homilie op het Hoogfeest van Allerheiligen

Homilie op het Hoogfeest van Allerheiligen op dinsdag 1 november 2016 in de Mariakerk te De Meern

Gisteren, 31 oktober, was het Hervormingsdag. Het is volgend jaar vijfhonderd jaar geleden dat de augustijner monnik Maarten Luther zijn 95 stellingen ter hervorming van de kerk op de deur spijkerde van de kapel in Wittenberg. Ik kan me voorstellen dat een geïnteresseerde zich afvraagt: “Waarom op 31 oktober?” Dat is een datum die op zich niet zo veel zegt. Nee, de 31 oktober niet, maar wel de volgende dag: 1 november. Want dan viert de kerk het feest dat wij ook vandaag vieren. Een groot feest, want we vieren dat God allen die tijdens hun leven vertrouwd hebben op Jezus Christus en allen voor wie hij zijn leven gegeven heeft, bekend en onbekend, verzameld heeft in zijn rijk in de hemel, op het feest van de overwinning op de zonde, het kwade en de dood.
In de tijd van Luther was dit feest minstens zo populair als Kerstmis. Dat betekende volle kerken. Wilde je iets bekend maken zoals Luther met zijn stellingen, dan was er geen beter moment om dat te doen dan de vooravond van Allerheiligen. De drommen mensen die naar de kerk kwamen konden allemaal kennis nemen van de stellingen. Er was nog geen radio, tv of internet.
Luther spijkerde zijn stellingen niet op de kerkdeur tegen de kerk en zeker niet tegen de gemeenschap van de heiligen, maar voor de hervorming van de kerk. Een update van de kerk zouden we dat vandaag noemen. Zoals bijvoorbeeld later het IIe Vaticaanse Concilie.
Onze paus Franciscus de eerste was gisteren in Zweden in Lund met de hoogte vertegenwoordigers van de Lutherse kerken om samen te bidden om verzoening en toenadering. We hebben dezelfde gebedsdienst gisterenavond gevierd in onze parochie in de Torenpleinkerk samen met protestanten.
Een extra aansporing om die eenheid te zoeken, ligt natuurlijk in het geloof dat we allen in Christus één zijn als ranken aan de ene wijnstok die Hij is. En in het geloof dat die eenheid gevierd wordt in de hemel met alle heiligen, dat wil zeggen, allen gelovigen die ons zijn voorgegaan.
Op aarde kunnen verschillen en tegenstellingen zijn, die soms als breuk worden ervaren en het soms ook zijn. Maar in de toekomstige heerlijkheid van God is dat verleden tijd. Als je weet dat je straks elkaar ontmoet in het gezelschap van de Heer en van al zijn heiligen, dan heeft dat invloed op de wijze waarop we hier op aarde in de tijd met elkaar omgaan als christenen en als leden van verschillende kerken.
Dat geldt ook van onze omgang met elkaar in huwelijk, gezin en familie. Wanneer je beseft dat je samen op weg bent als man en vrouw, al leden van een gezin, als broers en zussen, naar de bekroning van dit aardse leven in de hemel bij God, is dat dan niet een krachtig medicijn tegen alles wat de eenheid hier op aarde in dit concrete leven kan bedreigen? We zijn allemaal pelgrims op weg. Geloof in de hemel betekent elk moment aandrang voelen elkaar te vergeven, om elkaar te ondersteunen, om conflicten op te lossen.
todos-os-santos-2016“Zalig de vredestichters” zegt onze Heer “want zij zullen kinderen van God genoemd worden” **). Laten we bij “vredestichters’ niet alleen denken aan politici op wie wat dit betreft ook een grote verantwoordelijkheid rust. Dan moeten we ook denken aan de omgang met elkaar in huwelijk, gezin en familie en in de eigen geloofsgemeenschap en tussen de kerken. We kunnen om zo te zeggen onze Heer niet ruziënd en vechtend onder ogen komen. En dat hoeft ook niet, want het kruis en de verrijzenis van Jezus geven ons allen kracht om te werken aan verzoening en eenheid, om verdraagzaam te zijn, om elkaar lasten te dragen in plaats van te vergroten.
De hemel is geen oord voor perfecte mensen, maar voor zwakke mensen die hun toevlucht gezocht hebben bij Jezus; die hun kleren gewassen hebben in zijn bloed. We mogen er op vertrouwen dat we ooit met velen mogen zien dat verdeeldheid en hardheid van hart niet het laatste woord hebben.
De vredestichters blijken met velen te zijn. Een menigte die niemand tellen kan. Honderdvierenveertigduizend *) is geen beperkt getal zoals misschien voor oningewijden lijkt. Honderdvierenveertigduizend is het getal twaalf, van de apostelen en de stammen van Israel, het getal van hemel en aarde tezamen, God die onder de mensen woont, maal twaalf. Dus in het kwadraat, keer 1000, wat in de Bijbel “ontelbaar” betekent.
We voelen ons als vredestichters en als mensen die het wagen met het kruis van onze Heer misschien wel eens in de minderheid. Maar op het feest van Allerheiligen vieren we dat we met ontelbare verbonden zijn door die ene Heer.
Ze staan om ons heen. We zijn bij de heiligen thuis. Niet alleen vandaag, maar elke dag. Ze staan op de uitkijk. Ze vuren ons aan vol te houden. Weg cynisme dat het allemaal toch niks uitmaakt. Weg negativisme dat alleen maar hindernissen en problemen en donkerwolken ziet.
Er is alle reden te hoop. Moge die hoop ons geloof versterken. En laten we bovenal de liefde van God samen vieren en beleven in de kerk en met elkaar want in de liefde is het rijk van God al onder ons. Als een vooruitgeschoven post van de hemel. Amen

