Preek op de 18e gewone zondag door het jaar op 31 juli 2016 Mariakerk en Willibrordkerk

Hoed u voor de hebzucht (Lukas 12:15)

avaritia

Wilco: Avaritia Hebzucht

“Meester, zeg tegen mijn broer, dat hij de erfenis met mij moet delen” horen we iemand aan Jezus vragen. Normaal is erfrecht in elke cultuur vastgelegd in wetten, zodat duidelijk is wat er na het overlijden van ouders of familieleden met de nalatenschap gebeurt. Dat kan soms per cultuur behoorlijk verschillen. Driehonderd jaar geleden was het in Zwitserland zo dat de jongste zoon van een boer op de boerderij mocht blijven. De oudere broers kregen wel een zekere vergoeding maar ze moesten toch op zoek naar een andere vorm van inkomen. In de meeste andere landen, zoals bij ons, was het precies omgekeerd. De oudste zoon volgde de vader op op de boerderij. De jongere kinderen leerden een ander beroep. Ze werden onderwijzer of melkboer. Tegenwoordig kennen we de maatschap als oplossing.
In de tijd van Jezus waren ook duidelijk regels over hoe een erfenis geregeld werd. Vanwaar dan de vraag van die omstander of Jezus zijn broer wilde opdragen de erfenis met hem te delen?
We mogen aannemen dat de verdeling volgens geldend recht was verlopen. Maar kennelijk neemt hij daar geen genoegen mee. Hij is jaloers op zijn broeder om wat die heeft toebedeeld gekregen uit de erfenis.
Als Jezus voorbij komt, grijpt hij zijn kans en doet hij een beroep op hem. Een Rabbi heeft een zeker gezag om als er conflicten zijn, voor een bindende uitspraak te zorgen. Maar dan is natuurlijk wel voorwaarde dat beide partijen die met elkaar van mening verschillen, hun conflict aan de Rabbi voorleggen. Wij zouden tegenwoordig spreken van een vorm van mediation. Dat is híer niet het geval. Er is geen meningsverschil. De ene broer staat kennelijk in zijn recht, maar de ander voelt zich te kort gedaan.“
Daarom zegt Jezus tegen hem: ‘Wie heeft mij als scheidsrechter tussen u beiden aangesteld”. De Meester past ervoor om zich voor zijn karretje te laten spannen. Gezagsdragers komen regelmatig in situaties waarin mensen proberen hen te bewegen hun invloed te gebruiken voor hun doel. En als je je als gezagsdrager gevleid voelt omdat iemand een beroep op je doet, dan kan dat een valkuil zijn. Want je kunt behoorlijk verstrikt raken in andermans zaken.
De vraag is natuurlijk of wij God wel eens voor ons karretje proberen te spannen. Bijvoorbeeld in onze gebeden. Als we onze zin niet krijgen in een bepaalde situatie binnen gezin, of relatie, of werk, en ons dan als slachtoffer tot Jezus wenden. Zijn we kritisch genoeg naar onszelf? Is ons echt onrecht aangedaan, en leggen we ons klacht en pijn terecht voor aan God in ons gebed om kracht en steun? Of zijn we niet slachtoffer van onrecht, maar zijn we slachtoffer van onze eigen begeerte, gekwetste trots, afgunst of argwaan?
Jezus ontmaskert de ware intentie achter de verongelijktheid van de man tegenover hem. Maar Hij stelt hem niet openlijk te kijk. Jezus maakt er een leerpunt van voor iedereen, want wie heeft er geen last van? “Pas op. Hoed u voor iedere vorm van hebzucht!
In Wikipedia, het onuitputtelijke naslagwerk op Internet, staat: “hebzucht, is het verlangen naar macht, geld, rijkdom of bezittingen, met náme als men door het bezit van één van deze een ánder hetzelfde bezit ontzegt”.
Het is goed als wij, als mensen die willen leven als kinderen van God, altijd bij onszelf te rade gaan of we eerlijk en oprecht zijn in ons verlangen naar iets, zeker als het om iets gaat wat een ander bezit. Of dat er eigenlijk onzuivere motieven aan te grondslag liggen. We moeten ons niet in slaap sussen door tegen onszelf te zeggen dat de goede God wel begrip zal hebben voor de verkeerde gedachten en verlangens die we koesteren. Want wanneer iemand innerlijk Gods instemming toedicht aan een voornemen dat niet deugt, is hij of zij helemaal niet meer te houden. Zelfs oorlogen zijn gevoerd en strooptochten met zogenaamd God aan de zijde van de veroveraars.
Met de gelijkenis van de boer die zijn grote oogst op het veld ziet staan, en zich voorneemt om grote voorraadschuren te bouwen, laat Jezus de wortel van de hebzucht zien. Het is een grove vorm van egoisme. In die zin dat je vooral wilt bezitten wat eigenlijk een ánder toekomt. Die enorme overvloed van koren, behoorde die eigenlijk niet de armen en behoeftigen toe? Geeft God niet vruchten aan de aarde om alle monden te voeden?
Als je vruchtbaar land bezit of een bedrijf, dan is er niets mis mee dat je winst maakt, om te investeren in onderhoud en vernieuwing, om mindere perioden te kunnen doorstaan, en om van de inspanningen te genieten, zowel als eigenaar en personeel. Maar je werkte toch ook om anderen te laten profiteren. Niet om achterover te leunen, bezit op te stapelen, en alle andere arme mensen als sukkels te zien.
En wat ben je als mens zelf, met al je rijkdom? Een ademtocht. Met al je bezittingen ben je net zo kwetsbaar als iedereen voor het lot dat je kan treffen, in het bijzonder de dood. Dan sta je met lege handen.
Daarom waarschuwt Jezus voor hebzucht. Ze is oorzaak van veel leed onder mensen die persoonlijk slachtoffer worden van iemands hebzucht. Maar ze zorgt ook voor familieruzies. En zelfs voor maatschappelijke onrust. Maar achter hebzucht gaat ook een grote vergissing schuil. Alsof zelfgenoegzaamheid je ook maar de geringste zekerheid geeft. Je vergeet dat alles voorbij gaat, ook jezelf. Waarop bouw je dan eigenlijk?
Het is de vraag of in onze tijd van nadruk op de economie, op groei en winst, hebzucht geen collectieve hoofdzonde is geworden. Zo gewoon dat het niet eens meer op valt. Daarmee verliezen we de belangrijkste waarden uit het oog die een stabiele gezonde samenleving mogelijk maken en het leven voor allen aangenaam: vertrouwen, liefde, iets voor elkaar over hebben, barmhartigheid, écht genieten van het leven, God kennen.
Laten we wel groeien, maar dan niet alleen in bezit, maar vooral in geloof, hoop en liefde. Dat is een krachtig medicijn tegen hebzucht. Ze zijn de gaven van het eeuwige leven die we nu al mogen ervaren en die niemand ons af kan nemen, want zo zijn we rijk bij God. Amen

