De heerlijkheid van Christus en de menselijke waardigheid

Preek op het feest van de Gedaanteverandering van de Heer op 6 augustus 2017 in de Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, we gedenken vandaag dat Jezus aan zijn leerlingen zijn heerlijkheid openbaarde op de berg*). Niet lang hierna zouden ze een heel andere Jezus zien, bespot en gehoond door de menigte in Jeruzalem, gegeseld en geslagen. De leerlingen en al de andere mensen die Jezus beminden, zouden bedroefd en verslagen zijn. Ze zouden zich ontzettend machteloos voelen. Maar in hun ogen zou die minachting en dat lijden dat hij onderging, hem niet tot een minder mens maken zoals in de ogen van degenen die hem veroordeelden en zich aan hem vergrepen. In hun ogen behield hij zijn waardigheid en zijn unieke betekenis. De leerlingen van Jezus en allen die van hem hielden zouden juist in zijn lijden en zijn verwerping zijn grootheid zien en zijn goddelijke macht. Ze zouden vertrouwen hebben dat wat hij hen had geleerd en beloofd – ook al begrepen ze het niet helemaal – nu volbracht. Dat maakte het voor hen niet minder pijnlijk om mee te maken. Het maakte niet zij zich minder machteloos voelden bij het zien wat hun meester moest ondergaan. Het maakt hem nog kostbaarder in hun ogen. Juist daarom zouden ze er ontvankelijk voor zijn dat de dood Jezus niet kon vasthouden, maar dat hij verrezen was. De leerlingen en al die anderen die van hem hielden, waren door Jezus zelf ontvankelijk gemaakt om hem na de opstanding met Pasen te zien en te ontmoeten als degene die groter was dan de dood. We kunnen het ook anders proberen te zeggen. Waarom kúnnen wij Jezus zien en ontmoeten als de Levende. Wij weten nauwelijks wat echt leven is. Laat staan wat zoiets als ‘eeuwig leven’ is. Wij kunnen Jezus zien en ontmoeten als de Levende omdat hijzelf onze ogen daarvoor geopend heeft. Al van te voren. Niet pas ná zijn lijden en sterven alsof hij plotseling een gordijn opzij schoof en als stralende held tevoorschijn trad. Jezus heeft niet een soort kiekeboe gespeeld alsof zijn pijn en lijden een soort vermomming waren geweest. Nee, zijn lijden was de uiterste uiting van goddelijke liefde en zijn vernedering was een onuitwisbaar teken van zijn dienst aan de mensen om hen uitzicht te geven op Gods barmhartigheid en trouw.
Daarom is het een geschenk van Jezus aan ons, het geschenk dat we door het geloof hem moge zien zoals hij werkelijk is: de Zoon van God die in de wereld kwam om ons te bevrijden uit een wereld zonder God. Dit leven en deze wereld zijn ondanks alles leed en pijn en onmacht, niet langer een soort gevangenis waar we levenslang opgesloten zitten. Jezus heeft de wereld opengebroken en ons allen uitzicht gegeven op Gods liefde. Wij, mensen, mogen nu onszelf zien als kinderen van God, die eenmaal zichtbaar mogen delen in de heerlijkheid van Jezus. Door het geloof kan niets ons scheiden van de liefde van God die Jezus ons heeft leren kennen. Het kwade dat ons overkomt, ook onze eigen tekortkomingen, zijn nu geen teken meer dat we verliezers zijn, of dat we het ongelukkig getroffen hebben. Ze versterken juist onze hoop. Ze verbinden ons des te meer met Jezus als de Christus.
Maar het heeft ook consequenties hoe we andere mensen zien. Door het geloof in Jezus ontdekken we in iedere persoon de menselijke waardigheid die God in elk mens gelegd heeft. In die arme mens die we op onze weg tegenkomen en waarvoor we dreigen weg te kijken uit schaamte. En in de eenzame oudere waarvan we ons afvragen wat de zin van zo’n leven nog is. Of de meervoudig gehandicapte. Hun armoede, hun gebrek, hun hulpeloosheid is geen teken dat zij minder mens zijn of dat hun leven minderwaardig is. Juist door hun weerloosheid, door hun gebrek, schijnt de menselijke waardigheid heen. Zij verdienen respect en solidariteit. Niet dat we wegkijken of ons hoofd schudden. Er is de laatste tijd veel te doen over menselijke waardigheid en wat nog echt menselijk leven is. Dat is echter niet aan ons om te bepalen. Niet aan de hand onze culturele opvattingen. Niet politiek of economisch gezien. Die waardigheid staat vast. Maar onze ogen moeten er voor geopend worden. Dat kan alleen die menselijke waardigheid zelf doen als een waardigheid die van God komt. Laten we daarom als christenen een ereplaats geven aan hen die op de een of andere manier gebrek lijden. Laten we degenen die niet meetellen, het gevoel geven dat zij er heel erg toe doen. Laten we de zorg voor elkaar niet alleen overlaten aan de overheid en allerlei instellingen, maar laten we laten zien dat we die zorg voor elkaar al hebben. Misschien niet doordat we in alles kunnen helpen, maar wel door elkaar het gevoel te geven dat de ander meetelt als mens ondanks zijn gebrek. Laten we niet het hoofd schudden en zeggen: ‘wat is de zin van zo’n  leven? Wat betekent zo’n leven eigenlijk nog. Laten wij ons afvragen wat wijzelf voor de andere kunnen betekenen. Ik ben ervan overtuigd dat de menselijke waardigheid zich dan overal aan ons zullen zien openbaren, gezichten gaan stralen, zielen worden geraakt, levens krijgen glans.. Christus opent ons de ogen daarvoor omdat hij zichzelf aan ons openbaart, en daardoor ook wij wijzelf zijn, erfgenamen van de heerlijkheid van Gods kinderen.
Amen