(c) Pastoor Martin Los
Schriftlezingen voor dit hoogfeest volgens het universele r.k. lectionarium voor zon en feestdagen. *) 1e lezing: Openbaring 7:2-4,9-14;  **) Evangelie Mattheus 5`:1-12

Hoogmoed als gebrek aan respect. Mijn preek van deze zondag

Preek op de 30ste gewone zondag door het jaar in de Willibrordkerk en Mariakerk in het weekend van 22 en 23 oktober 2016

Lieve zusters en broeders, “Bij God is geen aanzien des persoons”*) hoorden we. Hij gaat niet op het uiterlijk af. God kent het hart van ieder mens. Gelukkig is er Één die ons bemint en kent en begrijpt nog beter dan wijzelf.
Wíj kunnen níet in het hart van de ander kijken. Toch doen we vaak alsof. Wanneer we oordelen over anderen. Het lijkt dan alsof we precies weten wat de ander voelt en denkt, wat zijn motieven en diepste intenties zijn. Die kennen we natuurlijk niet. Zelfs mensen die elkaar goed kennen en liefhebben, kunnen nog behoorlijk de plank misslaan als ze denken de gedachten van de ander te kennen en de ander verwijten maken. Daarom is het nodig dat we respect voor elkaar hebben. Gewoon omdat we niet in het hart van een ander mens kunnen kijken. Helaas ontbreekt het vaak aan respect tussen mensen, tussen bevolkingsgroepen en in het publieke debat van twitter tot de Tweede Kamer.
trotsalseenpauwHet tegendeel van respect is minachting of hoogmoed. In zijn nieuwste boek noemt de Belgische psychiater Dirk de Wachter hoogmoed als één van de kenmerken van de hedendaagse mens. Hij vindt dat een zeer zorgelijke situatie.
Inderdaad menen we steeds meer dat wij precies weten wat de ander denkt en beweegt – meestal niet veel goeds in onze ogen – terwijl omgekeerd vinden we dat de ander óns volkomen verkeerd begrijp en dat vinden dan weer schandelijk. In huwelijken leidt dit tot scheiding, in partijen tot scheuring, in samenlevingen tot rellen, en in de wereld tot oplopende spanningen. En in de kerk tot tweedracht en verlies van geloofwaardigheid en aantrekkingskracht.
Het is de hoogste tijd om deze trend om te buigen. Te beginnen bij onszelf. Nu is hoogmoed niet iets van deze tijd alleen. Jezus merkt op dat sommige mensen hun neus ophaalden voor anderen omdat ze vonden dat ze zelf veel beter waren.
Jezus vertelt een prikkelende gelijkenis: “Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden. De één een Farizeeër en de ander een tollenaar”***). We horen dat de eerste het volstrekt vanzelfsprekend vindt dat hij in de tempel is. Hij dankt God dat hij niet is als de rest van de mensen, of als die tollenaar daar. God mag eigenlijk blij met hem zijn. Heel anders de tollenaar. Hij blijft achteraan staan, kijkt naar de grond, klopt zich op de borst als een Mea Culpa en bad: God, wees mij zondaar genadig. We voelen allemaal aan hoe lelijk het zelfvoldane gedrag van de Farizeeer is. En hoe sympathiek de berouwvolle houding van de tollenaar.
