Getuigen van de verrijzenis

Preek op Paasmaandag 2017 in de Mariakerk

We hoorden in de lezing uit de Handelingen der apostelen een deel van de Pinksterpreek van Petrus over de persoon en de betekenis van Jezus die alles overstijgt: “Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen” *). De apostelen zijn getuigen van de verrijzenis. Dit getuigenis is door de kerk doorgegeven en beaamd als de waarheid. De kerk leeft uit die waarheid. Ze staat of valt ermee. Anders leidt ze tot niets.
Vanaf begin zijn er ook stemmen geweest die de Paasboodschap bewust probeerden te ontkrachten. Zo horen we in het Evangelie van Mattheus dat de bewakers van het graf van Jezus in slaap gevallen waren en dat zij hun plicht verzaakt hadden **). Maar de overheidspersonen geven hen geen standje. Ze geven de soldaten zwijggeld en dragen hen op een leugen te verspreiden: “zeg maar: zijn leerlingen zijn Hem in de nacht komen stelen terwijl wij sliepen”.
De apostelen zouden dus maar een sprookje vertellen als ze verkondigden dat Jezus verrezen was, om zo de mensen te misleiden. Maar als dit werkelijk het geval was geweest, dan zouden de Evangeliën niet benadrukken dat vrouwen***) de eerste waren die het graf leeg vonden en de levende Heer ontmoeten.
Want vrouwen mochten niet officieel getuigen. Evenmin als slaven. Alleen volwassen, vrije mannen mochten een rechtsgeldig getuigenis afleggen. Het bijzondere in de Evangelien is juist dat daarin alle eer aan de vrouwen toekomt om de eerste getuigen te zijn. Zij riepen de apostelen om snel te komen om te delen in hun ontdekking van het lege graf. De apostelen zouden moeten getuigen in de wereld.
Hadden christenen een leugen om bestwil willen vertellen dan zouden zij nooit vrouwen als eerste getuigen hebben genoemd. De evangelieen zijn alle vier zonneklaar in hun getuigenis van het lege graf en van de ontmoetingen met de verrezen Heer. Dat zou ons alleen al moeten overtuigen. Vier geschreven documenten van bijna tweeduizend jaar oud. Die met elkaar overeenstemmen ondanks dat ze door verschillende personen geschreven zijn en op onderdelen verschillen.
Wij, christenen, vergeten vaak zelf wat voor een krachtige onderstreping van de waarheid we daarmee hebben. Maar in de ogen van de critici en onverschilligen is het nooit genoeg. Als we ons beroepen op mondelinge overlevering – die in ongeletterde samenlevingen zoals in de tijd van de apostelen doorgaans heel betrouwbaar was – schudden velen het hoofd meewarig: hoe kun je je nou op overlevering baseren voor de waarheid. Maar als we over schriftelijke documenten beschikken, is het ook niet goed. Want dan is het geschrevene bedacht en puur symbolisch bedoeld.
Soms zijn ook christenen zelf die mening toegedaan. Heel gemakkelijk denken ook wij – soms ook om in de ogen van de wereld niet voor dwaas versleten te worden – dat verhaal over de verrijzenis alleen maar symbolisch bedoeld zijn. Maar lieve zusters en broeders, voor iets dat puur symbolisch was, zouden de apostelen en de eerste christenen niet de hele bewoonde wereld van hun dagen zijn rondgetrokken, gevaren hebben getrotseerd, hun leven gegeven. Als de verrijzenis louter symbolisch was – dus iets wat alleen in onze gedachten maar niet in werkelijkheid was gebeurd – zou het getuigenis van de apostelen niet zo krachtig zijn geweest. Velen werden er door geraakt, lieten zich dopen, ondanks de gevaren van uitstoting uit familie en samenleving, die dit met zich meebracht in de eerste eeuwen. En wij in onze tijd mogen na zovele eeuwen voortbouwen op talloze generaties van gelovigen die met hart en ziel hun leven hebben laten bepalen door het geloof in de verrijzenis van Christus.
Is de verrijzenis dan een geschiedkundig feit dat je kunt bewijzen? De verrijzenis heeft wel in deze wereld en in onze geschiedenis plaats gevonden. Het moment waarop het geschiedt, heet daarom in de Bijbel zelfs de volheid van de tijden. Het doel en hoogtepunt van de geschiedenis. Datgene wat aan alles daarvoor en daarna betekenis geeft. Maar de verrijzenis gaat niet op in de geschiedenis, in die zin dat ze zoals elk geschiedkundig feit verleden tijd wordt. De verrijzenis overstijgt de geschiedenis. Het is de eeuwigheid die onze tijd raakt en een nieuwe betekenis geeft. Want we leven niet meer ten dode. Het duister heeft niet meer het laatste woord. De Heer die verrezen is, is daardoor altijd bij ons. Zijn woord en sacrament en het getuigenis van de kerk is vervuld van Hem als levendmakende Geest.
Zo mogen we zelf getuigen worden van de verrijzenis door onze hoop, ons geloof en onze liefde die niet gebaseerd zijn op voorbijgaande aardse zaken of bewijzen, maar aanwijzing van de levende Heer in ons leven en in zijn kerk.
Zijn werkelijke tegenwoordigheid mogen we daardoor ook hoopvol ontdekken in de wereld om ons heen, die immers ook de wereld is van God, de wereld waarover het duister niet het laatste woord heeft, en die mag delen in Gods beloften. De leerlingen krijgen de boodschap te horen: “Gaat naar Galilea. Daar zullen jullie Mij zien”. Daar in hun alledaagse leven.
Dat we soms twijfelen is niet vreemd. Het hangt samen met onze kleinheid als mens, en dat we ons soms alleen voelen in ons geloof, en soms met een mond vol tanden staan als het om de Paasboodschap gaat. Een mysterie kun je niet uitleggen. Maar ons hart gaat telkens weer sneller kloppen en gloeien als we de kerk horen belijden dat de Heer leeft. En door ons doopsel en geloof mogen we nu reeds delen in de dood en de verrijzenis van Christus. Het nieuwe leven stroomt door ons heen. De Heer is waarlijk opgestaan. Alleluia. Amen

