Festival van vergeving

Preek op de 4e zondag in de Veertigdagentijd 30/31 maart 2019 in Mariakerk en Willibrordkerk

‘Zijn vader zag hem al in de verte aankomen, en hij werd door medelijden bewogen. Hij snelde op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem hartelijk’ 1)
Een zoon heeft zijn vader zonder aanleiding de rug toegekeerd, zijn erfdeel opgeëist om de bloemetjes buiten te zetten. Hij heeft niets meer van zich laten horen. En wat blijkt? Al die tijd heeft de vader aan zijn zoon gedacht, zijn hart vastgehouden, op de uitkijk gestaan of zijn zoon weer terugkwam. Na lange tijd keert de zoon terug met lood in de schoenen uit schaamte om wat hij gedaan heeft. Maar de vader snelt hem tegemoet, en omarmt hem en kust hem.
Er zijn heel wat ouders die geen contact meer hebben met hun kind dat hen de rug heeft toegekeerd, om wat voor reden dan ook – soms is zelfs de reden een raadsel voor hen – En toch denken die ouders elke dagen aan hun kind. Ze zouden niets liever willen dan hun kind weer zien. Ze zouden er alles voor over hebben.
Door deze gelijkenis  vertelt Jezus zijn tegenstanders –  maar hen niet alleen – Hij wil het alle mensen vertellen, dat God zijn kinderen die Hem de rug toe hebben gekeerd, niet vergeet. Hij staat op de uitkijk. Hij wil niets liever dan zijn kind in de armen nemen. Voor een vader en moeder telt alleen maar het geluk van hun kind. Zo is ook God in zijn barmhartigheid. Zijn liefde is oneindig veel groter dan wat wij, mensen, hebben misdaan en Hem hebben aangedaan. Gods barmhartigheid begint niet op het moment dat de zoon spijt betuigt: “Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u. Ik ben niet meer waard uw zoon te heten”.  Lang daarvoor stond de vader al op de uitkijk.
Op het moment dat iemand spijt heeft van de verkeerde weg die hij is ingeslagen en God niet meer onder ogen durf te komen uit schaamte en uit angst voor een gesloten deur te komen, staat God al klaar om een feest aan te richten om de terugkeer van zijn kind te vieren.

Dit is de boodschap die de kerk elke dag aan de wereld mag, nee, moet verkondigen. ‘God was het die in Christus de wereld met zich verzoende. Hij telde de fouten van de mensen niet, en Hij gaf de boodschap van de verzoening mee’ zegt Paulus 2).
De kerk heeft als eerste en voornaamste taak om teken te zijn dat God als vader op de uitkijk staat om “zijn zoon die dood was en weer levend is geworden” te omarmen.
Laten we van harte die boodschap zelf aanvaarden en toejuichen. Want misschien schuilt diep in ons wel iets van die oudere broer die bij zijn vader protesteert tegen diens goedheid. “Al zovele jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden, toch hebt u mij nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren”
We zijn zo gauw geneigd om een soort innerlijke boekhouding bij te houden van onze goede werken. Voor je het weet, kijk je neer op anderen die een minder keurig leven hebben geleid. Sinds het vertrek van zijn broer had de oudste zoon niet met zijn vader getreurd om het verlies van zijn zoon. Hij had zichzelf gevlijd met de gedachte dat hij niet zo was als zijn jongste broer.
Jezus maak duidelijk dat we met die houding zelf een innerlijke bekering nodig hebben.
Natuurlijk mag je als mens blij zijn wanneer je een leven geleid hebt waarin je het goede hebt nagestreefd, geprobeerd hebt als een vroom mens te leven, God hebt gediend. Toch zitten we fout wanneer we anderen niet van harte gunnen dat God hun zonden vergeeft en hen omarmt in zijn liefde. Zelfgenoegzaamheid is ook een zonde. Ook dan keren we God de rug toe. We zijn helemaal van onszelf vervuld.
“Laat u met God verzoenen” is de boodschap van de Kerk in de naam van Christus zegt Paulus. Jezus zelf die zonder zonde was, heeft onze zonden op zich genomen, door zijn smadelijke dood aan het kruis, om de wereld terug te brengen tot God. Hij is het beeld van Gods barmhartigheid. Hij deelt ons Gods barmhartigheid mee.

