De waarheid spreekt voor zichzelf

Korte preek op Palmzondag 2019 Mariakerk en Willibrordkerk

“Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen”1) is één van de laatste woorden van Jezus voor zijn dood.
Lieve zusters en broeders, in het lijdensverhaal van onze Heer Jezus horen en zien we in korte tijd heel veel verschillende personen reageren op zijn arrestatie, zijn veroordeling en kruisiging. Pilatus, de Romeinse stadhouder, Herodes, de koning, religieuze leiders en soldaten, het volk en zelfs medeveroordeelde misdadigers aan het kruis”. Er zijn mensen bij die valse beschuldigen tegen Jezus inbrengen. Fakenews,  de waarheid verdraaien, is niet alleen iets van onze tijd. Het doel heiligt immers de middelen als het zo uitkomt.
Hoe kan Jezus zich verweren tegenover die valse beschuldigingen, anders dan zichzelf te zijn en te zwijgen als de waarheid die voor zich spreekt. Hoe kan hij zich verweren tegenover alle spot en hoon, anders dan waardig te blijven en geen onderdeel te worden van dit hele onwaardige, beschamende, onmenselijke gedoe.
Jezus staat moederziel alleen, schijnbaar een speelbal in de handen van de machten, en als een hete aardappel die wordt doorgegeven, want hij blijkt onschuldig. Maar hij weet dat God zijn getuige is. De Vader die Hem de wereld ingezonden heeft om de mensen Gods liefde te tonen. Hij weet dat hij nu op het punt staat zijn liefde te tonen tot het uiterste toe: dat hij zelfs zijn leven er voor over had om de mensen terug te brengen bij God. “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen”.
Het lijdensverhaal van onze Heer Jezus kunnen we zeker aanhoren als een aanklacht tegen de valsheid van mensen, hun wreedheid, hun omkoopbaarheid, hun leedvermaak om weerloze mensen, kortom het kwaad waartoe mensen in staat zijn.
Toch is dat niet de reden waarom dit alles opgeschreven is door de Evangelisten en tot op vandaag in de kerk wordt voorgelezen in de Goede Week. De reden is dat Jezus vrijwillig zijn lijden op zich nam om te laten aan heel de wereld dat Gods liefde groter is dan de macht van het kwade. ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen”.
Voor allen die geloven in Jezus als de Zoon van God – juist door het offer van zijn leven voor heel de wereld – is het lijden en sterven van Jezus niet het einde van alle hoop op een betere wereld. Het is het begin van een leven waarover het kwade en de dood niet meer het laatste woord hebben. Dat is de waarheid waar Jezus voor staat. Ze lijkt kwetsbaar, maar ze is onoverwinnelijke als het licht. Het is de boodschap dat de liefde van God overwint. Dat het lijden en sterven van onze Heer ons de vergeving van zonde en het eeuwige leven schenkt. Dat we door geloof, hoop en liefde delen in de overwinning van Jezus. Dat we kracht ontvangen om zelf ‘nee’ te zeggen tegen kwaad en onrecht. Dat we niet meehuilen met de wolven in het bos. We zijn de schapen die luisteren naar de stem van de Goede Herder. Dat we bereid zijn zelf ons kruis te dragen in het voetspoor van Jezus. Mogen we zelf ook de kracht vinden om op de moeilijke momenten te bidden: “Vader, vergeef hun want zij weten niet wat zij doen”. Daar wordt de wereld overwonnen. Daar blijkt de macht van de gekruisigde. Daar straatl de waarheid, kwetsbaar en eeuwig. Daar breekt een nieuwe wereld zich baan. Amen

(c) Martin Los

1) Lijdensverhaal volgens Lucas 22 en 23 dat dit jaar gelezen wordt in de Mis van Palmzondag

Afbeelding: 1e kruiswegstatie Mariakerk De Meern: Jezus voor Pilatus

Hij schreef met zijn vinger op de grond

Preek op de 5e zondag in de Veertigdagentijd op zondag 7 april 2019 in Mariakerk en Willibrordkerk

