Homilie Nieuwjaarsdag Feest van H.Maria moeder Gods

Preek tijdens de jaarwisseling 31 december 2012 en 1 januari 2013 in de kerk van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming te De Meern

Lieve zusters en broeders, uit het Evangelie van de geboorte van Christus dat we vanavond opnieuw hebben gehoord, bij mij blijft altijd hangen: “…en Maria bewaarde al deze woorden in haar hart”.
Herders komen naar de stal. Ze zien het kind in de kribbe. Ze vertellen wat de engel aan hen bekend was gemaakt: “Ik verkondig u grote vreugde die zal zijn voor heel het volk. Heden is u geboren in de stad van David een Redder, Christus de Heer. En dit zij u ten teken. Gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld liggend in een kribbe”.
Al die woorden die de engel tot de herders gezegd heeft, en die ze nu bij het kind in de kribbe herhalen,  bewaart Maria in haar hart en overweegt ze bij zichzelf.

Wat de herders vertellen, is voor haar niet totaal nieuw. Zelf heeft ze van de engel voor ze zwager werd, de boodschap gekregen dat ze moeder zou worden van een kind van de Allerhoogste die ze naam Jezus “Redder”moet geven. En nu komen anderen, herders, die boodschap die Maria van de engel ontvangen heeft voordat ze zwanger werd, bevestigen met : “Heden is uw geboren een Redder, Christus, de Heer”.
Haar eigen belevenis negen maanden daarvoor, en de belevenis van de herders die ze komen vertellen, rijmen om zo te zeggen op elkaar.  Maar Maria zegt niet tegen de herders: “ik heb ook een boodschap van een engel ontvangen”. Nee, ze zwijgt.
Is dat niet vreemd? Normaal is toch dat je onmiddellijk ervaringen uitwisselt. We doen de hele dag niets anders in onze gesprekken, per telefoon, email, facebook.
Maar Maria hoort en zwijgt. Ze bewaart de woorden in haar hart en overweegt ze bij zichzelf.

Het is niet dat ze haar eigen geheim voor zichzelf wil houden als een gierigaard die anderen geen inkijk in eigen rijkdom gunt. Maar ze kan zelf nog niet helemaal bevatten wat ze zelf van de engel gehoord heeft. En de boodschap van de herders draagt daar alleen maar toe bij.
Ze heeft tijd nodig om te overdenken. Hoe zou ze anderen kunnen spreken van haar geheim als ze het zelf nog niet kan bevatten?  Moet ze tegen anderen zeggen: “moet je horen wat mij is overkomen”.  Dat zou lijken alsof ze een buitenstaander is tegenover haar eigen ervaring

Ze neemt de tijd om innerlijk te luisteren en nog eens te luisteren en nog eens te luisteren naar de woorden die ze gehoord heeft. Zo ontvouwt de betekenis zich aan haar in haar. Zo groeit ze in verstaan en in geloof.
En juist zo groeit ze uit tot de moeder van Jezus. Een moeder die niet alleen hem als kind heeft gebaard, maar ook als de vrouw die in hem gelooft en vol toewijding hem volgt tot waar zelfs zijn vrienden hem verloochenen en in de steek laten aan het einde van zijn leven.

Op deze wijze mag Maria juist omdat ze de woorden over haar zoon in haar bewaarde, degene zijn die ons het dichtst bij Jezus brengt. Haar zwijgen, haar overwegen van het innerlijk geheim, haar luisterend leven, brengt ons dichter bij Jezus dan de knapste preek of theologische verhandeling kan doen.
Via Maria kom je bij Jezus. Dat is de belofte die de naam Maria voor alle mensen inhoudt. Dat is de ervaring van velen door heel de geschiedenis.
Niet door haar spreken, maar door haar zwijgen brengt Maria ons dichter dan wie of wat ook bij wie Jezus is en wat hij voor de wereld en voor ons persoonlijk betekent.

Stappen we nu over naar onze eigen tijd en de beleving van de tijd. In onze tijd nemen we steeds minder tijd om wat we horen en zien gebeuren, te verwerken.
Er is een constante stroom van nieuws dat aan ons voorbijtrekt. Nieuws van dichtbij en van over de hele wereld. We raken gewend aan gruwelijke beelden van verminkte mensen.
En we raken gewend aan uitzonderlijke beelden van een blik uit een ruimte station, van een blik op de aarde vanaf vogels in de lucht gezien.
Uitspraken, vaak tegengestelde uitspraken, van leiders op elk gebied volgen elkaar op. En de ene hype volgt op de andere.
Het kan niet anders of het vlakt ons gevoel en interesse op den duur af. We raken onverschillig doordat er nauwelijks een mening of overtuiging in ons kan rijpen.
Nieuws is eigenlijk geen nieuws meer, maar een grijze stroom van gebeurtenissen die aan ons voorbijtrekt alsof we naar het water van een voorbij stromende rivier staan te kijken.

