Homilie As-woensdag 2015 Mariakerk

askruisjePreek op As-woensdag 2015 Mariakerk

Lieve zusters en broeders, in een goede liefdevolle relatie durf je ook je kwetsbare zwakke kanten te tonen. Je beseft natuurlijk wel dat de ánder die tekorten waarschijnlijk allang ontdekt heeft, maar dat die ze in liefde heeft aanvaard.
Ja, je kunt ervan uitgaan, dat de ander jou tekortkomingen heeft aangevuld of vele malen geprobeerd aan te vullen. De ander heeft zich ingespannen om te voorkomen dat je er nadeel van ondervond. Zoals een engel die je voor struikelen behoedt.
Grote kans verder dat de ander die jou liefheeft, in sommige situaties jouw kwetsbaarheid helemaal niet als een zwakheid heeft gezien, maar als reden om van je te houden.
Want als de ander die van ons houdt, van ons zou houden om onze sterke kanten, is dat misschien eerder eigenliefde dan echte liefde.
Liefde is niet een hoogste vorm van iemand aardig vinden, maar laten zien dat je de ander aanvaardt met alle kwetsbare zwakke kanten. En niet als iets dat je op de koop toeneemt als een ingecalculeerd verlies, maar als extra reden om liefde aan het werk te zetten.

Waarom deze inleiding over de liefde? Omdat wij vandaag onze zwakheden en tekorten tonen aan God met wie we een liefdevolle relatie hebben.
We tonen onze kwetsbaarheid.  We gaan daarin heel ver. We gaan daarin tot het uiterste. We komen naar voren en ontvangen een kruisje van as met de woorden: “gedenk o mens dat ge stof zijt en tot stof zult wederkeren”.
We doen dat niet om onszelf de grond in te boren. We doen dat niet omdat we ons daarvoor ontzettend schamen en met onze neus op de grond lopen.
Nee, we realiseren ons dat God ons zo kent. Hij heeft onszelf uit stof gemaakt.
Maar dat is voor God geen reden om zijn neus voor ons op te halen. Het is voor God reden om ons lief te hebben. En uit liefde zorgt hij voor ons en bekleedt ons met zijn genade.
Het is liefde voor God van onze kant. We zeggen ermee dat we ons met onze zwakheden en tekorten en onze fouten met huid en haar aan God toevertrouwen.
Het askruisje ontvangen is een gebaar van liefde van onze kant en van Gods kant. Een gebaar van onvoorwaardelijke vertrouwen.
Door het kruisje op ons voorhoofd zeggen we: “God, wij geloven dat niets ons van uw liefde kan scheiden. Wie we ook zijn en hoe we ook zijn. Laat ons dan ook groeien in liefde tot u”.

Wij gaan weer op weg naar Pasen, het mysterie van de dood en verrijzenis van onze Jezus Christus waarin we mogen delen door het geloof.
We gaan op weg samen met de volwassen geloofsleerlingen die in de Paasnacht gedoopt worden. Zij zien vol verwachting uit naar dat nieuwe leven met Jezus Christus.
Ook wij willen als gedoopten het Paasmysterie opnieuw beleven door deze veertigdagentijd als voorbereiding op Pasen.
De vastentijd is geen doel in zichzelf, geen prestatie, maar geheugensteun voor ons verlangen dat de oorspronkelijke liefdevolle relatie tot Jezus opnieuw wordt hersteld en versterkt.
“God, mogen wij uw liefde opnieuw ervaren. Doordat we in deze Veertigdagentijd stil staan bij ons zelf met onze kwetsbaarheid, en doordat we ook onszelf leren beminnen zoals U dat doet. Doordat we onze naaste leren liefhebben en ondersteunen. En doordat we u meer gaan liefhebben als bron van ons leven, door tijd aan u te besteden in gebed en meditatie, door met heel uw kerk in de sacramenten het leven te vieren met zijn mooie maar ook zijn verdrietige kanten”.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen

