Homilie op de Hoogfeest van de Doop van de Heer

op zondag (en zaterdagavond) 13 januari 2013 in de kerk van O.L.V. ten Hemelopneming te De Meern
1e lezing:  Jesaja 42:1 v.v.  2e lezing: Handelingen 10:34-38  Evangelie:  Lukas 3:15 v.v.

Op Nieuwjaarsdag doken tienduizenden landgenoten de zee in. Vanwege de kou geen lolletje. Is het de prestatie die telt? Al die duikers hebben in elk geval laten zien dat ze durf in hun lijf hebben. En het is goedkoper en minder gevaarlijk dan vuurwerk.
Maar het lijkt ook op een soort ritueel. Door de duik in de zee aan het begin van het nieuwe jaar spoel je het oude van je af en je begint fris aan het nieuwe jaar. Ik kan me voorstellen dat voor veel mensen zo’n Nieuwjaarsduik een daad van betekenis is.
Het woord Nieuwjaarsduik wordt nu ook al op meer gebieden gebruikt. Overal in Leidsche Rijn hangen posters met in grote letters Nieuwjaarduik. De posters nodigen ons uit om vanmiddag ook een duik te nemen, niet in water maar in de culturele activiteiten die in het Zand plaatsvinden in dit nieuwe jaar.
Een nieuw jaar kun je inderdaad zien als een uitdaging. Je bent er klaar voor. Je duikt er in.

Als katholieken vieren we elk jaar aan het begin samen met de Oosters-orthodoxe christenen het feest van de Doop van  onze Heer Jezus in de Jordaan door Johannes.
De doop van Jezus was het teken dat hij er klaar voor was om zijn taak op zich te nemen. Die prachtige taak was de verkondiging van het rijk van Gods liefde. Het begin van een nieuwe wereld.
Jezus duikt niet met een massa mensen tegelijk de Jordaan in. Iedereen staat in de rij om door Johannes gedoopt worden.
Jezus wacht rustig af tot het zijn beurt is om in het water af te dalen en ondergedompeld te worden.
Een duik in het water kun je in je eentje doen. Ook al doe je het met duizenden tegelijk zoals bij de Nieuwjaarsduik. Bij die duik dompel je jezelf in het water. Maar bij de doop laat je je onderdompelen. Dat is een heel verschil.

De mensen die bij Johannes kwamen, lieten zich door hem dopen om te laten zien dat ze een nieuw begin wilden  maken. Ze wilden niet dat het bij goede voornemens bleef. Ze wilden een teken stellen.
Je zou toch gewoon een nieuw begin kunnen maken, als je ergens spijt van hebt of ergens met jezelf in de knoop zit? Ja, maar door een teken te stellen weet je dat het echt is. Je weet dan dat je jezelf niets wijsgemaakt hebt. Je bent echt een grens overgegaan en een nieuw gebied binnengegaan.
Jezus begaf zich onder al die mensen die een nieuwe start wilden maken door hun doop door Johannes.
Lag Jezus dan ook met zichzelf in de knoop? Had hij last van zijn verleden? Nee, maar Jezus wil solidair met alle mensen zijn die niet zelfvoldaan door het leven gaan.
Jezus is gekomen om wie verloren liepen te zoeken en om gewonde mensen te helen. Daarom begeeft hij zich onder hen. En daar wacht hij op het teken dat God, de Vader hem zal aanwijzen.
Jezus wees niet zichzelf aan als de Zoon van God en de redder van de mensen. Hij liet zich aanwijzen door God door de heilige Geest. En Johannes de Doper was er getuige van.

De doop van Jezus in de Jordaan was dus geen anonieme persoonlijke duik in het onbekende. Het was zijn heel bewuste bereidverklaring aan God en zijn eerste openbare daad van liefde en verbondenheid met mensen, nog wel degenen die zich op de één of andere manier schaamden en spijt hadden over hun leven.

Door de heilige Geest Jezus wijst God op zijn beurt Jezus bij zijn doop door Johannes als zijn beminde Zoon. Hij is de gezalfde van God, de Christus. Allen die in hem geloven, herkennen hem door diezelfde heilige Geest. Jezus Christus is dus degene die alle mensen om zich heen verzamelt die in hem geloven als de Redder, als de Heiland die in de wereld gekomen is om mensen terug te brengen bij God.
Onze doop is teken dat wij één geworden zijn met hem. Onze doop is dus ook geen individuele duik, maar een onderdompeling. Onderdompeling in Jezus zelf, in zijn leven en sterven en verrijzenis. Jezus is niet alleen mens geworden bij zijn geboorte. Hij heeft zich als volwassen ondergedompeld in ons leven zoals het is, met de schaduwzijden en de lelijke kanten. Hij heeft zich laten onderdompelen in ons bestaan om ons onder te dompelen in zijn leven met God.