We schrijven na avond 2013 in plaats van 2012. Maar verandert er voor ons gevoel werkelijk iets?
Ik ben bang dat we steeds meer ons als buitenstaanders gaan voelen in onze eigen wereld om dat we geen raad weten met de overvloed aan nieuws en informatie.

We zullen tijd moeten nemen voor wat ons werkelijk raakt en dat in ons laten doorwerken. Wat raakt ons innerlijk? En wat is de betekenis daarvan voor onszelf? Horen we er een roepstem in? Voelen we ons aangesproken? Dan moet je daar bij stil staan. Dan versta je weer dat je geen buitenstaander bent, maar dat jij er toe doet. Dan kun je gerust de rivier van nieuws dat eigenlijk geen nieuws is, meningen, informatie, even langs je heen laten glijden.

Dan zal er weer iets in ons groeien van bewustzijn dat we er toe doen, en dat we door onze visie een bijdrage mogen leveren aan de geschiedenis, ieder op ons eigen plaats.
Het is die houding van Maria die de woorden die zij hoorde in haar hart bewaarde en bij zichzelf overwoog.

Laten wij als gelovigen de tijd nemen om het woord van God in ons hart te bewaren en te overdenken, dan zullen we ook groeien in wijsheid. Dan zullen we ook de “teken van de tijd” verstaan: zien waar en hoe God in de wereld bezig is.
Dan zullen we ook gerust zijn en in onze eigen omgeving een rustpunt vormen voor iedereen.

Het jaar 2013 is uitgeroepen tot jaar van het geloof. De bedoeling daarvan  is  dat we ons opnieuw bewust worden van het voorrecht dat we geloven. En dat we daardoor een belangrijke bijdrage mogen leveren aan onze wereld door de blijde boodschap zelf te beleven, en voor te leven.
Nemen we daarbij Maria als voorbeeld die de woorden bewaarde in haar hart en ze overwoog bij zichzelf. Nemen we er de tijd voor. De klokt tikt toch wel verder. Maar de tijd voor en met God gaat nooit voorbij. Ze is verwant aan de eeuwigheid. Amen

(c) Pastoor Martin Los

Homilie op het feest van de verschijning des Heren (Epifanie)

in het weekend van 5en 6 januari 2013 H. Willlibrord Vleuten

Lieve zusters en broeders,  het Driekoningenfeest is sinds kort toegevoegd aan het historisch Nederlands erfgoed. Op plaatsen waar het gebruikelijk is dat kinderen verkleed als de driekoningen met een ster op een stok langs de deuren gaan, moet de gemeenschap er op toe zien dat deze traditie gehandhaafd blijft.
Dat is een aardig besluit en een sympathiek gebaar naar de christelijke traditie in ons land. Het staat natuurlijk wel in schril contrast met de wil van de meerderheid van de Tweede Kamer om de zondag als bijzondere dag af te schaffen. Alsof de zondag niet een nog veel fundamentelere uiting van de christelijke traditie is, dan de Driekoningenoptocht. Dat komt dan toch een beetje over als een doekje voor het bloeden.

Vandaag gaan op veel plaatsen in het Zuiden van ons land kinderen als de Driekoningen met hun ster langs de deuren. Elk huis waar ze welkom zijn, wordt door hen gemerkt met hun initialen C.M.B. en het nieuwe jaartal 2013

Wat betekent dit? De Driekoningen zijn op zoek naar het koningskind. Ze hebben inmiddels begrepen dat ze aan het paleis in Jeruzalem aan het verkeerde adres waren. Ze trekken nu langs de huizen van de gewone mensen om het kind te zoeken.
Overal waar de deur opengaat, blijft de ster stil staan, zoals het verhaal van Mattheus vertelt. En waar ze stil blijft staan en de deur opengaat, is het Christuskind in de kerststal. Elk huis is in principe een huis waar Christus zijn intrek genomen heeft onder de mensen. De als Driekoningen verkleedde kinderen bevestigen dat door als de deur voor hen opengaat hun voorletter op de post van de deur te schrijven. En zij wensen de bewoners een Zalig Nieuwjaar.

