Ze bewaarde al deze woorden in haar hart

Homilie tijdens de eucharistie b.g.v. de tijdelijke professie van zr. Marie Madeleine op zaterdag 3 februari 2018 in de kapel van het monasterium van de Sacramentinen in Halle B.

Eerwaarde moeder overste en medezusters, collega priesters, ouders en broers van de novice, geachte genodigden en andere aanwezigen, lieve zr. Marie Madeleine,
nadat de herders waren gekomen om het kind Jezus te vinden in de kribbe en vertelden wat ze van de engel hadden gehoord ‘bewaarde Maria bewaarde al deze woorden in haar hart.’ 1)
Speciaal vanwege deze woorden heb jij dit Evangelie voor deze viering uitgekozen. Als je goed naar deze woorden luistert, dan wordt je zelf stil en hoor je als het ware Maria luisteren naar haar eigen hart. Naar de woorden die ze daar hoort. In dat hart waaronder kort te voren nog haar kind lag in haar schoot. Het woord van God dat vlees geworden is. Dat kind ligt nu in de kribbe, ze voedt en kleedt het. Over veertig dagen zullen ze hem in de tempel aan God toewijden. Na de geboorte van haar kind blijft haar hart vervuld met wat over dit kind gezegd wordt. Zo groeit ze in geloof in het mysterie dat God in de wereld gekomen is om de mensheid te verlossen.
Zo ziet ze haar kind opgroeien en overweegt ze “het geheim” dat ze in zich draagt. Dat ze de gezegende onder de vrouwen is. Daardoor groeit ze ook in besef dat ze zelf een echt kind van God is. Ze klopt zichzelf niet op de borst. Maar ze overdenkt wat er gebeurt als een groot mysterie. Ze groeit mee. Daardoor is ze op belangrijke momenten bij haar Zoon, in zijn leven, lijden. Ze is bij de apostelen na zijn verrijzenis en als de Heilige Geest wordt uitgestort over allen. Wie dicht in de buurt is van Maria is dicht in de buurt van de Heer. Zo is zij voor ons de verpersoonlijking van de wijsheid die zoals het Spreukenboek zegt: van voor de schepping voor Gods aangezicht speelt en hem eeuwig vreugde geeft. 2). Een van haar titel is:  zetel van wijsheid.

Lieve zr. Marie Madeleine, als jij je nog jonge leven overziet – je bent geen kind meer, maar een volwassen vrouw – dan zul je ook verwonderd zijn over de weg die God met jou gaat. Het feit dat je vandaag hier je tijdelijke professie doet, is beslist geen resultaat van carrièreplanning. Je hebt gaandeweg een roeping gevoeld, waarvan je eerst nog niet wist wat het was – dat het een roeping was – en toen je zelf tot die ontdekking kwam, was het nog maar de vraag of anderen die roeping in jou herkenden en erkenden. Dat is allemaal, ook tot je eigen verwondering positief uitgevallen. En je bent echt met je roeping meegegroeid. Door je eigen ontwikkeling, je liefde voor de kerk en voor de liturgie. Eerst in Leerdam, daarna wat meer op eigen benen in Leidsche Rijn/Vleuten/De Meern. En vooral hier in het Monasterium kon je roeping zich verder ontwikkelen. Na drie jaar voorbereiding en zorgvuldig overwegen ben je nu gereed om je tijdelijke professie te doen. Je hebt je daar de laatste maand heel bewust in stilte op voorbereid. Dagelijks heb je mij je meditaties naar aanleiding van de teksten die je ter overweging waren gegeven, gemaild. Vervuld van het mysterie van je roeping heb je alles overdacht. Geluisterd naar de stem van je hart die alle woorden overpeinsde zoals Maria. Zo ben je toegeleefd naar deze dag, begeleid door de gebeden van de je medezusters, de geloofsgemeenschap hier, door je ouders en vele anderen.
Dat mediteren van het grote geheim van God die jou roept tot dit religieuze leven, met je eigen volledige instemming, is na vandaag niet afgelopen. Alsof je geslaagd bent voor iets. Het is een oefening geweest en voorbereiding op een verder leven met dat geheim.
Je verbindt je aan de congregatie en je medezusters die hetzelfde geheim in hun hart koesteren, tot een leven dat helemaal in dienst wil staan van het mysterie van Christus’ aanwezigheid in de eucharistie en het Allerheiligst sacrament vervuld van liefde voor Maria niet van de zijde van haar Zoon week.
De geloften die je aflegt, van armoede, gehoorzaamheid en zuiverheid, – en die je goed hebt overwogen en geoefend de afgelopen tijd zijn bedoeld om je helemaal te richten op de liefde van de Heer. Armoede die maakt dat je zonder zorgen bent, maar in God en de navolging van Jezus je onuitputtelijke rijkdom vindt. Gehoorzaamheid, die maakt dat jouw wil ontlast wordt waardoor je alle tijd krijgt om het geheim van de Heer in je hart en in ons midden als bron van vreugde en zin van je leven te beleven en opgewekt en dienstbaar te zijn. En de zuiverheid is niet een afwijzing van andere mensen, maar stelt je in staat juist door de band van liefde met Christus open te staan voor alle mensen, door voor hen te bidden op een volstrekt belangeloze wijze.
Het ligt allemaal besloten in wat Lukas zegt over Maria: “die al deze woorden bewaarde in haar hart”.

