Hartelijkheid zal je nooit berouwen

Preek op het feest van Christus Koning 22 november 2020 Mariakerk en Willibrordkerk

“Dan zal de koning zeggen: alles wat je gedaan hebt voor één van deze geringsten van mijn broeders, hebt je voor mij gedaan”1)
Lieve zusters en broeders, het feest van Christus Koning viert de kerk vandaag op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Daardoor zouden we de indruk kunnen krijgen dat het koningschap van Jezus een zaak is van een verre toekomst. We zouden daardoor kunnen denken dat de gelijkenis die Jezus vertelt over de rechter die de schapen van de bokken scheidt, iets is dat aan het eind der tijden lijkt te gebeuren. We zouden dan gemakkelijk kunnen denken dat het beeld van het laatste oordeel dat Jezus schetst, een waarschuwing is.  Een stok achter de deur voor ons die van nature misschien geneigd zijn tot egoïsme. Of een extra aansporing om goed te doen met de belofte van een beloning in het vooruitzicht
Verlichte despoten en filosofen die geloof in God iets voor het gewone volk vonden en er zich er zichzelf van distantieerden, propageerden desondanks angst voor God en het laatste oordeel. Ze vreesden dat anders de criminaliteit om zich heen zou grijpen. Want met alle politie en strafmiddelen kun je misdrijven niet voorkomen. Dus is het wel nuttig om een goddelijke vergelding achter de hand te hebben die mensen afschrikt. Het laatste oordeel werd dus vooral gebruikt als een politiek en opvoedkundig instrument.
Maar gaat het hier wel over de toekomst? Over uitgestelde beloning en uitgestelde straf? En is het koningschap en de glorie van Jezus iets in de toekomst alleen?
De koning zegt tot degenen aan zijn rechterhand: “Komt gezegenden van mijn Vader en ontvangt het rijk dat voor u gereed is vanaf de grondlegging der wereld……want ik had honger en gij hebt mij te eten gegeven”.
Zij antwoorden verwonderd: wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven. Dan antwoordt hij: “Alles wat je gedaan hebt voor één van deze geringsten van mijn broeders, hebt je voor mij gedaan”.
Als er één ding duidelijk is, dan is het dit. Angst voor straf, of hoop op beloning speelt hier geen enkele rol. De “gezegenden van de Vader” hebben de arme niet gevoed om er zelf beter van te worden door een vorstelijke beloning of om een eeuwige straf te ontlopen. Ze hebben de naakte gekleed omdat ze ontferming hadden. Omdat ze hun hart lieten spreken. Niet om straf te ontlopen of een beloning te ontvangen. Het gaat om troost. Dat ze tegen de stroom in zich ontfermd hebben en in het gelijk zijn gesteld. Barmhartigheid doen uit angst voor straf of uit hoop op beloning, is innerlijk tegenstrijdig.
Ergens anders zegt Jezus: ‘als je een arme helpt, bazuin dat niet uit om geprezen te worden door de mensen. Want dan heb je je loon al. Maar laat de linkerhand niet weten wat de rechter doet. Dan zal de Vader het u belonen”.  Het gaat dus niet om een verre toekomst, een uitgestelde beloning, iets dat buiten onze werkelijkheid ligt. Het gaat over hier en nu.
De gelijkenis van het laatste oordeel maakt duidelijk dat je niet pas in een verre toekomst jezelf en anderen te kort doet als je niet barmhartig bent geweest. Maar nu. Barmhartigheid beoefenen naar de medemens is deel hebben aan Gods rijk. Je deelt in zijn heerlijkheid ook al is die nog niet openbaar. Maar in het verborgene, zegt Jezus, herhaaldelijk, is het er al. Ja “voor de grondlegging der wereld, is het weggelegd” voor de barmhartigen en rechtvaardigen 2). Ook al wordt dit tegengesproken door de wereld waarin we leven. Wij eren Jezus die stierf aan het kruis, niet als alleen toekomstige koning van het heelal. We belijden dat hij dat nu al is. Door onze houding in ons leven.
Jezus verenigt zich met de armen en misdeelden, zelfs tot de dood aan het kruis. En hij verenigt zich met allen die zich over hen ontfermen. “Wat je aan de geringsten van deze van mijn broeders hebt gedaan, heb je aan mij gedaan” Wat wil dit anders zeggen dan dat de armen en hongerigen en vluchtelingen niet de verliezers zijn, maar de beschermelingen van God. Alleen waar we ons dat bewust zijn, raken we aan het rijk van God en Jezus koningschap van het heelal.
Het is niet zo dat God mensen buiten sluit door een laatste oordeel over hen vanwege hun hardheid van hart en hun onbarmhartigheid, Men sluit zichzelf buiten. Niet straks, maar nu. Want als je alleen voor jezelf leeft, sluit je niet alleen mensen buiten, maar God als schenker van het leven. Dat is geen leven. Geen leven zoals het bedoeld is. Leven dat goede vruchten voortbrengt. Eeuwig leven.
De gelijkenis van het laatste oordeel is geen stok achter de deur. Jezus wil ons geen angst voor God of begeerte naar beloning in ons opwekken. Hij wil ons de liefde van God leren. Het is nooit te laat om het met die liefde voor het kleine en kwetsbare te wagen.
Jezus klopt telkens op de deur van ons hart in de armen en behoeftigen om ons heen, om binnen gelaten te worden als koning in onze harten. Als we dat doen eren we hem als Koning van het heelal. Niet in een verborgen toekomst maar hier en nu.
Jezus koning van ons hart, koning in eeuwigheid, stelt ons de vraag of we gewetensvolle mensen willen zijn. Gewetensvol wil zeggen dat we nadenken bij wat we doen. Dat we kunnen verantwoorden wat we doen, verantwoorden naar onszelf die we immers niets wijs kunnen maken. Hoe willen we zijn? Dat is de ultieme vraag. Geen mens is volmaakt. Maar dat is geen reden om angstig te zijn. Als ons geweten ons aanklaagt, is God er gelukkig nog.  God is groter dan ons hart. Hij troost ons, want zijn barmhartigheid is eindeloos. Nu en in eeuwigheid. Amen

