Over eeuwig leven gesproken

Preek op de 4 Paaszondag in Mariakerk en Willibrordkerk op 12 mei 2019

“Ik geef hen eeuwig leven. Zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan. En niemand zal ze van Mij wegroven”. 1)
Lieve zusters en broeders, de grootste gave die God ons gegeven heeft, is het leven zelf. Het is het kostbaarste wat we bezitten. We kunnen onszelf niet voorstellen zonder dat leven. Maar onze menselijke natuur vertelt ons dat we sterfelijke, voorbijgaande mensen zijn. Daarom is er ook het verlangen om leven door te geven, zodat volgende generaties kunnen genieten van hun leven. Dat geboren worden, is een groot wonder. Het is mooi als we jonge mensen hun kind liefdevol in de armen zien houden. We gedenken op deze moederdag met ontroering dat we allemaal uit een moeder geboren zijn. We danken hen om alles wat ze ons aan zorg en liefde hebben gegeven. Tegelijk zijn we ons bewust van de kinderwens van ouders die niet vervuld is. Maar het stemt hoe dan ook tragisch dat elk mensenleven eindig is. We geven met het leven ook de eindigheid ervan door. Een machteloze strijd tegen de klok.
Wat is het dan een voorrecht dat we Jezus Christus mogen kennen. Hij heeft door zijn kruis en verrijzenis de dood overwonnen. Dat is een heel ander  verhaal dan onze menselijke natuur ons ingeeft. Het staat eigenlijk haaks op onze eigen beleving van de werkelijkheid. Te mooi om waar te zijn. Maar Jezus zelf komt op ons toe als de Goede Herder die zegt: “Ik geef hen eeuwig leven. Zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan. En niemand zal ze van Mij wegroven”.
Waarom zou je eigenlijk dat eeuwig leven willen? Is dit leven niet genoeg? Hebben veel ouderen niet het gevoel dat ze eigenlijk alles al gezien hebben. Een groeiend aantal verzucht dat hun leven eigenlijk wel voltooid is en dat het wat hen wel voorbij mag zijn. Als je het gewone leven op een gegeven moment wel hebt gezien, waarom zou je dan nog eeuwig leven wensen? Sommigen vrezen dat zo’n leven wel eindeloos saai moet zijn. Eerder een hel van saaiheid dan een hemel van verwondering en vreugde..
Toch zien we dan één heel belangrijk ding over het hoofd. Dat wij een persoon zijn. Een mens met een naam en een gezicht. Als ons leven ten onder zou gaan, gaat ook onze persoon ten onder, dus degene aan wie God het leven heeft gegeven.  God wil niet dat onze persoon ten onder gaat. Hij heeft ons in het leven geroepen om Hem te kennen. Als Jezus zegt: “Ik geef hen het eeuwige leven” dan doelt hij erop dat wij in Hem God mogen kennen, as Degene die ons kent, beter dan wijzelf. Dat door Hem de gemeenschap tussen God en mens hersteld wordt. Op een andere plaats zegt Jezus: “Dit is het eeuwige leven, Vader, dat zij U kennen, en Mij die u gezonden hebt”. 2)
Eeuwig leven is dus dit leven, ons leven, niet meer omringd door de dood, maar door God die in Jezus christus een menselijk gelaat heeft gekregen dat ons aanziet.
Het moderne levensgevoel van veel mensen is dat wij voortdurend op ons zelf teruggeworpen zijn. Dat we het middelpunt zijn van ons eigen leven en dat we alleen zeker zijn van onze eigen gevoelens en waarnemingen en ervaring. We vormen allemaal een eigen eiland in de zee van mensen. Door die nadruk op onszelf voelen we ons in de eerste plaats verschillend van anderen. Hoe verschillender, hoe unieker we zelf zijn. Door dat verschil voelen we ons eigenlijk gescheiden van elkaar. Eenzaamheid tref je niet alleen aan onder ouderen die alleen zijn en weinig contacten hebben. Eenzaamheid is ook een modern levensgevoel in alle generaties, ook onder jongeren.
Het is waar dat we als mensen allemaal van elkaar verschillen. Daar is mooi. Maar waarom zou dat verschil tot scheiding tussen ons moeten leiden, in alle sectoren van het leven? Waarom zouden we elkaar als concurrenten zien? In de heftige discussies over de identiteit ligt ook alle nadruk op verschil als scheiding. Het werkt als een splijtzwam. Door verschil kunnen we elkaar juist verrijken en aanvullen. Leven zoals het door God, de gever van alle leven bedoeld is, is leven in gemeenschap met elkaar.
Jezus geeft ons deel aan de volmaakte gemeenschap van God, de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest. De gemeenschap van volmaakte liefde. Door het geloof in Jezus hoeven we ons nooit meer eenzaam te voelen of eenzaam te zijn, ook al zijn we soms alleen.
De apostelen en de eerste christenen – we hoorden er over in de Handelingen 3) – maakten furore met de verkondiging van het eeuwige leven door het kruis en de verrijzenis van Jezus. Zij verkondigden dat wij, mensen, deel mogen hebben aan de volmaakte gemeenschap van God. En ze beleefden dat ook met elkaar. Ze waren er vol van. Zo praktiseerden ze zelf ook wat ze preekten. Een leven waarover dood en eindigheid niet het laatste woord hebben, omdat onze persoon in de gemeenschap met God altijd blijft bestaan. Een leven vol liefde.
Johannes de apostel ziet het in een visioen voor zich: de hele gemeenschap van mensen die niemand tellen kan. “Allen die gewassen zijn in het bloed van het Lam” die gereinigd zijn van zonde en dood door het geloof in Jezus. 4)
Lieve broeders, wij mogen beeld zijn als geloofsgemeenschap van die gemeenschap van God en mensen. We mogen dit vieren in de liturgie van de kerk. Laten we Gods lof zingen, laten we Jezus navolgen, laten we elkaar verrijken en aanvullen. Laten we zo zorgen voor een geest waarin jonge mensen zich geroepen weten God en zijn kerk te dienen in de ambten en bedieningen. Laten we aandringen op de Heilige Geest dat we weer visionaire gelovigen worden die het leven voor zich zien in het perspectief van het rijk van God en het eeuwige leven. Vergeet niet Jezus’ woorden: Ik geef hen eeuwig leven. Zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan. En niemand zal ze van Mij wegroven”. En gedenken we naast onze lieve aardse moeder ook Maria, de moeder van alle gelovigen, die ons door haar voorspraak bewaart bij het geheim van het eeuwige leven. Eren we haar met een hartelijke Wees Gegroet, Maria…..Amen

