onzichtbare graffiti

We reden over de snelweg van Brussel naar luxemburg.
De lucht grauw en zwaarbewolkt ondanks de zomerdag .
“Is jou iets opgevallen?” Vroeg Nelleke.
“Nee, zoveel valt hier nou niet te beleven”.
“Er liggen geen flarden autobanden links en rechts”
“Je hebt gelijk! Vroeger was de vluchtstrook ermee bezaaid.”
“Ik heb er de hele weg nog geen een gezien”
“Ik vond het altijd een slordig gezicht. Teken dat we in zuidelijke streken waren gekomen”.
“Het zag er nogal afschrikwekkend uit”
“Je bedoelt dat automobilisten daardoor voorzichtiger gingen rijden?”
“Ja. Zoals de woorden Roken Is Dodelijk op een pakje sigaretten tegenwoordig……..zoiets.
Zo sloegen de Belgen twee vliegen in een klap. Ze hoefden die aan flarden gereden banden niet op te ruimen en ze propageren veiliger verkeer”
“Nou, ik weet het niet, hoor”.
“Toch is het opmerkelijk dat we nu alweer een paar kilometer geen klapband gezien hebben”
“Het kan ook zijn dat de banden van de vrachtwagens nu veel beter zijn dan vroeger”.
“Oké, maar dan moeten ze toch een keer die stukken rubber helemaal verwijderd hebben”
“Misschien deden ze dat vroeger ook wel, maar dan kwamen er steeds weer nieuwe aan stukken gereten banden bij. Nu zie je er echt geeneen meer”.
We waren allebei even stil en keken voor ons uit.
Genoeg over zwarte flarden verleden.
Het was tamelijk druk op de weg,
Wij reden op de middelste baan
Tussen ons en het verkeer in tegenovergestelde richting was een lelijke betonnen vangrail.
“Kom niet met mij in aanraking” stond erop geschreven in onzichtbare graffiti.

Plotseling hoorden we het geluid van een sirene naderen.
Ik keek in de achteruitkijkspiegel en zag in de verte achter ons de zwaailichten van een politieauto.
Was er verderop op de snelweg iets aan de hand? Een ongeluk?
De auto’s op de linkerbaan gingen opzij om de politieauto door te laten.
Iedereen hield zich opeens aan de maximumsnelheid.
Toen de blauwwitte auto met zijn blauwvuurspuwende hoorns ons en de auto’s om ons heen gepasseerd was, ging hij op de middelste baan rijden voor de voorste personenauto.
Had deze medeweggebruiker iets misdaan?
Zou over een paar seconden op de display bovenop de politieauto een strenge boodschap te zien zijn?
STOP of VOLG

Er gebeurde niets. De politieauto bleef voorop rijden.
Gaandeweg ontpopte hij zich als een soort leider voor de troep.
Niemand durfde passeren.
Duidelijk was wel dat de politieauto bijna onmerkbaar vaart minderde .
En alsof iedereen dit aanvoelde minderde de hele kolonne, die was ontstaan, snelheid .
Zonder een wanklank en getuuter van de kant van ongeduldige automobilisten
Het was een vreemd gezicht,
De auto’s voor de politieauto waren allang in de verte verdwenen.
De snelweg voor ons was zover we konden kijken, leeg.
Het leek alsof we deel uitmaakten van een excursie onder leiding van een boswachter door een stiltegebied.
We minderden snelheid van honderd naar negentig, tachtig, zeventig, kilometer per uur.

De spontaan gevormde kolonne hield als een lichaam de adem in.
Waar zou dit toe leiden?
Nog steeds geen commando op de display van de politieauto
De blauwe lichten zwaaien onophoudelijk. De sirene was uitgezet.
Een mysterieuze stilte hing om ons heen.,
Nelleke en ik voelden beiden weer de nieuwsgierige spanning van kinderen die voor het eerst op schoolreis gaan.
Minder vijftig kilometer per uur reden we nu.
Één merkwaardige sensatie.
De vertraging verliep heel gedisciplineerd