(c) Martin Los, pastoor

Homilie 5e gewone zondag 7 en 8 februari 2015

Preek op de 5e gewone zondag op 7 februari 2015 in de Willibrordkerk en 8 februari in de Mariakerk

Voor deze zondag voorgeschreven Schriftlezingen uit het universele r.k. lezingenrooster. 1e lezing Job 7:1-4,6-7 2e lezing I Korinthiers 9:16-19,22-23 Evangelie: Marcus 1:29-39

genezingvanschhonmoederPetrus2015

Rembrand van Rijn Genezing van de schoonmoeder van Simon Petrus door Jezus

Lieve zusters en broeders, we kunnen ons heel goed voorstellen dat Jezus’ leerlingen hun meester wilden voorstellen aan hun familie. Ze waren diep onder de indruk van hem. Maar meteen blijkt dat er geen tijd is voor een rustige kennismaking. De schoonmoeder van Petrus ligt met koorts in bed. Dat was in die tijd bijzonder ernstig. Pas tachtig jaar geleden werden de antibiotica ontdekt waarmee koorts kon worden bedwongen. Daarvoor was er geen medicijn tegen koorts. Wie ’s morgens koorts had, kon de volgende dag al sterven. Het was alarmfase één in huize Simons. Bovendien was iedereen bang en niet ten onrechte dat koorts besmettelijk was. Jezus laat zich daardoor niet afschrikken. Hij gaat onmiddellijk op de vrouw die op bed ligt, af, grijpt haar bij de hand en helpt haar overeind.

Het lijkt zo vanzelfsprekend. Maar Jezus genas de vrouw niet alleen, hij doorbrak ook verschillende taboes. 1) Dat je het huis van een zieke niet binnengaat. 2) Dat je een zieke met koorts niet aanraakt. 3) Dat je als man een onbekende vrouw niet aanraakt. 4) Dat je haar je vervolgens laat helpen terwijl iedereen nog niet overtuigd is dat ze geen gevaar meer is. 5) En dat zij hem als vrouw openlijk en vrij mag dienen en niet verbannen is naar de keuken zoals toen gebruikelijk was als mannen bijeen waren.
6) Jezus geneest op de sabbat. Volgens de politiekcorrecte mensen in die dagen was genezen werken. Dat mocht niet op de sabbat.
Het is deze vrijheid van Jezus ten opzichte van allerlei taboes in die tijd die zoveel indruk maakt.

Aan ons de vraag: welke taboes zijn er in onze tijd die menselijke omgang moeilijk maken? Taboes die mensen in een isolement dwingen. Taboes die mensen verstoken laten zijn van zorg en aandacht. Taboes die mensen hinderen in hun ontplooiing als mens. Taboes zijn vaak gebaseerd op angst. Angst voor het andere. Angst voor de ander.
We zien dat Jezus niet bang is. Hij is zichzelf. Hij is zich bewust van zijn heilzame kracht omdat hij door God gezonden is. Die kracht gebruikt hij om mensen te genezen en aan zichzelf terug te geven. Hij gebruikt die kracht om mensen aan elkaar terug te geven en te verbinden.

Als de Sabbat voorbij is en de avond begint, komen alle mensen met hun zieken naar hem toe. De mensen hebben plotseling ook hun angst afgelegd. Want normaal was om je zieke of gehandicapte of geestelijk gekweld kind of demente partner te verbergen in huis. Uit schaamte. Al die taboes verdwijnen als sneeuw voor de zon.
De aanwezigheid van Jezus wordt door iedereen als bevrijding ervaren. Er gaat een heilzame kracht van hem uit.

Overal en altijd waar het Evangelie met liefde en overtuiging wordt verkondigd zullen mensen moed vatten, hun angst afleggen, en het leven weer met elkaar te delen en te vieren. Dat is het ware kenmerk. Het Evangelie nodigt ons uit om in beweging te komen. Altijd opnieuw.

