Homilie op As-Woensdag 17 februari 2021 Willibrordkerk en Mariakerk

“als ge vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht om niet aan de mensen te laten zien dat ge vast” 1)
Lieve zusters en broeders, nergens draagt Jezus zijn leerlingen op om te vasten. Maar vasten hoort tot het arsenaal van religieuze gewoontes van mensen zoals bidden, offeren en boete doen. Jezus weet dat al deze uiterlijke vormen die ook zijn leerlingen kennen en beoefenen, voorbij kunnen gaan aan hun oorspronkelijke bedoeling en dat ze kunnen leiden tot uiterlijk vertoon en huichelarij, dus het tegendeel van de bedoeling. Daar waarschuwt hij hen voor. Hij geeft dus zelf geen opdracht tot vasten. Er is zelfs een verhaal dat anderen zich ergeren aan Jezus omdat zijn leerlingen niet opdroeg te vasten, op een vastgestelde dag zij dat allemaal wel deden. Zijn volgelingen kunnen dus vasten als ze daar behoefte aan hebben, of de situatie hen daartoe uitdaagt, of wanneer de levende traditie waarin zij staan, hen daartoe uitnodigt of zelfs verplicht.
Vasten gaat uiterlijk gepaard met bestrooiing met as, het vuil van de aarde, stof. Het wil zeggen dat je je als mens te binnen brengt dat je stof bent en tot stof zult wederkeren. Je trekt je als het ware even terug uit de wereld – de wereld waaraan je met al je zintuigen gebonden bent, waarvan je geniet – je bent als het ware even dood voor de wereld, om stil te staan bij de schaduw kanten en tekorten van je leven. Om spijt en berouw te hebben, en als een nieuwe mens te herrijzen uit de as. God die ons gemaakt heeft ui het stof van de aarde, zou Hij ons ook niet uit het stof kunnen herrijzen?
Soms is het echt nodig dat je als mens met een gebroken hart je naar God toe keert en zegt zoals de verloren zoon: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben niet waard uw zoon te heten”. Het lucht op om diep door het stof te gaan. Je hoeft voor zo’n persoonlijke bekering natuurlijk niet te wachten tot ergens in het kerkelijk jaar een vastendag of vastenperiode is. Je moet dat doen als de nood aan de man is. En de priester helpt je graag om je hart voor God uit te storten.
Waarom dan toch een gemeenschappelijke vastentijd zoals de Veertigdagentijd – maar de kerkelijke traditie kent nog meer vastendagen die in onze streken in onbruik zijn geraakt zoals op de scharnierpunten van het jaar, de seizoenen? Waarom? Omdat de ander die zich schaamt voor zijn leven, niet de indruk te geven dat hij of zij alleen staat temidden van allemaal heilige boontjes. Alsof een zondaar een hoge uitzondering is. We laten elkaar niet in de kou staan. Het is een teken van solidariteit met elkaar.
De vastentijd, die nu begint als voorbereiding op het Paasfeest, onderhoudt de kerk ook als teken naar de wereld toe, naar heel de mensheid. Zij verkondigt daarmee: God is genadig. Hij schenkt ons nieuw leven. Echte ommekeer is geen vrome illusie. Heel de kerk, wij allemaal als gelovigen, leven van vergeving en genade. Kom, doe met ons mee. Ga mee op weg naar Pasen, het feest van de verrijzenis en het nieuwe leven.
Jezus draagt ons zoals ik zei niet op om te vasten. Het is geheel vrijwillig als we dit doen. En de kerkelijke traditie, die ons lief is en verrijkte, nodigt ons uit om het te doen. Maar laten we het niet doen om uiterlijk vertoon of om op te vallen en aandacht te trekken. Dus “Als ge vast, zalf dan uw hoofd met olie, was uw gelaat”.
Ook dit jaar voert het kerkelijk jaar ons weer naar dit moment het begin van de Vastentijd. Maatschappelijk en politiek ervaren we het jaar als een rechte lijn die alsmaar vooruit wijst. Maar in het jaar van de kerk komen we steeds op dezelfde punten terug. Elk jaar is het opnieuw Pasen, en elkaar jaar Vastentijd. Het is dus als het ware een cirkelgang of liever een spiraal. We komen steeds bij As-woensdag uit, maar dan een jaar later. We zijn ouder geworden, hebben nieuwe ervaringen opgedaan, We kunnen kijken of we gegroeid zijn door alle omstandigheden en seizoenen heen, gegroeid in liefde tot Jezus die zichzelf voor ons heeft overgehad. Dit jaar is As-woensdag anders dan anders, omdat we midden in de Coronatijd leven. Veel tijd tot bezinning, op onszelf teruggeworpen, gevoelens van somberheid. Alsof we noodgedwongen als in zak en as zitten. Af moeten zien van genoegens zoals vakantie en evenementen en feestjes. Laten we goede moed houden. Laten we met deze Vastentijd verlangen naar een echt nieuw begin voor onszelf, de kerk en de wereld om ons heen die ons lief is. Op naar Pasen: “Wij roemen in het kruis van onze Heer, Jezus Christus. In hem is ons heil, ons leven en verrijzenis; door wie wij verlost en bevrijd zijn”
Amen.

