homilie op de 25e zondag door het jaar weekend 20/21 september 2013 Mariakerk De Meern

Preek op de 25e zondag door het jaar weekend 22 september 2013 Mariakerk De Meern
Voorgeschreven lezingen uit het r.k. lectionarium voor zon- en feestdagen: 1e lezing Amos 8:4-7 2e lezing I Timotheus 2:1-8 Evangelie: Lucas 16:1-13

Lieve zusters en broeders, de oorzaken van de financiële crisis waarin we ons bevinden, worden steeds vaker en steeds luider herleid tot de menselijke hebzucht die ons in haar greep gekregen had.
Het is een schrale troost voor ons dat hebzucht van alle tijden blijkt te zijn.
Bij de profeet Amos wordt dit heel illustratief aan de kaak gesteld: “Wanneer is de Sabbat voorbij dan kunnen we ons graan uitstallen. Dan verkleinen we de korenmaat, dan verhogen we de prijs en bedreigen we met een vervalste weegschaal”.

Stel je voor dat je met niets anders bezig bent dan hoe je je bezit kunt vergroten. Dat je eigenlijk geen seconde aan iets anders kunt denken. Als je alleen nog maar in gedachten met je  “verdienmodel” bezig bent. Dat je zelf op de zondag niet even tijd neemt voor God, voor je familie, vrienden en voor jezelf maar alleen maar bezig bent met materiële zaken en hoe je je bezit kunt vergroten.
Ben je dan al niet in de gevarenzone dat je zelfs op den duur je normen en waarden gaat aanpassen? De korenmaat ongemerkt verkleinen, de prijzen onnodig verhogen, de weegschaal vervalsen. Dat is wat de profeet Amos in zijn tijd aan de orde stelt.

Wij hebben zelf meegemaakt hoe hebzucht bijna een hele samenleving kan verleiden alleen nog maar te denken aan alles in termen van geld en van vergroting van bezit. De bomen groeiden tot in de hemel.
Nu we midden in de financiële crisis zitten ontdekken we tot onze verbijstering steeds meer wat voor onvoorstelbaar kortzichtige en onverantwoorde beslissingen er genomen zijn.
De ogen zijn natuurlijk in de eerste plaats gericht op de hoogste bazen in de financiële wereld en maatschappelijke organisaties. Terecht. Maar vond niet iedereen, u en ik, het mooi om er van mee te profiteren? En hadden we ergens niet een onrustig gevoel van hoe kan dit allemaal?

Hebzucht leidt er toe dat je aan niets anders kunt denken dan aan meer geld en meer bezit ten koste van andere waarden zoals eerlijkheid, trouw, barmhartigheid en dankbaarheid.
Een mens wordt zelf onherkenbaar en lelijk door de hebzucht. Maar ze tast ook de samenleving aan. En “de armen en misdeelden” worden er het grootste slachtoffer van zoals Amos zegt.
Daarom wordt de hebzucht in de traditie van de kerk gerekend tot de zeven hoofdzonden.
Ze tast de persoon zelf aan. Ze tast de rechtvaardige verhoudingen aan. En ze tast de belangrijkste waarden in de samenleving aan.

Laten we bidden dat de crisis die we meemaken ons uit angst voor minder inkomsten niet nog hebzuchtiger maakt.
Laten we eraan werken dat de diepe waarden van het leven die het leven echt de moeite waard maken, opnieuw ontdekt worden.
En dat we ook God weer opnieuw ontdekt wordt als heilig en goed, en als bron van alle waarden.
En dat mensen door liefde en barmhartigheid veel voor elkaar kunnen betekenen.

Het is de taak van de kerk en de gelovigen om hierin een lichtend voorbeeld te zijn.
Het past ons als kerk en volk van God voor het welzijn van alle mensen te bidden zoals Paulus tot Timotheus zegt: “voor alles vraag ik je gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen te verrichten voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten opdat we ongestoord en rustig een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden”

In het Evangelie hoorden we dat Jezus zicht erover verbaast dat juist ook de godsdienstige mensen in zijn tijd nog zo aan hun bezit vastzitten.
Daarom vertelt hij die gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester tegen wie zijn heer zie:”waar hoor ik daar over u? Geef rekenschap van uw beheer. Want ge kunt niet langer rentmeester blijven”
De man wist met slinkse middelen veel vrienden te maken onder de pachters. Als zijn baas hem aan de kant zette, zou hij overal met open armen ontvangen worden.
“Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf: wat zal ik doen nu mijn heer mij mijn rentmeesterschap afneemt? Spitten kan ik niet en voor bedelen schaam ik mij. Ik weet wat ik ga doen opdat ik na mijn ontslag onderdak vindt”

