Waarheid spreekt voor zichzelf

Preek op de derde Adventszondag 13 december 2020 in Mariakerk en Willibrordkerk 

“ik ben niet waard de riem van zijn sandalen los te maken
Lieve zusters en broeders, we zijn getuige van een merkwaardig gesprek tussen Johannes de Doper en vertegenwoordigers van de priesters en levieten. Hun eerste vraag is: “Wie zijt Gij?” 1) Dat lijkt een beetje vragen naar de bekende weg, want duizenden mensen waren op Johannes afgekomen om zich te bekeren en zich te laten dopen. Zijn faam had zich overal verspreid. Maar de afgevaardigden vragen niet “Wie zijt Gij” om te weten wie hij is. Het gaat erom dat hij zich legitimeert: Wie ben jij dat je al die mensen aantrekt, hen bekering belooft en hen doopt? Deze priesters en levieten waren werkzaam zijn in de tempel. Dus godsdienst is hun beroep. In hun ogen was Johannes illegaal bezigt tenzij hij de beloofde Messias, de gezalfde van God, was. Maar dan moest hij daar ook rond voor uitkomen.
Het gesprek is dus niet zomaar een kennismakingsgesprek, zelfs geen gewone twist of conflict, maar een soort openbare rechtszaak. Johannes dient zich te verantwoorden.
Heel het Evangelie van Johannes bestaat uit dit soort gesprekken, nu met Johannes, en na diens marteldood met Jezus. Het gaat dus zoals in een rechtszaak om de waarheid. De waarheid kan niet zonder getuigen.
“Wie zijt Gij?” vraagt de eisende partij. “Ik ben de Messias niet” antwoordt de beklaagde. Als Johannes de Messias was geweest, dan had hij met het volste recht mogen dopen en daardoor zonden vergeven. Maar hij laat er geen twijfel over bestaan: Ik ben de Messias niet. Dat is de waarheid.
Wanneer ze doorvragen wie hij dan wel is, besluit hij met: Midden onder u staat Hij die gij niet kent. Die na mij komt. Ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken. Johannes getuigt van de waarheid door te zeggen: Ik ben de Messias niet. Hij wijst niet naar zichzelf, maar naar Hem die na hem komt. Hij stelt zich heel nederig op. Omgang met de waarheid maakt altijd nederig. Je maakt jezelf kwetsbaar. Want je bent de waarheid zelf niet, je kunt er alleen van getuigen.
Vaak doen mensen alsof zij de waarheid in pacht hebben. Zij staan daarmee de waarheid in de weg. We kunnen alleen maar díenaar van de waarheid zijn. Als wij als christenen in het openbaar getuigen willen zijn van Jezus, moeten we tegen kritiek kunnen. Het licht van Christus dat in onze harten schijnt als de waarheid, wordt zodra we ermee in het openbare leven treden, beschouwd als een van de vele meningen. We moeten ons dan niet opblazen of overschreeuwen. We moeten niet met geweld van spierballentaal willen opdringen en kritiek de mond snoeren. De waarheid spreekt voor zichzelf. Zij heeft altijd het laatste woord. De waarheid is datgene wat uiteindelijk overeind blijft, al vrezen we soms het tegendeel.
In onze tijd is er veel te doen om de vraag of de waarheid wel bestaat. Wat is feit en wat is fictie. Complottheorieën laten zien hoe gemakkelijk feiten naar de hand gezet kunnen worden als het gezond verstand wordt uitgeschakeld  en de waarheid geweld wordt aangedaan  Sommigen ontkennen zelf dat er zoiets bestaat als feiten alsof er alleen maar persoonlijke subjectieve meningen zijn. Van deze onzekerheid maken dictators en populistische politici op het wereldtoneel gebruik om hun eigen onwaarheden voor waarheid door te laten gaan. Je vraagt je dan af hoe deze en gene zonder blikken of blozen openlijk leugens verkondigt. Maar waarheid ontkennen en leugens verkondigen als waarheid geeft een gevoel van macht. Vooral als er een grote groep aanhangers is die in hun vuistje lachen. Mensen op het verkeerde been zetten, manipuleren, gebruik maken van de goedgelovigheid van mensen, geeft een gevoel van macht. Maar het kan op den duur geen stand houden. Dat kan alleen de waarheid, daarom is het de waarheid.
Johannes de Doper spreekt als betrouwbare getuige de waarheid: “Ik ben de Messias niet…Ik doop met water, maar midden onder u staat Hij die gij niet kent. Ik ben niet waardig de riem van de sandalen los te maken.”
Johannes de Doper was een groot man in de ogen van de mensen. Hij bracht een massa mensen op de been. Er brak iets nieuws met hem aan. Dat voelden de mensen aan. Van heinde en ver kwamen ze naar hem toe om hun leven te beteren, om nieuw mensen te worden. Als teken daarvan lieten ze zich onderdompelen in het water van de Jordaan. De honger van de mensen naar een nieuw leven maakte dat zich ze zich door niets lieten weerhouden om hun handen uit te strekken naar het rijk der hemelen. Daarom wordt Johannes de Doper vanaf de vroeg-christelijk kerk bijzonder geeerd. Dat blijkt onder andere hier uit. Van alle heiligen wordt als regel de sterfdag herdacht. Maar van twee heiligen herdenkt de kerk ook de geboorte dag. Van Maria, die centraal staat in het prive-leven van Jezus, als degene die Hem baarde en het leven schonk, en Johannes de Doper die zijn weg bereide in het publieke leven.
Johannes weerstond de verleiding om zichzelf uit te roepen tot leider. Hij wilde dienaar van de waarheid zijn. Hij was ervan overtuigd dat hij die stem van een roepende in de woestijn mocht zijn waarover Jesaja spraak: een wegbereider van de lang verwacht Messias.
Laten wij ook getuigen zijn van Hem die zegt: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. De tweede lezing 2) vertelt hoe deze getuigen eruit zien: altijd blijmoedig, het gebed als rode draad door hun leven, dankbaar voor alles. “En blust de geest niet uit”. Het geloof in Jezus draagt vrucht in onderlinge liefde, hoopvolle initiatieven, wijsheid, dienstbaarheid. Allemaal tekenen van de geest. We moeten die alleen niet tegenwerken, niet uitblussen, door jaloezie, cynisme en gebrek aan enthousiasme. “Midden onder u staat Hij die gij niet kent. Ik doop met water, maar hij zal u dopen met de heilige geest en vuur”.
Amen

