als een boom geplant aan waterstromen. Mijn preek voor de 4e Adventszondag

Wanneer iemand vertelt hoe een geboorte plaats vond, zal hij uitleggen dat de geboorte thuis plaats vond of in het ziekenhuis, op natuurlijke wijze of via een keizersnede.
“De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze” *) begint Matteus zijn verhaal. Over de feitelijke geboorte horen we niets. De evangelist vertelt heel andere dingen. Jozef blijkt verloofd met een meisje dat Maria heet. Zij is zwanger zonder zijn medeweten. Het zal je maar gebeuren. Vervolgens gaat het helemaal niet over dat meisje, maar over Jozef die nergens van weet.
Geboorte is voor Matteus niet alleen het ogenblik waarop het kind uit de moederschoot tevoorschijn komt. Geboorte is ook hoe de ouders van een kind elkaar ontmoet hebben, hoe de verwekking plaats vond, hoe ze naar elkaar kijken als toekomstige ouders, dat ze zich afvragen wat de komst van een kind voor hen zal gaan betekenen, welke naam ze hun kind zullen geven. Dat hoort volgens Matteus allemaal bij de geboorte van een kind.
Vandaar dat de evangelist ook vertelt wat hier anders dan anders gaat. Hij begint met aandacht te vragen voor Jozef. Hij was “rechtvaardig” horen we. Daarmee typeert Matteus de hele persoonlijkheid van Jozef. In de Bijbel komen we meerdere grote mannen tegen die “rechtvaardig” genoemd worden. Niemand minder dan Abraham. In Psalm 1 komen we een beeld tegen van de rechtvaardige: Hij gelijkt op een boom, geplant aan waterstromen, die steeds vruchten draagt, zijn bladeren verdorren nooit.
Rechtvaardig is dus niet iemand die zijn straatje schoonveegt en over anderen oordeelt. Dat is dor en onvruchtbaar. Rechtvaardig is iemand van wie een heilzame invloed uitgaat omdat hij dichtbij God leeft, niet in de eerste plaats aan zichzelf denkt, die een hand over zijn hart kan strijken. Rechtvaardig is een mens in wiens nabijheid je graag vertoeft.
Maria bofte met Jozef. Zij is in verwachting zonder zijn medeweten. Hoe reageert hij? Hij denkt helemaal niet aan eerwraak. Hij kan alleen maar bedenken dat zij kennelijk niet voor elkaar bestemd waren. Dat God andere bedoelingen met haar en met hem had. Hij beschouwt Maria niet als zijn bezit, maar als een wezen met een eigen vrije wil. “Omdat hij rechtvaardig was en haar niet in opspraak wilde brengen, overwoog Jozef haar in het geheim te laten gaan”. Dat is nou rechtvaardigheid.
Maar het verhaal gaat verder. Juist omdat Jozef een rechtvaardige is, laat zijn hart hem niet met rust. We horen hem denken: Maria een kind van een ander? Maar dat past toch helemaal niet bij haar. Als haar hart iemand anders toebehoorde had ze dat toch gewoon kunnen zeggen?
Nu blijkt hoe hij als rechtvaardige een vriend is van God. Een engel vertelt hem in een soort vervoering dat hij gerust Maria als zijn vrouw kan nemen, want haar kind is van niemand anders, het is van de Heilige Geest. Hij zelf mag de vader van het kind zijn, want hij mag het de naam geven: Jezus, degene die zijn volk zal redden van zijn zonden”.
God beloont Jozef om zijn rechtvaardigheid en geeft hem inzicht in de werkelijke goddelijke afkomst van het kind. Hij mocht dit kind het zijne noemen door bij de geboorte aanwezig te zijn en het kind de naam Jezus te geven. Dit is het verhaal van de geboorte van Jezus. “Zo vond de geboorte van Jezus plaats” zegt Matteus. En wij luisteren met open mond.
Maar valt er ook iets te leren? Zeker. Het gaat in de relatie van man en vrouw niet om bezit en om eigen eer, maar om respect. Echte liefde kan niet worden afgedwongen. Ze kan alleen maar groeien en bloeien in respect voor elkaar en in vertrouwen en verwondering.
Verder klinkt de boodschap dat je kind niet jouw bezit is. Het is een schepsel van God. Het heeft een eigen verhaal. Niet alleen in het unieke geval van Jezus, ontvangen van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria. Jezus, de Zoon van God, is mens geworden opdat iedereen door het geloof in Hem kind van God genoemd mag worden. Als christenen zien wij in ieder mens in principe een kind van God dat we met groot respect bejegenen.
In onze tijd maken we mee dat de feitelijke geboorte steeds meer losgemaakt wordt van de voorgeschiedenis van man en vrouw zoals Matteus die beschrijft. We kennen zaaddonoren, draagmoeders, kinderen met een wettelijke maximum van vier ouders. Niemand weet waartoe deze ontwikkelingen uiteindelijk leiden. Vanuit christelijk oogpunt kijken we er bezorgd naar. Maar we mogen mensen – en zeker niet hun kinderen – daarom niet afwijzen. Eerder zou onze bezorgdheid tot barmhartigheid moeten leiden. Dat is rechtvaardigheid in Gods oog.
Al maken we ons terecht zorgen om bepaalde ontwikkelingen in de maatschappij, dan nog is elk nieuw geboren kind, hoe ook ter wereld gekomen, voorwerp van de liefde van God. Hij staat klaar om zijn Vaderlijke armen om het kind te slaan en te zeggen door de heilige Geest: jij bent mijn kind.
Hier ligt ook een taak voor ons als gelovige ouders en grootouders. Misschien bewandelen onze kinderen andere wegen dan wijzelf. Dat moet voor ons des te meer reden zijn om voor hen te bidden, en om hen met grote liefde te omringen. Aan het voorbeeld van Jozef zien we dat rechtvaardig betekent: geen kwaad van de ander denken, het goede van de ander voor ogen hebben. Zelf tot heil en zegen zijn als een boom die altijd goede vruchten draagt, omdat zijn wortels reiken tot aan de waterstromen.
Zo mocht Jozef, zonder gewetensbezwaar, de man worden van Maria, de begenadigde onder de vrouwen, en wettige vader van Jezus. Mogen wij zelf mensen zijn die krachtige voorbeelden zijn van liefde en geloof, We beleven daar zelf in de eerste plaats de vreugde van. En we mogen naar onze omgeving Gods nabijheid vertegenwoordigen. Juist in deze dagen op weg naar Kerstmis. Amen

