Leven als samen geroepenen

Preek op de 4e zondag van Pasen 22 april 2018 Mariakerk en Willibrordkerk

‘Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook’ *) hoorden we de apostel Johannes zeggen. Lieve zusters en broeders, wanneer ouders hun kind bij de geboorte een naam geven, is dat een heel bijzondere gebeurtenis. Een appel, een roeping.
Want met die naam wordt de baby voor het eerst geroepen en welkom geheten in de kring van het gezin en gaandeweg in de hele mensen wereld.
Eerst hoort het kindje de naam zonder te weten dat hij of zij het is. Maar omdat de ouders, de broers en zussen, en even later de grootouders, ooms en tantes het kindje aanspreken met die naam, gaat het op den duur luisteren naar die naam. Op een beslissend moment gaat er bij de baby een licht op. Het denkt: ‘he, ze bedoelen mij, Dat ben ik! Ze roepen mij. Ik hoor bij hen. Zij horen bij mij’.
‘Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook’. Op dezelfde manier als onze ouders ons hun kind noemen en in de kring van hun gezin hebben opgenomen, roept God ons als zijn kind in zijn gemeenschap, in de familie van God. Maar hoe doet Hij dat, en op welk moment, en hoe weten we dat Hij het is die ons roept en zijn kind noemt?
God roept ons als zijn kind door het geloof in Jezus Christus. Op het moment dat we aangesproken worden door Jezus en verlangen bij hem te horen en hem te volgen, roept God ons als zijn kind. Ach, als wij tot die ontdekking komen, wie weet hoe lang Hij al bezig is geweest. Dan gaat ons eindelijk een licht op net als bij dat kindje in de wieg nadat zijn naam voor de duizendste keer is genoemd, bij zichzelf denkt: ‘hé, dat ben ik’. Het is de naam van Jezus waarmee we Hem noemen, die ons roept.
Kind van God zijn is dus niet een bijzondere kwaliteit, een soort rapportcijfer. Kind van God zijn is geroepen worden in de kring van de gemeenschap van God. Het is een roeping. Een wake-up call.
Het is een avontuur: ‘nu al zijn we kinderen van God, en wat wij zullen zijn, is nog niet geopenbaard” vervolgt Johannes. De roeping die we ervaren als kinderen van God is een roep om op weg te gaan en het te wagen met de blijde boodschap. We zijn allemaal verschillende mensen, en de weg die we gaan kan behoorlijk verschillen, maar toch zijn we samen op weg. Als een gemeenschap van gelovigen, als een kudde.
Daar verschijnt Jezus als de goede Herder die ons allen leidt, door de heilige Geest, door de sacramenten, en door onze persoonlijke ervaring van nabijheid.
“Ik ben de goede Herder. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen mij’. **) Omdat we kinderen van God genoemd worden door ons geloof in Jezus, onze verrezen Heer, horen we bij Hem en bij elkaar als een Herder met zijn kudde. De ware Herder kent zijn schapen en de schapen kennen Hem. Ze luisteren alleen naar zijn stem. Voor een vreemde gaan de schapen op de loop. Maar de Herder vertrouwen zij, omdat Hij hen kent, en liefheeft, en voor hen zorg draagt.
Dat is de wonderlijke ervaring van allen die zich geroepen weten door Jezus Christus en Hem volgen in hun leven, dat je bij Hem hoort, dat je tot in het diepst van je ziel gekend weet, dat Hij van je houdt door dik en dun. Zelfs als je van de weg bent afgedwaald. Jij kunt bij wijze van spreken voor je gevoel kilometers van God verwijderd zijn geraakt, maar Hij van zijn kant is altijd rakelings nabij.
Dat kan alleen maar omdat Jezus voor ons geen persoon is uit een ver verleden, maar de levende Heer die ons met God verbindt.
Het is heel belangrijk dat we in deze tijd waarin sociale verbanden als gezin, familie, verenigingen heel erg verzwakt zijn, dit geroepen zijn als kind van God leren koesteren en beleven. We leven in een tijd van persoonlijke keuzes maken. Als dat zo is kunnen we ook uit eigen vrijheid de keuze maken om onze roeping als kind van God te volgen zonder te kijken wat onze omgeving daarvan vindt of daarin mee gaat.
Het is voor mij een grote geruststelling en vreugde, lieve broeders en zusters dat u allen geheel uit vrije beweging gekomen bent om de eucharistie te vieren. Zonder dwang of zonder angst. En dat we van elkaar mogen weten dat ieder op zijn eigen manier in het dagelijks leven die persoonlijke roeping probeert waar te maken.
We mogen elkaar herkennen en erkennen en waarderen als kinderen van God die allemaal geroepenen zijn.
Laten we ons daarover steeds verwonderen en verheugen. Laten we daarin ook de Herder herkennen die ons bijeenbrengt en ons persoonlijk en als gemeenschap leidt.
En laten we ook zorgen voor een geest waarin bijzondere roepingen zich ontwikkelen van priesters en diakens en religieuzen die hun leven wijden aan de kerk en de gelovigen en de zending in de wereld. Want als je eenmaal zelf weet dat je geroepen bent, wil je ook anderen roepen en toeroepen dat zij kinderen van God mogen zijn door het geloof, het mooie geloof, het zaligmakende geloof in Jezus Christus. Die ‘steen die door de tempelbouwers niets waard werd geacht maar door God tot hoeksteen is gemaakt’  ***) Amen