(c) Martin Los

Schriftlezingen in deze eucharistie op de derde zondag van de Advent volgens heet universele r.k. leesrooster: 1e lezing: Jesaja 61:1-2,10-11; 2e lezing: I Thessalonicenzen 5:16-24; Evangelielezing: Johannes 1:6-8, 19-28

1) Evangelie 2) 2e lezing
* afbeelding Johannes de Doper

Geen tijdbom, maar tijd van genade

Preek op de tweede Adventszondag 6 december 2020 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, de schriftlezingen van deze zondag bevatten zoveel stof tot na nadenken en vragen stellen en inspiratie dat er geen beginnen aan is binnen de beperkte ruimte van een homilie.
Laten we daarom geen tijd verliezen. Laten we meteen maar bij het begin beginnen. Want er is écht sprake van een begin. “Begin van de blijde boodschap van onze Heer Jezus Christus”. “Begin” Dat klinkt nogal droog. Beetje overbodig ook. Want Markus heeft hiervoor nog geen letter geschreven. De andere Evangelisten hebben alle drie een soort voorwoord geschreven:  de verhalen rond de geboorte van Jezus. Met de engel, de herders, de wijzen uit het Oosten, het Woord dat vlees geworden is. Markus heeft helemaal niet zo’n voorwoord. Dat is de reden waarom theologen zijn Evangelie vrij algemeen als oudste en oorspronkelijkste Evangelie beschouwen.
Markus begint zijn Blijde Boodschap met de verschijning van Johannes de Doper die de komst van Christus aankondigt: “Na mij komt Hij die sterker is dan ik. Ik ben niet waardig mij te bukken en de riem van zijn sandaal los te maken”.
Het openbare  optreden van Jezus onder de mensen begint dus met de aankondiging van zijn optreden. Een soort bazuin die klinkt om de komst van een nieuwe koning aan te kondigen. Dat is om iedereen voor te bereiden op zijn komst. Jezus komst was niet heimelijk, alleen voor ingewijden. Zijn optreden aangekondigd door Johannes de Doper en zijn optreden was publiek vanaf zijn doop in de Jordaan door Johannes tot en met de kruisiging. en ruimschoots aangekondigd.
Waarom schrijft Markus zo nadrukkelijk Begin van het Evangelie van onze Heer Jezus Christus”? Omdat dit begin ook werkelijk het begin is van iets volkomen nieuws. Dat is en blijft het, overal en in elke tijd waar dit Evangelie klinkt. Het ís niet alleen het begin, namelijk van het Evangelie, het máákt ook een nieuw begin voor ieder die het hoort en gelooft. ‘Een nieuw begin’ dat is eigenlijk dubbel op. Want elk begin is het begin van iets nieuws anders is het geen begin.