(c) Martin Los

  1. Evangelie van As-woensdag Mattheus 6:1-6 en 16-18


Aangeraakt tot nieuwe mens

Homilie zondag 6 door het jaar 14 februari 2021 Mariakerk en Willibrordkerk

“Als Gij wil, Heer, kunt Gij mij reinigen” 1)
Lieve zusters en broeders, niet bij elkaar op bezoek kunnen, anderhalve meter in acht nemen, een avondklok, geen feesten, geen Carnaval, wie had dat een jaar geleden kunnen denken. Door de lange duur voelt het verbod op contact met elkaar steeds zwaarder aan. Alsof we allemaal op onze hoede moeten zijn voor elkaar. We kunnen ons nu beter indenken in medemensen die altijd al verstoken zijn van normaal menselijk contact. Dat zijn er veel meer dan we denken.
Het verhaal van de genezing van de melaatse beluisteren we nu heel anders dan voorheen. Het is alsof we door het virus allemaal een beetje melaats zijn. In die tijd betekende dit dat je helemaal buitengesloten werd van de gemeenschap. Als iemand per ongeluk in de buurt kwam van een melaatse, moest deze luidkeels roepen: “onrein”. Met andere woorden: Kijkuit. Houd afstand. We voelen nu allemaal aan den lijve dat het betekent dat we snakken naar normaal contact.
Het was tegen alle regels in dat de melaatse Jezus zo dicht naderde en hem voor de voeten viel met de woorden: “Als Gij wilt kunt Gij mij reinigen”. In plaats van de man weg te sturen omdat hij de regels overtrad of omdat hij een gevaar vormde, of omdat contact met een melaatse betekende dat Jezus zelf ook in quarantaine moest, werd hij met medelijden bewogen. Medelijden, compassie, is iets anders dan iemand zielig vinden. Het wil zeggen dat je diep geraakt wordt door de ander en je verplaatst in de ander die op je weg komt. Dat de ander in al zijn kwetsbaarheid kostbaar is in je ogen. Je zet even alles en iedereen opzij en je opent jezelf voor de ander. Dat is wat Jezus doet met hart en ziel. Hij kan en wil niet om het lot van die ander heen. Omdat die mens daarvoor hem hem aangesproken heeft op wie hij is: “Als Ge wilt kunt Gij mij reinigen!” Melaatsheid gold als een ongeneselijke ziekte. Reiniging kon alleen God als de heilige bewerken.
De melaatse spreekt Jezus aan als de verlosser die in de wereld komen zou. Hij heeft al zijn hoop om hem gevestigd. Met heel zijn melaatse huid en haar: “als Gij wilt kunt Ge mij reinigen”. ‘Als u handelt vanuit uw roeping om de mens te redden, dan bent u in staat mij te reinigen’. Hij zegt niet: Als ge wilt kunt gij mij van mijn melaatsheid verlossen, maar: “dan kunt ge mij reinigen”. Mij als totale persoon. Opnieuw geboren.
De genezing door Jezus in geloof is nooit een genezing van een ziekte op zichzelf, een onderdeel van ons bestaan. Een probleem dat moet worden opgelost. Het gaat om de hele persoon. Dat we een nieuwe mens worden. Dat is in deze coronatijd dé vraag aan ons: “als straks iedereen die dat wil gevaccineerd is, als we straks weer los kunnen gaan, is dan het probleem geklaard? Of zijn we ons bewust geworden, dat een andere levensstijl nodig is, dat we minder bezig zijn met de bevrediging van onze grenzeloze behoeften, maar meer met wat er toe doet: de aandacht voor onszelf als mensen die behoefte hebben aan Gods nabijheid,  de aandacht voor al wat kwetsbaar is, medemensen, de aarde en alwat daarop is.
We zullen het straks zien:  de een gaat weer over tot de orde van de dag en hervat zijn oude leven, de ander is tot bezinning gekomen, maakt andere keuzes dan vroeger en pakt de dingen anders aan, ziet nieuwe mogelijkheden om bewuster mens te zijn te midden van de anderen.

