Homilie op Witte Donderdag 2016 Mariakerk

Lieve broeders en zusters, we verwijlen vanavond bij het Laatste Avondmaal dat Jezus met zijn leerlingen hield in de bovenzaal in Jeruzalem.
Het was niet zomaar een gezellig etentje met vrienden. De sfeer was geladen. De ruimte was gevuld met gespannen, soms bange, verwachtingen van wat komen zou. Bovendien was het Joodse Paasfeest op handen. We hoorden erover in de lezing uit het boek Exodus. Over die maaltijd die in de haast gehouden moest worden met een stok in de hand, sandalen aan de voeten, bitter kruid en een paaslam. Die maaltijd herinnert aan de uittocht, aan de bevrijding uit de slavernij. Ook zeker geen gezellig etentje. Want wat hing deze slaven die op het punt stonden hun verlossing tegemoet te gaan boven het hoofd?
Terwijl de Joodse mensen in Jeruzalem nog bezig waren zich voor te bereiden op de viering van het Joodse Paasfeest, hield Jezus al de maaltijd met zijn leerlingen. Beide maaltijden zijn voor altijd met elkaar verbonden. Want Jezus zou door zijn lijden en sterven een nieuwe betekenis geven aan bevrijding uit de slavernij, namelijk de bevrijding uit de heerschappij van dood en zonde. Hij zou zelf het Paaslam zijn dat geslacht werd. Ieder die in Hem gelooft en van Hem eet, treedt binnen in de nieuwe onbekende wereld van het leven zoals God het bedoeld heeft, het leven waarover het kwade en de dood geen macht meer hebben. Een leven dat vervuld is van Gods liefde.

Het is goed om ons te herinneren dat het Joods Paasfeest, en het Laatste Avondmaal en de instelling van de eucharistie beiden gehouden werden op het scherpst van de snede. De bevrijding uit Egypte leek eerder een bang avontuur met onzekere uitkomst, dan een triomftocht. En ook het Laatste Avondmaal was vervuld van zorgen over de toekomst. Er was zelfs sprake van iemand die verraad ging plegen.
Waarom benadruk ik deze sfeer van gespannen, zelfs gespannen verwachting? Omdat wij ook Pasen gaan vieren, te beginnen met de instelling van de heilige Eucharistie op deze Witte Donderdag.
Ook wij vieren dit Paasmaal niet op een roze wolk in een wereld zonder angst en vrees. De wereld waarin wij leven, wordt getekend door geweld. Er heerst vrees voor nieuwe aanslagen, en in het spoor daarvan door spanning tussen bevolkingsgroepen doordat mensen opgehitst worden tegen elkaar.
In zo’n sfeer is het goed te beseffen dat het Laatste Avondmaal, en zijn voorloper het Joodse Paasfeest, gehouden werden in een sfeer van spanning en vrees en onzekerheid.
voetwassing2016De vraag is: durven wij, oog in oog met deze wereld vol conflicten en haat, het te wagen een andere weg te gaan, de weg van Gods beloften die het volk uit Egypte weg deed trekken de vrijheid tegemoet, vol onzekerheid. Durven wij de weg te gaan van Jezus Christus die zijn leven gaf voor ons allen uit liefde. Durven we de weg te gaan die door de voetwassing wordt aangegeven.
Als een knecht knielde Jezus neer om zijn leerlingen de voeten te wassen. Ze protesteerden. Dat was de omgekeerde wereld. Maar Jezus was vastbesloten. Zoals ik heb gedaan, moeten jullie ook doen, zei hij.
Op een ongekende manier toonde onze Heer zijn barmhartigheid aan zijn leerlingen. Met de bedoeling dat zij hem daarin zouden navolgen. Juist in een wereld vol spanning, haat en geweld, voert Jezus ons mee op zijn weg naar een andere wereld.

