‘Het is niet goed dat de mens alleen blijft’

Preek op de 27e zondag jaar B op zondag 3 oktober 2021 in de Mariakerk en Willibrordkerk

“Het is niet goed dat de mens alleen blijft” 1)
Lieve zusters en broeders, deze week maakte supermarktketen Jumbo bekend dat in een aantal filialen een kassa zou komen waar mensen even een praatje konden maken als ze daar behoefte aan hadden. De gedachte erachter was dat veel alleenstaanden, met name oudere mensen, op sommige dagen niemand spreken. Ze hebben het gevoel dat hun tong aan hun gehemelte zit vastgeplakt. Het zegt wel iets over onze samenleving dat er zo’n eenzaamheid heerst. We kunnen daar eigenlijk geen genoegen mee nemen. Maar wat doen we eraan? Als parochie hebben we verscheidene malen – vooral tijdens de coronacrisis – via het kerkblad oproepen gedaan dat eenzame mensen zich zouden melden. Maar er kwam geen reactie. Blijkbaar hebben mensen behoefte aan spontáán contact in de buurt of van bekenden. Dit is een oproep aan ons allen om te zien of er in onze directe omgeving eenzame mensen zijn die we met een bezoekje of telefoontje een groot plezier zouden kunnen doen.
U merkt dat ik een paar keer de woorden ‘alleen’ en ‘eenzaam’ door elkaar hebt gebruikt. Toch moeten we onderscheid maken. Want je kunt eenzaam zijn maar niet alleen. Je kunt je eenzaam voelen terwijl je helemaal niet alleen bent, maar in een kamer vol mensen of waar dan ook. De kerk niet uitgezonderd. Bijvoorbeeld omdat niemand iets aan je vraagt, of je merkt dat iedereen met anderen dingen bezig is als jij. Je kunt je in de steek gelaten voelen.
In het scheppingsverhaal gaat het al over de mens die alleen is. “Het is niet goed dat de mens alleen blijft” Van alles wat hij geschapen heeft, zag God dat het goed was. Tof is het Hebreeuwse woord dat we te danken hebben aan de Joodse gemeenschap in ons land. Tof is iets waar niets aan ontbreekt en waar de waarnemer van geniet..
“Het is niet goed dat de mens alleen blijft”. Dat is niet tof. Er ontbreekt iets wezenlijks aan de mens aan het begin. Hij is nog onaf. De mens kent zichzelf nog niet. Hij wijst de dingen en de dieren om hem heen aan. Hij geeft ze een naam. Dat wil zeggen dat je er over kunt beschikken en er mee weet om te gaan. Maar de mens heeft nog geen idee van zichzélf. Hij kan zichzelf níet eenzaam voelen, want hij weet nog niet wat of wie hij mist. “Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past” zegt God in het begin van de schepping en in het begin van de Bijbel. Vervolgens horen we het mysterieuze verhaal van de mens als man en vrouw. De mens die alleen is, wordt als het ware opengevouwen in man en vrouw. Zij is aan hem gewaagd, aan hem gelijk. Eén met hem en toch anders.
Door de ander die anders is en toch eén met hem, en gelijk aan hem maar toch niet hetzelfde, kan de mens zichzelf leren ontdekken en kennen. En van haar geldt het zelfde.
“Het is niet tóf dat de mens alleen blijft” is dus niet een sociaal probleem, maar de vraag naar wie de mens zelf is. Hoe mens te zijn en zichzelf leren kennen. Daarvoor is de ander nodig, die niet alleen ander is maar ook anders en toch gelijk. Alleen in meervoud en diversiteit, alleen door het verschil, leren we de rijkdom van onszelf en elkaar kennen. In de ontmoeting met elkaar als mensen die één en gelijk zijn en toch anders. Als verschillende personen, leren we onszelf kennen. En de ander. Voelt een mens zich thuis.
We kunnen onszelf af en toe wel even terugtrekken in gedachten of op een plek waar we alleen met onszelf zijn, maar steeds weer keren we terug in de wereld van de mensen om ervaringen op te doen en ons zelf daardoor beter te leren kennen. Naar elkaar luisteren verrijkt onszelf. “Het is niet goed dat de mens alleen blijft”
We kennen allemaal de ervaring dat als we onszelf uitspreken tegenover iemand die we vertrouwen, een vriend, een zus, een pastor, dan draaien we niet langer in een cirkeltje in ons zelf rond, maar we onderscheiden wat we wel belangrijk vinden en wat eigenlijk onzin is. Het kaf, de onzin, van het koren, wat zinvol is. Dan kunnen we weer verder gaan. We zien weer een weg voor ons omdat we met de ander ons innerlijk gedeeld hebben.