Pastoor Martin Los
Lezingen in de Mis op deze 2e Paasdag volgens het r.k. leesrooster: 1e lezing *): Handelingen der Apostelen 2:14,22-33. Evangelie: Mattheus 28:8-15 **)
Afbeelding ***) Het veelluik Passie en Verrijzenis in het heiligdom O.L.V. van Scherpenheuvel

Pasen: de gezamenlijke verjaardag van onze doop

Preek op 1e Paasdag 16 april 2017 Mariakerk De Meern

Als christenen hebben we allemaal twee verjaardagen. Op de ene vieren we dat we geboren zijn. Daar staan we elk jaar bij stil. De datum weet je. We nodigen familie en vrienden uit. We wensen de jarige alle goeds toe voor de toekomst. We geven kadootjes. De jarige trakteert op iets lekkers. Als je echt met elkaar verbonden bent, sta je stil bij de verjaardag van de ander. Je voelt het als gemis als je er niet bij kunt zijn.
Maar we mogen nog een andere geboortedag vieren. Dat we opnieuw geboren zijn.
Nu niet, zoals de eerste keer, uit de moederschoot. Maar door de doop. (afb. 2. doopplechtigheid ). Iedereen weet wel de datum van zijn geboorte. Maar wie weet de datum van zijn doop?
Steek de hand maar op (van de meer dan 400 mensen in de kerk steken twee volwassenen de hand op).
Inderdaad, bijna niemand weet zijn preciese doopdatum. Dat we die datum niet meer weten is niet zo erg, als we maar niet vergeten dat we gedoopt zijn.
Gelukkig is er een dag waarop we allemaal samen onze doop mogen gedenken en vieren. Dat is het Paasfeest.
Vandaag. Pasen is het feest dat Jezus uit de dood verrezen is. “De Heer is waarlijk opgestaan” roepen we opgewekt. (afb. 3. lege graf)
Waarom roepen we dat zo vrolijk en blij? Zijn we blij voor Jezus? Ja, maar ook voor onszelf. Want zijn we verbonden met Jezus. Familie. Kinderen van God. Hoe weten we dat? Door de doop en door het geloof! We mogen nu met Jezus delen in een leven met God waarover het kwade en de dood geen macht meer hebben.
Toen Jezus uit het graf verrees, brak niet alleen voor hem een nieuw leven aan maar voor ons allemaal. We weten nu dat ons leven voor altijd verbonden is met Jezus en met God.
Christenen noemen het doopvont ook wel de moederschoot van de kerk. Want door de geboorte wordt je in het gezin van je ouders geboren.
Door de doop worden we geboren in de kerk.
Je behoort dan tot Gods familie zoals je door de geboorte behoort tot je eigen familie. (Afb. 4. moeder in zwangerschapskleding).