*) Evangelielezing van dit feest van de Gedaanteverandering van de Heer (Transfiguratie): Mattheus 17:1-9
**) afbeelding. De transfiguratie (Solomon Raj India batiq)

(c) Pastoor Martin Los

 

Pasen: de gezamenlijke verjaardag van onze doop

Preek op 1e Paasdag 16 april 2017 Mariakerk De Meern

Als christenen hebben we allemaal twee verjaardagen. Op de ene vieren we dat we geboren zijn. Daar staan we elk jaar bij stil. De datum weet je. We nodigen familie en vrienden uit. We wensen de jarige alle goeds toe voor de toekomst. We geven kadootjes. De jarige trakteert op iets lekkers. Als je echt met elkaar verbonden bent, sta je stil bij de verjaardag van de ander. Je voelt het als gemis als je er niet bij kunt zijn.
Maar we mogen nog een andere geboortedag vieren. Dat we opnieuw geboren zijn.
Nu niet, zoals de eerste keer, uit de moederschoot. Maar door de doop. (afb. 2. doopplechtigheid ). Iedereen weet wel de datum van zijn geboorte. Maar wie weet de datum van zijn doop?
Steek de hand maar op (van de meer dan 400 mensen in de kerk steken twee volwassenen de hand op).
Inderdaad, bijna niemand weet zijn preciese doopdatum. Dat we die datum niet meer weten is niet zo erg, als we maar niet vergeten dat we gedoopt zijn.
Gelukkig is er een dag waarop we allemaal samen onze doop mogen gedenken en vieren. Dat is het Paasfeest.
Vandaag. Pasen is het feest dat Jezus uit de dood verrezen is. “De Heer is waarlijk opgestaan” roepen we opgewekt. (afb. 3. lege graf)
Waarom roepen we dat zo vrolijk en blij? Zijn we blij voor Jezus? Ja, maar ook voor onszelf. Want zijn we verbonden met Jezus. Familie. Kinderen van God. Hoe weten we dat? Door de doop en door het geloof! We mogen nu met Jezus delen in een leven met God waarover het kwade en de dood geen macht meer hebben.
Toen Jezus uit het graf verrees, brak niet alleen voor hem een nieuw leven aan maar voor ons allemaal. We weten nu dat ons leven voor altijd verbonden is met Jezus en met God.
Christenen noemen het doopvont ook wel de moederschoot van de kerk. Want door de geboorte wordt je in het gezin van je ouders geboren.
Door de doop worden we geboren in de kerk.
Je behoort dan tot Gods familie zoals je door de geboorte behoort tot je eigen familie. (Afb. 4. moeder in zwangerschapskleding).