Bij hardloopwedstrijden voor paarden op de renbaan, rijdt één terreinwagen voorop.
Aan beide zijden een lange arm waarachter de paarden lopen. Van elkaar ge scheiden door buizen.
De wagen gaat steeds harder rijden. De paarden gaan van draf over in galop.
Op dat moment klap de terreinwagen zijn vleugels naar voren en rijdt met hoge snelheid weg.
De paarden met hun jockeys stormen naar voren.
Bij ons was op de snelweg precies het omgekeerde gebeurd.
Met onzichtbare armen had de politieauto de autos achter zich verzameld om ze langzaam tot stilstand te brengen.
Ook met lange, nu onzichtbare, armen.
Het volkomen onverwachte, en toch onontkoombare, gebeurde.
We stond allemaal stil.
Hartstikke stil midden op de snelweg.
In the middle of nowhere tussen Brussel en Namen.

Nergens iets te zien wat de politionele ingreep verklaarde.
Even leek de werkelijkheid een DVD die op pauze gezet was.
Toen ging het portier van de politieauto open.
Een mannelijke gendarme stapte uit.
Wat zou hij gaan doen
De verzamelde automobilisten toespreken?
Maar de stoet achtervolgers moet onderhand uitgegroeid zijn tot meer dan een kilometer.
Hij heeft zelfs geen megafoon in de hand.
Maar tot onze verbazing stapt de man vastberaden op de betonnen vangrail af.
Hij bukte zich en greep iets met beide handen.
Toen liep hij ermee terug naar de auto en hield bij de motorkap even in.
Hij zat dus niet alleen in de politieauto, want triomfantelijk vertoonde hij zijn vondst aan de onzichtbare metgezel .

Dit was ons geluk,. Anders hadden we nooit geweten waarom we van hogerhand tot stilstand waren gedwongen ergens op de snelweg midden in de België , in de Hautes Ardennes .
We zagen de vlammende licht roestbruine kleur van de vacht van een dier.
Bij een poging de snelweg over te steken en de betonnen vangrail over te springen,, was het dodelijk gewond geraakt door het voorbijrazende verkeer.
Was het een onfortuinlijke ree of een vos?
In elk geval geen aan flarden gescheurde autoband.
Een ree in zo’n redelijk gave toestand zou misschien toch met meer compassie zijn behandeld of zelfs nog op de tafel van de plaatselijk bosbeheerder zijn beland.
Een pluizige staart , korte poten en een harige vacht . Geen twijfel mogelijk. Het was een vos.
Even later werd hij roemloos over de vluchtstrook in de berm tussen de dennebomen geworpen. Een prooi voor de aaseters.
Het duurde bij elkaar nog geen minuut.

Nelleke en ik keken elkaar aan: het hele verkeer tot stilstand gebracht om een dode vos van de snelweg te halen!
Terecht natuurlijk. Automobilisten hadden kunnen denken dat het dier nog leefde.
Wie weet was er iemand gestopt,. Een dierenvriend die met gevaar voor eigen leven, en dat van anderen , deze vos had willen redden.
Of al die anderen die geschrokken bij de aanblik van de vos door vreemde uitwijkmanoevre een verschrikkelijke kettingbotsing zouden hebben veroorzaakt.

De politieauto reed met grote snelheid weg. Ons verbijsterd achterlatend.
Niet voor lang. We trapten allemaal de gaspedaal in om onze weg te vervolgen.
Een halve minuut later herinnerde niets aan het kunststukje dat we hadden meegemaakt,
Eigenlijk wisten alleen wij en de paar automobilisten direct om ons heen wat er gebeurd was.

We ontwaakten uit de droom alsof we een verschijning hadden gezien.
We waren op het juiste moment op de juiste plaats geweest om getuige te zijn van een adembenemend kunstje.
Puur mensenwerk, maar toch een soort wonder omdat het zo onverwacht kwam en zo in strijd met de routine van de weggebruiker.

En we mijmerden nog wat na over die wonderlijke overgang.
Eerst onze verwondering over de afwezigheid van klapbanden op de vroegere belgische snelwegen.
En toen die arme vos die even slordig aan de kant van de weg lag..

