Hij schreef met zijn vinger op de grond

Preek op de 5e zondag in de Veertigdagentijd op zondag 7 april 2019 in Mariakerk en Willibrordkerk

“Ook ik veroordeel u niet. Ga heen en zondig van nu af niet meer” 1)
Jezus ging tijdens zijn verblijf in Jeruzalem ’s avonds naar de Olijfberg. Zo begint de Evangelielezing van deze zondag. Nog niet zo lang geleden, in november, was ik in Jeruzalem met een groep zorgpelgrims. Ik heb met eigen ogen de weg gezien die Jezus ’s avonds aflegde om alleen te zijn. Vanuit de drukke stad liep hij door de poort en daalde af het dal in, stak de beek die beneden door het al liep, over, en besteeg de olijfberg recht tegenover de stad en de tempel in zijn volle glorie. Jezus bad daar op de olijfberg. Hij bad daar tot God, de Vader. Hij dacht na over zijn zending, over de mensen in Jeruzalem, over de tempel die hij vanaf de Olijfberg zag. Het is dezelfde weg die Jezus op de laatste dag van zijn leven ging. De nacht dat hij verraden en overgeleverd werd.
Jezus was geen wereldvreemde idealist die droomde over een ideale samenleving en in die droom bleef hangen. Hij wist hoe de mensen dachten, hoe sommigen het op zijn ondergang gemunt hadden omdat ze hem niet konden uitstaan. Hij wist ook dat vele anderen hun hoop op hem gesteld hadden. Maar hoe zou Jezus de wereld kunnen veranderen? Jezus wist heel goed hoe mensen met elkaar omgingen. Dat sommigen mensen zwak waren en niet altijd leefden volgens de goddelijke geboden die bedoeld waren om mensen de goede weg te wijzen. Hij wist ook de sommige mensen zich mooier voordeden dan ze waren. Hij wist ook dat mensen die anderen veroordeelden vaak zelf verkeerde dingen dachten en deden. Hij wist ook dat de wet van God die bedoeld was om mensen te helpen een beter leven te leiden, vaak precies omgekeerd gebruikt werd. Als een stok om een hond te slaan. Om anderen te vernederen.
Hoe kon hij een nieuw begin maken. God had immers gezegd bij monde van de profeet Jesaja: Ik ga iets nieuw beginnen. Het is al begonnen. Zie je het niet? 2) Het werd voor Jezus steeds duidelijker dat hijzelf moest laten zien dat God niet de veroordeling en ondergang van de mens wilde, maar juist zijn redding en behoud. Hij wist dat eht niet zou gaan onder inzet van zichzelf, van zijn eigen leven.
Dat kon alleen maar als hijzelf in al zijn onschuld en zondeloosheid aan de kant zou gaan staan van de mensen die zich schaamden over hun ongelukkige keuzes, die voorwerp van spot waren in ogen van anderen die zichzelf heel fatsoenlijk vonden, die buitengesloten waren omdat zij iets misdaan hadden. Dat was de bedoeling van de wet. Het hoogste gebod was de liefde. Jezus koos onvoorwaardelijke voor de liefde ook al zou hem dat onbegrip en vijandschap opleveren. Ook al zou het hem zijn leven kosten. Maar hij wist dat God, de Vader, zijn Zoon niet zou verloochenen, en dat God zijn offer zou bekronen, en dat zijn liefde een nieuw begin betekende voor deze wereld en mensen tot  nieuwe mensen zou maken.