Martin Los, pastoor

1) 2) Evangelielezing volgens het universele r.k. leesrooster voor het Feest van Christus, koning van het heelal op de laatste zondag van het kerkelijk jaar

Levensvragen

Preek op de 28e zondag door het jaar op 14 october 2018 Mariakerk en Willibrordkerk

‘Goede meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te verkrijgen?” 1)
Lieve zusters en broeders, de man die deze vraag aan Jezus stelt werpt zich op de knieën voor Jezus. Dat onderstreept de ernst van de vraag voor deze man.
Het gebeurt buiten op straat. Iedereen kan het zien. Een aanzienlijke rijke goede geklede man vernedert zich voor Jezus om eindelijk een antwoord te krijgen op de vraag waar hij al lang mee worstelt: ‘Goede meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te verkrijgen?’.
Deze vraag behoort tot de categorie levensvragen waarmee we allemaal vroeg of laat als mens mee te maken krijgen: ‘hoe kan ik een leven leiden waar ik nooit spijt van krijg? Hoe is leven zoals het werkelijk bedoeld is, en wat moet ik doen om er deel aan te krijgen? Waar vind ik het antwoord op mijn leven dat werkelijk voldoening geeft? Leven is al zijn volheid?’
De vraag kan voortkomen uit een gevoel van onvrede met het leven dat we tot nu toe leiden. Een verslaving waar we vanaf willen om weer vrij mens te zijn. Verkeerde keuzes die we gemaakt hebben. Soms ook het gevoel dat ons leven te vlak was en we kansen gemist hebben die er waren.
De man die voor Jezus op de knieën valt worstelt met deze levensvraag. Het knaagt aan hem. Hij is van binnen diep ongelukkig hoewel massa’s mensen hem benijden om zijn aanzien en zijn rijkdom.
Nu hij de kans krijgt Jezus te ontmoeten, denkt hij: het is nu of nooit. Als een kundige heelmeester van de ziel voelt Jezus hem eerst even geduldig aan de tand: “wat noem je mij goed. Niemand is goed dan God alleen”. Met andere woorden: ‘besef je goed dat alleen God echt antwoord kan geven op jouw vraag? Zie je in mij het aangezicht van God die de harten kent?’ Voor de vraag naar het leven zelf moet je bij degene zijn die groter is dan het leven. Is dat niet God?
Het is als in een biechtgesprek waarbij de priester toehoort en helpt, maar iemand zijn hart uitstort voor God.