Het is ook kenmerkend dat kinderen en jongeren als Driekoningen langs de deuren gaan. Kinderen en jongeren kijken op een andere spontanere manier dan volwassenen. Dat herinnert ons eraan dat we toen we jong waren allemaal ooit idealen hebben gehad. Idealen over wie we zelf zouden willen zijn: een piloot of een verpleegkundige, een sporter of een uitvinder. Idealen ook die anderen mensen in onze ogen vertegenwoordigden. Onze ouders, een vriendelijke oom, een lieve presentatrice op de t.v. Allemaal stralende sterren. Als kind zie je eigenlijk in ieder mens nog iets bijzonders.

In de pubertijd gaan we de zwakke kanten zien van de volwassenen. Plotseling voldoen ze niet meer aan onze idealen. Ouders vallen door de mand omdat ze ook maar gewone mensen zijn. Gewoon en dus beperkt. Die sympathieke oom wilde misschien toch ook meer aardig gevonden worden dan dat hij zelf echt aardig was. En was de glimlach van die presentatrice eigenlijk niet heel gemaakt voor de camera.
Dan komen in de plaats van de oorspronkelijk helden nieuwe idealen: idolen op alle gebieden van zangers tot bepaalde politieke leiders. Maar ook zij blijken op den duur gewone mensen die niet kunnen voldoen aan al onze verwachtingen. Dan groeit de onverschilligheid en het cynisme dat onder volwassenen zo wijd verbreid is. Wie durft er nog te hopen en te vertrouwen op anderen als we zo vaak teleurgesteld zijn?

Ach, op den duur is geen mens bestand tegen de overspannen verwachtingen die anderen koesteren. En we zijn ook vaak teleurgesteld in ons zelf omdat we wilden voldoen aan de verwachtingen van anderen, en in hun ogen tekortgeschoten zijn. Van heel veel mensen is daardoor het zelfvertrouwen verminderd.
Vaak lijkt onze wereld een grote concurrentieslag. Niet alleen op economisch gebied of politiek terrein. Maar ook in de omgang van mensen met elkaar. Vinden anderen je aardig? Waarom heb jij meer vrienden op Facebook dan ik?

In die wereld komen de als Driekoningen verkleedde kinderen met hun ster langs de deur. Hun ster blijft stil bij uw en bij mijn woning. Daar is kennelijk iets te vinden wat wel in staat is om aan al onze verwachtingen te voldoen: het christuskind in de kribbe.
In dat kind kijkt de Heer ons aan die in de wereld gekomen is om ons Gods liefde te verkondigen en die liefde zelf te zijn.
Plotseling geen concurrentie meer, maar aanvaarding. Geen overspannen verwachtingen meer, maar waardering en begrip. Geen chronisch gebrek aan zelfvertrouwen meer, maar besef dat jij er toe doet al ben je niet perfect.

De ster die de Driekoningen volgden, is stil blijven staan bij jou omdat je plaats inruimt in je leven voor God die mens geworden is als jij. Een die zegt: “jij bent mijn kind!” Hoger is voor geen mens toch weggelegd, dan een kind van God te zijn?

In zo’n klimaat van liefde en geloof durf je het beste in jezelf boven te laten komen. Niet bang om afgeserveerd te worden door je omgeving. In zo’n sfeer durven we het beste in elkaar boven te laten komen. Niet bang dat we gemeten aan anderen niks voorstellen. Want door mens te worden zegt God tegen ons:  jij bent mijn kind, wat er ook gebeurt en wat de wereld ook van je denkt en zegt. Vertrouw mij maar. Ik zal je nooit teleurstellen.

Op dit feest van de Driekoningen spreek ik aan het begin van dit Nieuwe jaar de wens uit dat we als geloofsgemeenschap zo met elkaar omgaan.
Geen onrealistische verwachtingen waaraan niemand kan voldoen. Ook geen cynisme alsof we niets meer van elkaar verwachten. Nee, een liefdevol klimaat waarin we mogen groeien. Waarin we elkaar niet beoordelen op wat we niet kunnen of niet goed doen, maar op wat we wel goed doen en wat we wel kunnen.

Het zou prachtig zijn wanneer we als mensen en als gelovigen mogen groeien in dit Nieuwe jaar. Persoonlijk en als gemeenschap. In waardering voor elkaar en in het besef van je eigen waarde.
Wat mooi als er zo ook een heilzame invloed kan uitgaan van ons naar onze omgeving. Dan dragen we bij aan een samenleving die menswaardig is.
Dat is de boodschap van Driekoningen. Wij mensen komen als mens pas echt goed tot ons recht, als er plaats is voor God in ons leven en  in de wereld en als we zijn liefde leren kennen. Leren kennen door het er mee te wagen in het jaar dat voor ons ligt: het jaar van onze Heer 2013. Amen
(c) Martin Los