Het zal je maar gezegd worden: verkoop uw bezittingen en verschaft je beurzen die niet verslijten

Preek op de 19 gewone zondag door het jaar op 7 augustus 2022 te Houten

De Schriftlezingen voor deze zondag zijn doortrokken van de gedachte dat geloven verwachten is. Een gelovig mens is iemand die vol verwachting is. Jezus vergelijkt mensen die deel hebben aan het rijk van God als knechten die de thuiskomst van hun heer verwachten die naar de bruiloft is. Het is diep in de nacht en er is nog geen teken dat hij in aantocht. Hun medeknechten geven we het op, sommigen gaan zich misdragen volgens het patroon van als de kat van huis is piepen de muizen, maar zíj blijven op de uitkijk staan om hun Heer te begroeten.
Hoe kun je je oefenen in verwachten als je niet weet hoe lang het wachten duurt. Wanneer we tegen middernacht bij een bushokje staan, dan zien we op het elektronische bord hoe laat onze bus komt. We lezen “4 minuten”. Maar dat is eigenlijk geen wachten. Dat is aftellen. Pas als na 4 minuten de bus nóg niet is gearriveerd, dan begint het wachten. De twijfel of onderweg de bus is opgehouden, pech heeft gekregen, of misschien helemaal is uitgevallen. Dát is wachten
Geloof is verwachten, openstaan voor het onbekende, het onzichtbare. “Het geloof is de vaste grond van wat wij hopen, en de overtuiging van de dingen die onzichtbaar zijn” zegt de schrijver van de Hebreeenbrief 1). Als voorbeeld van zulke gelovigen noemt hij de aartsvaders Abraham en Sara, Izaäk en Jakob. Allemaal hadden ze niets anders dan de belofte van God en het visioen van het rijk van God. Daardoor gingen zij op weg. Daardoor doorstonden zij alle beproevingen.
In die traditie staat ook Jezus wanneer hij geloof in het rijk van God vergelijkt met verwachten terwijl je nog niets ziet van de totstandkoming. Vandaar die vergelijking met de knechten die in het donker van de nacht uitzien naar de thuiskomst van hun heer van de bruiloft.
Hoe kun je je toch oefenen in die verwachting is de vraag. Passief achteroverleunen helpt je niet verder. Dat geeft voedsel aan negatieve gedachten. Tot ongeduld. Tot onverschilligheid. Je dut in.
Maar Jezus geeft een paar voorbeelden van hoe we ons kunnen oefenen in verwachting, van hoe we kunnen groeien in geloof: “verkoop uw bezittingen en geeft aalmoezen. Zo verschaf je je beurzen die niet verslijten en zo verwerf je een onuitputtelijke schat in de hemel” 2).
Bezit, dat zijn al onze eigendommen die we niet nodig hebben voor ons eigen levensonderhoud en die ons zelfstandigheid garanderen en onze vrijheid om ons leven enigszins de richting kunnen geven die we wensen en die ons rechtvaardig en eerlijk lijkt  Waarom zouden we meer bezitten dan we nodig hebben. Het levert ons extra zorgen en zelfs angsten op. Maar vooral lijkt bezit ons onkwetsbaar te maken. We kunnen ons er moeilijker door verplaatsen in mensen die niets hebben, de armen, de daklozen en de vluchtelingen. Als je jezelf door je bezittingen aan alle kanten hebt ingedekt en verzekerd, hoe kun je dan nog iets van God in je leven en in deze wereld van God verwachten?
“Verkoopt uw bezittingen” zegt Jezus tegen zijn volgelingen die Gods rijks verwachten. Dat is geen gebod. Het is een advies. Ieder mens kent zijn eigen blokkades om echt te ervaren “dat het geloof de vaste grond is van wat we hopen en de  overtuiging van de dingen die onzichtbaar zijn
We moeten wel oppassen voor een misverstand. Het advies van Jezus om ons bezit te verkopen is niet hetzelfde als wat de Stoicijnen ons leren. Ook zij leren dat je je niet moet hechten aan materiele zaken en aardse dingen. Als je aan niets materieels gehecht bent en je lijdt verlies, raak je ook niet van slag. Zo bewaar je altijd je innerlijke rust. Dat is natuurlijk een nobel streven. Maar één stapje verder, en je mag nergens meer van onderste boven zijn, om altijd je innerlijk rust te bewaren. Zelfs als het om verlies van dierbaren gaat. Maar als je geen emoties mag voelen, dan leef je eigenlijk niet echt. Dat kan niet de bedoeling van het Evangelie zijn en dat is het ook niet.
Daarom zegt Jezus niet alleen “verkoopt uw bezittingen” maar ook “en geeft aalmoezen.  Verschaft u portemonnees die niet verslijten en  verwerft u een onuitputtelijke schat in de hemel waar geen dief bij kan komen”.  Geloven en verwachten is niet nergens meer aan gehecht te zijn en geen emotie te voelen bij verlies. Het is “ergens anders” aan gehecht raken. Gehecht raken aan behoeftigen helpen, aan gerechtigheid beoefenen als voorboden van het rijk van God, aan liefde voor alles wat waarde heeft in maatschappij en natuur. Zo verwerven we ons door het geloof een schat in de hemel. Iets wat ons nooit kan worden afgenomen. Een leven vol creativiteit en vrijheid, zelfs als we geconfronteerd worden met verlies, met negativiteit, met dood.
Bij de voorbereiding op deze preek moest ik ineen denken aan een echtpaar in mijn woonplaats dat bij de MH17-ramp op weg naar Maleisië twee studerende kinderen verloor. Onvoorstelbaar en hartverscheurend. De ouders gaven toe aan hun verdriet. En ze waren actief in de groep nabestaanden die het onrecht bleef aanvechten. Maar gaande weg rijpte bij hen het idee om niet verdriet en boosheid het laatste woord te geven. Ze kwamen op het idee om een fonds op te richtten met de naam van hun kinderen die beide een studie zouden beginnen gericht op hulp aan medemensen. Dat fonds is bedoeld om kansarme kinderen te helpen. Zelf stortte het echtpaar een grote som geld in dat fonds, geld dat ze anders bestemd hadden voor hun eigen kinderen en hun toekomst. En ook nodigden ze familie en vrienden uit om ook aan het fonds bij te dragen. Een geweldig en onverwacht initiatief. 3)
Zonder twijfel kunt u zelf uit eigen omgeving of ervaring voorbeelden noemen van medemensen en medegelovigen die zo in de verwachting van het koninkrijk van God leefden en leven dat zij het aardse zo gingen gebruiken dat het onzichtbare er een beetje zichtbaarder door is geworden. Alsof iets uit het niets geschapen werd. Zo mogen leven, het onverwachte verwachtend. Uiterst geïnteresseerd en nieuwsgierig. Of zoals onze Heer Jezus zelf zegt: “weest niet bevreesd, kleine kudde. Het heeft uw Vader behaagt jullie het koninkrijk te schenken” Amen