Markus wil dat het goed tot ons als hoorders doordringt, dat het Evangelie niet alleen een begin heeft zoals elk verhaal en elk boek. Het is tegelijk een nieuw begin voor de mensen en de wereld. Een goddelijk initiatief. God maakt een nieuw begin opdat wij een nieuw begin kunnen maken. “Bereidt de weg van de Heer, maakt recht zijn paden” roept Johannes de Doper.
Het valt ons als mensen moeilijk om echt in een nieuw begin te geloven. Vreemd eigenlijk, want onze geboorte was en blijft ook een volkomen nieuw begin, voor onszelf en voor onze omgeving en de hele wereld. We zijn letterlijk ‘beginnelingen’. Maar we hóren onophoudelijk dat we het product zijn van een oneindige evolutie. We horen van alle kanten dat alles wat we doen gevolg is van onze opvoeding, van onze voeding, van onze hormonen; wat we goed doen en wat we verkeerd doen. Maar ook gebeurtenissen in de wereld, heel de geschiedenis legt men uit als een gevolg van eeuwenlange processen. Eigenlijk is alles al van te voren bepaald als door een onzichtbare hand. Menselijke vrijheid lijkt een illusie. En daarmee elk nieuw begin. Dus ook een bekering, een wedergeboorte. Vrijheid houdt in dat je iets kunt ondernemen; dat je een nieuw begin kunt maken, ook met je leven.
We zijn ons zelfs als christenen nauwelijks bewust hoe ingrijpend en nieuw de komst van Jezus Christus in de wereld is. Want in die wereld zoals ze in de oudheid werd opgevat, kon niets nieuws gebeuren. Alles werd door de goden en door het lot bepaald. Zelfs die goden konden daar niets aan veranderen. Maar de God van Abraham maakt een nieuwe begin. Hij nam een initiatief dat alles veranderde: de komst van Christus. En door zijn komst kwam ook een nieuw begin voor de mensen in de wereld. De vrijheid van God kinderen door het geloof in Jezus.
Laten we dit goed beseffen, lieve zusters en broeders: wij zijn een nieuw begin, wij zijn bevrijd van de wet van oorzaak en gevolg van de zonde. Dank zij Jezus Christus. En elk moment mogen we die vrijheid beoefenen. We mogen dus de tijd gebruiken tot Gods eer door in vrijheid proberen te doen wat goed is en heilzaam en tot zegen van onze omgeving.

De tijd is dan geen klok die onbarmhartig doortikt, maar de tijd is de gelegenheid die we krijgen om opnieuw te beginnen. Wij leven in de tijd. We zijn tijd. Tijd is zo beschouwd een geschenk van God, teken van zijn geduld.
We verwachten dan ook niet meer de ondergang van de wereld als gevolg van het kwaad en de zonde. Als een soort tijdbom die doortikt. We verwachten een nieuwe hemel en een nieuw aarde zegt Petrus. Verwachten is niet afwachten, maar de handen uitstrekken naar.
We verwachten die niet alleen, we mogen die ook “verhaasten” zegt hij “door een heilig leven en innig vroomheid”. Door een leven in vrijheid aan de hand van Gods liefde en oprecht respect voor God heeft ons leven zin en betekenis. Want het rijk van God ligt al binnen handbereik.  We versnellen de komst van dat rijk. Door niet op ons horloge te kijken, maar door de tijd te gebruiken waarvoor ze bedoeld is. Leven van Gods genade. Ja, laten we bedenken dat voor God één dag is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. Zo hebben we aan de ene kant alle tijd om het goede te doen en aan de andere kant geen tijd te verliezen om in te haken op Gods initiatief, het begin van het Evangelie van onze Heer Jezus Christus. Amen

pastoor Martin Los

Schriftlezingen voor de 2e Adventszondag (B-jaar) volgens het universele r.k. leesrooster:
1e lezing: Jesaja 40:1-5, 9-11
2e lezing: 2e Brief van Petrus 3:8-14
Evangelielezing: Marcus 1:1-8