Three Billboards. Een film die lang na woedt

Three billboards outside Ebbinge Missouri las ik op reclameborden waar ik elke dag langsreed. De titel intrigeerde me. Het gezicht van één van de hoofdrolspelers trof me als vastberaden over iets. Overwegende kleur van de affiche bloedrood. Geen idee waarover het verhaal ging.
In mij groeide de nieuwsgierigheid om te film te gaan zien. Anderhalve week geleden is het nu. De beelden woeden nog na in mijn hoofd..
Een moeder heeft haar dochter door een misdaad verloren, door brute verkrachting en moord,. Dat is genoeg om uitzinnig te zijn van woede. Pijn, verontwaardiging, verdriet, onmacht die je wel van de daken zou willen schreeuwen. Het kan een mens tot waanzin drijven. Maar daar gaat de film niet over. Want er is één ding nog erger dan een dochter verliezen door een gewetenloze moord. Dat is, wanneer het feit doodgezwegen lijkt te worden en alles zijn gewone gang gaat in de stad. Als de autoriteiten geen ernst maken met de speurtocht naar de moordenaar.
In plaats van gefrustreerd en getraumatiseerd bij de pakken neer te gaan zitten, neemt de moeder het heft in handen. Ze is hels. Keihard gaat ze het zwijgen over de moord en het gebrek aan initiatief bij de politie en de publieke opinie te lijf. Frances McDormand die de moeder speelt, maakt deze rol volkomen geloofwaardig. Soms roekeloos, met de moed der wanhoop, en volstrekt niet binnen de lijntjes, laat ze zich door niets en niemand weerhouden aandacht te vragen voor haar zaak.
Aan het begin van de film als ze drie verwaarloze reclameborden ziet bij een uitvalsweg van Ebbinge, komt ze op een idee. Ze zoekt het reclamebureau op dat de borden verhuurt. Ze plakt er reusachtige posters op met de vraag of de commissaris van politie – naam en toenaam – niet vindt dat er onderhand niet eens een echt onderzoek naar de moord op haar dochter moet komen.
De knuppel is in het hoenderhok gegooid. Vanaf dat moment keren sommigen zich tegen haar omdat ze de reputatie van het stadje te grabbel zou gooien. De politie vindt dat ze haar gezag aantast. Agenten blijken hun eigen sores te hebben. De scenes volgen elkaar in hoog tempo om als het ware de vlammende toorn van de moeder te verbeelden.
De moeder zelf leidt ook onder eigen schuldgevoel omdat haar dochter een uur voor het misdrijf met ruzie de woning verlaten had. Bovendien was het gezin ontwricht doordat de vader voor een veel jongere vrouw gekozen had die zijn dochter had kunnen zijn. Deze scenes laten zien dat de heldin ook een kwetsbare kant heeft. In onze onmacht wanneer we een groot verlies leiden, koesteren we vaak onterechte schuldgevoelens om toch iets in handen te hebben waarmee we kunnen worstelen en onszelf pijnigen, liever dan alleen maar machteloos zijn.
De film eindigt met een open eind. Samen met de agent die zich het meest tegen haar had gekeerd, maar in de film een eigen transformatie doormaakte en haar bondgenoot wordt, laten ze Ebbinge achter zich om mogelijk de moordenaar te vinden. Of om weer een toekomst tegemoet te gaan?
We weten uit allerlei zaken die we kennen uit de media, Anne Faber, maar ook Nicky Verstappen, MH17, hoe belangrijk het is voor de ouders van een slachtoffer dat de dader gevonden wordt. Het gaat niet eens zozeer om wraak, maar dat de onderste steen boven komt. Het slachtoffer verdient dat de dader gevonden wordt en verantwoordelijk wordt gehouden. Hij heeft een mensenleven weggenomen. Dat vergoten bloed schreeuwt van de aarde (Genesis 4 Abel). De samenleving mag geen genoegen nemen met de moord op een onschuldige. Hoe kan ze weer gewoon over gaan tot de orden van de dag?
De boodschap van de film is niet dat iedereen maar het recht in eigen handen moet nemen. Ze vraagt wel aandacht voor de pijn en de woede van ouders die door een misdaad of een menselijke fout een kind verliezen. Elk geval schreeuwt om aandacht van de kant van de samenleving. De pijn en de woede wordt stelselmatig onderschat. We gaan weer over tot de orde van de dag. Maar de getroffen ouders niet. Is er voor hen geen verlossing? Kunnen zij verzoend worden met het onverzoenlijke? Hun verdriet duurt een leven lang. Maar ze kunnen wel een zekere genoegdoening vinden in het doorbreken van het zwijgen en de passiviteit van de maatschappij . Dat hun medemensen collectief niet onbewogen blijven, en ook hun levens veranderd worden oor de krater die door het verlies van een kind geslagen is zoals van de ouders. En wellicht dat hun actie zelf anderen tot betere mensen maakt. Daarom eindigt de film met een open eind. Een vraag waarmee we naar buiten gaan de wereld in.