Eerst doopten christenen in een rivier (afb. 5.). Want in de eerste eeuwen werden christenen vervolgd en gediscrimineerd. Ze mochten geen kerken bouwen. Drie eeuwen lang niet. Pas na 325 na Christus. Er was moed voor nodig om tot de kerk, de gemeenschap van Jezus toe te treden zoals in sommige landen nog steeds.
Toen ze kerken gingen bouwen bouwden ze in die kerk een soort baden waardoor heen nog echt rivierwater stroomde. via een buizenstelsel werd water van de rivier naar de kerk door dat basin heen geleid.
Daarin moest de volwassene afdalen. Zo’n bad of doopvont had de vorm van een kruis of een graf.
Want je wordt door de doop ondergedompeld in het lijden en sterven van Christus om met hem te verrijzen in een nieuw leven.
Later ging men doopvonten maken die niet meer in de vloer van de kerk, maar er boven op stonden als een onverplaatsbaar meubel.
De omtrek van het doopvont of van de hele doopkapel was weer later heel vaak achthoekig. (afb. 7).
Dat was om iets heel moois duidelijk te maken. Het getal 8 betekent een reeks van 7 + 1. Kennen we zo’n reeks? Ja, de week. Voor ons christenen begint de week met zondag, de dag van de verrijzenis van onze Heer Jezus. Zondag, maandag, dinsdag…… Als de achtste dag aanbreekt, is dat weer de zondag. Dan begint de week opnieuw.
Nog zo’n reeks? Toonladder (afb. 8. Gitarist speelt vanuit het combo de zeven tonen. Daarna zingt een stem nog een keer de zeven tonen). Do, re, mi, fa so, la ti…….Oh wat spannend. Net barensweeën voor de geboorte. Het doet pijn in de oren die laatste toon. We hebben alle klanken gehad. Maar waar leidt dit naar toe?
Alles wijst naar de nieuwe do. De oude reeks is voorbij. De nieuwe begint.
Met zo’n achthoekig doopvont dat ook in onze Willibrordkerk in Vleuten staat, zegt de kerk dus: (afb. doopvont WBK 9) het oude leven is voorbij, het nieuwe is begonnen. De oude mens die God niet kent, is voorbij. Nu is de nieuwe mens geboren: een kind van God. Door doop en geloof die weet dat we kinderen van God zijn. Hoe voelen we nu dat die nieuwe mens in ons is? Door de levende eenheid met Jezus. We voelen ons sterk als we verbonden zijn met hem.
We ontvangen als gaven bij onze doop bijzondere krachten: geloof, hoop en liefde. (afb 10. symbolen geloof hoop en liefde). Het kruis staat natuurlijk voor ons geloof in Jezus. Het anker voor de hoop. Jezus is ons voorgegaan naar de hemel en zo voelt hij voor ons als een anker dat we uitgeworpen hebben in het onzichtbare, net als een schip dat zijn anker heeft uitgeworpen waar je niet kunt kijken. En het hart staat natuurlijk voor de liefde: het hart van Jezus dat we beantwoorden met ons eigen hart. Dat is Jezus geschenk aan ons. Want hij schenkt ons zijn Heilige Geest die zegt: jij, mens, jij bent een kind van God.
We mogen nu zo’n nieuwe geboorte in geloof meemaken. De doop Jesse. Hij wordt vandaag geboren wordt in het huisgezin van God, en hij mag op groeien in de wetenschap dat hij een kind van God is.
Gefeliciteerd allemaal met deze gezamenlijke verjaardag van onze doop. Zalig Pasen. De Heer is waarlijk opgestaan. Alleluia! Amen

(c) Martin Los.
Het Paasevangelie in deze viering: Johannes 20:1-9
Omdat er heel veel kinderen en gezinnen in de kerk waren, werd op een scherm voor hen bij elk onderdeel van de korte preek de afbeeldingen hierboven getoond. Het was geen powerpointpresentatie. De preek kon gewoon worden beluisterd