Geen onbegrijpelijke code

Homilie op de 4e zondag in de Veertigdagen tevens eucharistie b.g.v. 30 jarig priesterjubileum op 14 maart 2021 Mariakerk

“Zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren zoon gegeven heeft opdat ieder die in hem gelooft niet verloren zou gaan, maar het eeuwig leven zou hebben” 1).
Lieve broeders en zusters, één herinnering aan het wereldkampioenschap voetbal in Mexico 1986  is mij altijd bijgebleven. Die herinnering kwam dezer dagen weer bij mij boven. Een paar supporters naast het doel hielden bij elke wedstrijd een groot wit spandoek omhoog. Wat erop stond leek een soort code: John 3:16. Ik moest er wel om glimlachen. “Wie zou er nou begrijpen wat daar mee bedoeld werd?” vroeg ik mij af. Vreemd is dat, je wilt door dat spandoek aan de hele wereld laten weten: “Zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat ieder die in hem geloofd eeuwig leven zal hebben”. Maar niemand begrijpt je. Want je spreekt geheimtaal. Je gebruikt een code: John 3
Soms bekruipt mij het gevoel dat we als kerk zo in de wereld staan. We willen de hele wereld iets vertellen dat van levensbelang is, maar de boodschap lijkt alleen verstaanbaar voor een kleine groep ingewijden die de code kennen, terwijl het alle mensen aangaat.
Als kern van mijn priesterschap heb ik steeds geprobeerd de kostbare eeuwenoude christelijke traditie te vertalen naar de wereld en de mensen van nu. Zonder afbreuk te doen aan de inhoud. Teksten en rituelen uit een ver verleden tot nieuw leven te wekken, in het vertrouwen dat het geloof en het Evangelie van levensbelang zijn voor iedereen, ook in onze tijd. En nog steeds voel ik een onstilbaar verlangen om een brug te slaan tussen die Blijde Boodschap en mensen van nu. Tussen God en mensen. Tussen mensen en God.

Ik heb persoonlijk mogen meemaken wat Gods nabijheid betekende voor de mensen, in vreugde en verdriet. Door de viering van doop en eucharistie, van boete en verzoening, het huwelijkspastoraat en de zorg zieken en stervenden. Een soort ‘heilige grond’. Soms zou ik wel gewild hebben dat iedereen door een cameraatje op mijn borst alles had kunnen meemaken. Ik voelde me zo bevoorrecht. Het maakte ook dat ik mij steeds weer gemotiveerd voelde. En ik hoopte ook dat ik die genade die ik ontving mocht uitstralen als priester.
Want de blijde boodschap is niet voor een groepje ingewijden, maar voor iedereen: “Zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat ieder die in hem gelooft niet verloren zou gaan, maar eeuwig leven zou hebben”. In dienst daarvan wilde ik staan en wil ik staan. Niet als een onbegrijpelijke code op een  spandoek, maar in klare taal. Als levende werkelijkheid hier en nu.  Waarom? Omdat de mens die God  geschapen heeft, te mooi is om te leven en weer te verdwijnen zonder de hoop die het Evangelie biedt, geproefd te hebben, zonder een glimp van het rijk van God te hebben opgevangen. De hoop die ons voorbij de horizon van deze wereld doet kijken juist omdat we de wereld liefhebben. Jezus is in de wereld gekomen om ons te vervullen van die hoop. Hij heeft daar alles, zijn eigen leven, voor over gehad. Met die hoop mogen we elkaar dienen en met die hoop mogen we de wereld dienen.
Waag het met zijn woorden, waag het met zijn voorbeeld, waag het met zijn liefde, en je wordt voor altijd deelgenoot van de hoop. Hoop, niet op dingen die je kunt zien en die weer voorbijgaan, maar wat voor ons ligt en nog onzichtbaar is, wat altijd nieuw is.
Om die hoop te voelen, te voeden en te koesteren moeten we, denk ik, liefde voor de wereld, opvatten. Echt van de wereld hóuden zoals God doet. “Alzo lief heeft God de wereld gehad”.