Maria wordt met vele titels geëerd. Eén hoorden we zo-even al: zetel van wijsheid. Een andere titel is: Ark van het verbond. In de ark in het heiligdom van de tempel werden de tien geboden bewaard, de woorden waarmee God een verbond met zijn volk sloot.
Maria bewaarde ook het Woord van God in zich als het Kind in haar schoot en daar alles wat over hem gezegd werd te bewaren in haar hart.
Die ark was van hout. Een houten kistje. Maar het hout was met goud bekleed. Van buiten en van binnen. Waarom was het eigenlijke materiaal van de ark van hout, en niet bijv. Marmer of puur goud? Hout komt van een boom. Een boom groeit.
Als wij de woorden van God in ons hart bewaren en eruit leven, groeien we als kinderen van God. Geloof is niet star en statisch, maar doortrokken van leven. Goud aan de buitenkant wil zeggen dat het geheim niet kan worden aangetast door bederf zoals goud niet kan roesten en vergaan. En van binnen is de ark bekleed met goud om te zeggen dat ze ook niet aangetast kan worden door wat binnen in een mens is aan verkeerde gedachten. Je wordt innerlijk steeds vernieuwd en gezuiverd door te luisteren naar het Woord dan in je is.
Moge jij, zr. Marie Madeleine zo een blijde zuster en een vrolijk kind van God zijn. Moge jij groeien en bloeien in je roeping en tot heil en zegen zijn van velen door je biddend luisterend leven. Moge je zich welkom voelen in deze gemeenschap van de Sacramentinen in Halle, die zich toeleggen op altijddurende aanbidding van de Heer in het Heilig Sacrament en de devotie tot Maria die daarmee verbonden is. Geloofd zij onze Heer Jezus Christus. Amen.

© Martin Los, pastoor

1) Evangelielezing in de eucharistie b.g.v. de professie: Lukas 2:15-19
2) 1e lezing: Spreuken 8:22-31
3) zr. Marie Madeleine,

Niet in de wereld geworpen, maar geroepen

Preek op de 2e zondag door het jaar op 13 en 14 januari 2018 Mariakerk en Willibrordkerk

