Korte preek tijdens de zendingsviering Bedevaart Lourdes 23-28 september 2014

Korte preek tijdens de zendingsviering (VNB LO1475) op de dag van het vertrek 28 september 2014 in de Chapel de Notre Dame

Lieve zusters en broeders medepelgrims, we nemen afscheid van Lourdes. Afscheid nemen van Lourdes is veel meer dan een stadje aan de voet van de Pyreneeën  verlaten. Afscheid nemen van Lourdes is vaarwel zeggen tegen de unieke ervaring die het we samen hier beleefd hebben. Vaarwel zeggen tegen de ontmoeting met elkaar, de mooie vieringen, de beleving van de katholieke wereldkerk, en tegen de bergen die hier schouder aan schouder naast elkaar staan als stille getuigen van onze belevenissen, onze verlangens, vrees en vreugde.

We zeggen ook vaarwel tegen de dingen die we van ons afgelegd hebben, waarmee we schijnbaar vruchteloos worstelden en die we hier echt achter mogen laten. Omdat we gegroeid zijn in hoop en vertrouwen, of omdat we verzoend zijn met een verlies, een gebrek, een verleden.
Enerzijds dus een gevoel van heimwee, anderzijds een gevoel van opluchting, verwondering, misschien zelf vreugde om nieuwe moed, nieuwe tekenen van leven.
Dankjewel Lourdes. Dankjewel lieve medepelgrims. Dank je wel Maria, Bernadette. Dank je wel lieve Jezus. Dank je wel God.

Hoe kunnen we onze dankbaarheid tonen? Hoe kunnen we iets terugdoen? Want we hebben hier zoals de apostel Johannes (1e lezing) zegt: “het gehoord en met onze eigen ogen gezien. We hebben het aanschouwd en onze handen hebben het aangeraakt”. 
De apostel heeft het over Jezus Christus die ons leven is, het eeuwige leven, leven onafscheidelijk van God.
We hebben het aangeraakt, zegt Johannes. We hebben het aangeraakt dat leven met God.
Maar je kunt ook zeggen: dat leven heeft ons geraakt. Het heeft ons geraakt, diep geraakt. Door te verwijlen bij de Grot, door de gezamenlijke vieringen en gebedsmomenten, door de ontmoetingen, door hulpvaardigheid, door de kwetsbaarheid, door de schoonheid van de natuur.

We zijn er sprakeloos door. Maar we willen er juist iedereen over vertellen als we straks thuis zijn. We voelen ons een beetje als de apostelen. Jezus stuurde hen eruit om de blijde boodschap te verkondigen. Maar hoe? Want wat moeten we straks zeggen? Wat we beleefd hebben kunnen we nauwelijks overbrengen.We zijn sprakeloos.
Maar niet als mensen die niks meer te zeggen hebben. We hebben te veel te zeggen. De ervaringen verdringen zich en ze proberen allemaal tegelijk in woorden te worden uitgedrukt zodat we niets uit kunnen brengen.
In ons land heerst zoals de bisschop van Groningen regelmatig zegt “sprakeloosheid om over het geloof te praten”.  Die sprakeloosheid kennen we ook. Verlegenheid met geloof. Zulke sprakeloosheid willen we misschien juist hier achter laten.
Onze sprakeloosheid nu is anders. Het is dat we zo diep en veel geraakt zijn hier dat we in het niet of nauwelijks kunnen omzetten woorden.

Hoe dan de boodschap over te brengen?  Want een boodschap hebben we. Een boodschap van vreugde. Die willen we delen met anderen, vooral met de mensen thuis.
Hoe kunnen we die toch delen als we het gevoel hebben iets meegemaakt te hebben wat we niet kunnen uitdrukken?
Door dicht bij onszelf en onze eigen ervaring te blijven.
Allereerst door als nieuwe mensen met andere ogen te kijken. Want Maria die hier ons aanraakte met Gods liefde is ook waar u naar teruggaat, in uw eigen woonplaats. En de God die ons in Lourdes aanraakte is niet anders dan bij ons thuis. Het gaat erom dat wat we hier ontvangen en beleefd hebben thuis te beleven door de hoop, het geloof en de liefde.