Na zijn genezing zendt Jezus de man naar de priester in de tempel. Zo was het bepaald in de wet van Mozes. De priester moest de melaatsen die gereinigd waren, genezen verklaren. Hij moest ze weer opnemen in de gemeenschap. Dat was niet de taak van de dokter, maar van de priester. Een echt nieuw leven beginnen start met de erkenning door de gemeenschap. Wij hebben haar nodig nodig en de  gemeenschap heeft ons nodig. De volledige gemeenschap is de gemeenschap van God en mensen. Daar staat de priester asl verbindingsman symbool voor. Dat we God ter harte gaan, zoals de melaatse Jezus innerlijk bewoog.
Het priesterschap in de kerk is anders dan in de tijd van de tempel. Maar nog steeds herinnert het priesterschap de mensen eraan, dat er aan onze leven ook een goddelijke dimensie is. Dat wij mensen niet alleen verlangen elkaar aan te raken, maar dat we ook niet buiten de aanraking van God kunnen, en ook niet hoeven.
Met name de sacramenten die de priester mag bedienen herinneren ons eraan.
De opname in het geboorteregister maakt ons tot burgers. Dat is mooi. Maar de doop vertelt dat we ook kinderen van God zijn. Dat God ons mens maakt en doet verlangen naar zijn rijk. Als we de eucharistie vieren en ter communie gaan, zeggen we daarmee dat een mens niet leeft van brood alleen. Als ons leven schipbreuk lijdt, gaan we terecht naar allerlei hulpverleners, maar in de biecht scheldt God ons alle schulden kwijt op een manier dieper gaat dan een mens kan. En als iemand een ziekenzalving vraagt – en de priester begeeft zich door sneeuw en ijs, zoals ik van de week –  dan is dat niet omdat dat de priester nog wat anders achter hand heeft dan de dokter. Nee, hij mag zeggen: God is er ook nog, je bent niet alleen ten dode opgeschreven als ernstig zieke mens, wees dus niet bang. Je bestaat als gehele persóón voor God, .
Het is nodig dat we weer meer aandacht krijgen voor de sacramentaliteit van de kerk. Christus zelf is in ons midden. Hij schenkt ons Gods nabijheid. Hij reinigt ons en hij verklaart ons rein door het geloof in hem. Het geloof dat zegt: “Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen”. Amen

pastoor Martin Los

1) Evangelielezing van deze 6e zondag volgens het r.k. lectionarium voor zon een feestdagen: Markus 1:40-45
Afbeelding: de genezing van de melaatse (Rembrandt van Rijn)