We moeten dus het Evangeliegedeelte van deze voorlaatste zondag voor Pasen begrijpen in het licht van de gebeurtenissen op Goede Vrijdag. Toen werd Jezus als gevangene langs dezelfde de weg gevoerd die hij nu ook ging vanaf de olijfberg de stad in. Langs de plek waar hij veroordeeld zou worden. De plek waar hij verloochend werd en driemaal de haan kraaide. Zoals de vrouw uit het evangelieverhaal door een menigte aangehouden was, en vooruitgeduwd werd en uitgejouwd en voor de rechter gebracht, met valse overwegingen. Zo zou het Jezus zlef later vergaan. Hij ging in haar plaats staan toen hij vrijwillig zijn lijden op zich nam. En op de plaats van alle mensen die gebukt gaan onder hun zwakheden, tekorten, zonde en schuld. Zo is hij geworden tot het Lam van God dat wegneemt de zonden der wereld. Hij schenkt zijn gerechtigheid aan allen die in Hem geloven en in Hem Gods liefde en barmhartigheid zien. Zo schenkt Hij de wereld nieuw leven waarover zonde en dood niet meer het laatste woord hebben. Gerechtigheid is niet dat iemand zichzelf op de borst klopt en boven gewone mensen uitsteekt. Gerechtigheid is dat je met je goedheid anderen in bescherming neemt en zwakken helpt.
Als wij dit offer van Jezus aanvaarden – deze wonderlijke ruil – vraagt hij van ons dat wij ook anderen niet veroordelen, maar onze eigen zwakheden en fouten erkennen. Dat we de wet van God niet gebruiken anderen buiten te sluiten, maar dat we begrijpen dat liefde de vervulling van de wet. Dat we elkaar helpen om samen van het leven iets moois te maken. Dat we geduld hebben met de ander.
Toen de Schriftgeleerden de vrouw die zij van zonde beschuldigden voor Jezus plaatsten, schreef hij met zijn vinger op de grond. Toen de mannen bleven aanhouden, zei hij: “Wie zonder zonde is werpe de eerste steen’ en schreef opnieuw op de grond. Was het teken van zijn ongeduld, dat hij het verwerpelijke gedrag van die mannen, nauwelijks verdroeg? Was het teken dat hij hen de tijd gaf tot inzicht en inkeer te komen? Of was het vooral ook mededogen met de vrouw die immers schuldbewust naar de grond keek, en dus zag dat Jezus op de grond schreef. Zou ze begrijpen dat Jezus geen vonnis over haar op schreef, maar dat hij de nieuwe wet van Gods liefde in haar hart schreef? De vinger van God is immers de Heilige Geest. Dat God van haar hield en een nieuw begin gunde? Toen iedereen was afgedropen, stond zij daar nog steeds, alleen, gekend, aanvaard, een nieuw leven voor zich.
“Ook ik veroordeel u niet. Ga heen en zondig van nu af niet meer” sprak Jezus. Hij zond haar het leven in. Wat een bevrijdende opdracht. Jezus schenkt haar zijn vertrouwen. Ze is een nieuwe schepping. “Ik ga iets nieuw beginnen, zegt de Heer, het is al begonnen. Zie je het niet?  Dat is het mysterie van Pasen, waaruit we leven en dat we over twee weken vol vreugde als nieuw hopen te vieren. Al die tijd schrijft Jezus met zijn vinger op de grond. Amen

