leven tussen verleden en toekomst

Octaafdag van Kerstmis, feest van Maria moeder van God 1 januari 2021

“De Heer doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig” 1)
De jaarwisseling valt altijd samen met de 1e januari. Deze maand ontleent haar naam aan de romeinse godheid Januarius. Daar zit het woord ‘Ianua’ in. Dat is het Latijnse woord voor ‘deur’. Januarius is dus zou je kunnen zeggen een drempelbewaker die het verleden van de toekomst scheidt. Het bijzondere is dat hij wordt afgebeeld met twee gezichten tegen elkaar: één gezicht dat naar voren kijkt, en één gezicht dat terugblikt. Daar zit wel de nodige wijsheid in. Want wij mensen leven altijd tussen twee werelden in: de toekomst, wat nog komen moet, en het verleden, dat wat geweest is. Wanneer we alleen naar de toekomst kijken, leren we niet van de lessen die het verleden en de ervaring bevatten. Het verleden helemaal de rug toe draaien, maakt dat we de rijkdom van het verleden, de wijze lessen, de redenen tot dankbaarheid die we voor de toekomst hard nodig hebben, niet gebruiken. Maar als we alleen maar terugblikken en met de rug naar de toekomst leven uit vrees of heimwee laten we vele kansen liggen om nieuwe initiatieven te nemen, om met een frisse blik vooruit te kijken.
Zo blikken wij dezer dagen terug en we kijken vooruit. Het jaar 2020 is helemaal bepaalde door het coronavirus en de gevolgen die daar uit voortvloeiden. Het is zeker nog te vroeg om conclusie te trekken. Het virus nog niet voorbij. En wat het afgelopen jaar betekent is ook afhankelijk van wat wij, mensen, lessen trekken en ons persoonlijk leven en samenleven, ook kerkelijk, daarnaar inrichten. De menselijke wil en verantwoordelijkheid kan verschillende positieve of negatieve vormen aannemen. Met andere woorden: we moeten niet alles passief benaderen als een soort lot, maar we moeten ook kansen aangrijpen om ons leven te beteren en ons samenleven. Niet voor niets schrikken we zo van de verharding onder mensen die steeds zichtbaarder is geworden, ook van overheidswege naar burgers die zij bij voorbaat wantrouwt. Want juist in deze tijd, deze contactarme tijd gaan we meer ervaren hoe we elkaar en elkaars warmte nodig hebben.

Zo blikken we op de drempel terug en vooruit. We blikken terug om de wijze lessen niet te vergeten, de rijkdom van het verleden, om stof tot dankbaarheid te hebben door de goede herinneringen te vergaren. En we blikken vooruit om de kansen aan te grijpen die de toekomst te bieden heeft.
Zo leven we altijd tussen verleden en toekomst in een heden dat altijd heden blijft. Hier en nu. Dat is de tijd van ons gegeven leven. Die ademtocht tussen verleden en toekomst. Wat we doen en denken is meteen al verleden, schijnbaar opgenomen in een keten van oorzaak en gevolg die geen enkele vrijheid toelaat: “Het heeft allemaal zo moeten zijn”. Het heden is de vrijheid die we zo helder kunnen beleven, maar tegelijk ongrijpbaar is tussen verleden en toekomst. De kostbare tijd. Dat heden is de tijd van Gods genade. Het heden is dit moment waarop we leven voor Gods aangezicht. Onze Vader in de hemel heeft geen twee gezichten zoals Januarius. Twee gezichten tussen verleden en toekomst. Tussen wat niet meer is en wat nog niet is. Alsof er helemaal geen heden is. Het heden dat we zelf elk ogenblik zo duidelijk wel ervaren.
In de Joods-christelijke traditie is het heden het moment dat we leven voor Gods aangezicht. De priesters moeten daarom het volk tegemoet treden met Gods zegen: “De Heer zegene en behoede u, de Heer doe zijn aangezicht over u lichten”. 
Wij leven in de tijd. We zijn de tijd. Maar juist in dat bewust zijn dat we noch in het verleden noch in de toekomst leven, maar in die haast onmogelijke tijdspanne daartussen, leren we God kennen, zijn goedheid en trouw, zijn vriendschap. Het is de tijd die God ons geeft. We leven voor Gods aangezicht voor wie alles heden is, omdat hij verleden en toekomst omvat. Het verleden dat we kennen, kunnen we niet veranderen, wél onze visie daarop. Voor de toekomst, die we nog niet kennen, maakt het verschil of we die benaderen met hoop en vertrouwen of niet. Op het heden komt het aan. God schenkt ons zijn vriendelijk aangezicht.