We zijn met heel de Kerk op weg naar Pasen, het feest van de verrijzenis. De bedoeling van de Veertigdagentijd is, dat we ons bezinnen op onze relatie tot God en tot onze Heer Jezus. Is deze relatie vitaal? Is Gods liefde een realiteit voor ons? Zijn we echt vervuld van geloof, hoop en liefde als werkzame krachten in ons leven?
Scheppen we ook in een sfeer waarin mensen hun zonden durven belijden voor God, omdat ze zich niet in de steek gelaten voelen. Bidden we de boeteact aan het begin van de Mis oprecht mee uit solidariteit met elkaar ook al kunnen we op dat moment misschien niets bedenken wat we fout hebben gedaan? Begeleiden we ook in onze gebeden degenen die zich voorbereiden op het sacrament van boete en verzoening, al die innerlijke gewonde mensen die verlangen een nieuw begin te maken. Natuurlijk mogen we overtuigd zijn als we oprecht berouw hebben dat God ons met liefde vergeeft. God heeft het sacrament niet nodig. Hij schenkt het ons om in geloof verzekerd te zijn door dit teken van vergeving en verzoening dat we ontvangen. Zijn we ons bewust dat als we zelf het sacrament van boete en verzoening ontvangen, dat we het daarmee ook voor anderen gemakkelijker maken om die stap te doen? Staan we achter het festival van vergeving dat de kerk in de wereld aanbiedt? Begrijpen we het mysterie van Pasen?
“Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en teruggevonden”.

© Martin Los

Schriftlezingen voor deze zondag van de 4 zondag in de 40dagentijd (Laetare) volens het r.k. leesrooster voor zon- en feestdagen:
1) Evangelielezing: Lukas 15:1-3,11-32
2) 2e lezing: 2 Korinthiers 5:17-21



De grond rond de onvruchtbare vijgenboom omspitten en bemesten

Preek op de 3e zondag in de Veertigdagentijd in Mariakerk en Willibrordkerk 34/24 maart 2019

“Heer, laat de vijgenboom dit jaar nog staan. Dan zal ik de grond omspitten en hem mestgeven. Als hij dan nog geen vrucht draagt moogt hem omhakken” 1)
Lieve broeders en zusters, we hebben een vreemde week achter de rug. De enorme overwinning bij de Provinciale Statenverkiezingen van een nog jonge partij die mensen met een andere taal, huidskleur en religie lijkt te zien als bedreiging van de Nederlandse beschaving. Vinden echt zoveel Nederlanders anderen een bedreiging? En is dát onze beschaving? En hoe pijnlijk moet dat niet overkomen op de mensen met een etnisch andere achtergrond? Hoe kan dit nou? We zijn toch allemaal mensen? Zo voelen we ons op onszelf teruggeworpen met allerlei vragen.
En aan het begin van de week de gruwelijke aanslag in onze eigen stad Utrecht met doden en gewonden. Een aanslag niet alleen op de willekeurige slachtoffers, maar op onze hele samenleving. Door het verdriet en de pijn dat iemand zoiets kan doen en dat zoiets onschuldige mensen uit ons midden zomaar kan treffen, worden we ook op ons zelf teruggeworpen. Ook raakt het ons dat bij aanslagen als in Utrecht, maar ook in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, onmiddellijk beschuldigingen naar bepaalde bevolkingsgroepen gaan. Die tragische gebeurtenissen zouden niet plaatsgevonden hebben, zegt men, indien als ze geen voedingsbodem hadden in de extreme opvattingen van anderen met een andere huidskleur of religie, zowel links als rechts.
We hebben als mensen grote moeite om pijnlijke gebeurtenissen een plek te geven. Natuurlijk. Daar zijn we kwetsbare mensen voor. We zoeken vrijwel meteen naar oorzaken en naar schuld, bij de overheid, of bij partijen met een andere visie of bij bepaalde bevolkingsgroepen. Zo wordt een tragedie oorzaak van onvrede en haat.
In de tijd van Jezus was het niet anders. Ook toen was gruwelijk onrecht en waren er tragedies. De mensen klampen Jezus er over aan. Hij kent hun gedachten. Wij, mensen, leggen altijd meteen een verband van oorzaak en gevolg. Zijn mensen bedolven onder een toren. Dan moet er toch wel een aanleiding voor zijn. God laat toch niet zomaar zoiets gebeuren?
Maar waar is bij de vraagstellers, toen en nu, in ’s hemels naam het medeleven met de arme stakkers en hun familie? Hebben we daar onze handen niet vol aan? Nee, er moet een verband zijn, vinden we, dingen gebeuren niet zomaar. Het moet kloppen, dan kunnen we weer verder leven. Ja, verder leven, maar hoe?

