Kerstnachtpreek 2015 Mariakerk DeMeern/Leidsche Rijn

Kerstnachtpreek in de Mariakerk in De Meern, parochie Licht van Christus

kersstal2015

kerststal in Mariakerk De Meern/Leidsche Rijn

Lieve zusters en broeders, we vieren in de kerstnacht dat God zich met ons, mensen, verbonden heeft. Hij heeft zich met ons verbonden op de meest innige wijze door mens te worden. Nog wel als een kind. Nog wel als een kind van een gezin waarvoor eigenlijk geen plaats was. Vandaar dat ze de nacht doorbrachten in een verblijfplaats van dieren gezien de aanwezigheid van een voederbak.
Laat dit goed tot ons doordringen. God is in de wereld gekomen als een kind waarvoor eigenlijk geen plaats is. Als kind van Jozef en Maria voor wie eigenlijk geen plaats was.
Dat is in onze dagen bijzonder actueel door de vluchtelingen die op de deur van onze samenleving aankloppen, en die we ook vanavond in ons midden hier mogen begroeten.
Wat heeft onze God bezield om zich op deze wijze aan ons te verbinden? Waarom werd hij niet als een prins geboren?  Waarom daalde hij niet stralend als een goddelijke held uit de hemel?
Zo deed Hij om ieder mens te verzekeren dat hij of zij in Gods ogen er toe doet.
Dacht u dat in Gods oog een koning in een paleis meer is dan een vluchteling die huis en haard moest verlaten? God ziet ieder mens aan als een echt mens. Voor God zijn alle mensen gelijk. Ieder mens telt voor hem.
We zijn ons daar niet altijd van bewust. Maar dít is de volstrekt unieke boodschap die het Kerstfeest voor alle mensen inhoudt.
Een boodschap die voltrekt nieuw en uniek was in de tijd van Jezus’ geboorte. De wereld was ingedeeld in rangen en standen. Gewone mensen telden niet mee. Laat staan de vele slaven die helemaal geen rechten hadden en niet eens over hun eigen leven beschikten.
In die wereld kwam Jezus de Zoon van God ter wereld als een zuigeling in een voederbak. Om aan alle mensen te verkondigen dat God zich over hen ontfermt en hen aanneemt als zijn kind.
Het geloof in Jezus, het geloof in God maakt mensen vrij. Het verleent alle mensen een waardigheid die onafhankelijk is van of je rijk of arm bent, krachtig of gebrekkig.
Als je eenmaal in Jezus gelooft als de Zoon van God die in de wereld gekomen is, kan niemand je meer die vrijheid afnemen: die vrijheid van mensen die weten dat zij Gods kinderen zijn.
Niemand kan die vrijheid afnemen. Het geloof in Jezus Christus als verlosser maakt ons in geweten vrij. God kent onze harten. Hij is groter dan ons hart. Hij kent ons en vergeeft ons.
Het is die boodschap en het is dat geloof dat de kerk met vallen en opstaan en met hindernissen verkondigd heeft tot op deze dag. Het is deze boodschap die geleid heeft tot de vrijheidsbeleving zoals we die nu al decennia in Europa kennen.
Wie mogen die blijde boodschap vandaag opnieuw horen en vieren.
Velen in het Westen doen alsof die vrijheid de gewoonste zaak van de wereld is. Alsof het iets natuurlijk is. Maar dat is het niet.
Die vrijheid wordt van alle kanten aangevochten. Door hen die terreur zaaien. Die alleen al door angst aan te jagen vrijheid willen afnemen. Maar ook op vele andere manieren
Er is geloof voor nodig om in die vrijheid te geloven en zelf te beleven. Er is moed voor nodig. Er zijn keuzes voor nodig.
Het is begrijpelijk dat jongere generaties onze vrijheid vanzelfsprekend vinden. We spreken over vrijheid als een recht. En we voeren zelfs de mensenrechten in het vaandel. Terecht.
Maar laten we niet vergeten dat dit ooit niet zo was, en dat dit lang niet zo was. En laten we niet denken dat het vanzelf zo blijft.
Daar is geloof in die vrijheid als gave van God nodig. We staan er namelijk niet alleen voor. Want God is mens geworden. Hij heeft zich aan ons verbonden. Hij heeft ons daardoor allen vrijgemaakt.
Hoe kunnen we die vrijheid zelf blijven beleven en ook bewaren? Door het geloof in Jezus die als mens in de wereld gekomen is te koesteren. Door de gemeenschap met hem vol liefde te koesteren.
Maar ook door die vrijheid niet alleen als een recht te beschouwen waarbij je alleen aan jezelf denkt.
De christelijke vrijheid is dat je die vrijheid ook gebruikt om je over anderen te ontfermen die het moeilijk hebben.
Vrijheid kan alleen blijven bestaan en groeien als we niet in de eerste plaats aan onszelf denken, maar als we ons voor anderen inzetten, in het bijzonder voor de minsten der mensen.
We leven in een tijd waarin we aan veel beginnen te twijfelen. Heel veel zekerheden vallen weg. Veel mensen lijden aan angst en onzekerheid.
Dan is het juist belangrijk dat we ons afvragen wat echt waarden zijn waar je op aan kunt.
De vrijheid van Gods kinderen is de basis van alles. Die kan niemand ons afnemen. De vrijheid om te kiezen voor het goede. De vrijheid om anderen die het moeilijk hebben, lief te hebben. De vrijheid om te geloven in het rijk van God.
Alle zekerheden kunnen wegvallen, maar deze niet. Want het is een gave van God die zich aan ons verbonden heeft en mens geworden is. God heeft zich uit liefde en uit barmhartigheid over ons ontfermd.
Laten ook wij zoeken naar wat mensen bindt, en niet wat mensen scheidt. Hoe meer we van die vrijheid gebruik maken, hoe meer we in die vrijheid zullen groeien.
Het kind in de voederbak lacht ons toe. Het is met lege handen gekomen, maar het schenkt ons de kostbaarste gaven: de vrijheid van God kinderen.
Als wij dit kind in de armen nemen, telkens als we open staan voor de arme, de gebrekkige, de vluchteling, dan zullen we ervaren dat God ons in de armen neemt als zijn kind.
Paus Franciscus heeft dit jaar 2016 uitgeroepen tot heilig jaar, het jaar van de barmhartigheid. Laten we de barmhartigheid omarmen door de vergeving van onze zonden te vragen en te verkrijgen. Wie weet onder hoeveel balast we gebukt gaan, terwijl God niets liever wil dan dat we bevrijd zijn van die lasten.
En laten we ook elkaar barmhartigheid bewijzen door elkaar te vergeven. En door mensen in nood een plaats te geven in ons leven. Kerstfeest toont Gods mateloze barmhartigheid in dit kind.
Leve de barmhartigheid. Leve de vergeving. Leve de vrijheid. Amen