(c) Pastoor Martin Los
*) Evangelielezing volgens het universele r.k. lectionarium voor deze zondag: Mattheus 1:18-24
afbeelding fnorte Flavia Norte

de engel in de parkeergarage

Vanmorgen had ik om 08.10 uur een afspraak bij een arts in het Antoniusziekenhuis.
Om 08.30 liep ik terug naar de parkeergarage.
Bij de betaalautomaten stond vanwege het vroege uur nog niemand.
Ik stak mijn parkeerkaart in de gleuf van één van de apparaten.
“Eén euro” verscheen op het scherm
Op dat moment tastte ik in de zakken van mijn jasje naar mijn etui met betaalpasjes.
“Vergeten” drong het tot me door.
Ik had thuis een ander colbert aangetrokken. Het etui zat nog in het jasje dat ik de vorige dag had aangehad.
Er zat ook geen enkele losse munt in mijn zakken, en geen papiergeld in mijn portefeuille.
Daar stond ik hulpeloos.
Eerste vraag: hoe krijg ik mijn parkeerkaart terug, want ik kon hier niet bedremmeld blijven staan.
Een druk op de rode knop van de intercom.
Gelukkig was er meteen contact met een medewerker van de Parkingservice.
“hoe krijg ik mijn parkeerkaart terug want Ik heb geen geld bij me?”
“Op de annuleerknop drukken!” zei een mannenstem die kraakte als een papierenzak die in elkaar gefrommeld werd.
Met de parkeerkaart liep ik even de hoek om om te zien of daar de medewerker aan het loket zat.
Er stond nog steeds niemand achter me of naast me.
Achter de balie geen medewerker te bekennen
Ik keek nog even de grote hal naar het ziekenhuis in alsof ik hoopte dat ik een bekende zou zien.
Hoe kwam ik aan geld om te betalen?
Terug naar de afdeling van de arts om medewerking te vragen? Naar huis bellen?
Ik liep nog even terug naar de betaalautomaat alsof ik daar toch iets van uitkomst zou vinden.