Een duik in het water met Nieuw jaar kan een betekenisvol gebeuren zijn voor degenen die eraan deelnemen, en het is best een prestatie. Maar het blijft een individueel gebeuren al doe je het met duizenden tegelijk. Maar de doop, de onderdompeling in het water, lijft je in in een gemeenschap. De kerk, het lichaam van Christus, het volk van God op weg naar zijn koninkrijk.

Het is goed om daaraan het begin van dit nieuwe jaar bij stil te staan. Een nieuw jaar is een nieuw begin, een uitdaging. En ik wens iedereen toe dat we ieder persoonlijk de kansen zien voor ontwikkeling en geluk.
Maar juist als christenen mogen we op grond van onze doop en ons geloof weten dat we er niet alleen voor staan. We zijn opgenomen in het lichaam van Christus, in de beweging van de heilige Geest. Dat is een geweldige kracht.

We duiken allemaal een nieuw jaar in. We duiken het diepe in van het onbekende. Het veelbelovende maar ook het onzekere en soms angstigmakende.
Maar we doen dat als gedoopten. Als mensen die Jezus aan zich verbonden heeft, om zijn boodschap van liefde waar te maken. Maar ook om zeker te zijn dat we wat er ook gebeurd van God zijn. En dat we elkaar daarin mogen dragen. Door geloof. Door hoop. Door liefde. Door gebed. Door saamhorigheid. Daar samenwerking.

Wereldwijd. Maar ook in ons eigen land en in onze eigen geloofsgemeenschap en parochie. Laten we de kansen zien die er liggen om het geloof te beleven en door te geven en door te zien wat de liefde van God in ons leven en dat van anderen te weeg kan brengen!

Geef cynisme geen kans. We leven in een tijd waarin geloof en kerk het moeilijk hebben. Zelfs de christelijke jaartelling lijkt in ons land door het kabinet te gaan worden afgeschaft. De komst van Christus in de wereld wordt daarmee dus straks officieel niet meer erkend als het centrale feit in de wereldgeschiedenis.
Laten we ons daardoor en al die andere dingen niet laten ontmoedigen. Juist in een tijd van crisis en tegenspoed liggen de kansen voor vernieuwing voor kerk en geloof. Laten we die kansen waar we ze zien aangrijpen.

Maar laten we dat niet los van Jezus doen en los van de heilige Geest. Want dat is ook in 2013 de enige garantie dat we een levende kerk blijven en dat we de kracht van het geloof persoonlijk zelf en als gemeenschap ervaren.

Laten we de duik in het nieuwe jaar wagen, maar als mensen die ondergedompeld zijn in de gemeenschap van Jezus Christus en het samen wagen met Gods liefde. Amen

(c) Martin Los

Homilie op de 3e zondag door het jaar C-cyclus

in het weekend van 26 en 27 januari 2013 in de kerk van O.L.V. ten Hemelopneming te De Meern
1e lezing: Nehemia 8:2-10  Evangelie: Lukas 4:14-21

Lieve zusters en broeders, het is deze week in ons land Voorleesweek. De scholen nodigen bekende personen zoals een burgemeester of opa’s en oma’s worden uit om een verhaal in de klas te komen voorlezen.
De jaarlijkse Voorleesweek spoort ook alle moeders en vader aan om hun kinderen voor het slapen gaan een verhaal voor te lezen.
Wat is er fijner voor een kind dan dat je vader of moeder aan bed zit en je een verhaal voorleest. Langzaam lekker wegdromen. Dat is super!

Waarom lezen volwassenen aan kinderen voor? Omdat kleine kinderen niet kunnen lezen, of nog niet goed genoeg. Dat klopt. Maar naar een verhaal luisteren is toch niet hetzelfde als een verhaal lezen.
Een verhaal dat iemand je voorleest, is veel persoonlijker. Want je hoort de stem van je moeder die voorleest binnen in je, want via je oor komt haar stem als het ware je hart binnen.
Het lijkt dan meer tot de verbeelding te spreken. Het lijkt wel of je het ook beter kunt onthouden.

Nu zijn het de kleine kinderen die nog niet kunnen lezen. Anderhalve eeuw geleden konden de meeste volwassen niet lezen. Toen genoot iedereen ervan als een verhaal werd verteld of voorgelezen.