Natuurlijk stelt Jezus niet dit slinkse gedrag op zich als voorbeeld voor ons. Want het is duidelijk dat zo’n gedrag een hele samenleving corrupt maakt.
Nee, Jezus bedoelt dit: als een slecht en onbetrouwbaar iemand  zoveel vrienden kan maken met behulp van geld en bezit, hoeveel meer zouden dan mensen kunnen doen die weten dat er meer in het leven is dan geld en bezit, voor wie bezit niet de hoogte waarde is, die niet leiden aan hebzucht..
Geld of bezit hoeft geen obsessie te worden. Hebzucht is niet de enige optie tegenover aardse goederen. Je kunt het ook ten goede gebruiken.
Want de vraag is natuurlijk: hebben we werkelijk zoveel voor onszelf nodig. Met geld en goederen kun je ook mensen helpen die niets hebben. Je zou met geld zoveel goede dingen kunnen doen.

Wanneer je de armen die niets hebben, van jouw rijkdom schenkt, maak je hen gelukkig. En het schenkt jezelf grote vreugde.
Zij kunnen nu niets terug doen. Wees blij dat ze niks terug kunnen doen. “Maak u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon opdat zij wanneer die u komt te ontvallen – u in de eeuwige tenten opnemen” zegt Jezus als hij de gelijkenis verteld heeft
Mensen die alleen aan zichzelf denken zoals de rentmeester, gebruiken geld om vrienden te maken voor even.
Maar mensen die weten dat bezit niet het hoogste goed is, zouden moeten weten dat je eeuwige vrienden kunt maken door de armen te ondersteunen.

We weten van de eerste christenen dat ze hun bezit niet langer beschouwden als iets van zichzelf. Ze gebruikten het om de behoeftigen te ondersteunen.
Er is vaak beweerd dat de eerste christenen een soort communisten waren die al hun bezittingen deelden. Maar dat is niet juist. In het communisme vervalt alle bezit aan de staat. En alle persoonlijke initiatief verdwijnt. En de staat verdeelt alles.
In de praktijk zorgt dat voor een enorme bureaucratie van ambtenaren die vooral rijk worden.

Bij de eerste christenen was het niet zo dat persoonlijk bezit werd afgeschaft. Maar dat persoonlijke bezit gebruikte men om elkaar te ondersteunen en de zwakkeren gelukkig te maken. Men schiep er vreugde in als men met zijn bezit anderen direct kon helpen.
Het is die geest die een enorme ondersteuning was voor de boodschap van het Evangelie van Jezus Christus.

Als het geloof alleen bestaat uit mooie liturgie en mooie ideeën, maar het blijkt niet uit daden van liefde en barmhartigheid, dan bezit het geen aantrekkingskracht. En de vreugde ontbreekt.
Er ligt nu een grote kans door de crisis om zelf persoonlijk weer mensen in nood te ondersteunen. Ze wonen misschien naast ons in de straat. Ze zijn misschien lied van onze eigen familie.
We kunnen hen helpen met geld, maar ook met iets van onze tijd te geven.
Er zijn plannen om in 2014 als de parochie Licht van Christus haar jubileum viert, elke maand één zondag een inzameling te houden tijdens de eucharistie voor de Voedselbank en vergelijkbare instellingen

Er valt zoveel nood te lenigen. Gewoon belangeloos anderen helpen met wat we zelf niet nodig hebben. Wat mooi als we zo ook mensen winnen voor Jezus Christus en voor het eeuwige geluk. Wat mooi als we daardoor vrienden maken in de hemel.  Het wordt tijd dat we afscheid nemen van de hebzucht en van de angst niet genoeg te hebben. Het is tijd om de vreugde te gaan proeven van Gods kinderen voor wie bezit niet de hoogste waarde is, maar God zelf en zijn rijk.
Zullen we daar allemaal eens over na denken de komende tijd?