Martin Los, pr

Schriftlezingen op deze 19e reguliere zondag door het kerkelijk jaar:
1) 1e lezing: Brief aan de Hebreeen 11:1-2,8-19
2) Evangelielezing: Lucas 12:32-48

3) Frederique en Robert-Jan van Zijtveld Fonds – Kansfonds



De waarde van gastvrijheid

Preek op de 16e zondag door het jaar C 17 juli 2022 Bunnik en Houten

Vandaag staan we door de Schriftlezingen stil bij de gastvrijheid 1). Abraham biedt aan drie mannen die zijn tent passeren, een maaltijd aan. Het is niet alleen teken van zijn zorg voor deze drie vreemdelingen dat zij geen honger en dorst hebben. Het is ook een hele eer in zijn ogen om vreemdelingen te ontvangen. Want een vreemdeling is iemand die uit andere streken komt. Zo iemand kent vele verhalen. Hij kan je leven verrijken. Een echte ontmoeting kan je leven totaal veranderen. Misschien is zo’n vreemdeling wel een bode van God. Dat gebeurt in het leven van Abraham zoals we hoorden. De vreemdelingen die Abraham zo gastvrij ontvangt, betrekken zijn vrouw Sara bij de ontmoeting. Zij was zoals in de Oriëntaalse cultuur gebruikelijk was in de keuken gebleven. Maar de gasten wisten natuurlijk heel goed dat Abraham de maaltijd niet zelf had klaargemaakt maar de vrouw achter de schermen in de tent. Abraham was tijdens de maaltijd uit respect onder de boom blijven staan om zijn gasten te dienen. “Volgend jaar kom ik terug en dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben” sprak de gast. Toen begreep Abraham dat hij en Sara niet zomaar een gast op bezoek hadden gehad, maar een engel van God in mensengedaante. Deze ontmoeting veranderde hun hele leven, want ze waren de leeftijd gepasseerd waarop mensen vruchtbaar zijn. Misschien hadden ze zelfs geen gemeenschap meer omdat hun levensbron was opgedroogd. Nu waren ze plotseling toekomstige ouders van een zoon waar ze tevergeefs naar hadden uitgezien.
Wij mensen van deze tijd weten nauwelijks nog wat gastvrijheid is zoals in de tijd en de antieke wereld van Abraham. Toen waren mensen totaal afhankelijk van elkaar. Een vreemdeling onderweg had bescherming nodig tegen overvallers. Een veilig onderdak, drinken en eten. Maar zo’n vreemdeling opende ook je gesloten wereld. Hij kon een boodschap van God zijn.
Op een heel andere manier hebben we natuurlijk wel degelijk de vreemdelingen in ons midden in de gestalte van migranten en vluchtelingen.

