Preek op de 17e gewone zondag 24 juli 2016 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, heeft bidden zin? Ik val een beetje met de deur in huis, ik weet het. Toch doe ik niets anders dan een vraag stellen die in de harten van velen leeft. Na elke nieuwe terreuraanslag waarvan we horen, bidden we dat de wereld gespaard mag blijven voor deze onmenselijke daden. We zijn nog niet uitgesproken of we worden geconfronteerd met nieuwe gruwelijkheden. We bidden keer op keer voor een ernstig zieke in de familie, maar zonder resultaat. Hoeveel van ons dragen niet een last van onverhoorde gebeden?
Heeft bidden zin? Het is echt geen theoretische vraag. Het is een levensvraag. Lang geleden in de tijd van de zwartwit film zag ik een film die diepe indruk op mij maakte. It’s a wonderful world. Met James Stewart in de hoofdrol. De hoofdpersoon doet allemaal hele goede dingen. Hij helpt zijn medemensen in zijn omgeving in nood. Altijd een glimlach op zijn gezicht. Heel praktisch. Hij ziet altijd mogelijkheden. Hij beschouwt het als de gewoonste zaak van de wereld. Geen prestatie. Dan opeens komen er tegenslagen. Het lijkt niet meer te lukken om een beetje zonneschijn in de wereld te verspreiden. Alles zit tegen. Ten einde raad komt hij ’s nachts midden op een brug te staan. De diepte lijkt hem aan te trekken. Als toch alles zinloos is. Op dat ultieme moment verschijnt er een engel die hem om een gunst vraagt: mag ik jou de wereld laten zien als jij er niet geweest was? We zien dan als kijker de film in het kort opnieuw. Nu de scenes zonder hem. Afschuwelijke beelden. Haat regeert, hebzucht, onbarmhartigheid, wanhoop. Als de hoofdpersoon dit gezien heeft, begrijpt hij dat de wereld zonder hem een hel zou zijn. Hij komt terug op zijn beslissing en loopt de wereld weer in. Heeft bidden zin? Zullen we er maar mee ophouden? Maar hoe zou de wereld er zonder het oprechte gebed van velen uithebben gezien? Hoe zou de wereld, uw eigen leefwereld, er uitzien, zónder uw gebed?

Een adembenemende vraag die ook opklinkt uit het verhaal van Abraham in gesprek met God. Abraham zegt: “Heer, als u de wereld zou vernietigen vanwege het kwaad dat geschiedt en dat mensen elkaar aandoen, dan treft dat lot toch ook de mensen die goed geleefd hebben?” Tussen haakjes. Een diepgeworteld en hardnekkig en heel pijnlijk misverstand is dat het kwaad in Sodom en Gomorra homoseksualiteit zou zijn. Maar wie goed leest, ziet dat het daar helemaal niet om gaat. Er is sprake van zich vergrijpen aan wie zwak en kwetsbaar zijn. Het gaat om onbarmhartigheid en onmenselijkheid zoals we die overal op aarde vinden. De Heer antwoordt: “als zouden onder de duizenden die kwaad doen, maar vijftig rechtvaardigen zijn, dan zal ik om hem de hele stad vergiffenis schenken”. Abraham is er niet gerust op dat er vijftig rechtvaardigen zijn. Hij bedelt bij God: maar als het er nou vijfenveertig zijn? Steeds stelt God hem gerust. Bij tien durft Abraham niet verder te gaan. Er zullen toch wel tien mensen zijn die zich niet hebben neergelegd bij een overwinning van het kwade? Een handvol mensen die ondanks alles op God vertrouwen? Heeft bidden zin? Ja, is het antwoord, want zonder jou zou de wereld er anders uitzien. En lijkt het soms te zwaar, kijk dan om je heen. Kijk naar anderen die rechtvaardig en goed proberen te leven en die niet zichzelf voorop stellen, maar vertrouwen op God. Je wilt toch niet zeggen dat jij nog de enige bent? Geef je niet over aan de somberheid. Laten we ons aan elkaar optrekken. Laten we ons optrekken aan onze God die in zijn barmhartigheid de wereld in stand houdt. Laten we zelf teken zijn van Gods barmhartigheid! Daarom is het belangrijk dat we samenkomen om te bidden zoals vandaag in de eucharistie. Om elkaar te ondersteunen. En ook als teken van hoop voor de wereld om ons heen.

klopopdedeur2016Blijft toch de vraag naar onze zeer persoonlijke gebeden die voor ons gevoel niet verhoord werden. Vooral als we Jezus horen zeggen: “Klopt en u zal worden opengedaan. Want al wie vraagt, verkrijgt”. Heb ik dan niet op de goede manier gebeden? Heb ik het om de een of andere manier niet verdiend? Al die vragen gaan soms door ons heen. We hoeven niet bang te zijn dat het daarop vast zit. In Psalm 139 staat: “voor ik een woord gesproken heb, Heer, weet u al wat ik wil gaan zeggen”. We bidden niet omdat God onze gebeden nodig heeft. Wij bidden omdat wij het bidden nodig hebben om God bij ons leven te betrekken. Door ons gebed vertrouwen we onszelf met heel ons leven aan God toen. Met onze dank. Maar ook met onze nood, ook met de last van de onverhoorde gebeden, of mogen we zeggen: met het kruis dat we dragen van de onverhoorde gebeden?
Zo vormt het bidden ons, dagelijks opnieuw, tot mensen die openstaan voor God. Ook als het anders gaat, dan we dachten, plaatsen we ons door ons gebed in Gods nabijheid. Ook als God ver weg blijkt. Wat God voor ons betekent, is niet altijd meteen duidelijk. Vaak zien we pas achteraf hoe hij bij ons was. Hoe Hij ons geleid heeft. Waar Hij ons gedragen heeft. “Klopt en u zal worden opengedaan”. Jezus nodigt ons uit om met dat kinderlijk vertrouwen te bidden. Zo vertrouwde hijzelf op zijn hemelse Vader en nam zijn kruis op zich. En als we bidden dat God de wereld mag veranderen, bidden we dan zo dat we daardoor zelf steeds veranderd worden. Zijn we bereid ook te blijven bidden als we niet onmiddellijk zien hoe ons gebed verhoord wordt. Daarom eindigt Jezus met te zeggen: “hoeveel te meer zal de Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem daarom vragen”. Amen.

(c)Martin Los
Schriftlezingen voor deze zondag volgens het universele r.k. lectionarium voor zon- en feestdagen. 1e lezing Genesis 18:20-32; 2e lezing: Kolossenzen 2:12-14; Evenaglie: Lucas 11:1-13