“….in de eeuwen der eeuwen. Amen” (vervolg) II

Eeuwigheid
Wat betekenen die in de liturgie oneindig keer herhaalde woorden “in de eeuwen der eeuwen” nou eigenlijk? Als die mantra aan het eind van de oraties nodig is, om het Gods volk te kunnen laten instemmen met Amen, waarom dan niet  gewoon “…in eeuwigheid. Amen”?
Betekent “in de eeuwen der eeuwen”of “in de eeuwen”  niet hetzelfde als “in eeuwigheid”? Het Onze Vader eindigt toch ook op: “en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen”?
Ja, maar bij het Onze Vader in het Latijn en het oorspronkelijke Grieks niet. Beide eindigen met  “in saecula. Amen”  en “eis aionas. Amen”.  Dat wil zeggen: “in (alle) eeuwen. “De heerlijkheid van God moge in elke tijd opnieuw stralen”. Bij de nederlandse vertaling “in eeuwigheid” lijkt er toch een verschuiving in betekenis plaats te vinden

Eeuw
Als we in de liturgische rite “in de eeuwen der eeuwen ”zouden vervangen door “eeuwigheid”  zouden we misschien het gevoel hebben dat het begrijpelijker was. Want betekent eeuwigheid niet oneindig?
Ja, eeuwigheid betekent zonder begin en einde, oneindig. Daarom is “in eeuwigheid” niet hetzelfde als “in de eeuwen”,  Want een “eeuw” heeft wél een einde. Dus in “in de eeuwen der eeuwen” gaat om meer dan oneindigheid. Het gaat juist om wat eindig is: de eeuw.  Hij die zelf God zonder begin en einde is, leeft en regeert in elke eeuw. En die eeuw kent wel begin en einde, en gaat ook voorbij.

Geen tijd gelijk
Daarom moeten we toch even kijken naar de verschillende manier waarop je tijd kunt beleven.
Wij persen in de moderne de tijd de tijd in meetbare eenheden: seconde, minuut, uur, dag, week, maand, jaar, eeuw.
Dat is in feite “onthechte tijd”  De term disengaged (vertaald als “onthecht”) komt veel voor bij de canadese filofoof Charles Taylor. Maar niet alleen bij hem. Onlangs kwam ik de term ook tegen bij de culturel sociologe Eva Illouz.  Onthechte tijd  staat los van ons en onze beleving.  Het is de klokketijd die voor iedereen en overal op aarde gelijk is.
Deze organisatie van de tijd  is een ongelofelijke prestatie van de moderne mensheid. Maar naast deze meetbare, altijd identieke tijd en tijdseenheden is er ook de tijd zoals we die zelf beleven. Die tijd die we zelf beleven, laat zich niet door instrumenten meten. Het is de tijd uit de verhalen die we over onszelf vertellen. Die tijd heeft te maken met zin en waarde.
Die ene seconde die een eeuwigheid leek te duren voor dat de botsing gebeurde en je later weer bij kwam.
Het uur dat zo voorbij vloog als een krant die vlam had gevat, toen je examen deed, en alle vragen op je af kwamen.

Aeion en saeculum
Ook in het geval van de eeuw is de eeuw in de jaartelling niet de eeuw zoals we die beleven. De eeuw uit de jaartelling is honderd jaar. Betekent “in de eeuwen der eeuwen” dat God honderd-jaar-in honderd-jaar-uit God is en Jezus Christus de Heer?
Maar God is geen lange afstandloper met een metertje om zijn pols die nooit buiten adem raakt. Natuurlijk is de betekenis van “in de eeuwen der eeuwen” veel meer dan dat.

Doe je horloge even af. Vergeet de digitale kalender even. Beleef de tijd waarin je leeft. Blik terug. Kijk vooruit. Waar begint de tijd van jouw cultuur. Waar zou ze eindigen?
In de beleving van mensen was een eeuw een onafzienbare periode waarin een bepaalde geest domineerde. Een waarde waardoor een lange periode werd gekarakteriseerd. Een dynastie die lang en breed het leven van alles en iedereen beheerste.
In dat geval hebben we te maken met wat de antieke Grieken een Aeion noemden, en de Romeinen Saeculum

Op het grensvlak of breukvlak.
De eeuw waarvan in de liturgie sprake is, staat voor een bepaalde tijd en cultuur met een dominante waarde die zich in alles uit. Dat is iets anders is dan de afgemeten tijd van honderd jaar van de jaartelling.
Dat merk je pas goed als het ene dominante principe plaats maakt voor een andere. Als een cultuur plaats maakt voor een andere.
Als je in de ene periode (eeuw) leeft, kan je je vaak nauwelijks nog inleven in de mensen in de periode (eeuw) daarvoor.