Dan begint Jezus aan de ontleding van de reden waarom de man ongelukkig is.
“Je kent de geboden: ge zult niet doden, ge zult geen echtbreuk plegen enz’ Die geboden overtreden maakt de ieder mens ongelukkig is omdat er iets aan je geweten knaagt. Tenzij je je geweten helemaal uitschakelt.
“Dit alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af aan” zegt de man eerlijk en zonder enige zelfvoldaanheid. Hij is een vroom en deugdzaam mens. En toch is hij doodongelukkig.
Nu ligt zijn ziel helemaal bloot voor Jezus die als een kundig chirurg van het innerlijk te werk gaat.
“Het woord van God’ hoorden we in de Hebreeenbrief ‘is levend en krachtig. Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest. Het ontleedt de bedoelingen en gedachten van de mens”. 2)
Wanneer wij mensen ongelukkig zijn met ons leven, dan is dat geen teken dat God ons veroordeelt en afwijst. Het is zijn klop op de deur van ons hart om voor Hem open te doen en zijn hand te grijpen.
“Jezus sprak hem liefdevol aan en zei: “één ding ontbreekt u: verkoop uw bezit en geef het aan de armen. Dan bezit je een schat in de hemel. En kom dan terug om mij te volgen’.
‘Lieve man, je bent zo ongelukkig omdat je vast zit aan je rijkdom. Daarom ben je ondanks je welvaart niet gelukkig. Dan kun je maar één ding doen: verkoop je rijkdom en geef het aan de armen en kom dan terug’
Vaak wordt deze uitspraak van Jezus opgevat als een afwijzing van rijkdom. Maar dat is te kort door de bocht. Inderdaad wordt op vele plaatsen in de bijbel gewaarschuwd voor rijkdom. En veel teksten bevatten kritiek op rijken. Je kunt inderdaad rijkdom heel verkeerd gebruiken. Maar je kunt met wat je meer bezit dan je zelf nodig hebt, ook veel goeds doen.
Jezus bedoelt: rijkdom kan verhinderen dat je echt vrij mens bent, door de angst je bezit kwijt te raken; doordat de zorg ervoor je hele leven in beslag neemt.

‘Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke in het koninkrijk van God binnen te komen’. Dan kan je beter radicaal breken met je rijkdom, want het verhindert je om echt te leven. Het verhindert je om blij en gelukkig te leven als een kind van God. Een kind van God verheugt zich erover dat God voor haar zorgt. Heel veel armen hebben die ervaring, ondanks hun armoede. Telkens als je als mens vindt dat je leven eigenlijk alleen maar bij jou zelf veilig is, doof je de vreugde en voed je de onvrede. Telkens ontneem je jezelf dan de kans om Gods zorg en vriendschap voor jou te ervaren.
Die zorg en vriendschap maakt pas echt gelukkig. Ze schenkt de ware wijsheid van hart. We hoorden het in de lezing uit het boek van de wijsheid: ‘in vergelijking met de wijsheid beschouwde ik rijkdom als niets”.3)
Moge onze Heer Jezus ons allemaal liefdevol aanzien en ons genezen van wat ons innerlijk verhindert gelukkig te zijn als kinderen van God. Amen

(c) Martin Los
1) Evangelie van deze zondag: Markus 10:17-30
2) 2e lezing van deze zondag: brief aan de Hebreeën 4:12,13
3) 1e lezing van deze zondag: Wijsheid 7:7-11
afbeelding: https://vibi.at/de/der-reiche-juengling