Voor alle duidelijkheid. Jezus stelt hier niet dat Farizeeen – de religieuze elite – per definitie hoogmoedig zijn, en dat corrupte figuren zoals tollenaars in wezen allemaal kwetsbare sympathieke mensen waren. Het gaat hem om de veelvoorkomende waan dat als je iets beter kunt, dat je ook als mens beter bent. Hoogmoed is lelijk. Het is aanleiding tot op de ander neerkijken, veroordelen, discriminatie. Dat mag tussen mensen niet gebeuren want ieder mens is gemaakt naar Gods beeld. Hoogmoed is altijd misplaatst. Maar als hoogmoed binnensluipt in het hart van godsdienstige mensen, dan is dat nog erger. Godsdienst leert je nederig van hart te zijn. Daarom is het zo erg en zo schadelijk als geloof en godsdienst gebruikt worden om anderen te veroordelen en buiten te sluiten. Geloof en godsdienst moeten juist plaatsen zijn waar we elkaar leren respecteren als mensen, waar de ene mens niet beter is dan de andere. Zelf beter leven betekent nog niet dat je beter bént. Ons chrístelijk geloof en de kerk bestaan bij de gratie van Gods barmhartigheid. Dat moet onszelf bemoedigen. En dat moet ook uitgangspunt voor ons leven met anderen zijn. “Wie anderen bijstaat wordt welwillend ontvangen (door God), en zijn gebed verheft zich tot de wolken toe” horen we in de 1e lezing.
Wanneer we als kerk of als gelovigen denken dat God eigenlijk blij met ons mag zijn, en dat de anderen blij mogen zijn met ons, omdat wij zo goed zijn, voelen we de liefde niet, de liefde van God die ons heelt en verfrist en tot nieuwe mensen maakt zoals liefde altijd doet.
Lieve zusters en broeders, de wereld kunnen we zo een-twee-drie niet veranderen – maar we kunnen wel leren de ander te respecteren en te waarderen. In plaats van veroordelen kunnen we ons wel verwonderen.
Mag je dan niet blij zijn dat je een geloof hebt, en mag je niet overtuigd zijn dat jouw overtuiging goed en waardevol is?  Jazeker. We hebben mensen nodig in onze tijd die een goede overtuiging hebben en stevig in hun schoenen staan. Maar dat mag geen reden zijn om de ander die een andere overtuiging heeft – en in onze ogen misschien onjuist – te minachten of aan de goede intenties van de ander te twijfelen. Zelfs wanneer we zeer van mening verschillen, is het nodig dat we respectvol met elkaar omgaan.
De vrijheid van meningsuiting is in onze dagen het onderwerp van gesprek. Ze is buitengewoon belangrijk. Ze heeft met de persoonlijke vrijheid te maken. Dat ieder mens zijn zegje moet kunnen doen. En de vrijheid van meningsuiting is ook onontbeerlijk voor een open en gezonde samenleving. Die kan niet zonder meningsverschillen en kritiek. Zakelijk mogen er harde noten gekraakt worden. Maar altijd met respect voor de ander. Liefst ook met humor. En ook met relativering niet van je waarden maar van jezelf.
Laten we kijken naar Christus zelf, de waarheid in eigen persoon, Gods eigen Zoon. Het tégendeel van een hoogmoedige. Eerder de nederige, zachtmoedige van hart. Gods barmhartigheid ten voeten uit. De redder van de wereld die ons ook nu niet in de steek zal laten. Laten we altijd op Hem vertrouwen. Net als Paulus die zegt: ”de Heer heeft mij terzijde gestaan en mij kracht gegeven”**). Amen

(c) Pastoor Martin Los *) 1e lezing: Jezus Sirach 35:12-14,16-18 **) 2e lezing: 2 Timotheus 4:6-8,16-18 ***) Evangelie: Lucas 18:9-14