In twee werelden
Een voorbeeld. Honderd jaar geleden lag in reclame alle nadruk op “oud” en “gedegen”. Firma’s die adverteerden, heetten: Jan Franssen & zn of de Weduwe van Nelle. Men moest weten dat de geboden waar of dienst beproefd en vertrouwd was. Het bedrijf ging al generaties mee, dus je kon erop aan.
Maar de reclame bleek uiteindelijk zelf al uiting van iets geheel nieuws. En dat nieuwe zou snel blijken. Want een halve eeuw geleden kwam in reclame alle nadruk te liggen op “nieuw” en “vernieuwend”.  Was je honderd jaar gelden jong dan “kwam je pas kijken” ten opzichte van degene die ouder was dan jij. Een vijftigjarige “kwam pas kijken” in de ogen van zijn tachtigjarige jarige vader.
In de nieuwe tijd is  “jong” het toverwoord. Dankzij de wet van de remmende voorsprong loopt de aankomende student al voor op de net afgestudeerde. En door kosmetische ingrepen proberen ouderen eeuwig jong te lijken.
Op moreel gebied. Twee generaties geleden was sexualiteit een taboe-onderwerp. Dat is nu totaal anders. Honderd jaar gelden was homosexualiteit strafbaar, nu is het strafbaar om anderen op grond van hun geaardheid anders te behandelen als anderen.
Op alle gebieden is het culturele landschap onherkenbaar veranderd. Wie nu zelf ouder is dan 65 jaar heeft het gevoel in twee werelden te hebben geleefd.

Adembenemend avontuur
Gaat de God tot wie gebeden werd in de patriarchale tijd voorbij als die tijd/eeuw voorbij is? Staat of valt het geloof in Jezus Christus met een bepaalde tijd en cultuur?
Dat is steeds weer een adembenemend avontuur. Ook nu houden velen de adem in. Is God inderdaad dood zoals Nietzsche als eerste uitschreeuwde? Dood als een  uitgedoofde vulkaan?
Of wordt hij ook in de nieuwe eeuw op een nieuwe wijze herkend en tot bron van leven. Valt God samen met de cultuur en de door die cultuur bepaalde wijze waarop hij ervaren wordt, of gaat de cultuur wel voorbij, maar God niet?

Met de afsluiting van het gebed waarbij de priester zegt “en in de eeuwen der eeuwen” en het volk antwoordt met “Amen” wordt eigenlijk heel veel gezegd. Of liever: er worden wereld in opgeroepen die geweest zijn en nog zullen komen.
Het volk dat nu in deze tijd bidt tot God voelt zich ondanks alle verschillen in tijd en cultuur (eeuw) één met de voorafgaande culturen en generaties die in hun tijd God aanbaden en samenkwamen voor de openbare eredienst. En dat zonder enig superioriteitsgevoel. Dat is één van de betekenissen van “katholiek”. Moderniteit voelt zich altijd superieur alsof ze het licht heeft gezien of meer nog zelf is. Maar ze zal gaandeweg blijken een eeuw onder de andere eeuwen te zijn.

Niet afgesleten maar gepolijst
De liturgische formule uit de rite van de katholieke kerk “en in de eeuwen der eeuwen”  blijkt geen versleten formule of fossiel te zijn. Ze behoort tot de gepolijste delen van de liturgie van het volk van God dat bijeen is. Door het polijsten (het vele bidden door de eeuwen) laat deze formule een glans zien die als het ware van binnenuit komt. De diepe warme glans waaruit het hart van het geloof in de altijd levende God spreekt.

“…..en in de eeuwen der eeuwen. Amen” I

Een bepaald soort gebeden in de liturgie van de katholieke kerk eindigt altijd op dezelfde manier: “…..die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen”

gepolijst
Ik wil graag wat uitvoeriger stil staan bij de inhoud van die woorden “in de eeuwen der eeuwen”. Voor veel mensen is dit één van de meest afgesleten zinnetjes uit de liturgie omdat het inderdaad zelf ook overal en altijd en in de eeuwen der eeuwen klinkt. Sinds mensheugenis in het Latijn “et in seacula seaculorum. Amen” en de afgelopen eeuw in alle talen.