Laten we niet zelfgenoegzaam worden door onze welvaart. Laten we niet onverschillig worden voor onrecht en lijden in de wereld. Laten we niet angstig worden door wat de wereld bedreigt. Laten we de wereld liefhebben zoals Jezus haar liefheeft gehad. Wanneer we als mensheid en kerk en persoonlijk die taak om de wereld lief te hebben op ons nemen, dan gaan alle mensen  begrijpen wat het betekent dat God de wereld werkelijk lief heeft gehad. En wat dat betékent voor ons. In Jezus is voorgoed de vlag van de hoop op de aarde geplant.
Deze liefde voor de wereld is een zaak van ernst en vreugde tegelijk. Ernst want de hoop is te kostbaar om er slordig mee om te gaan. Vreugde want het is een schitterende opdracht om pal te staan voor de hoop omdat deze wereld voorwerp van Gods liefde is. Daar staat het kruis en de verrijzenis van Pasen borg voor.
Laten we echt serieus de wereld liefhebben en ons inzetten voor een wereld waar straks nog plaats is voor mens, en dier en plant. Waar onze kleinkinderen onbedreigd kunnen leven wan ook zij mogen ontdekken dat zij Gods kinderen zijn. Dan zal ook de boodschap van het Evangelie begrepen en omhelsd worden en: dat zelfs het kwade en de dood niet het laatste woord hebben over ons leven en de wereld, maar de liefde van God. Laten we als kerk die liefde vieren als we zondags samenkomen en danken voor de schepping en voor het leven en voor de hoop. Met hart en ziel, met al onze zintuigen zoals in de katholieke traditie, en met zang en muziek. Al een jaar lang hebben we ons moeten inhouden vanwege corona. Daarvoor voelen we wat we missen, ook een gemeenschapsgevoel en hartelijke contacten. Als we elkaar liefhebben en als we de wereld en de aarde liefhebben, is het Evangelie geen schat die we in de aarde verbergen, geen onbegrijpelijke code op een spandoek, maar levende werkelijkheid: “Alzo lief heeft God de wereld gehad dat hij zijn enige zoon voor ons allen gegeven heeft”.

Als door mijn predikantschap en mijn priesterschap een vonkje daarvan in de harten van de mensen is overgesprongen en als dat vonkje andere aansteekt, ben ik onuitsprekelijk dankbaar. Dankbaar voor alle gelovigen, alle vrijwilligers, collega’s en alle mensen die ik op mijn pad ben tegen gekomen en die me gestimuleerd en gesteund hebben. Dankbaar ook voor mijn vrouw Nelleke die altijd achter me gestaan heeft en mijn roeping mede mogelijk heeft gemaakt. Dank aan mijn gezin dat mij niet opeiste maar geduld hadden met hun soms onzichtbare vader. Bovenal dank aan God die mij de gave van de verwondering heeft gegeven en die mij steeds weer innerlijk vernieuwd heeft om bij de tijd en jong van geest te blijven. Dank aan Jezus Christus die voor ons de liefde van God belichaamd en ons alleen belast heeft met de dienst van de hoop en de liefde. Amen