Martin Los
Lezingen tijdens de Eucharistie van deze zondag:
Handelingen der apostelen 4:8-12 ***
1e Brief van Johannes 3:1-2 *
Evangelie: Johannes 10:11-18 **
afbeelding:  De Goede Herder, mosaiek in het Mausoleum van Galla Placidia, Ravenna, 1st helft 5th eeuw

homilie op de 5e zondag van Pasen 2016

Preek op de 5e zondag van Pasen 24 april 2016 Mariakerk en Willibrordkerk

Schriftlezingen voor deze zondag volgens het universele r.k. leesrooster voor zon- en feestdagen. 1e lezing Handelingen der Apostelen 14:21-17; 2e lezing: Openbaring van Johannes 21:1-5a; Evangelie: Johannes 13:31-35

Lieve zusters en broeders, de Schriftlezingen voor deze zondag spreken alle drie over vergezichten. Kijk maar.
In de Handelingen der apostelen horen we hoe het Evangelie zich verspreid langs de kust van Turkije door de arbeid van Paulus en Barnabas. Ze vertellen bij hun terugkeer in de gemeente van Antiochie hoe God voor de “heidenen de poort van het geloof had geopend”.
Wanneer je een poort doorgaat, dan zie je dingen die je tevoren niet gezien hebt en ook niet vermoed. Zijn we ons voldoende bewust dat er een wereld voor mensen opengaat als je de werkelijkheid van het geloof in Jezus Christus binnentreedt. Als je als kind gedoopt bent en van begin af aan vertrouwd bent geraakt met de wereld van het geloof dan kun je je misschien nauwelijks voorstellen wat het betekent om eerst een leven te leiden zonder God en de Blijde Boodschap en dan de wereld binnen te stappen waar Jezus Christus de zon is die zijn licht laat stralen over alle dingen. Misschien is er zelfs sprake van slijtage en sleur.
Geloof is eigenlijk een prachtig vergezicht dat zich opent als je door die poort binnengaat. Aan mensen die in onze tijd tot geloof komen, aan hun vreugde en verwondering, kunnen we aflezen hoe bevoorrecht we allemaal zijn. Aan hen kunnen we zien hoeveel reden we allemaal zelf tot vreugde hebben. Herkennen mensen aan ons dat we leven in het licht van Christus? Zijn wij bereid voor mensen in deze tijd de poort van het geloof te openen? Dat is een vraag die in onze tijd steeds dringender op ons af komt.