(c) Martin Los
Schriftlezingen volgend het universele r.k.leesrooster van zon – en feestdagen:
1) Evangelielezing: Johannes 8:1-11
2) 1e lezing: Jesaja 43:16-21




‘Onbetaalbaar’.

Preek op de 32e zondag door het jaar op 11 november 2018 Mariakerk en Willibrordkerk

‘die arme weduwe heeft het meest geofferd van allen’ 1)
Lieve zusters en broeders, wat bezielt de profeet Elia om over de grens bij een arme weduwe in Sarfat te vragen dat zij wat water voor hem gaat halen met haar kruik. En als of dat nog niet genoeg is roept hij haar na: ‘neem ook wat brood voor me mee’.
Je zou denken: ‘Vent, je bent toch zelf mans genoeg om ergens water te putten. Die arme vrouw heeft het al zwaar genoeg met hout sprokkelen en op haar rug dragen. Bovendien is er een lange droogte en hongersnood. Waar moet ze water halen? En hoe kun je nou aan een arme vrouw om brood vragen. Ze heeft misschien nauwelijks genoeg voor haar zelf en voor haar kinderen als ze die heeft.
Het lijkt inderdaad nergens op. Van ons uit gezien, ja. Maar vanuit de vrouw gezien? Een Joodse man, een profeet – misschien had ze van Elia gehoord – sprak haar aan, haar, een heidense vrouw, en vroeg aan haar om water en brood.
Ze had geërgerd kunnen reageren. Zie je niet hoe zwaar ik het heb? Ben ik nou wel goed genoeg voor jullie, Joden? Ben je gekomen om de spot met mij te drijven.
Dat doet ze niet. Omdat ze voor het eerst het gevoel heeft dat ze nodig is, dat ze er toe doet; dat ze misschien op een keerpunt in haar leven staat.
Inderdaad. Ze voelt aan dat de vraag van de profeet aan haar om water en brood een boodschap is. Een boodschap van God. Hij gaat een omkeer te weeg brengen in haar leven. Waar zij het gevoel heeft, dat het afgelopen is. Ze heeft niemand om haar te helpen. Naar háár heeft God zijn profeet gezonden om haar een boodschap te brengen. Het zal haar aan water en brood nooit meer ontbreken ‘tot het weer gaat regenen in Israël’ 2)
Ze voelt zich gezien. Ze weet zich serieus genomen. Daardoor worden onvermoede bronnen in haar leven aangeboord. Haar geloof wordt gewekt. Ze ziet weer toekomst. Daarom schrok ze niet terug voor Elia’s verzoek.
Reken erop dat Elia’s optreden de vromen en rijken in Israel schokte. Waarom kwam hij niet bij hen om water en brood? Waarom bezocht hij een heidense weduwe, een vrouw nog wel, en waarom schonk hij haar gaven van God waar van zij vonden dat zij er eigenlijk recht op hadden als volk van God? Goede vraag. Misschien wel om hen tot bezinning te brengen, om hen nederigheid te leren. Om te laten zien dat wij geen rechten op God kunnen doen gelden. Alles wat hij doet aan ons is immers louter uit vrije genade.  Om hen jaloers te maken.
God klopt niet aan bij de mooie voorkant van ons leven. Bij onze prachtige facades. Alsof God óns nodig heeft. Hij klopt bij ons aan waar we Hém nodig hebben. Dat is aan de achterkant van ons leven. Die God alleen kent en ziet. De dingen waar we ons voor schamen. Waar we het gevoel hebben dat we niet verder kunnen. De dingen waarover we niet praten, maar die we wel als een last voelen. Of die maken dat we niet blij zijn en niet floreren. Die arme heidense weduwe in tijden van droogte is het beeld van een mens die door anderen al afgeschreven was, en ook waarschijnlijk door zichzelf. Maar zij werd uitverkoren beeld van Gods liefde en genade te worden. Daarom werd Elia naar haar toe gezonden. Het was een profetische daad.
Is het vreemd, lieve broeders, dat Jezus deze lijn voortzet als hij bij het offerblok van de tempel gaat zitten. Hij gaat zitten. Dag wil zeggen dat hij zijn leerlingen iets ging leren. Waar iedereen zich gewoonlijk afvraagt hoeveel de rijke mensen schenken – en zij dat wellicht ook zelf duidelijk laten uitkomen – wijst hij zijn leerlingen op een arme weduwe die er een cent in wierp. Haar hele levensonderhoud voor een hele dag. Jezus laat zien dat haar bijdrage, hoe gering ook, in Gods oog groter is dan van alle anderen. Onbetaalbaar. Zij moet wel een grote liefde voor God hebben om zoveel te geven.
Zij moet ook wel het gevoel hebben dat God oneindig veel aan haar geeft. Gaven van zijn genade die met geen geld te koop zijn. Wat zijn die onbetaalbare gaven? Gevoel een kind van God te zijn. Innerlijk vreugde. Vertrouwen. Vrijheid. Liefde voor haar medemensen.
Jezus ziet dat allemaal omdat hij zelf ook zo is. Hij is arm geworden met de armen. Hij heeft zijn leven gegeven voor ons. Door dat offer is hij de hogepriester 3) geworden die het hemels heiligdom is binnengegaan om onze zonden uit te wissen en dat wij door het geloof in Hem kinderen van God zouden worden.
Jezus wijst zijn leerlingen op de arme weduwe. Hij wil hen laten zien wat hij ziet en hoe hij ziet. Met de ogen van God. Zo moeten ze zelf ook kijken. God heeft hen niet uitverkoren omdat ze zo geweldig zijn, maar uit genade en om zijn liefde te tonen.
Zo moeten zij ook de wereld in trekken en de blijde boodschap verkondigen. Zo moet ook de kerk zijn. Zo moeten ook wij zijn. Geen club van mensen die zeggen: “kijk eens hoe goed wij zijn!’ Nee, we moeten een gemeenschap zijn die liefde uitstraalt. Waar we elkaars zwakheden verdragen. Waar we de gebrekkigen met het grootste respect behandelen. Waar we als kinderen zo blij zijn dat we God mochten ontdekken en hoe Hij aan het werk is, in deze wereld, in de kerk en in onszelf. Denk ook aan Sint Maarten 4) die zijn mantel deelde met de arme bedelaar. Geen teken van liefdadigheid van een rijke naar een arme. Nee, een onbetaalbaar gebaar. Amen

(c) Pastoor Martin Los
1) Evangelie van deze zondag: Marcus12:38-44
2) 1e lezing van deze zondag: 1 Koningen 17:10-16
3) 2e lezing van de zondag: Hebreeën 9:24-28
4) Deze zondag valt samen met het feest van Sint Maarten 11 november