Pastoor Martin Los

voorgeschreven schriftlezing uit het universele r.k. lectionarium voor deze zondag: 1e lezing: Prediker 1:2;2:21-23. 2e lezing: Kolossenzen 3:1-5,9-11. Evangelie: Lukas 12:31-21

Preek op de 17e gewone zondag 24 juli 2016 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, heeft bidden zin? Ik val een beetje met de deur in huis, ik weet het. Toch doe ik niets anders dan een vraag stellen die in de harten van velen leeft. Na elke nieuwe terreuraanslag waarvan we horen, bidden we dat de wereld gespaard mag blijven voor deze onmenselijke daden. We zijn nog niet uitgesproken of we worden geconfronteerd met nieuwe gruwelijkheden. We bidden keer op keer voor een ernstig zieke in de familie, maar zonder resultaat. Hoeveel van ons dragen niet een last van onverhoorde gebeden?
Heeft bidden zin? Het is echt geen theoretische vraag. Het is een levensvraag. Lang geleden in de tijd van de zwartwit film zag ik een film die diepe indruk op mij maakte. It’s a wonderful world. Met James Stewart in de hoofdrol. De hoofdpersoon doet allemaal hele goede dingen. Hij helpt zijn medemensen in zijn omgeving in nood. Altijd een glimlach op zijn gezicht. Heel praktisch. Hij ziet altijd mogelijkheden. Hij beschouwt het als de gewoonste zaak van de wereld. Geen prestatie. Dan opeens komen er tegenslagen. Het lijkt niet meer te lukken om een beetje zonneschijn in de wereld te verspreiden. Alles zit tegen. Ten einde raad komt hij ’s nachts midden op een brug te staan. De diepte lijkt hem aan te trekken. Als toch alles zinloos is. Op dat ultieme moment verschijnt er een engel die hem om een gunst vraagt: mag ik jou de wereld laten zien als jij er niet geweest was? We zien dan als kijker de film in het kort opnieuw. Nu de scenes zonder hem. Afschuwelijke beelden. Haat regeert, hebzucht, onbarmhartigheid, wanhoop. Als de hoofdpersoon dit gezien heeft, begrijpt hij dat de wereld zonder hem een hel zou zijn. Hij komt terug op zijn beslissing en loopt de wereld weer in. Heeft bidden zin? Zullen we er maar mee ophouden? Maar hoe zou de wereld er zonder het oprechte gebed van velen uithebben gezien? Hoe zou de wereld, uw eigen leefwereld, er uitzien, zónder uw gebed?

