Een kind maakt geschiedenis

Preek in de Kerstnacht op donderdag 24 december 2020 Mariakerk

“Eer aan God in de hoge en vrede op aarde voor de mensen van zijn welbehagen” zingen de engelen op het moment van de geboorte van Jezus, de Christus 1). Wij stemmen met de engelen in. Dit jaar niet met volle kerken en heerlijke koorzang zoals we graag zouden willen, maar des te meer met hart en ziel in de eenzaamheid van de huiskamer en verlaten kerken. Een stille nacht waarin we verstoken zijn van onze dierbaren met wie we anders samenzijn. Maar juist door dat gemis zijn we des te meer verbonden. Epidemie en coronamaatregelen kunnen die unieke sfeer en betekenis van het Kerstfeest niet verhinderen. De engelenzang gaat altijd door. “Eer aan God in den hoge”
Die lofzang wil zeggen:  de unieke macht en de rijkdom van God komt hier aan het licht, hier op dit moment in de geschiedenis door de geboorte van dit kind. Met andere woorden: God gooit zijn hele gewicht in de schaal bij de menswording van zijn Zoon. Kwetsbaar en klein, geboren in een stal, met als wieg een voederbak.

Laat me u toch nog even meenemen naar het begin van het verhaal van de geboorte van Jezus. Keizer Augustus vaardigt het besluit uit dat iedereen in zijn rijk zich moet laten inschrijven. Zo’n bevel getuigt van daadkracht en absolute macht. Onze vertaling heeft “volkstelling” maar het is meer dan koppen tellen. Inschrijven wil zeggen: op de lijst gezet worden van burgers die belasting moeten betalen. Niemand ontkomt aan dit keizerlijk besluit op straffe van een nobody worden. Illegale immigranten weten wat een ellendige toestand dat is.
Viermaal in het verhaal wordt dit woord “inschrijven” gebruikt. De evangelist Lukas vertelt dat de keizer besluit dat alle bewoners van zijn rijk zich moet laten inschrijven. “Deze inschrijving vond plaats terwijl Quirinius stadhouder van Syrie was”. “Allen begaven zich op weg om zicht te laten inschrijven, ieder naar zijn eigen stad”. “Ook Jozef ging op weg om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn verloofde die zwanger was”.
Ziet u, hoeveel nadruk er ligt op dat inschrijven? Het wordt ons als het ware ingeprent. De keizer heeft de macht om een hele wereld in beweging te krijgen. De mensen zullen het ervaren hebben als een aanslag op hun privacy. Maar ze kregen door dat keizerlijk besluit wel een naam en een gezicht, een identiteit voor de wet en het openbare leven.
Op dát moment wordt in Bethlehem dit kind geboren dat de naam Jezus moet krijgen. Met de geboorte van Jezus treedt God onze wereld en onze geschiedenis binnen met een naam en een gezicht. Dat is het wonder dat we vandaag vieren. Het goddelijk initiatief. Hier wordt ook geschiedenis geschreven, maar anders dan door de keizer en zijn volkstelling.
Eigenlijk wordt onze wereld vernieuwd met de geboorte van ieder kind en met elke nieuwe generatie. Alleen staan we daar niet zo bij stil. Deel uitmaken van de geschiedenis houdt voor ons vooral in dat we een schakeltje vormen in een lange keten. Van oorzaak en gevolg. Alsof alles al vastligt op allerlei gebieden. De wereld van de keizer met zijn inschrijving. Waaraan zouden we nog de illusie ontlenen dat we vrije mensen zijn? Bovendien zijn we allemaal onderworpen aan de dood, geen mens uitgezonderd. Ja, dat we stérvelingen zijn en onvrij, dát lijkt ons leven te bepalen. Maar het Kerstfeest herinnert ons eraan dat we allemaal gebóren zijn. We zijn allemaal geboortewezens, beginners. Een nieuw begin, niet alleen voor onszelf, maar voor de wereld. Geschiedenis als in vrijheid steeds opnieuw beginnen volgens de Joodse filosofe Hannah Arendt.
Met de geboorte van Jezus, komt alle nadruk te liggen op een nieuw begin. Een nieuw begin voor alle mensen van alle tijden.  “Zie, ik breng u een blijde boodschap” zegt de engel “die bestemd is voor heel het volk. U is heden de heiland geboren in de stal van David”. Zijn geboorte, dit goddelijk initiatief, brengt vrijheid en hoop in de wereld. Heel Jezus’ leven is vervuld van hoop. Hij kwam in de wereld, maar werd er geen onderdeel van, geen radertje in een klok. Hij leert ons de vrijheid en de liefde en de hoop. Zo eindigt zijn leven niet in de dood, maar in de verrijzenis. Zo blijft zijn geboorte een nieuw begin voor iedereen die zich voor hem openstelt en het met zijn boodschap waagt.