(c) Martin Los
1) Evangelielezing van deze zondag van de Goede Herder: Johannes 10:27-30
2) Johannes 17:3
3) 2e lezing: Openbaring van Johannes 7:9,14b-17
4) 1e lezing: Handelingen der Apostelen 13:14,43-52
5) afbeelding Mozaïek in de kerk van H. Petrus in Galli cantu te Ravenna



De gemeenschap onderhouden (Kerkproeverij)

Preek op de 23e zondag door het jaar 10 september 2017
in de Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, het gaat vandaag in het Evangelie *) over de kwaliteit van de gemeenschap. Hoe je met elkaar omgaat. Hoe gaan wíj met elkaar om?  Praat je over elkaar of praat je met elkaar? Vooral als je kritiek op de ander hebt.
In elk verband waarin mensen met elkaar samenleven en samenwerken is dit noodzakelijk. Want als het personeel van een bedrijf niet goed communiceert gaat dat ten koste van de productie. Maar ook in een school of een sportclub lijden de resultaten eronder als mensen achter elkaars rug om over elkaar praten.
Juist als kerk en geloofsgemeenschap moeten we heel alert zijn op de manier waarop we met elkaar omgaan. Want zelf lijden we onder onderlinge verwijdering als we over elkaar en niet met elkaar spreken. Het leidt tot teleurstelling en verdriet. Maar we kunnen ook het evangelie niet meer geloofwaardig verkondigen. Want dat gaat over liefde, vergeving, barmhartigheid, de ander hoger achten dan jezelf.
“Wees elkaar niets dan liefde schuldig’ houdt de apostel Paulus de christenen in Rome voor **). Paulus benadrukt in al zijn brieven dat de christenen en de christelijke gemeenschappen er alles aan moeten doen om zo te leven en zo met elkaar om te gaan, dat de andere mensen er door aangetrokken worden als door een magneet om Jezus beter te leren kennen. We zijn ‘schouwspelers van God’ zegt hij ergens.