Op dat moment kwam van links of moet ik zeggen “vanuit het niets” een jonge vrouw op mij toe, blond haar, vriendelijk gezicht, rode sjaal en beige jas.
“Hoorde ik dat u een euro nodig heeft?”
Ze had het geldstuk al in haar hand om het mij aan te reiken.
“Mij overkwam vorige week precies hetzelfde” zei ze met een glimlach
Met verbazing en dankbaar als een kind keek ik haar aan.
“Ontzettend bedankt!” zei ik tegen haar terwijl ze al aanstalten maakte om door te lopen.
Omdat ik niet wist hoe ik iets terug voor haar zou kunnen doen, zei ik: “Ik zal een gebedje voor u doen”.
Ze draaide zich nog even naar mij om om meteen weer door te lopen.
Op datzelfde moment besefte ik dat ik mijn priesterboord niet om had.
Het was vandaag immers mijn vrije dag. Ik was dus “incognito”.
Mijn spontane aanbod van een gebedje voor haar dat een priester zo gemakkelijk in de mond neemt omdat het zijn dagelijks werk is, moet des te vreemder in haar oren geklonken hebben.
Ik voelde me extra met lege handen staan.
Zo groeide mijn verwondering over mijn redding door de jonge vrouw.
Haar hulp kon niet ingegeven zijn door de bijzondere positie die ik in de ogen van sommigen geniet want die kon ze niet geweten hebben.
En waar haalde ze vandaan dat ik een euro nodig had? Want ik had via de intercom geen enkel bedrag genoemd.
Had ze toch achter mij gestaan en het bedrag op het scherm gezien toen ik de parkingwacht belde? Nee, want naast mij was een betaalautomaat waar niemand voor stond. Het was onnodig om in de rij achter mij te staan.
Had ik misschien hardop gepraat? Ook dat niet.

In gedachten liep ik naar de auto op het eerste parkeerdek.
“Waaraan had ik deze vriendelijkheid als van een engel incognito te danken?”
Ik moest denken aan de film “Pay it forward” die ik lang geleden gezien heb.
Een man bij een supermarkt komt met zijn boodschappen terug bij zijn auto. Sleutel kwijt. Hij kijkt radeloos om zich heen.
Een jonge man komt op hem toe lopen: “kan ik u ergens mee helpen?”
De man legt uit wat er aan de hand is.
“Thuis heeft hij een reservesleutel”zegt hij.
De jonge man biedt spontaan aan hem met zijn eigen auto naar huis te brengen met de boodschappen.
Een half uurtje later zijn ze terug bij de afgesloten auto bij de supermarkt. De man kan nu met zijn reservesleutel naar huis rijden.
“Wat kan ik je aanbieden voor je hulp?”vraagt hij aan de  jongeman.
“U hoeft mij helemaal niets te geven. Ik vraag alleen dat u de eerstvolgende keer dat u iets goeds voor iemand kunt doen, dan ook spontaan doet”.
De film vertelt dan verder hoe door deze ene goede daad een kettingreactie op gang komt van hulpvaardigheid en vriendelijkheid.
Wie met lege handen stond, heeft plotseling oneindig veel te bieden.

Ik ben nu heel benieuwd wat de olievlekwerking zal zijn van de goede daad die mij vandaag overkwam.
……….en van dit verhaal, de boodschap van “de engel in de parkeergarage”, dat ik thuis meteen geschreven heb.

(c) Martin Los