Homilie op de 2e zondag in de Veertigdagentijd 28 feb/1 maart 2015 Mariakerk en willibrordkerk

tabor2015Preek op de 2e zondag van de Veertigdagentijd. 28 februari Mariakerk en 1 maart 2015 Willibrordkerk

Voorgeschreven Schriftlezingen voor de Mis op deze zondag uit het wereldwijde lectionarium van de r.k. kerk: 1e lezing Genesis 22:1-2. 9a.10-13.15-18.
2e lezing Romeinen 8:31b-34 Evangelie: Marcus 9:2-10

Lieve broeders en zusters, daarboven op de berg openbaart Jezus zich aan drie van zijn leerlingen in zijn heerlijkheid. Het zijn niet toevallig dezelfde drie die later met de Heer in de hof van Gethsemane zijn.
Ik noem dit omdat we op weg zijn naar Pasen. Dat betekent dat we ook op weg zijn naar de Goede Vrijdag waarop Jezus in peilloze eenzaamheid stierf aan het kruis. Voordat hij gevangen genomen werd bad hij op de Olijfberg.
Dezelfde drie leerlingen waren toen ook bij hem. Telkens als hij naar hen terugkeerde vond hij hen in slaap. Ze waren moe. Moe van droefheid en angst vanwege de donkere wolken die zich boven hen samenpakten.
Hier op deze berg zijn er geen donkere wolken van gevaar, maar een zee van licht waarin hun Meester staat. Licht waarin hij staat en licht dat van hem uitgaat. Alsof hij helemaal doorschijnend is tot in zijn diepste wezen.

Ze zien hun Meester in gesprek met Mozes en Elia. De namen Mozes en Elia staan voor de Heilige Schrift, de Wet en de Profeten. Al die overgeleverde woorden, verhalen en voorschriften, die voor de meeste mensen onbegrijpelijk waren. Zelfs geleerde rabbijnen tastten vaak in het duister over de betekenis.
Ook wij hebben de grootste moeite om de teksten te begrijpen. Denk maar aan het verhaal van Abraham en Izaak dat we gehoord hebben. Beproeft God echt een mens zodat Hij hem uitdaagt zijn kind te offeren? En is dát echt geloof als je die uitdaging aangaat? Of moeten we veeleer kijken naar Izaak die zich van geen kwaad bewust láát binden?
Het was en is alsof er een waas over de Wet en de Profeten lag zoals bij een spiegel die beslagen is. We zien vaak alleen maar contouren.
Maar Jézus is daar op de berg in gesprek met hen. De waas is helemaal verdwenen. Ze bevatten voor hem geen geheimen. Nee, ze laten zien welke weg hij moet gaan om de betekenis van de Heilige Schrift duidelijk te maken. Jezus is de enige die de bedoeling van God’s woord helemaal verstaat. Hij is ook de enige die deze bedoeling kan uitleggen.
Dat is een hele troost voor iedereen – en wie is dat niet – die het gevoel heeft dat je moeite hebt de bijbel te begrijpen. Kijk naar Jezus, luister naar Jezus. Dan begrijp je.

Maar dat zal niet kunnen gaan zonder dat Jezus met zijn eigen leven de Schrift uitlegt en door zijn leven in de waagschaal te zetten.
Een bekende Engelse onliner luidt: If you don’t do the walk, don’t do the talk. Als je niet bereid bent zelf de weg te gaan van wat je anderen leert, houdt dan je praatjes maar achterwege. Jezus omgang met de Heilige Schrift is niet die van een studeerkamergeleerde die het leven zelf niet kent of van een propagandist die vol vuur predikt maar zijn handen niet vuil maakt aan zijn boodschap.
Met zijn eigen leven zal Jezus laten zien wat de betekenis is van de Wet en de Profeten. Ze komen in hem aan het licht. Juist doordat hij bereid is de weg tot het uiterste toe te gaan, de weg van de opoffering, de weg van het lijden omwille van de waarheid en de liefde.