“Ook ik veroordeel u niet. Ga heen en zondig van nu af niet meer” 1)
Jezus ging tijdens zijn verblijf in Jeruzalem ’s avonds naar de Olijfberg. Zo begint de Evangelielezing van deze zondag. Nog niet zo lang geleden, in november, was ik in Jeruzalem met een groep zorgpelgrims. Ik heb met eigen ogen de weg gezien die Jezus ’s avonds aflegde om alleen te zijn. Vanuit de drukke stad liep hij door de poort en daalde af het dal in, stak de beek die beneden door het al liep, over, en besteeg de olijfberg recht tegenover de stad en de tempel in zijn volle glorie. Jezus bad daar op de olijfberg. Hij bad daar tot God, de Vader. Hij dacht na over zijn zending, over de mensen in Jeruzalem, over de tempel die hij vanaf de Olijfberg zag. Het is dezelfde weg die Jezus op de laatste dag van zijn leven ging. De nacht dat hij verraden en overgeleverd werd.
Jezus was geen wereldvreemde idealist die droomde over een ideale samenleving en in die droom bleef hangen. Hij wist hoe de mensen dachten, hoe sommigen het op zijn ondergang gemunt hadden omdat ze hem niet konden uitstaan. Hij wist ook dat vele anderen hun hoop op hem gesteld hadden. Maar hoe zou Jezus de wereld kunnen veranderen? Jezus wist heel goed hoe mensen met elkaar omgingen. Dat sommigen mensen zwak waren en niet altijd leefden volgens de goddelijke geboden die bedoeld waren om mensen de goede weg te wijzen. Hij wist ook de sommige mensen zich mooier voordeden dan ze waren. Hij wist ook dat mensen die anderen veroordeelden vaak zelf verkeerde dingen dachten en deden. Hij wist ook dat de wet van God die bedoeld was om mensen te helpen een beter leven te leiden, vaak precies omgekeerd gebruikt werd. Als een stok om een hond te slaan. Om anderen te vernederen.
Hoe kon hij een nieuw begin maken. God had immers gezegd bij monde van de profeet Jesaja: Ik ga iets nieuw beginnen. Het is al begonnen. Zie je het niet? 2) Het werd voor Jezus steeds duidelijker dat hijzelf moest laten zien dat God niet de veroordeling en ondergang van de mens wilde, maar juist zijn redding en behoud. Hij wist dat eht niet zou gaan onder inzet van zichzelf, van zijn eigen leven.
Dat kon alleen maar als hijzelf in al zijn onschuld en zondeloosheid aan de kant zou gaan staan van de mensen die zich schaamden over hun ongelukkige keuzes, die voorwerp van spot waren in ogen van anderen die zichzelf heel fatsoenlijk vonden, die buitengesloten waren omdat zij iets misdaan hadden. Dat was de bedoeling van de wet. Het hoogste gebod was de liefde. Jezus koos onvoorwaardelijke voor de liefde ook al zou hem dat onbegrip en vijandschap opleveren. Ook al zou het hem zijn leven kosten. Maar hij wist dat God, de Vader, zijn Zoon niet zou verloochenen, en dat God zijn offer zou bekronen, en dat zijn liefde een nieuw begin betekende voor deze wereld en mensen tot  nieuwe mensen zou maken.
We moeten dus het Evangeliegedeelte van deze voorlaatste zondag voor Pasen begrijpen in het licht van de gebeurtenissen op Goede Vrijdag. Toen werd Jezus als gevangene langs dezelfde de weg gevoerd die hij nu ook ging vanaf de olijfberg de stad in. Langs de plek waar hij veroordeeld zou worden. De plek waar hij verloochend werd en driemaal de haan kraaide. Zoals de vrouw uit het evangelieverhaal door een menigte aangehouden was, en vooruitgeduwd werd en uitgejouwd en voor de rechter gebracht, met valse overwegingen. Zo zou het Jezus zlef later vergaan. Hij ging in haar plaats staan toen hij vrijwillig zijn lijden op zich nam. En op de plaats van alle mensen die gebukt gaan onder hun zwakheden, tekorten, zonde en schuld. Zo is hij geworden tot het Lam van God dat wegneemt de zonden der wereld. Hij schenkt zijn gerechtigheid aan allen die in Hem geloven en in Hem Gods liefde en barmhartigheid zien. Zo schenkt Hij de wereld nieuw leven waarover zonde en dood niet meer het laatste woord hebben. Gerechtigheid is niet dat iemand zichzelf op de borst klopt en boven gewone mensen uitsteekt. Gerechtigheid is dat je met je goedheid anderen in bescherming neemt en zwakken helpt.
Als wij dit offer van Jezus aanvaarden – deze wonderlijke ruil – vraagt hij van ons dat wij ook anderen niet veroordelen, maar onze eigen zwakheden en fouten erkennen. Dat we de wet van God niet gebruiken anderen buiten te sluiten, maar dat we begrijpen dat liefde de vervulling van de wet. Dat we elkaar helpen om samen van het leven iets moois te maken. Dat we geduld hebben met de ander.
Toen de Schriftgeleerden de vrouw die zij van zonde beschuldigden voor Jezus plaatsten, schreef hij met zijn vinger op de grond. Toen de mannen bleven aanhouden, zei hij: “Wie zonder zonde is werpe de eerste steen’ en schreef opnieuw op de grond. Was het teken van zijn ongeduld, dat hij het verwerpelijke gedrag van die mannen, nauwelijks verdroeg? Was het teken dat hij hen de tijd gaf tot inzicht en inkeer te komen? Of was het vooral ook mededogen met de vrouw die immers schuldbewust naar de grond keek, en dus zag dat Jezus op de grond schreef. Zou ze begrijpen dat Jezus geen vonnis over haar op schreef, maar dat hij de nieuwe wet van Gods liefde in haar hart schreef? De vinger van God is immers de Heilige Geest. Dat God van haar hield en een nieuw begin gunde? Toen iedereen was afgedropen, stond zij daar nog steeds, alleen, gekend, aanvaard, een nieuw leven voor zich.
“Ook ik veroordeel u niet. Ga heen en zondig van nu af niet meer” sprak Jezus. Hij zond haar het leven in. Wat een bevrijdende opdracht. Jezus schenkt haar zijn vertrouwen. Ze is een nieuwe schepping. “Ik ga iets nieuw beginnen, zegt de Heer, het is al begonnen. Zie je het niet?  Dat is het mysterie van Pasen, waaruit we leven en dat we over twee weken vol vreugde als nieuw hopen te vieren. Al die tijd schrijft Jezus met zijn vinger op de grond. Amen

(c) Martin Los
Schriftlezingen volgend het universele r.k.leesrooster van zon – en feestdagen:
1) Evangelielezing: Johannes 8:1-11
2) 1e lezing: Jesaja 43:16-21