Pastoor Martin Los

1) Evangelielezing op de 4e zondag in de Vastentijd: Johannes 3:14-21

Een glimp van de verrijzenis

Homilie op de 2e zondag van de Veertigdagentijd 28 februari 2021

Lieve broeders en zusters, we bereiden ons in deze Veertigdagentijd voor op de viering van de Verrijzenis van Jezus die de eerstgeborene uit de doden genoemd wordt. Deze tijd bereidt ons als het ware opnieuw voor op dat niet te bevatten wonder van God.
Het verhaal van de Verheerlijking op de berg 1) helpt ons bij de voorbereiding op Pasen. Het opent de ogen van het geloof voor wie Jezus werkelijk is, de Zoon van God, en dat zijn lijden leidt tot zijn verheerlijking. Dat gebeurt bovenop de berg, beeld van Jezus die in gebed is, dicht bij de Vader in de hemel. Hij heeft zijn heerlijkheid niet verloren door mens te worden. Hij heeft zijn heerlijkheid alleen afgelegd, als een koning die zijn mantel aflegt, maar toch koning blijft. Deze man die zijn stem niet verheft en wiens gestalte is al en knecht, onaanzienlijk in de ogen van de mensen. Een stem uit de hemel zegt: “Dit is mijn Zoon, mijn Welbeminde.  Luistert naar Hem”.  Wanneer Jezus later sterft aan het kruis wordt het geloof van de leerlingen op de proef gesteld. Maar ze geven hun geloof niet op. Ze hebben hem gezien zoals hij is. Met Pasen verschijnt hij aan hen voorgoed als de Verrezene. En hij verschijnt zo aan allen die beproefd worden om hun geloof tijdens hun leven zoals een vuurtoren een schip in het nachtelijk duister leidt naar de veilige haven.
Als Jezus in gebed op de berg is begint zijn kleding te stralen als de zon. Hij verschijnt aan hen in al zijn heerlijkheid. De leerlingen zijn er getuigen van. Maar ook Mozes en Elia verschijnen. “Heer, zullen we drie tenten voor u neerzetten? “vragen die leerlingen die de betekenis nog niet begrijpen. Tot nu hebben ze naar de voorlezing van wet en de profeten in de synagoge geluisterd als het woord van God maar zonder het volledig te begrijpen Alsof er een sluier over lag. Maar nu komen de woorden tot leven. Ze stralen want nu wordt duidelijk dat de wet en de profeten al over Christus spraken in talloze voorbeelden.
Er zijn helemaal geen tenten voor Mozes en Elia nodig, want nu komt de betekenis van hun woorden aan het licht. Jezus Christus is genoeg. Hij ontsluit de betekenis van de oude woorden die opgeschreven staan.
Zoals het verhaal van Abraham 2). Wat moeten we met dit verhaal zonder kennis van Jezus. Vraagt God werkelijk mensenoffers. Wordt van een gelovigen werkelijk een onmenselijke beproeving gevraagd? Zouden we zonder Jezus begrijpen dat het offer van Izaak over de verrijzenis gaat?
De Brief aan de Hebreeën geeft een korte verklaring van wat geloof is: “Het geloof is de zekerheid van de dingen die men hoopt en het bewijs van de dingen die men niet ziet”. Jezus zelf wekt dat geloof en die hoop in ieder aan wie hij zich openbaart. Dat is een geschenk. Een beeld dat niemand ons kan afnemen, maar dat we wel moeten koesteren in ons hart. Een visioen dat we delen met elkaar in de sacramenten, met name in de eucharistie waarin Jezus zich aan ons toont als de Heer die bij ons is.
De verhalen over Abraham krijgen hun volle betekenis vanuit het Evangelie van Jezus.
De Hebreeënbrief zegt: “door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef gesteld werd, Izaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen was bereid zijn enige zoon te offeren. Terwijl God tegen hem gezegd had: “alleen door Izaak zul je nageslacht krijgen, zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken. En daarom kreeg hij hem ook terug bij wijze van voorafbeelding.
De eerste christenen lazen dus het verhaal van Abraham als uiting van geloof in de verrijzenis, en ze begrepen het offer van Izaak als voorbeeld van het offer van Christus. Abraham ging op weg en volhardde ook al had hij nog maar een glimp opgevangen van de toekomst, van de verrijzenis. Dat is ook wat de verschijning van Mozes en Elia bij  de verheerlijking van Jezus zichtbaar maakt.
We moeten dus heel de Heilige Schrift lezen en zien vanuit het Evangelie. De verrijzenis van Jezus is volstrekt nieuw en uniek, maar ze werpt haar schaduw al vooruit. Ja, alle geloof is al Paasgeloof: de zekerheid van de dingen die men hoopt en het bewijs van de dingen die men niet ziet”.
Paasgeloof kenmerkt zich door de hoop. En dat leven vanuit de hoop uit zich in volharding en liefde. Het Paasgeloof maakt dat we steeds open oog hebben voor de mogelijkheden het leven en de wereld mooi te maken. We staan ervoor open dat steeds als uit het niets iets nieuws groeit. Er is in de wereld zoveel dat ons moedeloos kan maken. Alles lijkt uiteindelijk zinloos. Maar het geloof in God –  een geloof dat altijd een Paasgeloof moet zijn – wekt ons op om altijd vol goede moed te zijn. Of zoals Paulus zegt in de 2e lezing: als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn? 3) Amen

Martin Los, pastoor

Schriftlezingen voor deze 2e zondag in de Veertigdagentijd volgens het rooms-katholieke leesrooster voor Zon- Feestdagen
1) Evangelielezing: Markus 9:2-8
2) 1e lezing: Genesis 12:1-18
3) 2e lezing: Romeinen 8:31-34

Afbeelding Duccio di Buoninsegna 1255-1318