Eerst doopten christenen in een rivier (afb. 5.). Want in de eerste eeuwen werden christenen vervolgd en gediscrimineerd. Ze mochten geen kerken bouwen. Drie eeuwen lang niet. Pas na 325 na Christus. Er was moed voor nodig om tot de kerk, de gemeenschap van Jezus toe te treden zoals in sommige landen nog steeds.
Toen ze kerken gingen bouwen bouwden ze in die kerk een soort baden waardoor heen nog echt rivierwater stroomde. via een buizenstelsel werd water van de rivier naar de kerk door dat basin heen geleid.
Daarin moest de volwassene afdalen. Zo’n bad of doopvont had de vorm van een kruis of een graf.
Want je wordt door de doop ondergedompeld in het lijden en sterven van Christus om met hem te verrijzen in een nieuw leven.
Later ging men doopvonten maken die niet meer in de vloer van de kerk, maar er boven op stonden als een onverplaatsbaar meubel.
De omtrek van het doopvont of van de hele doopkapel was weer later heel vaak achthoekig. (afb. 7).
Dat was om iets heel moois duidelijk te maken. Het getal 8 betekent een reeks van 7 + 1. Kennen we zo’n reeks? Ja, de week. Voor ons christenen begint de week met zondag, de dag van de verrijzenis van onze Heer Jezus. Zondag, maandag, dinsdag…… Als de achtste dag aanbreekt, is dat weer de zondag. Dan begint de week opnieuw.
Nog zo’n reeks? Toonladder (afb. 8. Gitarist speelt vanuit het combo de zeven tonen. Daarna zingt een stem nog een keer de zeven tonen). Do, re, mi, fa so, la ti…….Oh wat spannend. Net barensweeën voor de geboorte. Het doet pijn in de oren die laatste toon. We hebben alle klanken gehad. Maar waar leidt dit naar toe?
Alles wijst naar de nieuwe do. De oude reeks is voorbij. De nieuwe begint.
Met zo’n achthoekig doopvont dat ook in onze Willibrordkerk in Vleuten staat, zegt de kerk dus: (afb. doopvont WBK 9) het oude leven is voorbij, het nieuwe is begonnen. De oude mens die God niet kent, is voorbij. Nu is de nieuwe mens geboren: een kind van God. Door doop en geloof die weet dat we kinderen van God zijn. Hoe voelen we nu dat die nieuwe mens in ons is? Door de levende eenheid met Jezus. We voelen ons sterk als we verbonden zijn met hem.
We ontvangen als gaven bij onze doop bijzondere krachten: geloof, hoop en liefde. (afb 10. symbolen geloof hoop en liefde). Het kruis staat natuurlijk voor ons geloof in Jezus. Het anker voor de hoop. Jezus is ons voorgegaan naar de hemel en zo voelt hij voor ons als een anker dat we uitgeworpen hebben in het onzichtbare, net als een schip dat zijn anker heeft uitgeworpen waar je niet kunt kijken. En het hart staat natuurlijk voor de liefde: het hart van Jezus dat we beantwoorden met ons eigen hart. Dat is Jezus geschenk aan ons. Want hij schenkt ons zijn Heilige Geest die zegt: jij, mens, jij bent een kind van God.
We mogen nu zo’n nieuwe geboorte in geloof meemaken. De doop Jesse. Hij wordt vandaag geboren wordt in het huisgezin van God, en hij mag op groeien in de wetenschap dat hij een kind van God is.
Gefeliciteerd allemaal met deze gezamenlijke verjaardag van onze doop. Zalig Pasen. De Heer is waarlijk opgestaan. Alleluia! Amen

(c) Martin Los.
Het Paasevangelie in deze viering: Johannes 20:1-9
Omdat er heel veel kinderen en gezinnen in de kerk waren, werd op een scherm voor hen bij elk onderdeel van de korte preek de afbeeldingen hierboven getoond. Het was geen powerpointpresentatie. De preek kon gewoon worden beluisterd