(c) Pastoor Martin Los

 

Homilie op de 29ste gewone zondag door het jaar 18 oktober 2015

Preek op de 29e zondag door het jaar op zaterdag 17 oktober en zondag 18 oktober 2015 in de Mariakerk

Schriftlezingen uit het voorgeschreven universele lectionarium van de R.K. kerk:
1e lezing: Jesaja 53:10-11; 2e lezing: Hebreeën 4:14-16. Evangelie: Marcus 10:35-45

Lieve zusters en broeders “Wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn” zegt Jezus.
Lang niet iedereen zal meteen “Ja en Amen” zeggen bij het horen van deze woorden. En nog minder bij de woorden “en wie onder u de eerste wil zijn, moet aller slaaf wezen”.
Waarom stuiten deze woorden bij velen tegen de borst? Dat is niet zo moeilijk aan te voelen. Het is onze eigen borst. We hebben het idee dat als je dienaar bent of nog erger “slaaf” je je vrijheid inlevert. Je maakt je ondergeschikt aan anderen. Je verliest je vrijheid.
Je doet ook afstand van je talenten. Want als dienaar ben je niet meer bezig met de ontwikkeling van je zelf. Als knecht ben je geen baas over jezelf.
Is dat innerlijk verzet tegen opgeven van je vrijheid verkeerd?
Beslist niet. Ieder mens streeft van nature naar vrijheid en ontplooiing. Daar is niets mis mee. Vrijheid is voor de mens wat water voor de vis is. Vrijheid is om zo te zeggen de oertoestand van de mens zoals deze geschapen is naar het beeld van God.
God is volkomen vrij en soeverein. Geschapen naar Gods beeld wil zeggen: vrij, en in de gelegenheid zich helemaal te ontplooien.
Juist doordat de mens zich van God afkeerde is de onvrijheid in de wereld gekomen. Mensen gingen heersen over elkaar. Mannen over vrouwen. Heren over knechten. Machthebbers over hun bevolking. Het ene land over het andere.
Slavernij en overheersing, machtsuitoefening van de ene mens over de andere, is van God uit nooit zo bedoeld. Ze zijn niet natuurlijk, maar onnatuurlijk.

De heersende opvatting bij biologen en economen is dat de sterkste overwint of dat de ene mens ten opzichte van de ander van nature een wolf is.
Daartegenover verkondigt ons geloof dat dit van nature juist niet zo was.
Uitbuiting en overheersing zijn een aantasting van de natuur van de mens en niet het kenmerk.
Trouwens als het erom gaat dat de sterkste overwint? Wie is dan die sterkste? Degene die uit angst heerst of degene die uit vrijheid liefheeft?