De leerlingen willen dit moment vasthouden. Ze bieden aan tenten op te zetten voor Jezus, Mozes en Elia. Zouden ze een fototoestel hebben gehad, dan zouden ze dit tafereel misschien wel vast hebben willen leggen op een foto en meteen via Whatsapp of Facebook hebben willen versturen. Maar dat zou niet gelukt zijn. Waarom niet? Omdat de foto dan totaal overbelicht zou zijn geweest. Niets te zien, behalve wit.
Van tenten opzetten, om het moment vast te houden, komt het ook niet. Een wolk hult alles in dichte nevel. Maar de leerlingen hebben nu gezien wie Jezus is. Maar hij moet zijn weg nog gaan. Hij moet het nog gaan waarmaken. Hij wíl het gaan waarmaken vanwege zijn liefde tot God en zijn liefde tot de mensen. De leerlingen weten nu dat Jezus in zich Mozes en Elia verenigd. Hij is het woord van God zelf.
Daarom die stem: Dit is mijn geliefde Zoon, luistert naar hem. Ze moeten Jezus volgen. Hij is woord van God. Dan zullen ze gaan verstaan wat Gods weg is. De weg van waarheid en liefde.

Het zal geen gemakkelijke weg worden. Ze zullen vaak nog in het duister tasten. Vooral als de donker wolken van gevaar zich boven de hoofden van hun meester samenpakken op Goede Vrijdag. Ze vallen op de vooravond in slaap van droefheid, zo zwaar is het. Maar ze hébben gezien wie hij is.
Ze zullen dan ook gaan verstaan dat Jezus geen loser is als hij zijn kruis op zich neemt. Nee, hij brengt de Wet en de Profeten tot vervulling. Hij laat zien dat Gods liefde verder gaat dan alles. Dat ze sterker is dan het kwade en dood. Alleen als we dat begrijpen, kunnen we echt Pasen vieren.

Dat stelt aan ons de vraag of wij echte leerlingen van Jezus willen zijn. Durven we hem volgen? Met ons eigen leven?
Als christenen zijn we vaak als mensen die wel met de mond belijden, maar durven we ook ons geloof in de weg van Jezus in praktijk brengen?
Ook op ons is van toepassing, ook op mijzelf: if you don’t do the walk, don’t do the talk.  Als je niet bereid bent de weg zelf te gaan, houdt dan anderen niet voor wat ze moeten doen.

Maar we zijn toch geen van allen volmaakt? Nee, daar gaat het ook niet om. We hoeven niet volmaakt te zijn want Jezus schenkt ons zijn volmaaktheid. Hij overstelpt ons met zijn goddelijke liefde.
Waar het wel om gaat is dat we proberen in eigen leven ons geloof in praktijk te brengen. Ook al is het vaak met vallen en opstaan.
Als we in eigen leven met moeilijkheden worden geconfronteerd, laten we ons dan verleiden om ons vertrouwen op te zeggen in God?
Of zeggen we: God, ik begrijp U niet. Waarom overkomt mij dit alles. Ik kan me ook niet voorstellen, dat U hierin de hand hebt. Wees mij tot steun, nu ik niet weet hoe ik verder moet.
Of als een medemens iets in ons nadeel doet, schrijven we die ander dan meteen af? Of geven we de ander een nieuwe kans.
Beschouwen we alle kritiek op ons direct als aanval op onze persoon, of zijn we ook bereid te denken dat de ander het beste met ons voor heeft.
Jezus volgen betekent ernst maken met zijn weg van liefde en barmhartigheid. Niet terugschrikken als het ons iets kost.