Door het geloof in Jezus worden we ”kinderen van God” horen we de apostelen telkens zeggen. We mogen dit zelf zo beleven. Dat doen we als we de vrijheid nemen om lief te hebben, om andere mensen te vergeven en nieuwe kansen te geven, om ons niet neer te leggen bij het onrecht in de wereld, om niet te geloven in “noodzakelijk kwaad” bij aantasting van natuur en klimaat door onze manier van leven. Dat doen we als de vrijheid nemen en gebruiken om creatief te zijn in onze manier van omgaan met nood van medemensen. We hebben er alle reden en alle mogelijkheden toe, omdat we leven vanuit echt menszijn, en mens zijn betekent een nieuw begin zijn. We kunnen kiezen. We hebben de vrijheid. We leven van de hoop.
Deze coronatijd is juist een kans om na te denken en te dromen over een nieuwe wereld. Wat jammer als we als het vaccin er is op dezelfde manier door zouden leven alsof er niets gebeurd is. Kunnen we onze agenda’s niet zo inrichten dat er meer tijd is voor elkaar?  Kunnen we ons niet voornemen dat we minder veeleisend zijn naar elkaar? Dat we meer ruimte geven aan stilte en gebed in ons persoonlijk leven om beter om te gaan met eenzaamheid. Dat we ook de kerk en de liturgie weer meer gaan waarderen als de plek van de ontmoeting met God en zijn Kerk. Die unieke plaats waar we de vrijheid van Gods kinderen beleven en beoefenen. Waar de zang van de engelen nooit ophoudt: Eer aan God in de hoge en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft. Amen

pastoor Martin Los

1) Evangelie van de Kerstnacht Lukas 1:1-14

Over autoriteit gesproken

Overdenking maandag in de 3e adventsweek
naar aanleiding van het Evangelie van deze dag: Mattheus 21:23-27

Lieve zusters en broeders, wij vragen ons denk ik af waarom de Farizeeën en Schriftgeleerden, zich zo terughoudend opstelden ten opzichte van Jezus. Zagen zij dan niet hoe bijzonder Jezus’ optreden was, de wonderen die hij deed, de heilzame woorden die hij sprak. Toch moeten we niet te hard oordelen over hen. Het is nuttiger om ons even in hen te verplaatsen. Zij waren de autoriteiten. Van autoriteiten mag je verwachten dat zij de samenleving behoeden voor personen die onder valse voorwendselen of met verkeerde intenties mensen voor hun karretje proberen te spannen, door hen te ontmaskeren voordat zij mensen die op hen hun vertrouwen stelden, diep teleurstellen of in hun val meeslepen.
Elke tijd kent charismatische leiders die door hun eigen roem verblind, buiten hun schoenen gaan lopen en zich menen meer te kunnen permitteren dan gewone mensen. Bureaucratische leiders die zich slaafs aan de regels houden, zijn ook geen echte idele leiders. Maar charismatische leiders verdienen dat we hen niet kritiekloos volgen, omdat helaas bij hen narcisme op de loer ligt alsof alles om hen draait.
Het is dus niet zo vreemd dat de Joodse autoriteiten enigszins terughoudend stonden ten opzichte van Jezus. Jezus zelf waarschuwt voor valse messiassen die zich zullen opwerpen in tijden van nood en beproeving.
Dat de Joodse autoriteiten als een soort keurmeester optreden is niet wat Jezus hen verwijt. Maar wel dat zij als autoriteiten – juist zij – hem niet herkennen als de Messias.  Zij zouden de eersten moeten zijn als gezaghebbende personen. Waant zij ontlenen immers hun gezag aan de levende traditie. Zij hebben door de overgeleverd kennis en wijsheid toch voldoende in huis om echt van onechte te onderscheiden. Daarom gaat Jezus niet in op hun vraag: “welke bevoegdheid hebt ge om dit te doen?“ Hoe kun je aan een blindgeboren uitleggen wat kleuren zijn?
Tegelijkertijd geeft hij hen als autoriteiten een raadsel op: “met welke bevoegdheid doopte Johannes de Doper?” als jullie daar een antwoord op kunt geven, zal ik vertellen met welke bevoegdheid ik doe wat ik doen”
Ze overleggen bij zichzelf: als we zeggen “van de kant van de mensen” zal het volk zich tegen ons leren want zij houden Johannes voor en profeet. Zeggen we van de kant van God, dan zal Jezus zeggen: waarom heb je hem dan geen geloof geschonken”. In het eerste geval vrezen zij hun autoriteit in de ogen van het volk te verliezen. Dat kan natuurlijk niet, want als een autoriteit zijn autoriteit verliest is het geen autoriteit meer. Maar in het geval dat zij zeggen: Johannes handelde van Godswege, dan zouden ze dus als autoriteiten moeten zeggen: Johannes was een van God gezonden. Dat zou dus voor hen juist reden moeten zijn om Johannes te erkennen en dus ook Jezus die hij had aangewezen.
Dus Jezus valt niet op een goedkope manier het gezag – of elke vorm van gezag af – zoals vele revolutionaire figuren en volksmenners en anarchisten doen.
Wat Jezus duidelijk maakt en de Joodse autoriteiten verwijt dat zij niet als autoriteiten optreden zoals ze zouden moeten en gezien hun positie ook zouden móeten.
Bidden we dat ook in onze tijd autoriteiten zichzelf niet voorop stellen, maar hun autoriteit gebruiken om wat boven hen staat en wat van God komt te onderscheiden en te respecteren. Zij dienen daardoor de samenleving en vergrootten hun autoriteit.
En laten wij als samenleving die niet zonder autoriteiten kan, het vermogen ontwikkelen om waarachtig gezag te herkennen en te erkennen.  Amen

(c) Martin Los, pastoor