Er is één plaats waar altijd werd voorgelezen. Een plek waar ook vandaag nog wordt voorgelezen. Dat is de kerk. Elke zondag, elke feestdag wordt uit de bijbel voorgelezen.
Toen er nog geen radio en televisie was, en toen de meeste mensen nog niet konden lezen, zagen de mensen er naar uit om in de kerk de verhalen en de teksten uit de bijbel te horen. Ze dronken als het ware die woorden in. Ze onthielden ze. En ze dachten er door de week nog vaak even over na.
De woorden en de verhalen uit de Bijbel waren voor verreweg de meeste mensen, volwassen én kinderen, alleen bekend doordat ze werden voorgelezen. Ze hoorden de woorden door de stem van iemand die ze voorlas.
Daardoor waren het altijd persoonlijke woorden. De voorlezer had ze niet zelf bedacht, maar iedereen hoorde hem wel persoonlijk spreken. Het was een stem die via hun oor in henzelf binnenkwam.

En daardoor was het voor iedereen gemakkelijker om daarbij te denken aan de stem van God. Want de bijbel noemen we het woord van God of het woord van de Heer. We horen een mens, een persoon, die in de kerk uit de bijbel voorleest. Het komt bij ons binnen. En daardoor kunnen we ons beter voorstellen dat God zelf tot ons spreekt.

God zelf spreekt tot ons. We horen zijn woord. Daarom lezen we in de kerk nog steeds voor. Eigenlijk zouden we daarom tijdens de lezing zelf niet in ons boekje moeten kijken, maar alleen maar luisteren.
Elke zondag is het Voorleeszondag in de kerk.

Bijna iedereen in de kerk kan nu lezen. Dus daarvoor hoeven we niet voor te lezen in de kerk. Maar ook in onze tijd gaan we gewoon door met voorlezen in de kerk. Net als in de bijna twee duizend jaar dat de meeste mensen niet konden lezen.
Want als we in de kerk samenkomen als volk van God dan vieren we dat God zelf tot de mensen spreekt. En wij allen zijn blij en dankbaar dat God tot ons spreekt. Dat is een feest. Zelfs als we niet alles begrijpen wat we horen, weten we toch dat het God is die tot zijn volk spreekt. En uit blijdschap zingen we liederen en uitroepen rond de lezingen. We gaan staan voor het Evangelie en we zingen “alleluia”.

Laten we ons nu iets heel bijzonders voorstellen. Moet je je voorstellen dat iemand in de kerk uit de Bijbel gaat voorlezen. Je hoort zijn of haar stem. Maar degene die leest, leest  zo bijzonder voor dat je helemaal vergeet dat er voorgelezen. Het lijkt wel alsof je direct God zelf hoort spreken?
Dat kan je je haast niet voorstellen. En toch gebeurde het. Het gebeurde er toen Jezus met zijn leerlingen naar de kerk was gegaan. Synagoge heette de kerk toen.

Jezus was een bijzondere gast. De leider van de kerk vroeg daarom Jezus om die morgen voor te lezen uit de bijbel. Op die manier eerde mens een gast. Zo hoorde men ook eens een ander geluid!
Jezus las de woorden voor die hij aantrof op de plek waar het boek open gelegd werd. Hij las woorden uit het boek van de profeet Jesaja: “De Geest van de Heer is over mij gekomen, omdat hij mij gezalfd heeft.. Hij heeft mij gezonden om aan armen de blijde boodschap te verkondigen…”
De mensen in de synagoge konden hun oren niet geloven. Hier was niet een mens die een tekst voorlas van iemand anders. Het leek wel alsof Jezus de woorden die hij voorlas, sprak alsof ze van hemzelf waren. Alsof Hij en God dezelfde waren.
Dit hadden ze nog nooit meegemaakt. En toen Jezus klaar was, hield hij geen preek om de woorden uit te leggen. Hij zei: “heden is dit woord in uw oren vervuld”.

Jezus spreekt niet alleen het woord van God. Hij is het woord van God. Dat is de blijde boodschap. Altijd en overal waar je naar Jezus luistert, hoor je God zelf.
Wat fantastisch dat we in de kerk altijd naar Jezus zelf mogen luisteren. Ze horen zijn stem door het Evangelie dat wordt voorgelezen.

Jezus is géén boek dat je weer dicht doet. Hij is geen boek dat je op zeker moment uit hebt. Als je eenmaal zijn stem gehoord hebt, blijf je altijd naar zijn woorden luisteren.
Je bewaart ze in je hart. Ze vergezellen je overal waar je gaat. Ze helpen je bij je beslissingen. Ze geven je moed en kracht in allerlei situaties. Ze geven je uitzicht. Ze zijn een licht op je weg.

Daarom komen we samen als volk van God om steeds weer te luisteren naar zijn woord. In het bijzonder het Evangelie. Want Gods woord vraagt niet om gelezen te worden, als een stuk informatie.
Het woord van God vraagt om gehoord te worden.
Het gaat erom dat we zijn stem in ons hart horen. Dat we instemmen en op weg gaan om als kinderen van God te leven. Blij dat we zijn woord gehóórd hebben. Blij dat we weer met goede moed en vol verwachting het leven in gaan. Amen

Pastoor  Martin Los