keer boos wordt. Anders lijkt het net alsof hij geen echt mens is.
We herkennen ons in zijn aanval van woede omdat we allemaal wel eens uit ons vel springen.
Maar klopt deze indruk wel? Springt Jezus echt uit zijn vel? Is dit een aanval van woede?
We moeten boosheid niet verwarren met verontwaardiging. Boosheid komt voort uit een gevoel van machteloosheid. Omdat je iets niet op een normale manier kunt oplossen, wordt je boosheid gewekt. Of omdat je je zin niet krijgt. Als het de druppel is die de emmer doet overlopen, ontplof je misschien zelfs.

Handelt Jezus hier uit een gevoel van onmacht? Zeker niet. Hij oefent hier macht uit. Hij veegt het tempelplein schoon. Jezus is niet boos. Hij oefent het gezag uit. Mensen vragen: “met welk recht doe je dit?”
Jezus was wel verontwaardigd. Maar dat is niet hetzelfde als boosheid.
Verontwaardigd is iemand die een misstand ziet, en die misstand aan de kaak stelt. Je gaat er zelf iets aan doen. Of je roept anderen op mee in verzet te komen.
Verontwaardigd ben je als je ziet dat een bepaalde waarde in jouw leven en in de maatschappij aangetast wordt. Verontwaardigd ben je als iets dat heilig is in jouw ogen, dreigt verkwanselt te worden.
Als je van boosheid uit je vel springt, weet je soms niet wat je doet. Maar iemand die verontwaardigd is, kan heel goed uitleggen waarom. Die weet ook wat hij doet.

Kijk maar naar Jezus. Als hij ziet dat het tempelplein een marktplaats is geworden, springt hij niet uit zijn vel. Hij begint niet met gebalde vuisten om zich heen te maaien. Nee, hij telt bij wijze van spreken tot tien. Of liever:  tot honderd.
Hoe weten we dat? Omdat hij eerst rustig een paar touwen pakt. En die touwen knoopt hij aan elkaar. Dat kostte best even tijd. Iedereen kon zien waar hij mee bezig was en iedereen kon zich uit de voeten maken. Pas dan veegt hij het plein schoon. Niet als een overvaller, maar als de heer van het huis die grote schoonmaak houdt.
Met deze actie laat Jezus zien dat de tempel en de dienst aan God hem heilig is.
Ik heb hier even bij stil gestaan omdat we ook in onszelf verontwaardiging en boosheid uit elkaar moeten houden. Voor onze boosheid schamen we ons vaak achteraf, voor onze verontwaardiging niet.

Maar was dat nou zo erg dat die handelaren daar dieren te koop aanboden? Die dieren waren toch nodig voor de offers op het tempelplein? Toen Jezus, veertig dagen oud, door Maria en Jozef naar de tempel werd gebracht, offerden ze toch ook een stel duiven.
En die geldwisselaars waren toch ook nodig vanwege de vele pelgrims die met vreemde valuta betaalden? Die waren inderdaad nodig. Daar tegen verzette Jezus zich niet, maar hij verzette zich er wel tegen dat de handel doorgedrongen was in het heiligdom zelf.
Het heiligdom is het huis van God, een huis van gebed, Gods woning onder de mensen. Daar moet je van af blijven. Dat mag geen handel worden. Want dan wordt de waarde ervan aangetast.

Ik hoor wel eens mensen zeggen die maar een paar uurtjes in Lourdes zijn geweest op weg van Spanje terug naar huis: “Lourdes vind ik niks. Al die winkeltjes met kaarsen, rozenkransen en beeldjes”. Nou, ik kan u verzekeren: op het enorme heiligdom van Lourdes wordt niets te koop aangeboden. Dat is allemaal in het stadje zelf. En natuurlijk willen pelgrims voor hun huisgenoten een souvenirtje mee nemen. Daar is niks mis mee.

Het Evangelie vandaag vertelt ons dat we de waarden in ons leven en in de wereld moeten respecteren. Jezus komt op voor de hoogste waarde. Hij komt op voor God.
God is voor Jezus het hoogste goed. Alle andere waarden in het mensenleven hangen van God af. Dat zien we ook in de Tien geboden.
God is de basis van alles. Want God is liefde. En liefde is de hoogste waarde in het leven. Als je die hoogste waarde aantast, tast dat alle andere waarden aan.

Die aantasting van waarden tref je op vele vlakken aan. Soms kost het tijd om die aantasting te ontmaskeren. We komen het tegen in onze economie.
Als mensen alleen maar beschouwd worden als consumenten en niet meer gezien worden als volwaardige burgers. Er wordt dan niet meer gekeken wat mensen nodig hebben voor hun bestaan. Er worden behoeften gekweekt.
Zelfs de overheid moedigt mensen aan om zoveel mogelijk te kopen omdat dat goed is voor de economie. Maar de mens is er niet voor de economie. De economie is er voor de mens. Het gaat hier om de waardigheid van de mens. Wij, mensen, zijn meer dan consumenten.

Of neem de zorg. Ooit heten ziekenhuis gasthuizen, hospitalen, waar het lot van zieken verzacht werd door mensen die er hun roeping in zagen voor lijdende mensen te zorgen. De waarde was toen barmhartigheid.
Nu is de zorg een industrie geworden waar de patiënt een onderdeel van is geworden. Nu door de financiële crisis bezuinigd moet worden in de zorg, komt de vraag naar voren:  waar gaat het nou eigenlijk om in de zorg: om winst te maken of om mensen te helpen. Natuurlijk komt er geld bij kijken, maar dat mag niet het hoofddoel zijn.

Ik denk ook aan sport, in het bijzonder voetbal. Een heel mooi spel. Maar als geld de overhand krijgt, wordt het voetbal aangetast.
Natuurlijk is er geld nodig, ook in de sport, maar als het de hoofdrol gaat spelen, keldert de waarde van het voetbal, je ziet de belangstelling afnemen, en je ziet het vandalisme toenemen.

Alles wat van waarde is moet steeds opnieuw veiliggesteld worden. Als een waarde in het leven door misbruik naar beneden wordt gehaald, is verontwaardiging op zijn plaats.
Dat vraagt niet om handelen uit blinde boosheid, maar bewuste, redelijke blootlegging van de corruptie van godsdienst, of van alles wat echt van waarde is in ons leven.

Jezus veegt met een zelfgemaakte gesel van aan elkaar geknoopte  touwen het tempelplein schoon. Het is een voorproef hoe hij straks met het offer van zijn leven een nieuwe tempel voor God zal oprichten.
Als de mensen voor straf en uit woede hem geselen op weg naar het kruis. Daar richt hij een nieuwe tempel voor God op door zijn eigen lichaam en bloed te geven voor alle mensen.
Nog nooit is God zo dicht bij ons gekomen. God als onvoorwaardelijke liefde. Het hoogste goed.
In deze veertigdagentijd staan we er extra bij stil hier hoe we God weer als hoogste goed ook in ons eigen hart kunnen toelaten. Hoe we dit huis en deze aarde weer als heilige grond ervaren. Amen

© Pastoor Martin Los