Laten we dicht bij ons en onze belevingen blijven. Het hoeft niet groots. Het gaat om de kleine dingen net als hier. En vertel van die kleine dingen, van wat u raakte.
Als iemand dan zegt: ‘” Oh, maar is dat alles, is dat het wonder? Dat kan hier bij ons toch ook?” Antwoord dan: “Inderdaad, dat kan hier ook. En het gebeurt misschien hier ook, maar je moet het wel willen zien. En we moeten het wel doen. Bij jezelf te beginnen”.

Jaren geleden kwam een mevrouw terug uit de Lourdes. Ze stond op het punt de Mariakapel van onze kerk binnen te gaan. Toen ze mij zag, zwaaide ze en riep: “Pastoor, ik ben net terug uit Lourdes. Wat is dat geweldig daar, zeg. Veel beter dan hier, hoor”.  “Oh, dat zal vast wel” zei ik een beetje als een boer die kiespijn heeft.  Maar innerlijk dacht  ik: “dDt is toch niet de boodschap die je van Lourdes meekrijgt?

Nee, Maria is in Lutjebroek*, in Vught, in de Achterhoek even vol van genade als hier. En de Heer die ons hier zo vervuld heeft van vreugde en kracht, is ook daar overal. In uw harten, in uw gemeenschap, in uw medemensen. We gaan het zien en beleven met nieuwe ogen. Amen.

*) uit deze plaatsen kwam een groot deel van de pelgrims

(c) Pastoor Martin Los

 

Preek op de 27e zondag door het jaar op zondag 5/10/2014 Mariakerk

wijngaard2014voorgeschreven Schriftlezingen van het wereldwijde r.k. lectionarium van deze zondag: 1e lezing Jesaja 5:1-7; 2e lezing Filippenzen 4:6-9. Evangelie: Matteus 21:33-43

In deze Mis vierde het parochiële koor Singhet die Mare zijn 45 jarig bestaan

Lieve zusters en broeders, “Weest onbezorgd” zegt de Paulus. “Laat uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking en nooit zonder dankzegging”.
De apostel spoort de gelovigen aan om voortdurend alle zorgen in gebed aan God voor te leggen en om te danken voor het vele goede dat we ontvangen.
Je voelt je daar persoonlijk goed bij als we zo doen in het dagelijks leven. Maar  ook als geloofsgemeenschap wanneer we samenkomen om te bidden zoals vandaag op de dag van de Heer.
Wat mooi dat we ons vertrouwen in God en onze noodkreten en onze dankbaarheid samen mogen uitzingen. Wat fijn dat we daarin ondersteund worden door zang van een koor als Singhet die Mare dat vandaag zijn vijfenveertigjarig jubileum viert. Dat is vandaag extra reden tot dankbaarheid.

We hebben elkaar hard nodig om die positieve instelling waartoe Paulus ons aanspoort, te bewaren. Want de toestand in de wereld is niet rooskleurig. Er is alle reden om ons zorgen te maken.
Met zijn aansporing om niet bezorgd te zijn bedoelt de apostel zeker niet dat we onze kop in het zand moeten steken. Vandaar ook dat hij zegt: “leg alles voor aan God in uw gebeden”.
We moeten weten dat we er niet alleen voor staan. We zijn niet voor onszelf bezig. We zijn het volk van God. We zijn geroepen om allemaal werkers te zijn in zijn wijngaard. En we hebben een boodschap  van hoop en uitzicht voor onze wereld. Een boodschap die telkens klinkt als een nieuw lied, een boodschap van vreugde in een wereld die overschaduwd wordt door nare dingen.

Wat is er in de wereld toch aan de hand, vragen we ons. We zien hoe in verschillende gebieden vele onschuldige mensen het slachtoffer worden van terreur en geweld.  De daders zijn mensen zoals wij. Hoe kan dat?
Veel bevrijdingsbewegingen begonnen ooit vreedzaam, maar later ontaarden ze in geweld. Het communisme begon bij idealisten die terecht verkondigden dat de enorme armoede onder een groot deel van de bevolking onrecht was. Het eindigde in eindeloos bloedvergieten en onderdrukking van onschuldige arme boeren en burgers.
In onze tijd is het niet anders. Misschien waren dat de eerste dromers over een Islamitisch Kalifaat vervuld van puur idealisme. We weten inmiddels waar deze beweging toe in staat is.