Dit tijdelijke bestaan is Jezus Christus binnen getreden geboren uit een vrouw, Maria. Daarmee heeft hij de tijd geheiligd. In Jezus zien we het gelaat van God de Vader. Op deze dag, de achtste dag vanaf de geboorte van Jezus, werd hij besneden en kreeg hij de naam, Jezus, Jesjoea, Verlosser 2). De besnijdenis was het uiterlijke teken dat een man werd opgenomen in Gods verbond. Wij mensen hebben Gods geboden nodig om als het ware zoals een vruchtboom gesnoeid moet worden om goede vruchten voor te brengen. Jezus heeft die wet vervuld en is voor ons de Boom des levens geworden door zijn dood en verrijzenis. Wij leven van het Nieuwe Verbond in zijn bloed.
Ook in dit nieuwe jaar mogen we Gods vriendschap ervaren.. Jezus is zijn uitgestoken arm en Gods genadig en barmhartig aangezicht. Wij mogen Gods aangezicht zoeken en vinden. Laten we hopen en bidden dat het nieuwe jaar ons dichtbij God mag brengen. Dat we door het gebrek aan gemeenschap in het afgelopen jaar, de gemeenschap waarin we God samen mogen ervaren, dat we zo’n honger naar God en het ware leven voelen dat de geloofsgemeenschap mag bloeien en groeien.
Moge Maria, de moeder Gods, ons daarbij helpen. We mogen ons  altijd in haar gezelschap en in haar voorspraak verheugen. Moge het “Weest gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u” steeds bij allerlei gelegenheden klinken. Want Maria wijst ons altijd de weg naar Jezus en naar God. Zij is de gezegende onder de vrouwen. En haar zegen deelt ze graag met ons allen in het nieuwe jaar van Gods genade. Amen

pastoor Martin Los

1) eerste lezing tijden de eucharistie op deze oktaafdag van Kerstmis, Nieuwjaarsdag:
Numeri 6:22-27
2) Evangelielezing: Lukas 2:16-21

Overweging op de drempel van het nieuw jaar

Preek op Nieuwjaarsdag, het feest van H. Maria, Moeder van God (jaarwisseling 2018/2019)