Natuurlijk moet de overheid opkomen voor de veiligheid van haar burgers, let wel “alle burgers” niet een deel van de bevolking dat het hardst roept. Bij de overheid berust daarom ook het geweldsmonopolie om eventueel zelfs met kracht in te grijpen en alleen uiterst terughoudend. Maar geweld is uiteindelijk niet de weg. Dat begrijpen we toch allemaal.

Christus spoort ons in zijn oneindige liefde aan om persoonlijk alles op de kaart te zetten van verzoening, van vrede, van barmhartigheid, van de minste durven zijn, van de ander de voeten te wassen. We vieren vanavond de instelling van de heilige Eucharistie in een sfeer die zwanger is van spanning of misschien ook van onverschilligheid en gelatenheid alsof er toch geen kruid tegen het kwade gewassen is. Laten wij een ándere spanning voelen, de spanning die vol verwachting is, vanwege de onzekere maar zalige weg die het rijk van God in deze wereld zichtbaar maakt. De overwinning van de liefde.
Daartoe geeft Jezus zichzelf ons in handen om ons te voeden en kracht te geven, het gebroken brood, de heilzame beker.
Het lijkt zo weinig tegenover de heersende machten en krachten in onze wereld. Maar voor ons die geloven, is dit het kostbaarste en duurzaamste wat er is.
Laten we ons dus niet laten meeslepen door angst en slaven worden van de angst. Laten we ons nog minder laten intimideren door stemmen die oproepen om spierballen te tonen.
Laten we niet de prooi worden van onverschilligheid die onze gevoelens dood en daardoor onszelf. Laten we vol verlangen zijn om één met onze Heer te zijn in zijn liefde en barmhartigheid: “Als ik, de Heer en Leraar, jullie voeten gewassen heb, dan behoren ook jullie elkaar de voeten te wassen. Ik heb jullie een voorbeeld gegeven opdat jullie zouden zoals ik jullie heb gedaan”. Amen

© pastoor Martin Los
voorgeschreven lezingen uit het lectionarium van de r.k. kerk voor Witte Donderdag. Exodus  12:1-8, 11-14; 2e lezing: Corinthiërs 11:23-26; Evangelie: Johannes 13:1-15

Het kerkelijk jaar is geen tekentafelproduct vol events

Een zekere Erik vroeg mij vorig jaar op de FaceBook-pagina van VraagdePriester rond Kerst waarom de Kersttijd zo “ingewikkeld” was. Mijn antwoord lijkt me ook geschikt voor een Blog 1)  

Het kerkelijk jaar is geen tekentafelproduct. Het is in de loop der eeuwen gegroeid tot wat het nu is.
Nog steeds worden er heiligendagen en feesten aan toegevoegd. Zo heeft paus Johannes Paulus II de zondag na Pasen uitgeroepen tot Feest van de Goddelijke barmhartigheid.
Soms wordt een feest verplaatst zoals het Feest van Christus Koning dat voorheen gevierd werd op de laatste dag van oktober. Nu vieren we dit feest als laatste zondag van het kerkelijk jaar.

Oorspronkelijk kende het kerkelijk jaar alleen de zondagen als dag van de Heer, dag van de verrijzenis. En Pasen als de zondag bij uitstek, met het Paastriduüm daaraan voorafgaand, en de zondag van Pinksteren als afsluiting van de Paastijd.
Deze zijn vanaf het eerste begin van de kerk gevierd. Dat is lange tijd zo gebleven.
Spoedig volgden de dagen van de martelaren met als eerste H. Stefanus (26 december). In het begin had elke geloofsgemeenschap haar eigen heilig martelaar die men vereerde.
Veel later gingen de plaatselijke kerken elkaars heiligen uitwisselen en delen. Zo ontstond de heiligenkalender die een wezenlijk onderdeel is van het Kerkelijke jaar.
Van alle martelaren en heiligen gedenken we de sterfdag (die de geboortedag in de hemel is). Behalve van Johannes de Doper, de voorloper, en Maria, de moeder van de Heer. van beiden vieren we de sterfdag én de geboortedag.

