zegen en zending

Preek Nieuwjaarsdag 1 januari 2018

Lieve zusters en broeders, we bidden vandaag om zegen over het Nieuwe Jaar. Het woord zegen komt uitdrukkelijk voor in de eerste lezing *) waarin Aaron en de priesters de opdracht van God krijgen het volk te zegenen. Voldoende aanleiding om even nader bij het woord zegen 1) stil te staan.
Het komt al in het eerste hoofdstuk van de Bijbel voor, in het zogenaamde scheppingsverhaal. Daar staat dat God op de vijfde dag de vissen en de vogels zegent: “God zegende hen en hij sprak: weest vruchtbaar en wordt talrijk”. Zegen heeft dus te maken met leven doorgeven en dat leven koesteren. Planten mogen ook leven doorgeven maar zorgen om zo te zeggen niet voor hun zaad. Maar dieren geven niet alleen leven aan hun jongen, maar zorgen er ook voor. We zien dat zelfs al bij de vissen en de vogels. Natuurfilms daarover maken grote indruk.
Bij de schepping van de mens staat weer: God zegende hen en sprak tot hen: “weest vruchtbaar en vermenigvuldig u en vervul de aarde en beheer haar”. Mensen ontvangen hun leven als een geschenk en geven leven door en zorgen als het goed is, ook voor hun kinderen die anders al snel ouden wegkwijnen. Maar er komt nu iets bij: de mens mag zichzelf als gevolg van de zegen vermenigvuldigen. Dat wil zeggen dat wij, mensen, als ouders onze kinderen, en als samenleving onze jongeren, mogen opvoeden en tot mensen maken.  Vrije verantwoordelijke mensen. Geen kopieën als in Noord-Korea en andere systemen. Het is de taak van ouders en de oudere generatie dat we hen onze diepste waarden en normen meegegeven, met de bedoeling dat ze echte, goede mensen worden zoals we zelf ook proberen te zijn. De zegen die God geeft, is dus een gave en een opgave tegelijk.
Als we om zegen bidden voor onszelf, zegen naar lichaam en ziel, dan vragen we dat hete ons goed moge gaan, maar vooral met het oog op de taak die God zijn volk geeft, namelijk naar zijn bedoelingen te leven en die zelf ook voor te leven aan onze kinderen en jongere generaties en die bedoelingen van God daardoor ook zelf te zien in de wereld, en zo vertrouwen te hebben in Gods voorzienigheid.
Als we om zegen vragen, moet dat dus meer zijn dan vragen om een leven waarin het je in alles voor de wind gaat en je geen enkele inspanning hoef te verrichten. Zegenen is iets anders dan verwennen. Zegenen is dat je alles ontvangt en aanneeemt om je taak als mens te vervullen in het besef dat we kinderen van God mogen zijn, burgers van zijn koninkrijk.
Aaron en zijn zonen, de priesters, krijgen de opdracht om Gods volk te zegenen. De zegen is door God niet alleen aan het begin aan alle mensen gegeven doordat hij hen schiep naar zijn beeld. Hij geeft zijn zegen telkens door de priesters als zijn volk vergaderd is tot zijn dienst in de gebeden en de offers. Door die zegen, zo lezen we, legt God zijn naam op zijn volk. Hij zet als het ware Gods handtekening en stempel op het volk. Het vertegenwoordigt God als het weer de wereld in gaat.
Maar daarvoor is nodig dat het volk zich daarvan bewust is. Dat het zich die zegen, die gave, maar ook die opgave, toe-eigent. Die gave en opgave om deze wereld een beetje beter te maken. Keer op keer. Vandaar dat zegen en zending onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Geen zegen zonder zending en geen zending zonder zegen.
Als wij bidden om zegen over het Nieuwe Jaar, dan wil dat zeggen dat we vragen om zegen over onszelf, dat we steeds meer mogen leven als kinderen van God **), en dat we alles ontvangen wat nodig is, om in onze gezinnen, in de samenleving, vanuit Gods bedoelingen te leven en die bedoelingen ook in vrijheid en met vreugde zelf vorm te geven in de manier waarop we met elkaar omgaan.
Maria***) wordt “de gezegende onder de vrouwen” genoemd. Ze mocht de Moeder van God worden. Daardoor heeft ze een unieke positie onder de mensen. Maar zij is vooral ook een echt kind van God door haar vertrouwen in God en haar bereidheid God van harte te dienen als de ‘dienstmaagd des Heren’ zoals zij zichzelf noemde. De zegen die zij ontving was een gave, maar ook een opgave. Moge haar voorbeeld en voorspraak ons helpen om zelf gezegende mensen te zijn in het Nieuwe jaar: “weest gegroet Maria……