Wanneer wij geloven in Jezus, dan wil dat zeggen dat Hij zichzelf aan ons geopenbaard heeft als het Licht der wereld. En dat God door de heilige Geest ons Jezus als zijn Zoon heeft aangewezen. Dan kan het niet anders of het verlangen leeft in ons om in zijn voetspoor te gaan. Ja, dan zal het zelfs voldoening geven omdat we zijn liefde des te meer ervaren als we naar Hem luisteren en ernaar leven. Dan zal ook de zekerheid van het geloof in ons groeien, de zekerheid waarmee de apostel zegt: “Wie of wat zal mij kunnen scheiden van de liefde van God?” Niets en niemand! Amen

Pastoor Martin Los

Homilie op de 1e Zondag in de Veertigdagentijd 22 februari 2015

Preek op de 1e zondag van de Veertigdagentijd zaterdagavond 21 februari 2015 Willibrordkerk Vleuten en zondag 22 februari 2015 Mariakerk De Meern
In de Mis werden volwassenen gezalfd met de olie van de geloofsleerlingen

voorgeschreven lezingen voor deze zondag in het universele leesrooster van r.k.kerk: 1e lezing Genesis 9:8-15, 2e lezing I Petrus 3:18-22 en Evangelie: Marcus 1:12-15

Lieve zusters en broeders, het is goed aan begin van deze Veertigdagentijd voor Pasen ons eraan te herinneren dat deze tijd zijn oorsprong vindt in de vroege kerk. Toen werden de volwassenen die zich voorbereiden op de doop, gedoopt in de Paasnacht.
Deze doop van de volwassenen in de Paasnacht legde een prachtige verbinding tussen Pasen en de doop, tussen Pasen en de betekenis van de doop. Want wat vieren we met Pasen? De dood en de verrijzenis van onze Heer Jezus.
De doop in de Paasnacht maakt op een unieke manier duidelijk dat onze doop te maken heeft met de dood en de verrijzenis van Jezus. Door de doop worden we ondergedompeld, niet alleen in water, maar in het lijden en sterven van Jezus om met hem op te staan tot een nieuw leven.
Deze praktijk uit de vroege kerk van de volwassenendoop in de Paasnacht was in onbruik geraakt toen vrijwel alleen nog kinderen van gedoopte ouders gedoopt werden. Maar in de huidige tijd zijn steeds meer mensen niet als kind gedoopt. Zij kiezen als volwassen later toch bewust voor geloof en doop.
Daarmee lijkt de kerk weer meer op het vroege christendom, zoals ze wel in meer opzichten gaat lijken op de tijd van de eerste christenen.
Zo is de praktijk van de volwassenendoop in de Paaswake weer actueel. In ons land wordt enkele honderden volwassenen gedoopt, over de hele wereld vele duizenden. Ook in onze eigen parochie zullen drie jonge vrouwen in de Paaswake gedoopt worden. Zij zien naar dat moment uit als een blij en beslissend hoogtepunt in hun leven.  zalvinggeloofsleerlingenVandaag ontvangen zij de zalving van de geloofsleerlingen op weg naar hun doop.
Wij verheugen ons met hen over hun nieuw geboorte met Pasen, hun geboorte in een leven verenigd met Jezus Christus als kinderen van God.
Maar we doen meer dan ons verheugen met hen. Wij vragen ons af hoe ónze eigen relatie tot Jezus, de levende Heer is. Is er geen sleur ingeslopen? Hebben we voldoende de kansen aangegrepen om echt te leven in zijn voetspoor? Daarom deze tijd van bezinning.

Veertig dagen lang zijn we als het ware met heel de kerk op retraite. We trekken ons terug uit de wereld in de eenzaamheid van onze binnenkamer. De binnenkamer van ons hart.  Geen retraite in een klooster of een rustoord op de Veluwe, maar een retraite in de ruimte van de tijd, de Veertigdagentijd.
We willen ons opnieuw bewust worden van de rijkdom van het geloof, van wat werkelijk de bron van ons leven is.
We mogen ons op deze manier óók verbonden voelen met Jezus die veertig dagen in de woestijn verbleef. Hij hoorde allerlei stemmen, van de lieve engelen die hem dienden en voor hem in de handen klapten van enthousiasme, maar hij hoorde ook de stem van de satan.
Satan, dat is die inwendige advocaat die ons aanklaagt. Schuldgevoelens die je ondermijnen. De herinneringen aan situaties waarvoor we ons schamen.
Satan is de stem die zegt: “Verbeeldt je maar niks. Jij, kind van God? Laat me niet lachen!”
Ook Jezus werd beproefd. Niet door stemmen van schuldgevoel en schaamte, maar hij werd beproefd als Zoon van God door een stemmetje dat zei: “Vertrouw maar niet op God, want dat is een sprong in het duister. Als mens ben je kwetsbaar en weerloos. Gebruik je goddelijke kracht om geen pijn en gebrek te kennen en om nooit te hoeven lijden”.
Jezus legde die stem het zwijgen op door te kiezen voor de onvoorwaardelijke liefde. Daarom is hij van unieke betekenis voor ons geworden. Hij koos ervoor om één met ons te zijn in onze kwetsbaarheid en gebrek. Hij koos ervoor om ons op zijn beurt deel te geven aan zijn leven waarover het kwade en de dood geen macht meer hebben.