Een adembenemende vraag die ook opklinkt uit het verhaal van Abraham in gesprek met God. Abraham zegt: “Heer, als u de wereld zou vernietigen vanwege het kwaad dat geschiedt en dat mensen elkaar aandoen, dan treft dat lot toch ook de mensen die goed geleefd hebben?” Tussen haakjes. Een diepgeworteld en hardnekkig en heel pijnlijk misverstand is dat het kwaad in Sodom en Gomorra homoseksualiteit zou zijn. Maar wie goed leest, ziet dat het daar helemaal niet om gaat. Er is sprake van zich vergrijpen aan wie zwak en kwetsbaar zijn. Het gaat om onbarmhartigheid en onmenselijkheid zoals we die overal op aarde vinden. De Heer antwoordt: “als zouden onder de duizenden die kwaad doen, maar vijftig rechtvaardigen zijn, dan zal ik om hem de hele stad vergiffenis schenken”. Abraham is er niet gerust op dat er vijftig rechtvaardigen zijn. Hij bedelt bij God: maar als het er nou vijfenveertig zijn? Steeds stelt God hem gerust. Bij tien durft Abraham niet verder te gaan. Er zullen toch wel tien mensen zijn die zich niet hebben neergelegd bij een overwinning van het kwade? Een handvol mensen die ondanks alles op God vertrouwen? Heeft bidden zin? Ja, is het antwoord, want zonder jou zou de wereld er anders uitzien. En lijkt het soms te zwaar, kijk dan om je heen. Kijk naar anderen die rechtvaardig en goed proberen te leven en die niet zichzelf voorop stellen, maar vertrouwen op God. Je wilt toch niet zeggen dat jij nog de enige bent? Geef je niet over aan de somberheid. Laten we ons aan elkaar optrekken. Laten we ons optrekken aan onze God die in zijn barmhartigheid de wereld in stand houdt. Laten we zelf teken zijn van Gods barmhartigheid! Daarom is het belangrijk dat we samenkomen om te bidden zoals vandaag in de eucharistie. Om elkaar te ondersteunen. En ook als teken van hoop voor de wereld om ons heen.

klopopdedeur2016Blijft toch de vraag naar onze zeer persoonlijke gebeden die voor ons gevoel niet verhoord werden. Vooral als we Jezus horen zeggen: “Klopt en u zal worden opengedaan. Want al wie vraagt, verkrijgt”. Heb ik dan niet op de goede manier gebeden? Heb ik het om de een of andere manier niet verdiend? Al die vragen gaan soms door ons heen. We hoeven niet bang te zijn dat het daarop vast zit. In Psalm 139 staat: “voor ik een woord gesproken heb, Heer, weet u al wat ik wil gaan zeggen”. We bidden niet omdat God onze gebeden nodig heeft. Wij bidden omdat wij het bidden nodig hebben om God bij ons leven te betrekken. Door ons gebed vertrouwen we onszelf met heel ons leven aan God toen. Met onze dank. Maar ook met onze nood, ook met de last van de onverhoorde gebeden, of mogen we zeggen: met het kruis dat we dragen van de onverhoorde gebeden?
Zo vormt het bidden ons, dagelijks opnieuw, tot mensen die openstaan voor God. Ook als het anders gaat, dan we dachten, plaatsen we ons door ons gebed in Gods nabijheid. Ook als God ver weg blijkt. Wat God voor ons betekent, is niet altijd meteen duidelijk. Vaak zien we pas achteraf hoe hij bij ons was. Hoe Hij ons geleid heeft. Waar Hij ons gedragen heeft. “Klopt en u zal worden opengedaan”. Jezus nodigt ons uit om met dat kinderlijk vertrouwen te bidden. Zo vertrouwde hijzelf op zijn hemelse Vader en nam zijn kruis op zich. En als we bidden dat God de wereld mag veranderen, bidden we dan zo dat we daardoor zelf steeds veranderd worden. Zijn we bereid ook te blijven bidden als we niet onmiddellijk zien hoe ons gebed verhoord wordt. Daarom eindigt Jezus met te zeggen: “hoeveel te meer zal de Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem daarom vragen”. Amen.

(c)Martin Los
Schriftlezingen voor deze zondag volgens het universele r.k. lectionarium voor zon- en feestdagen. 1e lezing Genesis 18:20-32; 2e lezing: Kolossenzen 2:12-14; Evenaglie: Lucas 11:1-13