Als iedereen weer naar hun huis toe is, omdat het donker is geworden, rust Jezus ook uit net als iedereen. Dan staat hij voor dag en dauw op om te bidden op een plaats waar hij alleen kan zijn.
Dat is heel belangrijk om te benadrukken. De Heer neemt tijd voor zichzelf. En tijd nemen voor zichzelf betekent tijd voor God. Er kwam zoveel op Jezus af. Ondanks de nood in de wereld, ja juist vanwege de nood in de wereld, nam hij altijd eerst tijd om bij God te zijn. Om zich op te laden. Om vervuld te worden van God.

We  horen zoveel mensen verzuchten ze geen tijd hebben omdat hun agenda’s helemaal vol zitten. Ik heb er zelf ook last van. Maar als we geen tijd nemen om te bidden en te bezinnen, hebben we geen rust meer.
We overzien niet meer wat echt belangrijk is en wat niet. We worden gejaagd en prikkelbaar.
Het is begrijpelijk. Er komt zoveel op ons af. Met name bij de jonge mensen en de gezinnen. Toch is even een stil moment nodig. Voor jezelf. Om te luisteren naar jezelf.
Want jíj mag er ook zijn.
Maar ook tijd is nodig voor God als de oplader die je energie geeft. Je gaat toch ook niet op weg met je auto zonder genoeg brandstof. Is ons leven niet veel belangrijker?

Als we meer innerlijke rust hebben, zullen we ook beter met onze tijd kunnen omgaan, en ook beter met elkaar. We zullen dan ook tijd vinden om de naaste in nood te helpen. Juist als we het Evangelie van Jezus ter harte nemen en als blije hoopvolle mensen willen leven, zullen we ook meer behoefte hebben aan telkens bij het begin te beginnen: bij God en bij onszelf als een kind van God.

We zien bij Jezus ook hoe hij door de rust en gebed weer duidelijk zijn doel voor ogen heeft. Het was goed om de zieken te genezen in Kafarnaum. Maar straks zouden er weer nieuw menigten met hun noden bij hem komen. Was dat de bedoeling? Dat hij een plaatselijke praktijk als wonderdokter zou beginnen? Iemand die in de overlevering zou voortleven als man die heel veel goeds deed?
Nee, Jezus bleef zich bewust van zijn roeping. Dat hij niet alleen de mensen in zijn tijd daar in zijn bakermat Galilea in aanraking zou brengen met God. Het was zijn opdracht de liefde van God te verkondigen aan alle mensen. En hij was zich ervan bewust dat zijn kracht uit zou gaan naar heel de wereld, naar de mensen van alle tijden.

De leerlingen confronteren Jezus dat zijn agenda alweer helemaal vol zit: “iedereen zoekt u!” Maar hij antwoordt: “laten we ergens anders heengaan, opdat ik ook daar kan verkondigen, want daartoe ben ik immers uitgegaan!” Jezus verliest niet zijn doel uit het oog. Juist omdat Hij steeds bij God begint.
Laten we daarom niet wijzer zijn dan Jezus en menen zonder God de problemen aan te kunnen, van anderen en van onszelf. God als een levende werkelijkheid, een persoonlijke toevlucht, een rustpunt in het bestaan.

Het is goed wanneer wij begaan zijn met de nood in de wereld en dat we concreet mensen helpen vanuit menselijke barmhartigheid en vanuit onze christelijk overtuiging. Maar laten we daarbij niet Jezus zelf uit het oog verliezen. Hij begon en eindigde steeds bij God, zijn hemelse Vader.
Als we dat niet doen raken we gemakkelijk buiten adem. De nood groeit ons boven het hoofd. Je wordt machteloos en boos. Je verliest je doel uit het oog. Dat is niet alleen mensen helpen in de nood. Maar het is als christen ook onze taak om mensen hoop op God te geven. Dat iedereen door ons ontdekt een kind van God te zijn.
Dat is een innerlijk vuur dat nooit kan doven. Dat is een innerlijke bron die nooit uitgeput raakt. Dat is een kracht die ons steeds weer troost en uitzicht biedt. Amen

© pastoor Martin Los