1) “Als jullie niet tot bekering komen zullen jullie allen op dezelfde wijze omkomen” antwoord Jezus. Het is een koude douche, met de bedoeling mensen wakker te schudden. Natuurlijk wordt je als mens op jezelf teruggeworpen wanneer je geconfronteerd wordt met onbegrijpelijke gebeurtenissen zoals aanslagen en ongelukken. Maar dat is geen reden om te gaan speculeren en ergens de schuld te leggen. Op je zelf teruggeworpen is juist een goede gelegenheid om te ervaren dat je ook een mens bent, met gevoel, met een hart. Je kunt meeleven. Delen in verdriet. Stil staan bij hoe kostbaar elk mensenleven is, ongeacht huidskleur of afkomst. En vervolgens je kunt ook denken: ik mag van geluk spreken dat het mij niet is overkomen? Ik heb alle reden om mijn leven weer als geschenk te ervaren. Ik neem me meteen voor een beter leven te gaan leiden. Ik ga vriendelijker zijn voor mijn omgeving. Ik ga werken aan een betere wereld. Ik open mijn hart ook weer voor de liefde van God aan wie ik mijn leven en dit bestaan dank. Op deze manier ontdekken we een nieuwe zin in ons leven. En wij allemaal samen, met elkaar.

“Als jullie niet tot bekering komen zullen jullie allen op dezelfde wijze omkomen” antwoord Jezus op alle speculaties en zoeken naar oorzaak en gevolg, op alle verwijten aan elkaar en aan het adres van God. Hij bedoelt niet dat we allemaal een ongeluk krijgen, maar dat we de kans lopen onze ogen ooit te sluiten zonder wakker te zijn geworden, zonder de kans gegrepen te hebben ons leven met nieuwe ogen te zien en op een nieuw manier te beleven.
Wat gaan wij doen na deze vreemde week? Zullen we allemaal met andere ogen naar onze buren kijken met een andere huidskleur, taal en cultuur? Meer als medemensen met wie we samenleven als burgers van dit land? Laten we ook bedenken dat rond de aanslag in Utrecht mensen van álle, ik herhaal álle bevolkingsgroepen, ontdaan en verdrietig zijn. Laten we elkaar in de ogen kijken met respect. In plaats van dat we verder gaan met angst voor elkaar en verwijten. Dat is toch een prachtige hoopvolle opdracht.

We moeten niet volharden in zelfgenoegzaamheid. Dat is ook de boodschap van Paulus tegenover mensen die zichzelf op de borst kloppen vanwege hun eerbiedwaardige tradities. ‘Denk erom’ houdt Paulus hen voor: ‘onze vaderen gingen allemaal door dezelfde zee onder dezelfde wolk, ze dronken allemaal uit dezelfde bron’ 2) maar velen vielen af vanwege hun verkeerde gedachten en hun ontevredenheid.
We horen ook in onze tijd mensen zich beroepen op de traditie, dat we trots op moeten zijn op onze Joods-christelijke traditie. We horen zeggen dat die traditie bedreigd wordt door mensen met een andere etnische achtergrond. Maar is juist die traditie niet dat we barmhartig voor elkaar moeten zijn; dat we allen ongeacht afkomst en taal kinderen van God zijn. Dat Christus mensen van alle rassen en talen verenigt? Is dat niet onze traditie die we vieren in de eucharistie dat Christus zijn leven heeft gegeven uit liefde voor de mensen, en dat we ook elkaar moeten liefhebben? Zonder liefde en hoop voor iedereen is de Joods-christelijke traditie een dode traditie. Een karikatuur van het Evangelie.

Onze God is de levende God die ons wegroept uit de zelfgenoegzaamheid en vanzelfsprekendheden, weg uit alle speculaties en denken in termen van oorzaak en schuld. Laat het afschuwelijke drama  vlak bij huis deze week een wake up-call zijn zoals bij Mozes en de brandende braamstruik 3). God die ons roept, God die er is voor ons, hier en nu. Geen dode God, geen God van vroeger. Maar Hij die is. Zolang we leven hebben we elke dag reden ons te bekeren en te beteren. We bestaan in Gods geduld. We leven van zijn vergeving en genade. “Heer, laat de vijgenboom dit jaar nog staan. Laat mij eerst de grond eromheen omspitten en er mest opbrengen. Misschien draagt hij dan volgend jaar vrucht ”. Dat is het verhaal van passie en hoop. We kunnen niet zonder. Amen.

(c) Martin Los

Lezingen volgens het universele rooster van de r.k. kerk voor deze 3e zondag in de Veertigdagentijd op weg naar Pasen
Evangelie: Lucas 13:1-9
2e lezing: I Korintiërs 10:1-6,10-12
1e lezing: Exodus 3:1-15