Het is een les voor ons allen dat idealen kunnen uitdraaien op discriminatie en geweld. Op een bepaald moment gaat men andere mensen als vijanden zien en dan lijkt alles geoorloofd.
Elke politieke of maatschappelijke beweging loopt dat gevaar dat het doel de middelen heiligt.
Ook godsdienst ontkomt niet aan dat gevaar. Ze heeft als ideaal de Allerhoogste te dienen. Maar godsdienst kan ook verworden tot regelzucht en onbarmhartigheid en uitsluiting van anderen.

Vandaag horen we hoe Jezus zelf zijn hoorders daarover een spiegel voorhoudt. God dienen is als werken in de wijngaard. De wijngaard is de aarde die aan de mensen gegeven is, om haar te bewerken en de vruchten te oogsten en van de wijn te genieten. Het volk van God is uitverkoren om deze wijngaard te onderhouden. Ze geniet het voorrecht om aan alle mensen te laten zien hoe goed God is en hoe goed het is om God te dienen.
Maar ook de geschiedenis van Gods volk in het Oude Testament laat zien dat mensen de godsdienst gingen gebruiken voor eigen doeleinden en op een verkeerde manier.
God zond profeten om hen tot ommekeer te bewegen. Maar er werd niet naar hen geluisterd. Ze werden soms zelfs gedood.
Als de eigenaar van de wijngaard tenslotte zijn eigen zoon zendt, zouden ze dan naar hem luisteren of zouden ze hem ook ombrengen zodat ze helemaal vrij spel zouden hebben? Als ze hem doden is dan niet alles afgelopen? Dat zou je denken.
Maar God is anders. Juist als de Zoon wordt gedood, is dat niet het einde van de wijngaard, want het is Gods wijngaard.
“De steen die door de bouwlieden werd afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden” zegt Jezus. Hij citeert daarmee één van de bekende Psalmen.
De Heer doelt daarmee op zijn dood aan het kruis. Dat zal het begin zijn  van een nieuwe wereld waarin Gods liefde en barmhartigheid het laatste woord heeft.
Als de gekruisigde, en verworpene, is Hij de hoeksteen die het hele bouwwerk bijeenhoudt. Het bouwwerk van de nieuwe tempel van God

Jezus Christus en zijn Evangelie kunnen niet meer uitgeroeid worden uit deze wereld. Het is een onstuitbare beweging van mensen die geraakt zijn door de mateloze liefde en genade van God die Christus in deze wereld verspreid.
Als christenen staan wij voor het geloof in Gods barmhartigheid. Maar dan moeten juist wij, christenen, op onze hoede zijn, dat we niet menselijke regels boven de mens stellen. Ons hoogste ideaal moet zijn dat we de barmhartigheid van God en de liefde van Jezus in praktijk brengen. Idealisme kan niet zonder echte compassie.

Lieve zusters en broeders, het behoort tot de natuur van mensen bepaalde waarden hoger te achten dan zichzelf. God heeft alle mensen zo gemaakt. Die waarden zijn de voedingsbodem voor onze idealen. Prachtig. Het zet ons in beweging.
Wat we ook zien is dat idealen gemakkelijk over kunnen gaan in ideologieën.
Jezus Christus behoedt ons voor deze verafgoding van idealen.
Laten we als kerk en als gelovigen dit aan de wereld voorleven.  Idealen zijn menselijk en mooi en waard na te streven en offers voor te brengen. Maar nooit ten koste van de barmhartigheid en van de medemenselijkheid.

Laten we dat ook waarmaken binnen in de kerk. De kerk in het groot. En ook in het klein, in onze eigen gemeenschap, in onze gezinnen en verenigingen.
Laten we altijd de aansporing van Paulus ter harte nemen: “laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking en nooit zonder dankzegging” zoals Paulus.
Want dankbaarheid is het beste medicijn tegen hardvochtigheid en onmenselijk gedrag naar elkaar en anderen. Laten we die dankbaarheid uiten, elke dag opnieuw. En laten we die dank met elkaar uitzingen als we samenkomen in de liturgie zoals vandaag. De koorzang herinnert ons allen telkens aan die opdracht.
We zullen er zelf wel bij varen in de wijngaard van de Heer. En dan hebben we ook een boodschap voor deze wereld met zijn zorgen en verschrikkingen. Dan maken we waar wat ons wordt toegeroepen: “Zingt een nieuw lied voor God, de Heer. Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam”.
Pastoor Martin Los