Het is dus zeker niet zo dat Jezus met zijn appel aan zijn volgelingen om knecht van elkaar te zijn onvrijheid zou propageren. Jezus maakt ons door zijn dood en verrijzenis vrije mensen. Hij maakt ons door het geloof tot kinderen van God. Hij maakt ons tot een nieuwe schepping.

voetwassing2015 voetwassing2015“Als je echt groot wilt zijn, wordt dan de dienaar van de anderen”.  Met andere woorden:  gebruik je vrijheid om lief te hebben, om elkaar te dienen. Ontwikkel de gaven die je in je hebt, om anderen te helpen.
Er is echt geen sprake van dat Jezus zou bedoelen dat we onszelf zouden moeten kleineren, en dat we onze talenten in de grond zouden moeten stoppen.
Integendeel. Menselijke grootheid komt aan het licht in de liefde tot de ander, in de dienst aan de ander.
Onze talenten komen het best tot zijn recht als we in vrijheid anderen met onze gaven dienen.
Dat houdt ook in: rekening houden met de tekorten van anderen, geduld oefenen, liever onrecht lijden dan onrecht doen.
De bewering van sommige denkers dat het christendom mensen een slavenmentaliteit bij brengt, is volkomen onterecht. Het is bijna mode om te zeggen dat geloof en kerk de vrijheid altijd in de weg hebben gestaan.
Wij staan aan de kant van allen die voor de vrijheid opkomen en voor de mensenrechten. Het Evangelie is de basis voor alle vrijheid zoals wij die kennen.

Maar met alleen maar vrijheid en gelijkheid verkondigen, komen we er niet. En ook met wettelijke maatregelen niet.
Er is meer nodig. Want we leven in een wereld waarin onvrijheid en ongelijkheid heerst. Een wereld waarin mensen over elkaar heersen. We zullen er iets voor over moeten hebben, kleine en grote offers brengen, dus aller dienaar zijn.

Denk bijvoorbeeld aan de kleren die wij kopen. Die worden tegenwoordig gemaakt in arme landen als India. De mensen, zelfs de kinderen daar werken onder erbarmelijke omstandigheden voor een hongerloon en hebben niets te zeggen.
Zouden wij iets meer willen betalen voor onze kleding, dan zouden we al een beetje helpen ongelijkheid te verminderen. Zo zijn er talloze voorbeelden uit de economie.

Denk ook aan de vluchtelingen die voor onze poorten staan. Veel mensen reageren angstig. Bang dat de vluchtelingen banen inpikken, zorgen voor een tekort aan betaalbare woningen, bang voor terrorisme, vreemde godsdienst en cultuur. Die angst moeten we niet ontkennen of wegwuiven. Ze is er.
Wij, mensen, lijken vaak op een kind dat in bed ligt en in het donker schaduwen op de wand ziet, en ineenkrimpt van angst omdat we spoken zien.
Daarom is het nodig dat de overheid vertrouwen wekt en inzicht geeft. Deskundigen moeten de goede informatie geven waaruit blijkt dat angst ongegrond is.
Zorg om de vluchtelingenproblematiek is om allerlei redenen op zijn plaats. Maar angst en angst-verwekken is schadelijk voor iedereen

Angst is een teken van onvrijheid. Jezus roept ons op om niet bang te zijn, maar vol vertrouwen in het leven te staan. Dan zullen we juist kansen zien om vluchtelingen als medemensen te zien en te helpen.
Maar ook dichtbij huis in onze gezinnen en families zullen we als we echte vrije mensen beter in staat zijn geduld te hebben met de tekorten van elkaar. Wat stelt een huwelijk, een gezin, een familie voor als je bijvoorbeeld niet de vrijheid voelt om elkaar te vergeven.

Gebonden aan angst zien we alleen moeilijkheden. Als vrije mensen zien we kansen. Als we onszelf op de voorgrond zetten, zullen we altijd angstig zijn. We zien dan anderen alleen als concurrenten of als ondergeschikten.
Maar als we vrij zijn om ruimte te geven aan de ander, zullen we de talenten en de gaven van de ander zien. Dan zullen we hulp durven geven en hulp durven ontvangen.

Belangrijk is dat we dat niet met tegenzin doen. We mogen met vreugde onszelf inzetten voor de ander. We mogen ontdekken dat we juist zo echt genieten van het leven, en dat we juist zo tot volle ontplooiing komen.
Het is onwaar dat die mens het meest vrij is die over anderen heerst.
Het is onwaar dat die mens het meest compleet is die geen anderen nodig heeft.
Vrij is degene die kan liefhebben en die het leven mooi maakt voor anderen en met anderen. We hebben een uniek voorbeeld in onze Heer Jezus Christus zelf die ons door zijn liefde verlost heeft. Moge Hij ons altijd voor ogen staan en ons steeds meer vreugde en vrijheid schenken hem te volgen. Amen

(c) pastoor Martin Los