(c) Martin Los

Niet in de wereld geworpen, maar geroepen

Preek op de 2e zondag door het jaar op 13 en 14 januari 2018 Mariakerk en Willibrordkerk

Samuel kende de Heer nog niet. Een woord van de Heer was hem nog niet geopenbaard’ 1)
De jonge Samuel hoorde een stem die hem riep. Die stem kon hij eerst nog niet onderscheiden van de stem van de priester, Eli. Tot dan toe was Eli degene die over hem waakte, die hem riep en opdrachten gaf. Op een duidelijke manier vertelt het verhaal hoe Samuel gaandeweg onderscheid leert maken tussen de stem van buiten, zoals van ouders, priesters en andere autoriteiten, en een alleen innerlijk hoorbare stem van God.
Dit verhaal beschrijft hoe wijzelf als kinderen leren onderscheiden. Eerst is de wereld voor ons voorhanden als een soort toneel. We lopen erin rond als toeschouwers met ogen op steeltjes, als potjes met grote oren. Gaandeweg worden we ons bewust dat we geen toeschouwers zijn en ook niet samenvallen met die wereld, alsof we er niet toe doen. We mogen een eigen plaats en taak vervullen. We gaan een eigen verantwoordelijkheid ervaren, die verder gaat dan besef van wetten en regels van buiten. Het is een eigen weg die we ontdekken en gaan. Zelfs als dat ons op kritiek komt te staan van onze omgeving.
Het is een voorrecht wanneer we op die weg ontdekken dat we niet op de een of andere manier in de wereld geworpen zijn met de boodschap “zoek het maar uit”. Wat mooi als we ontdekken dat het leven een geschenk is. Dat God ons het leven geschonken heeft, en dat Hij ons roept om het leven met Hem te wagen en ons leven in zijn dienst te stellen. En dat juist zo ons leven zich ten volle kan ontplooien.
Die ontdekking deed Samuel. Het deed hem besluiten om te zeggen: “Spreek. Heer, uw dienaar luistert”.
Samuel stelde zijn leven in dienst van God. In volledige vrijheid. Als hoogste goed.
Of met de woorden van de antwoordpsalm 40: ‘uw Wil te doen, mijn God, is mijn vreugde’. 2)
God heeft ons dit leven en dit lichaam gegeven. We mogen er zelf voor zorgen en daardoor ook genieten van alles wat ons als mensen ten dienste staat, eten, drinken, kleding, spel, liefde, vaardigheden. Maar daardoor kunnen we Hem ook dienen met ons lichaam. Uit liefde en dankbaarheid. In ons dagelijks leven, maar ook in de eredienst.
In de katholieke liturgie met de tastbare rituelen, de wierook, de belletjes, staan en knielen, brood en wijn, mogen we op een bijzondere manier “God met ons lichaam eren” 3) zoals Paulus in zijn brief ons oproept. Zo mogen we met elkaar het leven mooi maken.
Eli, de priester, hielp Samuel te ontdekken dat God hem riep. Ook voor Eli was dit een proces van ontdekken en van loslaten. Eerst dacht Eli dat Samuel gedroomd had, want zelf had hij de jongen niet geroepen. Maar bij de derde keer ging de priester een lichtje branden. Hij begreep dat Samuel geen kind meer was, maar een persoon op weg naar de volwassenheid. Een mens met een eigen roeping en bestemming.
Ouders staan voor de taak hun kinderen te helpen zelfstandig te worden in denken en doen, en een eigen innerlijke ontwikkeling door te maken.. Datzelfde geldt voor leraren met hun leerlingen. Ook voor geestelijken met de zielen die hun zijn toevertrouwd. We moeten onze kinderen en pupillen en geloofsleerlingen niet tot papegaaien maken die ons nazeggen en na-apen.
We mogen onze kinderen en leerlingen vormen tot mensen die hun innerlijke roeping gaan verstaan en volgen, ook als die anders is dan wij ons hadden voorgesteld. Onze kinderen zijn ook Gods kinderen. We moeten vertrouwen hebben in zijn Geest.
We mogen onze kinderen en leerlingen en vrienden en andere mensen met wie we omgaan wel de weg wijzen en hen attent maken op het bestaan van God. Al heeft dat eigenlijk alleen maar kans van slagen als we zelf op een hartelijke geloofwaardige manier geloven.
Johannes de Doper wees zijn leerlingen op Jezus: ‘Zie het lam Gods’ 4). Meteen gingen zijn eigen leerlingen zonder om te zien Jezus achterna. Zo krachtig was de boodschap van Johannes. De twee leerlingen braken niet met Johannes. Ze liepen niet over. Ze waren juist echte zelfstandige leerlingen van Johannes doordat ze niet bij hem bleven maar Jezus volgden. Eén van hen was Andreas. Hij bracht eerst een etmaal in Jezus nabijheid door. Dat was genoeg om vanuit zijn eigen ervaring met Jezus de eerste die hij daarna ontmoette, zijn broer Petrus, bij Jezus te brengen.
Lieve zusters en broeders, laten we allereerst onze eigen roeping koesteren. Laten we ons persoonlijk elk moment verheugen dat we God mogen dienen en Jezus mogen volgen. Laten we ook anderen helpen hun roeping te ontdekken door in hun zoeken naar de zin van hun leven, de mogelijkheid van de ontmoeting met God ter sprake te brengen door te zeggen: “misschien is het God wel die jou roept”. Laten we ons niet schamen anderen actief te wijzen op Jezus, natuurlijk zonder enige dwang of opdringerigheid, maar meedenkend en zoekend.
Wat mooi als we zelf elke dag beginnen met de groet: ‘Tot uw dienst, Heer! Uw wil te doen, God, is mijn vreugde”

(c) Martin Los

leesrooster r.k. voor zon- een feestdagen: 2e reguliere zondag door het jaar
1) 1e lezing: I Samuel 3:3b-10.19
2) Antwoordpsalm: Psalm 40
3) 2e lezing:  I Korinthiers 6:13-15a,17-20
4) Evangelie: Johannes 1:35-42