Een positiever benaming en beleving van “afgesleten”is “gepolijst”.  Door veelvuldig wrijven, polijsten, komt een bijzonder glans over een oppervlak te liggen. Die donkere glans lijkt van binnen uit te komen. Een mysterieuze transparantie.

Over die wonderbare inhoud wil ik iets vertellen. Zie de volgende blog (II)
Maar eerst even over dit type gebed, dat zo karakteristiek is voor de katholieke liturgie, in het bijzonder de eucharistie.

Collecta-gebeden
De kerk gaat ervan uit dat elke gelovige als biddende mens in de kerk aanwezig is en aan de liturgie deelneemt. H/zij bidt tijdens de viering in stilte zijn eigen persoonlijke gebeden en intenties tot God.
De gelovigen vormen echter samen ook de geloofsgemeenschap die bijeen is. Ieder maakt deel uit van het verzamelde volk van God. Daarom worden de persoonlijke stille gebeden en gedachten en intenties op bepaalde momenten samengevat in het gebed door de priester dat eindigt met de woorden: “…..die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen”.

Dit soort gebeden heet oratie (openbaar gebed) of collecta-gebed.
De persoonlijke gebeden van elke gelovige worden om zo te zeggen “gekollekteerd” en door de priester in een samenvattende bede namens het verzamelde gelovige volk tot God gebeden.
Alsof hij die gebeden in een schaal omhoog heft, bidt de priester met uitgebreide armen tot God.
Hij bidt in dat geval niet zijn eigen persoonlijke gebed, maar het gebed van de kerk zoals het Missaal (officiële r.k. kerkboek voor de liturgie van de Heilige Mis) aan geeft. Het is een kort en bondig gebed van een paar regels.

Ter vergelijking
Dit is een opmerkelijk verschil met de traditionele protestantse eredienst. De dominee/voorganger bidt vaak een uitgebreid spontaan gebed dat als het ware door de gelovigen in stilte wordt “meegebeden”. Het is een soort model bidden dat resoneert in de harten van de aanwezigen die zich erin herkennen en erdoor geraakt voelen.
De persoon van de dominee en het persoonlijke gehalte van zijn/haar geloof krijgt hierdoor in feite een heel groot gewicht.
Bij de priester treedt de persoon juist terug achter zijn functie, namelijk de gelovigen te stimuleren persoonlijk te bidden en hun gebeden samen te vatten

Scharnieren
In de eucharistie zijn er drie momenten waarop zo’n kollekte van de persoonlijke gebeden van de gelovigen plaats vindt. Het zijn alle drie scharniermomenten waarop een overgang in de liturgie plaats vindt. Het verzamelde gelovige volk staat op zo’n moment als het ware op drempel van een nieuw vertrek in de structuur van de eucharistie.

Eerst aan het einde van de openingsritus voordat het Woord van God tot klinken komt in de Schriftlezingen. Ten tweede als de offergaven van brood en wijn naar het altaar zijn gedragen. Tenslotte na de communie aan het slot van de eucharistie.
Het zijn telkens bijzondere overgangsmomenten in ritueel van de viering. Op zulke momenten worden de gelovigen steeds ook weer zelf verzameld tot het ene volk van God dat de liturgie viert.

Het is de dynamiek tussen persoonlijk en gemeenschappelijke gebed. Beiden kunnen niet zonder elkaar. Een volk zonder personen is leeg en abstract. De persoon zonder gemeenschap is ontheemd en onvruchtbaar.

Samenspel
Met de afsluiting “en in de eeuwen der eeuwen” stelt de priester de gelovigen in staat om samen in te stemmen met  “Amen”. Om in voetbal termen te spreken: hij geeft als het ware de voorzet die het volk van God gezamenlijk in kan koppen, zodat het kan scoren. Dat is nodig want het is tenslotte het gebed van het verzamelde volk van God.
Zo’n samenspel komt op veel meer momenten in andere vormen in de liturgie voor

We hebben eerst gekeken naar de bijzondere plaats van “en in de eeuwen der eeuwen”. We begrijpen nu ook waarom dat zinnetje zo “gepolijst” is door het veelvuldige gebruik.
Nu is het tijd om bij de inhoud stil te staan en te begrijpen waarom er zo’n verborgen glans over deze woorden ligt.