© Pastoor Martin Los

Homilie 24e zondag jaar C 15 september 2013 Mariakerk de Meern

Preek tijdens de eucharistie op de 24e zondag door het jaar
in het weekend van 15 september 2013 Mariakerk De Meern
Voorgeschreven lezingen tijdens de H. Mis uit het r.k. lectionarium voor deze zondag: Exodus 32:7-11.13-14  Eerste Brief aan Timotheus !:12-17 Evangelie: Lukas 15:1-10

Lieve zusters en broeders, de herder die het verloren schaap gevonden heeft “legt het vol vreugde op zijn schouders”  vertelt Jezus in de gelijkenis.
Het oudste beeld dat we van Christus kennen is het beeld van een knappe jonge man die een schaap op zijn schouders heeft.
Zo mooi om te zien. Met zijn beide handen houdt de herder het schaap vast. En het schaap heft zijn kop fier omhoog. Alsof het wil zeggen: “Kijk eens wie mij gered heeft. Hij is de beste herder van de hele wereld. En ík mag bíj hem horen”.

Het is een beeld van innige vreugde. Is het u opgevallen dat in de twee korte gelijkenissen over de goede herder en de vrouw die haar zilverstuk terugvindt vijf maal het woord “vreugde” klinkt?
Dat is echt niet voor niets. We mogen de vreugde méevoelen. De herder gaat met het schaap op zijn schouders naar zijn buren en vrienden. Hij roept ze bij elkaar en zegt: “deelt in mijn vreugde want mijn schaap dat verloren was geraakt, heb ik gevonden”.
En ook de vrouw die haar zilverstuk vindt, roept haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt: “deelt in mijn vreugde want het zilverstuk dat ik verloren had, heb ik gevonden”.

Jezus is in de wereld gekomen om de mensen aan te raken met Gods liefde. Wat fijn als je die liefde van God door Jezus zelf ervaren hebt.
Misschien hebben sommigen onder ons ook wel een keer die ervaring gekend, dat je door de uit  een put van doffe ellende omhoog getrokken bent, en wist: dit is de Goede Herder! Of dat je achter de puinhopen van een gebroken bestaan weggehaald bent. Dat je even op zijn schouders uitgerust hebt. En dat je de innige vreugde daarvan ervaren hebt.
Dat is de onuitsprekelijke vreugde van dat je niet íets hebt terug gevonden, hoe kostbaar ook, maar dat jezélf teruggevonden bent. Teruggevonden door Hem die jou het kostbaarste vindt dat er is. Door Hem die de Goede Herder die daar niet iets voor over heeft gehad, hoe kostbaar ook. Maar die zichzelf daarvoor over heeft gehad.

Dat was in elk geval de ervaring van de Paulus, de grote apostel: “Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. En de eerste daarvan ben ik” zegt hij.
Hij had het geloof in Christus bespot. Hij had christenen vervolgd. Hij was van de partij toen Stephanus in Jeruzalem gestenigd werd.
En juist hij was daarna uitgekozen door de Heer om aan alle mensen te verkondigen dat Jezus de Goede Herder is die door zijn kruis de mensen redt en met Gods liefde overstelpt.
Wie zal met meer liefde over Jezus spreken dan degene die het meest zijn liefde en genade heeft ervaren? Paulus is er een sprekend voorbeeld van: “mij is barmhartigheid bewezen omdat ik, nog ongelovig, handelde in onwetendheid. En ik werd in rijke overvloed de genade van onze Heer deelachtig”

Ook de heilige Augustinus had die ervaring. Hij had een innige gelovige moeder. Toch had hij zijn heil in de wereld gezocht. En gevonden!
Tot hij tot de ontdekking kwam dat hij kostbare tijd verloren had. De liefde, de schoonheid en de waarheid van God had hij links laten liggen. Maar de aantrekkingskracht ervan bleek te groot. Hij gaf zich aan Gods liefde gewonnen. Hij had grote spijt dat hij dat niet eerder gedaan had.
Maar juist die spijt over de verloren tijd, die tijd zonder God, maakte dat hij des te gelukkig was dat hij die ontdekt had.
“O Felix culpa” roept Augustinus uit. “O gelukkige schuld” die mij de liefde van God des te krachtige doet voelen naarmate ik zelf in liefde tekortgeschoten ben.
De man of de vrouw die zich vanwege eigen verleden het meest verbaast over Gods liefde, zal met des te meer vreugde en liefde over God spreken.