taartkerkelijkjaar2015De 40-dagentijd voor Pasen ontstond in de loop van de eerste eeuwen omdat de volwassen dopelingen veertig dagen voor Pasen gepresenteerd werden aan de geloofsgemeenschap als kandidaten voor de doop tijdens de Paaswake.
Kerstfeest werd de eerste eeuwen helemaal nog niet gevierd.
Pas toen de keizer christen werd, kwam op 24 december het feest van de geboorte van de Heer in plaats van de verering van de keizer die tot dan toe op die dag had plaatsgevonden.
De Adventstijd werd later toegevoegd naar het voorbeeld van de Vastentijd voor Pasen. Het feest van H. Stefanus, de eerste martelaar, op 26 december bestond al lang voordat Kerstmis en het octaaf van Kerstmis werd ingevoerd. Het getuigt van grote eerbied voor H. Stefanus dat zijn gedachtenis niet “overruled” werd door het Kerstfeest.

Toen eenmaal het Kerstfeest was vastgesteld op 25 december lag het voor de hand dat het Midzomerfeest 24 juni werd uitgeroepen tot het geboortefeest van H. Johannes de Doper die immers een half jaar voor Jezus geboren werd.
Hetzelfde geldt voor het feest van de Boodschap van de Engel aan Maria op 25 maart. Gewoon een kwestie van negen maanden terugrekenen.
Veel belangrijke feesten werden ingevoerd nadat het christendom niet langer vervolgd werd.

Vanaf 325 mochten er voor het eerst kerken gebouwd worden. Onder aanvoering van keizerin Helena werden in het Heilige Land kerken gebouwd op voor de christenen heilige plaatsen uit het leven van Jezus en de Evangeliën.
De dag waarop zo’n kerk werd ingewijd, kwam op de kerkelijke kalender terecht. Zo is het Hoogfeest van Onze Lieve Vrouw Ten Hemelopneming op 15 augustus waarschijnlijk te danken aan de inwijding van een kerk gewijd aan Maria.

Vanaf de Middeleeuwen zijn allerlei dogmatische feesten ingevoerd (bijvoorbeeld) Sacramentsdag, H. Drieeenheid om de geheimen van ons geloof bijzondere aandacht en devotie te schenken.
We zouden het kerkelijk jaar het “collectieve geheugen van de kerk ”kunnen noemen, want het is een prachtige manier om het levende verleden en de levende leer van de kerk te bewaren en te vieren.

Omdat je vraag speciaal betrekking had op de Kersttijd zet ik hier de dagen in het octaaf (week van Kerstmis plus een dag) op een rijtje. 24 december Kerstnacht. 25 december 1e Kerstdag.
26 december H. Stefanus. 27 december H. Johannes, Evangelist (n.a.v. de gedachtenis van de ten hemelopneming van H. Johannes in Efeze op die dag vanaf 4e eeuw).
28 december, de gedachtenis van de martelarendood van de Onnozele kinderen, al zeker sinds de 5e eeuw).
29 december H. Thomas Becket (de dag van zijn martelarendood 1173), 30 december is gewoon 6e dag in het octaaf van Kerst. En 31 december is de dag van H. Silvester, paus, die gestorven is op deze dag in Rome 335. Daarom heet oudejaarsavond in katholieke streken Silvesteravond.
De zondag in het octaaf van Kerst kan op 26, 27, 28, 29, 30 december vallen afhankelijk van de dag waarop Kerstmis valt.
De zondag “overruled” steeds de genoemde heiligendagen.
Het feest van de H. familie dat al bestond op een andere datum werd aan het begin van de vorige eeuw geplaatst op deze zondag.
1 Januari is het slot van het oktaaf van Kerstmis, tegenwoordig het feest van Maria, Moeder van God (Theotokos)

Nogmaals. Het kerkelijk jaar is geen tekentafelproduct vol events. Het is door de tijden heen gegroeid. Het is het collectieve geheugen van de kerk. Het geheugen heeft zijn eigen logica en wetten.

© Martin Los pastoor
1) de taart en de foto van de taart is van Yvonne van Bommel