Vandaag is kerkproeverij van start gegaan. Een landelijke campagne die regelmatige kerkgangers prikkelt om vrienden en bekenden uit te nodigen een viering in de kerk bij te wonen. ‘Proef eens van onze mooie kerk, van onze mooie viering, van de inspiratie die uitgaat van het Evangelie en de verkondiging. Proef eens van de goede sfeer. Proef eens iets van ons geloof en van de beleving van Gods liefde in de kerk’.
Het is een mooi initiatief. Maar iedereen voelt op zijn klompen aan dat zo’n campagne als kerkproeverij alleen maar kans van slagen heeft, als genodigden niet na een eerste kennismaking er achter komen, dat de gelovigen liefdeloos over elkaar praten en vooral negatieve kritiek op elkaar en op de leiding uitoefenen.
We mogen dus nooit genoegen nemen met afkeurend praten over elkaar. Want het is pijnlijk en teleurstellend en schaadt de gemeenschap. Maar ook staat het de opdracht van de kerk en van elke gelovige in de weg:  vissers van mensen zijn, anderen met de bevrijdende boodschap van Christus in aanraking brengen, met de liefde van God. Niet alleen over die liefde praten, maar zelf in praktijk brengen in de eigen gemeenschap. Wanneer dat niet gebeurt, mogen we elkaar daar best op wijzen. De kwaliteit van de gemeenschap hangt dus af van de open communicatie met elkaar.
Dit geldt voor de hele maatschappij. In onze tijd neemt de polarisatie enorm toe. Men maakt elkaar uit voor rotte vis in plaats van met elkaar te spreken en te luisteren naar elkaars angsten. Juist als kerk moeten we daar niet aan mee doen, maar een plek vormen waar we menselijk met elkaar omgaan.
Paus Franciscus bezoekt op dit moment Colombia. Een land dat tot op het bot verdeeld was door een burgeroorlog. Hij heeft achter de schermen geijverd voor verzoening en nu wil hij de verzoening ook concreet maken en een stap verder helpen.

De kerk is niet alleen communicatie met elkaar als mensen. De geloofsgemeenschap is ook communicatie met God. De priester begint de eucharistieviering met de wens van vrede en voorspoed: de genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap (communicatio) van de Heilige Geest zij met u allen. Dat is niet een deftig soort  ‘goedemorgen’. Het is toezegging van Gods openheid en liefde naar ons allen toe.
Als gelovigen weten we dat we met God verbonden zijn; dat we altijd en overal tot Hem kunnen spreken. Maar in het bijzonder mogen we dat beleven als we samenkomen in de kerk om te bidden.
Jezus eindigt zijn oproep om niet negatief over elkaar maar met elkaar te spreken met de woorden: ‘Waar twee of drie eensgezind iets vragen, zullen zij het verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is’.
Hoe kan God als Vader nu naar ons gebed luisteren als wij elkaar niet zouden zien staan of op elkaar neer zien. Dan zijn we zo druk met elkaar negeren dat we helemaal geen oog hebben voor de goede gaven die God  ons schenkt.
Onenigheid, partijdigheid, gebrek aan liefde, staat God als Vader in de weg om onze gebeden te verhoren. Want hij ziet ons allen als zijn kinderen in liefde aan en kent geen aanzien des persoons. God wil niets liever dan zijn gaven schenken aan ons, maar dan moeten we wel samen die gaven willen ontvangen en niet voor onszelf alleen. De kwaliteit en de kracht van ons gebed hangt dus af van de onderlinge liefde en eensgezindheid.
En tenslotte is dit ook noodzakelijk voor de ervaring dat de Heer zelf in ons midden is: ‘want waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben ik zelf in hun midden’. Onderlinge liefde, respect, geduld en medeleven zijn voorwaarde om Christus aanwezigheid te mogen beleven. Want daar gaat het toch om in ons leven als christenen: dat wij de tegenwoordigheid van onze Heer proeven. Uiteindelijk is dat toch ook de bedoeling van elke kerkproeverij?
Denk maar aan Psalm 34: ’tast toe en proeft hoe zoet de Heer is’
We mogen elkaar een smakelijke en geslaagde kerkproeverij toewensen. Vandaag en alle zondagen en feestdagen. Amen

(c) Pastoor Martin Los
*) Mattheus 18:15-20
**) Romeinen 13:8-10
***) logo landelijke campagne Kerkproeverij