pastoor Martin Los
Schriftlezingen in de Eucharistie van deze dag volgens heet r.k. leesrooster
*) Numeri 6:22-37
**) Galaten 4:4-7
***) Lucas 2:16-21
1) deze uitleg van de zegen (baracha) ontleend aan Samson Raphael Hirsch  The Pentateuch

De andere weg tussen maakbaarheidsgeloof en gebalde vuist van de onvrede door. Mijn preek van deze zondag

Preek op de 8ste zondag door het jaar in het weekend van 25 en 26 februari 2017 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, “zoekt eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zal alles wat je nodig hebt je erbij gegeven worden” horen we Jezus in het het Evangelie zeggen. Het is een oproep aan ieder van ons persoonlijk, maar het is ook een appel op ons, mensen, gezamenlijk. Wij richten ons eígen leven in, maar we bepalen ook samen welke kant onze samenleving op zou moeten gaat. Vooral in de aanloop naar de verkiezingen klinkt de oproep van onze Heer om te zoeken naar het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid als een politiek appel.
Het Evangelie zelf geeft geen pasklare antwoorden hoe we onze samenleving vorm moeten geven. Dat kan ook niet, want de maatschappij verandert door de tijden. Er doen zich nieuwe uitdagingen voor in elke generatie.
Maar het Evangelie geeft wel de waarden aan die belangrijk zijn voor een rechtvaardige, vreedzame en inspirerende samenleving: vrijheid en rechtvaardigheid, naastenliefde, barmhartigheid, oog voor de zwakkeren, opofferingsgezindheid.
Jezus houdt ons voor dat als we die waarden persoonlijk in praktijk proberen te brengen – ook als ons pure eigenbelang misschien ons iets anders influistert – dat we dan het leven zullen ervaren zoals God het bedoeld heeft voor alle mensen, en dat we als zijn kinderen mogen ervaren. Ook in het samen leven met elkaar.
Niet ik-eerst, of eigen groep of klasse eerst of eigen land eerst, of eigen kleur of zelfs religie eerst. Maar wat is goed voor mij én de ander, voor ons en de ánderen, voor ons land en voor de wéreld.
Als je als persoon of als groep of als land alleen aan je zelf denkt  – en hoe zou dat anders komen dan vanuit de angst dat je anders te kort komt, en dat er niemand voor jou zorgt – dan lijkt het alsof je op korte termijn daarbij wint, maar uiteindelijk leidt je schade.
Bovendien gaat het leven altijd anders dan je gedacht had, ook het maatschappelijke leven. Er zijn altijd onvoorziene ontwikkelingen. Het leven is niet maakbaar. De maatschappij is niet geheel maakbaar. We moeten ook leren leven met tegenslagen, met menselijke tekorten. Als daar geen oog en geen begrip voor is, dreigen mensen en groepen elkaar daar de schuld van te geven. Met alle gevolgen van dien: conflicten, elkaar zwart maken, maatschappelijke onvrede.