Als wij zelf met weinig vreugde over God spreken zou dat dan misschien komen omdat we vinden dat God eigenlijk blij moet zijn met ons.  En als we zelf te weinig warm lopen voor zijn liefde zou dat misschien komen omdat we vinden dat we zijn liefde eigenlijk verdienen.

De leiders van de religieuze groeperingen ergeren zich eraan dat Jezus omgaat met allerlei mensen op wie van alles aan te merken is. Allemaal mensen die zich waarschijnlijk zelden in de tempel lieten zien. Was wat Jezus deed, niet een belediging voor God?
Jezus beantwoordt hun verontwaardiging met de gelijkenis van de herder die zijn schapen achterlaat om het ene verloren schaap te redden.
Mensen die het gevoel hebben het verst van God te staan of die misschien God helemaal hebben opgeheven, kunnen het diepst geraakt worden als ze in aanraking komen met God.
Zij zullen het meest verwonderd en verheugd zijn. En dat is reden tot vreugde voor iedereen. Zelfs “is er vreugde bij de engelen van God over één zonder die zich bekeert”.

Onze nieuwe paus roept de priesters en de gelovigen op om zich niet terug te trekken uit de wereld. Zit niet verongelijkt bij elkaar in de kerk vanwege het krimpende aantal gelovigen, zegt hij. Begeef je onder de mensen. Breng ze met God in aanraking door de vreugde en de liefde die in toch in ieder aanwezig is die in Jezus gelooft.
De kerk lijkt hier en daar het omgekeerde van de gelijkenis, zegt de paus. De herder verkeert bij een kleine groep gelovigen terwijl de grote meerderheid van de schapen buiten dwaalt.

Laten we niet verongelijkt zijn als gelovigen die zich in de steek gelaten voelen door de mensen en uiteindelijk ook door God. Laten we onze verheugen over zijn liefde en die niet onder kerkstoelen en banken steken. Laten we overal vreugde uitstralen omdat we zelf geraakt zijn door de liefde van God in Jezus christus. Want geloof in Jezus kan toch niet bestaan zonder dat je hart vervuld is van vreugde en liefde?

Zelf sta ik echt verbaasd over de welwillendheid waarmee onkerkelijke mensen toch met groot respect naar kerk en geloof kijken. Via Twitter nam een moeder van een meervoudig gehandicapt kind deze week contact met mij. Ze is zelf niet kerkelijk. Maar ze meende het oprecht toen ze vroeg: Ligt er niet een taak voor de kerk in verband met de WMO nu zoveel mensen in problemen komen door de crisis.
Vrijdagavond was er een laagdrempelige openluchtviering bij het Boerendoolhof op het terrein van de familie Klever aan de Meerndijk. Meteen kwamen er vragen van oprecht geïnteresseerde journalisten waarom we dat deden.

Ook voor ieder van ons liggen er in het dagelijks leven allerlei kansen. In de eerste plaats natuurlijk om als christen vreugde uit te stralen zodat de mensen door die vreugde al iets ervaren van Christus.
Maar laten we ons geloof ook niet wegstoppen voor anderen met wie we omgaan. Kleinkinderen bijvoorbeeld zijn vaak zonder dat ze het laten blijken geïnteresseerd in waarom u een kaarsje bij het Mariabeeld aansteekt of waarom u een palmtakje achter het kruisbeeld hebt. Het kan in hun latere leven plotseling tot hen gaan spreken. Telkens melden zich jonge mensen aan voor de volwassenendoop die als motief aangeven dat ze geraakt zijn door het gelovige leven van hun grootmoeder of grootvader.
Maar ook uw oprechte zorg voor de noden van andere mensen kan het beeld van kerk en geloof zo veranderen dat ze zich daardoor door God gezien voelen. En oprechte belangstelling voor hun passies en idealen kan hun respect en interesse voor  het geloof wekken.

Jezus nodigt ons allemaal uit op zijn feest, het feest van Gods liefde en barmhartigheid. Hij nodigt ons uit als het verloren schaap dat gered is, of als de vrienden van God die genodigd worden om te delen in de vreugde. Maar dat maakt niet uit. Schaap of gasten. Gered of genodigd.
Er is alleen maar reden tot vreugde om ieder die een nieuw mens wordt door de liefde van God. Vreugde bij de Heer zelf en bij allen die hem toebehoren, hier op aarde en bij de engelen in de hemel. Amen

Pastoor Martin Los