Samuel kende de Heer nog niet. Een woord van de Heer was hem nog niet geopenbaard’ 1)
De jonge Samuel hoorde een stem die hem riep. Die stem kon hij eerst nog niet onderscheiden van de stem van de priester, Eli. Tot dan toe was Eli degene die over hem waakte, die hem riep en opdrachten gaf. Op een duidelijke manier vertelt het verhaal hoe Samuel gaandeweg onderscheid leert maken tussen de stem van buiten, zoals van ouders, priesters en andere autoriteiten, en een alleen innerlijk hoorbare stem van God.
Dit verhaal beschrijft hoe wijzelf als kinderen leren onderscheiden. Eerst is de wereld voor ons voorhanden als een soort toneel. We lopen erin rond als toeschouwers met ogen op steeltjes, als potjes met grote oren. Gaandeweg worden we ons bewust dat we geen toeschouwers zijn en ook niet samenvallen met die wereld, alsof we er niet toe doen. We mogen een eigen plaats en taak vervullen. We gaan een eigen verantwoordelijkheid ervaren, die verder gaat dan besef van wetten en regels van buiten. Het is een eigen weg die we ontdekken en gaan. Zelfs als dat ons op kritiek komt te staan van onze omgeving.
Het is een voorrecht wanneer we op die weg ontdekken dat we niet op de een of andere manier in de wereld geworpen zijn met de boodschap “zoek het maar uit”. Wat mooi als we ontdekken dat het leven een geschenk is. Dat God ons het leven geschonken heeft, en dat Hij ons roept om het leven met Hem te wagen en ons leven in zijn dienst te stellen. En dat juist zo ons leven zich ten volle kan ontplooien.
Die ontdekking deed Samuel. Het deed hem besluiten om te zeggen: “Spreek. Heer, uw dienaar luistert”.
Samuel stelde zijn leven in dienst van God. In volledige vrijheid. Als hoogste goed.
Of met de woorden van de antwoordpsalm 40: ‘uw Wil te doen, mijn God, is mijn vreugde’. 2)
God heeft ons dit leven en dit lichaam gegeven. We mogen er zelf voor zorgen en daardoor ook genieten van alles wat ons als mensen ten dienste staat, eten, drinken, kleding, spel, liefde, vaardigheden. Maar daardoor kunnen we Hem ook dienen met ons lichaam. Uit liefde en dankbaarheid. In ons dagelijks leven, maar ook in de eredienst.
In de katholieke liturgie met de tastbare rituelen, de wierook, de belletjes, staan en knielen, brood en wijn, mogen we op een bijzondere manier “God met ons lichaam eren” 3) zoals Paulus in zijn brief ons oproept. Zo mogen we met elkaar het leven mooi maken.
Eli, de priester, hielp Samuel te ontdekken dat God hem riep. Ook voor Eli was dit een proces van ontdekken en van loslaten. Eerst dacht Eli dat Samuel gedroomd had, want zelf had hij de jongen niet geroepen. Maar bij de derde keer ging de priester een lichtje branden. Hij begreep dat Samuel geen kind meer was, maar een persoon op weg naar de volwassenheid. Een mens met een eigen roeping en bestemming.
Ouders staan voor de taak hun kinderen te helpen zelfstandig te worden in denken en doen, en een eigen innerlijke ontwikkeling door te maken.. Datzelfde geldt voor leraren met hun leerlingen. Ook voor geestelijken met de zielen die hun zijn toevertrouwd. We moeten onze kinderen en pupillen en geloofsleerlingen niet tot papegaaien maken die ons nazeggen en na-apen.
We mogen onze kinderen en leerlingen vormen tot mensen die hun innerlijke roeping gaan verstaan en volgen, ook als die anders is dan wij ons hadden voorgesteld. Onze kinderen zijn ook Gods kinderen. We moeten vertrouwen hebben in zijn Geest.
We mogen onze kinderen en leerlingen en vrienden en andere mensen met wie we omgaan wel de weg wijzen en hen attent maken op het bestaan van God. Al heeft dat eigenlijk alleen maar kans van slagen als we zelf op een hartelijke geloofwaardige manier geloven.
Johannes de Doper wees zijn leerlingen op Jezus: ‘Zie het lam Gods’ 4). Meteen gingen zijn eigen leerlingen zonder om te zien Jezus achterna. Zo krachtig was de boodschap van Johannes. De twee leerlingen braken niet met Johannes. Ze liepen niet over. Ze waren juist echte zelfstandige leerlingen van Johannes doordat ze niet bij hem bleven maar Jezus volgden. Eén van hen was Andreas. Hij bracht eerst een etmaal in Jezus nabijheid door. Dat was genoeg om vanuit zijn eigen ervaring met Jezus de eerste die hij daarna ontmoette, zijn broer Petrus, bij Jezus te brengen.
Lieve zusters en broeders, laten we allereerst onze eigen roeping koesteren. Laten we ons persoonlijk elk moment verheugen dat we God mogen dienen en Jezus mogen volgen. Laten we ook anderen helpen hun roeping te ontdekken door in hun zoeken naar de zin van hun leven, de mogelijkheid van de ontmoeting met God ter sprake te brengen door te zeggen: “misschien is het God wel die jou roept”. Laten we ons niet schamen anderen actief te wijzen op Jezus, natuurlijk zonder enige dwang of opdringerigheid, maar meedenkend en zoekend.
Wat mooi als we zelf elke dag beginnen met de groet: ‘Tot uw dienst, Heer! Uw wil te doen, God, is mijn vreugde”

(c) Martin Los

leesrooster r.k. voor zon- een feestdagen: 2e reguliere zondag door het jaar
1) 1e lezing: I Samuel 3:3b-10.19
2) Antwoordpsalm: Psalm 40
3) 2e lezing:  I Korinthiers 6:13-15a,17-20
4) Evangelie: Johannes 1:35-42