Het politieke klimaat in ons land is decennia geleid door stromingen en groeperingen die meenden dat wij als mensen alles konden en moesten beheersen, de economie, het maatschappelijke leven. God deed niet meer ter zake. God was iets van vroeger toen mensen niet beter wisten. Wij, mensen, zouden nu zelf laten zien waartoe we in staat waren.
Intussen is steeds duidelijker geworden dat dit onhaalbaar is. Ondanks het maakbaarheidsgeloof en de regelzucht is de kloof tussen rijk en arm gegroeid. Dit leidt tot onvrede in de samenleving. We zijn geconfronteerd met het vluchtelingenvraagstuk dat alom machteloosheid laat zien om tot menswaardige oplossingen te komen. Ouderen voelen zich eenzaam en in de steek gelaten. Mannen en vrouwen in de kracht van hun leven hebben geen bestaanszekerheid omdat hun banen op het spel staan door flexibilisering en automatisering.
Logisch dat er onvrede heerst bij velen. De roep om daadkrachtig optreden, om oplossingen, veiligheid enz wordt steeds luider in ons land en andere landen. Maar in feite gaat deze roep om krachtdadig optreden evenzeer van de maakbaarheid van de samenleving uit. Want de gevestigde orde – de elite – die maakbaarheid propageerden is tekortgeschoten, zegt men. Zij moeten plaats maken voor anderen. Maar zouden die dan wel die ideale samenleving kunnen bewerken? Ook nieuwe regeringen en regimes en heersende opinies zullen geconfronteerd worden met tegenslagen, kwaad, onverwachte ontwikkelingen.
Christus wijst een andere weg. Niet die van de maakbare samenleving. Maar van vertrouwen in de voorzienigheid van God: “zoekt eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid. En alles wat je nodig hebt zal je geschonken worden”. Met andere woorden als je de goddelijke waarden voorop stelt in alles: waarheid, gerechtigheid, naastenliefde, wijsheid voorop stelt bij alles wat je doet als persoon en als maatschappij, dan zal er genoeg zijn voor iedereen, dan zal er vrede zijn, dan zal er respect zijn, dan zullen wetenschappen en kunsten bloeien, dan zullen kinderen opgroeien in een wereld waarin zij gelukkig zijn.
Dan zullen we ook leren omgaan met tegenslagen in het leven en in de maatschappij. Dan zullen we ook onze menselijke tekorten van elkaar verdragen en niet elkaar zwart maken en de schuld geven. Dan zullen we onze eigen talenten niet opblazen en uitvergroten ten opzicht van anderen, maar ook de talenten bij de andere zien, die een ander politiek standpunt inneemt.
We lijken als burgers en als christenen gevangen tussen twee krachten die elkaar bestrijden en in stand houden: de ietwat zelfgenoegzame ideologie van de maakbaarheid én de ongenuanceerde gebalde vuist van de onvrede. Beide zijn gebaseerd op de visie dat de werkelijkheid volledig maakbaar zou zijn.

“Kijk naar de vogels in de lucht en de bloemen op het veld” zegt Jezus. “God zorgt voor ze. Hoeveel te meer voor jullie, mensen, die zijn kinderen zijn”. Laten wij die andere weg gaan, de weg van Jezus Christus gaan en ons inzetten voor een menselijke en rechtvaardige samenleving, waar ook plaats is voor vergeving en verzoening en erkenning van menselijke tekorten en fouten, waar vrijheid en verantwoordelijkheid niet ondergeschikt gemaakt worden aan politieke ideologieën die niet kunnen waarmaken wat ze beloven.
“Zoekt eerst het rijk van God en zijn gerechtigheid. Dan zal alles wat je nodig hebt je geschonken worden”. Dat is Gods belofte. Dat is de zekerheid en het vertrouwen dat Christus ons schenkt. Dat is de weg die vruchtbaar is en toekomst biedt. Voor onszelf en voor onze gemeenschap en voor ons land en voor heel de wereld. Amen

(c) Pastoor Martin Los
voorgeschreven Schriftlezingen voor deze zondag in het universele lectionarium van de r.k. kerk. 1e lezing: Jesaja 49:14-15; 2e lezing: I Korinthiërs 4:1-5; Evangelie: Mattheus 6:24-34