‘Toen de acht dagen voorbij waren, en men het kind moest besnijden, ontving het de naam Jezus’ 1)
Lieve zusters en broeders, op deze dag, bij zijn besnijdenis die altijd een week na de geboorte plaatsvond, ontvangt het kind van Maria en Jozef de naam Jezus. Dat is voor ons een bijzonder vreugdevol moment. Doordat we die naam kennen en aanroepen is ons leven en ons levensverhaal verbonden met God. Heden, verleden en toekomst staan voor ons in het teken dat Jezus in de wereld en in ons leven gekomen is en dat wij Hem mogen kennen. Dit ‘kennen’ wordt in de Bijbel ‘ eeuwig leven’ genoemd. Door het geloof in Jezus neemt God ons zelfs aan als zijn kinderen, houdt Paulus ons voor. 2)
Het begin van het nieuwe jaar herinnert ons altijd aan het moment waarop de naam van Jezus voor de eerste keer klonk, en sindsdien voor ontelbaar veel mensen en generaties een hoop en houvast is geworden. Door zijn verrijzenis is hij de levende Heer die altijd bij ons is. We mogen het samen beleven in de Kerk waarin hij tegenwoordig is en in de sacramenten waarin Hij ons bijstaat en als de Goede Herder zijn kudde leidt opdat ‘het ons aan niets zal ontbreken’ (Ps. 23)
Het afgelopen jaar is zonder twijfel anders verlopen dan we ons hadden voorgesteld, zowel waar het de positieve punten betreft, als de tegenvallende of pijnlijke. Dat zal het komende jaar niet anders zijn. Terecht wensen we persoonlijk elkaar alle goeds toe voor het Nieuwe jaar. Maar natuurlijk weten we dat het niet altijd rozengeur en maneschijn zal zijn. Wil dat zeggen dat op de moeilijke momenten we niet kregen wat we wilden? Dat God op die momenten niet thuis gaf? Wil dat zeggen dat Hij wel op de mooie momenten zorg voor ons had?
Bij de voorbereiding van deze preek moest ik denken aan Psalm 92. In die psalm komt een mooie regel voor. De beginregel: “Het is goed de Heer te loven, uw naam te bezingen, Allerhoogste, bij de dageraad uw goedheid te prijzen en in de nachten uw trouw”
“Het is tof de Heer te loven en uw naam te bezingen
”. Tof is hetzelfde woord dat klinkt aan het begin van de schepping: ‘En God zag, dat het tof was’. Tof is iets wat in zichzelf goed is, dus niet een middel tot iets anders. Alleen al het noemen van de naam van Jezus is tof. Het is goed. Op welk moment van de dag en van ons leven dan ook. Laten we daarom niet beknibbelen op onze gebeden waarin de naam Jezus voorkomt. We kunnen wel denken: ‘Ach, waarom bidden, God weet toch alles al?’ God heet niet ons gebed nodig, maar wijzelf. Om steeds weer innerlijk een blij en gerust gevoel te krijgen. En om nieuwe kracht te krijgen en gevoed te worden door die naam. “Het is tof uw naam te bezingen” fluistert de Psalm ons in.
“Bij de dageraad uw goedheid te prijzen en in de nachten uw trouw”. Bij de dageraad gaat de zon op. Alles lacht ons toe. Het is licht, dus we kunnen ver kijken, kunnen plannen maken, we kunnen doen wat onze hand vindt om te doen. Dan voelen we ons gezegende mensen die alle reden hebben tot dankbaarheid.
Maar ’s nachts als het pikkedonker is, zien we niets. We tasten in het duister en moeten op passen niet te vallen. De dageraad is symbool van het geluk dat ons toelacht. De nacht is symbool voor momenten van pijn en onzekerheid, van teleurstelling en bitterheid. Dat je je afvraagt: “waar is God nou?”
Soms hebben we de neiging God te verbinden met succes hebben en dat het ons voor de wind gaat. Gaat het slecht, dan wenden we ons teleurgesteld van God af en twijfelen aan zijn bestaan.
Soms verbinden we God juist met de moeilijke momenten in ons leven. Toen voelde echt Gods nabijheid, hoor ik soms iemand zeggen. Maar als het dan weer goed gaat, men vindt weer werk, men hersteld van een ziekte, dan lijkt God opeens niet meer nodig.
De psalm leert ons dat we in alle omstandigheden aan God moeten vasthouden en zijn naam bezingen. Zowel als het ons goed gaat, als wanneer het tegenzit. Want in het duister van de nacht mogen we rekenen op zijn trouw.
Laten we met die wetenschap het oude jaar afsluiten in dankbaarheid dat we de naam van Jezus mochten kennen en aanroepen, en laten we het nieuwe jaar beginnen met diezelfde naam aan te roepen en te bezingen. Die naam die Maria al voordat ze zwanger werd van de engel Gabriel ontving: Jezus. De naam die vandaag bij zijn besnijdenis voor het eerst openbaar in deze wereld klonk.
We wensen elkaar alle goeds toe en Gods zegen in het nieuwe jaar. Maar vooral dat we met het goede en het kwade zo mogen omgaan dat we gesterkt mogen worden in ons geloof als vrije en verantwoordelijke kinderen van God. Ja, dat we een wijs hart verkrijgen door de naam van Jezus.
Ik moet denken aan dit lied dat ik als kind mijn moeder vaak hoorde zingen als ze ontwaakte uit een sombere bui en in de keuken aan de slag ging voor het avondeten.

Daar ruist langs de wolken een lief’lijke Naam,
die hemel en aarde verenigt te zaam,
Geen naam is er zoeter en beter voor ’t hart,
Hij balsemt de wonden en heelt alle smart.
Kent gij, kent gij, die Naam nog niet?
Die Naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied!

Amen

(c) Martin Los
Evangelievolgens r.k. leesrooster voor zon- en feestdagen1 januari: Lukas 2: 16-21
2e lezing: Galaten 4:4-7