(c) martin los

Ouder worden met een twinkel

Op de ontbijttafel lag Trouw te wachten. Vast ritueel.
Bij doorbladeren viel mijn oog op de kop “ouder worden met een twinkel”.
De bedoeling van een kop in de krant is dat de lezer wordt verleid om het artikel te gaan lezen. Maar soms leidt iets wat de aandacht moet trekken, juist af.
Ik ken dat risico. Als ik mijn preek begin met “ik zat deze week in de trein toen….”, dan zullen sommige aanwezigen door die opmerking nieuwsgierig worden.
Maar iemand anders kan juist afgeleid worden door dat “ik zat in de trein…” Misschien herinnert dit “pakkende”begin de hoorder aan een eigen treinreis in de afgelopen tijd en het interessante gesprek met een medepassagier. Of de hoorder heeft onlangs de  trein gemist met vervelende gevolgen.
De preek gaat dan als een trein die niet mer stopt aan hen voorbij.

Zo verging het mij maandagmorgen. Ik bladerde in de krant en las de kop “ouder worden met een twinkel”.
Na het lezen van die zin vouwde ik de krant dicht, want mijn boterham met spiegelei wenkte.
Ik mijmerde wat over dit voor mijn gevoel nieuwe woord “twinkel” alsof ik het voor de eerste keer las.
Dat het iets met ouderdom te maken had en met een nieuw boek “het geluk van de grijsheid” (auteur Jean-Jacques Suurmond) zoals ik nog net had opgevangen van het artikel, vervaagde snel voor mijn ogen

“Twinkel”. Wat een verrassend nieuw woord. Wat een vondst!
Ik twitter. Ik verzend tweets. Ik retweet soms een interessante tweet van iemand anders.
Ik heb op een mooie zondagmiddag in maart in brouwerij Maximus een tweetup van twitteraars uit Leidsche Rijn bijgewoond. Allerlei ondernemende en boeiende personen, plaatselijke politici, journalisten, netwerkers via sociale media en verstokte twitteraars waren er samen gekomen. Ze vonden het “gaaf” dat de plaatselijke pastoor die ze kenden van twitter er ook was.
En begin januari was er een reli-tweetup in Utrecht in Hoog-Catharijne van allerlei mensen uit ons land die in en voor de kerk werkzaam zijn en sociale media gebruiken.

Regelmatig kom ik nieuwe woorden in tweets tegen die met “tw” beginnen. Ze duiden dan iets aan dat online bereikbaar of verkrijgbaar.
Maar “twinkel” was ik nog niet eerder tegengekomen

Wat zou “twinkel” betekenen in als term binnen de sociale media?
Natuurlijk zal ieder die dit leest mij wakker willen schudden: “twinkel heeft niets met internet te maken”.
En als iemand mij normaal gevraagd had “wat is een twinkel” dan zou ik gezegd hebben: “dat is de beweeglijke schittering van licht in iemand oog waaraan je kunt zien dat h/zij geniet”.
Maar in mijn dagdroom ging ik gewoon verder met mijmeren over “twinkel”.
Wat een vondst als aanduiding van online-reclame via twitter: een twinkel, een tweet van een twitterende winkelier. Natuurlijk is een online-verkoper: een twinkelier.

Toen ik uit de dagdroom ontwaakte –  een leeg bord staarde mij aan in plaats van het spiegelei – opende ik mijn Ipad.
Ik googlede op “twinkel”.
Wat in mijn dagdroom nog helemaal nieuw was, bleek inderdaad al werkelijkheid.
Ik trof een online blad aan: Twinklemagazine.nl (concreet over e-commerce).
Verder ook Twinkeltje, een online webshop.
Het verbaasde met niet dat ik ook de Twinkle100 aantrof, een overzicht van tophonderd honderd zaken die artikelen online verkopen.

Twinkel was dus inderdaad een nieuw woord zoals het ook op mij af gekomen was vanuit de kop in de krant.
Alsof het wilde zeggen: “zie je me wel?!”
Alsof het woord mij een knipoog gaf.
Het woord “twinkel” in de krantenkop “ouder worden met een twinkel” twinkelde als het ware van plezier als fonkelnieuw woord.

Wacht even: de twinkel twinkelt? Plotseling blijkt het woord “twinkel” online iets heel anders dan offline.
“Twinkel” is een nieuw woord maar “twinkel” ook heel oud.

Ging het in Trouw niet over “Ouder worden met een twinkel”? Steeds meer ouderen gebruiken internet en sociale media las ik onlangs.
Maar daar ging het artikel in Trouw vast niet over.

(c) Martin Los