de engel in de parkeergarage

Vanmorgen had ik om 08.10 uur een afspraak bij een arts in het Antoniusziekenhuis.
Om 08.30 liep ik terug naar de parkeergarage.
Bij de betaalautomaten stond vanwege het vroege uur nog niemand.
Ik stak mijn parkeerkaart in de gleuf van één van de apparaten.
“Eén euro” verscheen op het scherm
Op dat moment tastte ik in de zakken van mijn jasje naar mijn etui met betaalpasjes.
“Vergeten” drong het tot me door.
Ik had thuis een ander colbert aangetrokken. Het etui zat nog in het jasje dat ik de vorige dag had aangehad.
Er zat ook geen enkele losse munt in mijn zakken, en geen papiergeld in mijn portefeuille.
Daar stond ik hulpeloos.
Eerste vraag: hoe krijg ik mijn parkeerkaart terug, want ik kon hier niet bedremmeld blijven staan.
Een druk op de rode knop van de intercom.
Gelukkig was er meteen contact met een medewerker van de Parkingservice.
“hoe krijg ik mijn parkeerkaart terug want Ik heb geen geld bij me?”
“Op de annuleerknop drukken!” zei een mannenstem die kraakte als een papierenzak die in elkaar gefrommeld werd.
Met de parkeerkaart liep ik even de hoek om om te zien of daar de medewerker aan het loket zat.
Er stond nog steeds niemand achter me of naast me.
Achter de balie geen medewerker te bekennen
Ik keek nog even de grote hal naar het ziekenhuis in alsof ik hoopte dat ik een bekende zou zien.
Hoe kwam ik aan geld om te betalen?
Terug naar de afdeling van de arts om medewerking te vragen? Naar huis bellen?
Ik liep nog even terug naar de betaalautomaat alsof ik daar toch iets van uitkomst zou vinden.

Op dat moment kwam van links of moet ik zeggen “vanuit het niets” een jonge vrouw op mij toe, blond haar, vriendelijk gezicht, rode sjaal en beige jas.
“Hoorde ik dat u een euro nodig heeft?”
Ze had het geldstuk al in haar hand om het mij aan te reiken.
“Mij overkwam vorige week precies hetzelfde” zei ze met een glimlach
Met verbazing en dankbaar als een kind keek ik haar aan.
“Ontzettend bedankt!” zei ik tegen haar terwijl ze al aanstalten maakte om door te lopen.
Omdat ik niet wist hoe ik iets terug voor haar zou kunnen doen, zei ik: “Ik zal een gebedje voor u doen”.
Ze draaide zich nog even naar mij om om meteen weer door te lopen.
Op datzelfde moment besefte ik dat ik mijn priesterboord niet om had.
Het was vandaag immers mijn vrije dag. Ik was dus “incognito”.
Mijn spontane aanbod van een gebedje voor haar dat een priester zo gemakkelijk in de mond neemt omdat het zijn dagelijks werk is, moet des te vreemder in haar oren geklonken hebben.
Ik voelde me extra met lege handen staan.
Zo groeide mijn verwondering over mijn redding door de jonge vrouw.
Haar hulp kon niet ingegeven zijn door de bijzondere positie die ik in de ogen van sommigen geniet want die kon ze niet geweten hebben.
En waar haalde ze vandaan dat ik een euro nodig had? Want ik had via de intercom geen enkel bedrag genoemd.
Had ze toch achter mij gestaan en het bedrag op het scherm gezien toen ik de parkingwacht belde? Nee, want naast mij was een betaalautomaat waar niemand voor stond. Het was onnodig om in de rij achter mij te staan.
Had ik misschien hardop gepraat? Ook dat niet.

In gedachten liep ik naar de auto op het eerste parkeerdek.
“Waaraan had ik deze vriendelijkheid als van een engel incognito te danken?”
Ik moest denken aan de film “Pay it forward” die ik lang geleden gezien heb.
Een man bij een supermarkt komt met zijn boodschappen terug bij zijn auto. Sleutel kwijt. Hij kijkt radeloos om zich heen.
Een jonge man komt op hem toe lopen: “kan ik u ergens mee helpen?”
De man legt uit wat er aan de hand is.
“Thuis heeft hij een reservesleutel”zegt hij.
De jonge man biedt spontaan aan hem met zijn eigen auto naar huis te brengen met de boodschappen.
Een half uurtje later zijn ze terug bij de afgesloten auto bij de supermarkt. De man kan nu met zijn reservesleutel naar huis rijden.
“Wat kan ik je aanbieden voor je hulp?”vraagt hij aan de  jongeman.
“U hoeft mij helemaal niets te geven. Ik vraag alleen dat u de eerstvolgende keer dat u iets goeds voor iemand kunt doen, dan ook spontaan doet”.
De film vertelt dan verder hoe door deze ene goede daad een kettingreactie op gang komt van hulpvaardigheid en vriendelijkheid.
Wie met lege handen stond, heeft plotseling oneindig veel te bieden.