De tweede lezing uit de Openbaring van Johannes laat ons het prachtige vergezicht zien van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Van de stad van God die uit de hemel neerdaalt, mooi als een bruid die zich voor haar man getooid heeft.
Dit visioen is ook het vergezicht van het geloof. Want hoe ziet de wereld eruit als de zonde niet meer alles aantast? Hoe zie de wereld eruit als de dood niet het einde is. Een wereld waarin de dingen niet iets beter gaan dan nu, maar een wereld waarin het leven en het samenleven volmaakt is? Het geloof in Jezus Christus biedt ons dat visioen. Een wereld waarover Gods barmhartigheid het enige en laatste woord heeft. Christenen zijn als het goed is, mensen die altijd met dit visioen voor ogen leven. Het beinvloedt ons leven op een unieke manier. Het zet ons aan om het goede lief te hebben en te doen. Het ontneemt ons de lust om het kwade te doen, omdat we zien dat dat geen toekomst heeft. zien. En hoe meer we vanuit dat visioen leven, hoe beter we het gaan zien, omdat het vergezicht van de “nieuwe hemel en de nieuwe aarde en de stad van God” steeds dichter bij komt als het doel van al ons menselijk leven. Als christenen zien we, als we echt met de ogen van het geloof kijken, alles in het licht van hoop, alles als voorwerp van Gods barmhartigheid, alles als mogelijkheid voor ons om lief te hebben en zorg te besteden aan onze medemensen, aan onze omgeving, aan ons geloof zelf. Is aan ons te zien dat we mensen zijn die leven vanuit dat visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde?

Tenslotte toont de Evangelielezing ons ook een vergezicht. Het vergezicht van de verheerlijking. Het is een vergezicht dat Jezus zijn leerlingen laat zien: “Nu is de Mensenzoon verheerlijkt en God is verheerlijkt in Hem. Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in zichzelf spoedig verheerlijken”.
Jezus zegt deze woorden als de leerlingen onzeker zijn en sombere voorgevoelens hebben. Een van hen zal zelfs Jezus ontrouw worden en verraden. Dat is het moment waarop de weg van het offer dat Jezus zal gaan, onomkeerbaar is geworden. Vanaf dat moment zal blijken dat hier de weg begonnen is die leidt naar het kruis en de verrijzenis. Het is het moment waarop Jezus zelf in alle vrijwilligheid besloten heeft zijn leven te geven voor de wereld. Het is zijn goddelijke macht en zijn menselijke vrijheid. Verheerlijking wil zeggen dat de macht van Gods liefde machtiger blijkt dan de zonde, het kwade en de dood. Jezus heeft zich aan die macht toevertrouwd. Hij eert daarmee die macht van Gods liefde. Spoedig zal God zijn macht laten zien door de verrijzenis van Jezus.

Jezus toont zijn leerlingen dus het vergezicht van de verheerlijking. Ze moeten weten dat hij zijn lijden niet ondergaat als een pechvogel en een slachtoffer. Hij is niet de ‘loser’ waarvoor velen hem zullen houden. Dit is de weg van Gods barmhartigheid. Want allen die in geloof opzien naar de gekruisigde zullen daar de poort van de hemel zien openstaan. Ze zullen zien dat aan Jezus alle macht gegeven is in hemel en op aarde. Jezus Christus en dien gekruisigd is het vergezicht op de hemel en op God.
Die heerlijkheid is geen volmaakte toestand op zich. Het is vol dynamiek en kracht. Jezus laat zijn leerlingen en deze wereld niet verweesd achter terwijl hijzelf in Gods heerlijkheid is. Nee, zijn heerlijkheid is ook dat zijn leerlingen hem vertegenwoordigen door elkaar lief te hebben. Zo zullen zij zijn tegenwoordigheid met kracht ervaren als de goede Herder die hen binnenleidt in een leven vol hoop en liefde. Het is zijn geschenk aan ons. En hoe meer we Jezus zien als het vergezicht op Gods liefde en barmhartigheid, dat is op Gods heerlijkheid, hoe meer we zijn licht in ons leven zien binnenvallen. filmpjeikoongoedeherder Moge de ikoon van de Goede Herder die vandaag onthuld en ingezegend wordt ons daarbij helpen als vergezicht dat ons altijd vergezelt. Amen