Mensen die nu vluchtelingen uit Oekraine of Syrie onderdak bieden, zien ook hun leven veranderen. Een parochie die zijn deuren openzet voor vluchtelingen, zoals ook hier, verandert. Personen en gemeenschappen gaan zichzelf en hun wereld met andere ogen zien. Waar we misschien het gevoel hadden op een doodlopende weg te zijn, krijgen we weer moed en vertrouwen voor de toekomst. Wij hier in Nederland hebben bijna alles was ons hartje begeert en toch is er grote ontevredenheid en ondankbaarheid. Door de vreemdeling in ons midden te ontvangen leren we misschien dat we met veel minder toe kunnen om gelukkige mensen te zijn. Mensen die niet opkijken tegen de dag van morgen. En wie een vreemdeling opnemen in hun midden, krijgen ook vrienden voor eeuwig.
Het Evangelie gaat over Maria en Martha. Zij verlenen gastvrijheid aan Jezus. Ze zijn de zussen van Lazarus horen we bij de evangelist Johannes. Deze zussen hebben Jezus ontvangen. Die ontmoeting heeft geleid tot een bijzondere vriendschap. We kijken er misschien wat vreemd van op dat Jezus echte vrienden had. Voor Jezus zijn alle mensen toch gelijk? Ja, zeker. Ieder mens is in zijn ogen een kind van God dat diep respect verdiend. Hij trok niemand voor. Maar Jezus was ook een mens met zijn eigen behoeften en emoties. Hij was geen stoïcijn die zich aan niets en niemand hechtte om immuun te zijn voor verlies. Elk mens heeft behoefte aan vriendschap, aan iemand met wie je bepaalde intieme ervaringen deelt, die weten wat je nodigt hebt, die aan een half woord genoeg hebben, die geheimen niet verklappen.

Maria is aan zijn voeten gaan zitten in plaats van in de keuken te staan om voor Jezus te zorgen. Dat is teken van grote vertrouwdheid en vrijmoedigheid voor een vrouw in die tijd. Martha is druk in de weer met bedienen van Jezus en de gast. Een vredig tafereel. Toonbeeld van gastvrijheid. Teken van thuis zijn van Jezus bij mensen. Ware het niet dat Martha via Jezus plotseling haar zus ter verantwoording roept. “Meester, kunt u niet tegen mijn zus zeggen dat ze mij moet helpen. Ineens staat de gastvrijheid en de vriendschap op het spel. Want als gast wil je niet betrokken zijn bij onenigheid in de familie. En je wilt ook niet in een positie komen waar je partij tussen je vrienden moet kiezen.
Jezus redt de situatie door als een echte vriend en gast te handelen en vrede te stichten. Hij erkent dat Martha heel druk bezig is. Hij ziet het en respecteert het. “Martha, wat ben je druk in de weer met een heleboel dingen”. En tegelijk komt hij op voor Maria en haar keuze om aan zijn voeten te zitten en naar hem te luisteren: “weinig dingen zijn echt nodig, één maar. Maria heeft het goede gekozen dat haar niet zal worden ontnomen”.  Tussen haakjes: in de Griekse grondtekst staat “het goede”. In de vertaling “het beste”. Alsof er sprake van concurrentie is. Dat is denk ik niet wat Jezus bedoelt. Hij waardeert Martha. Ze is met heel veel bezig. Maar tegelijk is ze niet tevreden. Ze ergert zich. Daar zit het probleem. Beseft ze dat? Als je iets doet, doe het met toewijding. Je kunt maar één ding tegelijk. Martha wilde én dienen én luisteren. ‘Multitasken’ noemen we dat tegenwoordig. Haar hart was verdeeld. Maria’s hart was helemaal bij Jezus.  Ze genoot van alle woorden van Jezus. Ze nestelden zich in haar voorgoed. Ze stelde zich open voor God’s aanwezigheid in hun huis. Jezus zou er later terugkeren, toen hun broer Lazarus gestorven was. Het was een vriendschap in lief en leed, vriendschap voor het leven, het eeuwige leven
We hebben stil gestaan bij gastvrijheid voor vreemdelingen. Het begin van vriendschap. Bij onze levens en relaties die hierdoor verrijkt worden. Door een nieuw perspectief dat mensen erdoor krijgen. Zo wil Jezus ook bij ons te gast zijn. Zo openbaart zich ook God aan ons in de vreemdeling in ons midden. Sterker nog: in deze eucharistie is Jezus niet bij ons te gast. Hij is onze gastheer. Wij zitten aan zijn voeten en luisteren naar zijn woord. Wij bedienen hem, maar Hij deelt zichzelf in brood en wijn aan ons uit. Amen

Martin Los, pr

1) de eerste lezing en het Evangelie van de eucharistie op de 16e reguliere zondag door het jaar, gaan beide over ‘gastvrijheid’:
1e lezing: Genesis 18:1-10a
Evangelie: Lukas 10:38-42