Deze Veertigdagentijd nodigt u en mij uit om ons af te vragen: als Jezus alles voor ons heeft overgehad, hoe kan ik dan daarvoor danken? Hoe kan ik mijn doop opnieuw beleven in de aanvaarding van mijzelf, in de omgang met mijn medemensen, in mijn respect voor het leven als een geschenk van God.
Want onze doop is is een groot geschenk, het is ook een voortdurende opdracht.
De apostel Petrus hoorden we zeggen in de 2e lezing: “De doop beoogt niet de verwijdering van lichamelijke onreinheid, maar beoogt de verbintenis met God van een goede geweten, krachtens de opstanding van Jezus Christus”.
Dat goede geweten is niet dat we nooit tekort geschoten zijn of dat we ons nergens voor hoeven te schamen. We weten wel beter. En anders is er wel dat ondermijnende innerlijke stemmetje.
Nee, dat goede geweten is de innerlijke zekerheid dat de liefde van God sterker is dan al die stemmetjes die ons omlaag trekken. De doop is het medicijn tegen al die tegenstemmen.
En dáárdoor stromen we vol energie die we goed kunnen gebruiken. Onuitputtelijke nieuwe levensenergie in de vorm van geloof, hoop en liefde.
We hebben dat persoonlijk nodig. Maar ook onze wereld heeft dat nodig. Mensen die vol goede moed in het leven staan. Niet omdat ze zelf onkwetsbaar zijn, maar omdat de kracht van Christus ontdekt hebben.
Wanneer wijzelf positief in het leven staan zullen we ook andere positieve krachten ontdekken in onze medemensen, in de kansen om ons heen.
Want we kunnen als persoon naar beneden getrokken worden door zelf-ondermijnende stemmen. Maar dat kan ook met onze wereld gebeuren. Dat mensen door de ellendige en gruwelijk dingen die gebeuren gaan geloven in de ondergang. Dat mensen cynisch en onverschillig worden en denken “na ons de zondvloed”.

Petrus en de eerste christenen waren zo positief dat ze de kracht van de verrijzenis van Christus zelfs met terugwerkende kracht zagen. De overwinning op het kwade en de dood strekt zich in hun ogen zelfs uit tot de mensen in het verleden.
Het is die opmerkelijk tekst die we hoorden: “Zo ging Christus heen en predikte voor de geesten in de kerker, zij die in de dagen van Noach, weerspannig waren geweest”.
regenboogWe hebben te kort tijd om hierbij stil te staan. Maar waar het om gaat is dit:  als je gedoopt bent en je leeft uit de kracht van de opstanding, dan zie je ook de mensheid als verlost in Christus. Dan heb je niet alleen hoop voor jezelf maar voor alle mensen. Dan zie je in alle andere mensen kinderen van God. Je schrijft niemand af en je ziet geen situatie als uitzichtloos.
Als teken daarvan verschijnt steeds de regenboog. Die strijdboog is geworden tot stralend teken van vrede. Laten we ons niet alleen verwonderen over de prachtige regenboog. Laten we ook zelf als kerk en door ons leven als gedoopten zijn als de regenboog voor onze wereld. Teken van Gods verbond met alle mensen. Amen

© Martin Los, pastoor