Ik ben nu heel benieuwd wat de olievlekwerking zal zijn van de goede daad die mij vandaag overkwam.
……….en van dit verhaal, de boodschap van “de engel in de parkeergarage”, dat ik thuis meteen geschreven heb.

(c) Martin Los

De eerste dag of de éne dag?

“Toen was het avond en morgen geweest: de eerste dag” zo luidt ongeveer de tekst in de meeste vertalingen van het eerste hoofdstuk van Genesis over de schepping.
Vertalers denken kennelijk algemeen:  het scheppingsverhaal vertelt over een tweede dag, een derde dag, dus is dag één de eerste dag.
Maar in het Hebreeuws staat niet “de eerste dag” want er is nog maar één dag. Het is nog helemaal niet gezegd dat er een tweede dag komt.
De huidige Paus Franciscus wordt pas Franciscus I genoemd als er ooit een tweede paus met die naam komt. Nu is het nog zondermeer Franciscus.

Er staat in de Hebreeuwse tekst over de schepping eenvoudigweg:  “Het was avond en het ochtend één dag”.
Waarom is het nou zo belangrijk om daar op te wijzen?
Omdat die ene dag de basis vormt van alle andere dagen die straks volgen. In die zin zijn alle dagen aan die ene dag gelijk. Elke dag heeft als kenmerk dat hij begint in het duister en eindigt in het licht.

Dat trouwens alweer een heel belangrijke constatering. In onze 24/7 agenda begint de dag met 00.00 uur. En voor ons eigen gevoel begint de dag wanneer we opstaan.
Maar de dag “die God heeft geschapen” begint met de avond en eindigt in het licht.

de ene dag in de zeven dagen

Het is goed om dat tot ons te laten doordringen. Het wezen van de dag is, dat ze in het duister begint en uitloop in het licht. Als een tulp die groeit vanuit de bol in de grond. Als een kaars die uitloopt op de vlam van licht.

Dat gaat tegen alle deprimerende gevoelens en weemoed in. Vanuit dat gevoel eindigt elke dag teleurstellend in het donker.
Maar vanuit Bijbels bewustzijn eindigt de dag in het licht: één dag. De dag eindigt niet in het duister. Met het duister begint weer die ene dag die groeit vanuit de rust van het donker naar het licht. Wat er ook gebeurt op een dag: die dag kan niet stuk.
Die ene dag plant zich voort in alle dagen van de week.

Nodeloos te zeggen hoe ongelukkig het is vanuit deze visie is om de week te laten beginnen op maandag in onze 24/7 agenda’s. Daarmee is alle nadruk komen liggen op werk en planning. Maar leven is meer. We leven allemaal bij de ene dag of liever in de ene dag die ons geschonken wordt.
Natuurlijk moeten we efficiënt met onze tijd omgaan, maar dag één is de zondag, zowel in de Joodse als Christelijke indeling van de week.
De zondag als de ene dag van duister naar licht plant zich voort in alle andere dagen die ook dag zijn omdat ze die basis gemeen hebben met de ene dag die God aan het begin schiep.

Nu begrijpen we beter waarom het Paasfeest een hele week duurt. In de liturgie van de katholieke kerk wordt elke dag van de Paasweek (Paasoctaaf) gevierd als de ene dag waarop de Heer is verrezen.
Er is een nieuwe schepping aangebroken. In deze nieuwe schepping plant de ene dag van de verrijzenis zich voort en de andere dagen. Ze delen nu allemaal in het nieuwe karakter van de dag die verwijst naar het licht van de eeuwige dag die met de verrijzenis van Christus is aangebroken.

Dus elke dag bidt de priester in dit Paasoktaaf in het voorwoord tot het eucharistisch gebed:  “….zullen wij uw Naam verkondigen al onze dagen, maar vooral op deze dag op deze dag die Gij gemaakt hebt, bezingen wij U”.  De dag “die gij gemaakt hebt” is de ene dag van het begin en nu de dag van de verrijzenis van Christus.

Ik vraag niet de aandacht voor deze visie op de dag uit een soort wereldvreemde nostalgische overwegingen. En ik koester ook geen illusie dat de agenda’s en roosters aangepast zullen gaan worden.
Maar voor onze spirituele beleving is het nuttig en noodzakelijk dat we ons opnieuw bewust worden van deze fundamentele visie op de dag: ze begint met donker en rust en eindigt in licht. Alle dagen eindigen in het licht. Eindigen niet in de zin van ondergaan, maar hun voltooiing vinden. Als verwijzing naar de dag die komt: de dag die eindigt in het eeuwige licht.

(c) Martin Los