Een heel bijzondere vorm van een zijn en anders zijn, van gelijk zijn en toch verschillend is natuurlijk het huwelijk. Dat mensen zich levenslang met elkaar verbinden, een verbond aangaan met het oog op een onbekende toekomst. Alles is onzeker, maar de belofte aan elkaar niet. Mensen, een vrouw en een man die het leven van de mens mogen doorgeven in een volgende generatie zodat de ontdekkingsreis van de mens doorgaat. Het is duidelijk dat we daar heel zorgvuldig mee moeten omgaan. Want eigenlijk is het een wonder dat mensen zo’n twee-eenheid kunnen vormen. Niet alleen moeten de gehuwden daar zelf zorgvuldig, respectvol en vol durf mee omgaan, maar ook de omgeving en de maatschappij.
Jezus komt op voor het geheim van het huwelijk 2). Hij constateert ook in zijn dagen dat het wonder van het huwelijk aan banaliteit dreigt ten onder te gaan. Een kwestie van de juiste formaliteiten verrichten en het is achter de rug.  Maar dat is vanaf het eerste begin niet de bedoeling: “Het is niet goed dat de mens alleen blijft”. Jezus die zelf vol passie was en zijn leven gaf voor allen, kwam met hart en ziel op voor de liefde en trouw. Hij legt als de levende Heer aan het begin van hun huwelijk met vreugde de handen van gehuwden in elkaar.
Velen in onze tijd slagen er niet in elkaar vast te houden. Misschien was dat in vroeger tijden ook zo en leefden niet weinig mannen en vrouwen als vreemden of verbitterd met elkaar onder één dak. Zij verdienen ons medeleven en begrip in plaats van afwijzing. Maar dat neemt niet weg dat de liefde en trouw tussen mensen die één zijn en toch anders, gelijk en toch verschillend, een groots avontuur is. Chapeau voor de vrouwen en mannen die dit aandurven en volhouden in deze tijd. Maar ook petje af voor degenen die ongehuwd blijven uit vrije verkiezing of omdat zij niemand vonden die bij hen paste, of alleen kwamen te staan, maar die niet minder deelnemen aan het avontuur van het menszijn door hun liefde voor de mensheid, hun hulpvaardigheid, hun luisterend oor, hun vreugde in het leven dat we samen mogen delen als geschenk van God.
Amen

Martin Los, pastoor
Schriftlezingen op de 27e zondag door het jaar B volgens het universele r.k. lectionarium:
1) Genesis 2:18-24
2) Evangelielezing: Markus 10:2-16

Inclusief en divers

Preek op de 26e zondag Jaar B 26 september 2021 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, er is in onze tijd veel te doen over inclusiviteit, en diversiteit, we mogen niemand buitensluiten, maar tegelijkertijd moeten mensen zo verschillend mogelijk kunnen zijn. Het spreekt vanzelf dat dit hier en daar flink schuurt.
Dat probleem of die uitdaging doet zich niet alleen in onze tijd voor. Het is min of meer van alle tijden, al is het steeds op een andere manier. Het heeft er mee te maken dat we allemaal op de een of andere manier tot een groep behoren, maar toch ook personen die allemaal uniek zijn. Steeds opnieuw zoeken we daarbij naar een balans om in vrijheid en vrede met elkaar te kunnen leven. Belangrijk daarbij is dat we zaken niet op de spits drijven, maar kunnen relativeren. We hebben onze idealen, met name als jongeren, tegelijkertijd is er humor nodig en levenswijsheid die kenmerk zijn van de rijpere leeftijd.
Jozua was een jongeman, een knecht van Mozes 1).  Hij was vol bewondering en respect voor zijn meester. Als er twee mannen, Eldad en Medad, zich niet repectvol lijken te gedragen, doordat ze buiten Mozes om profeteren ziet Jozua dat als gebrek aan respect. “U moet hier een eind aan maken” roept hij Mozes toe, alsof die ernstig te kort schiet en over zich heen laat lopen. Maar Mozes antwoordt mild: ”ik wou dat heel het volk van de Heer profeteerde”. Mozes kijkt niet naar wat scheidt, maar naar wat verbindt. Het is te vergelijken met een voorzitter van een fractie waarin doorgaans partijdiscipline heerst. Toch zijn er twee leden die een andere standpunt innemen en daarvoor uit komen. “Maak een eind aan die rebellie” roepen sommingen. Maar de partijleider glimlacht en zegt: “ik wou dat iedereen zo diep over zaken nadacht en de moed had daarvoor uit te komen. Ik heb liever een eerlijke pittige discussie dan allemaal ja-knikkers”.

Wanneer de leerlingen van Jezus ontdekken dat ergens onbekenden die geen volgelingen van Jezus zijn, in zijn naam duivels uitdrijven, proberen ze dat te verhinderen 2). Maar Jezus maant hen tot bezinning: “verhindert het hen niet, want iemand die een wonder doet in mijn naam, zal niet gauw iets ongunstigs over mij spreken. Wie niet tegen ons is, is voor ons”.
Deze wijsheid kan ons ook helpen conflicten te overwinnen in de omgang met elkaar, ook in de kerk. We beleven allemaal ons geloof op een verschillende manier. Als we die verschillen opblazen ontstaan er overal scheidingen tussen mensen. We hebben onze idealen en belangen Maar als we ieder die daar niet aan voldoet zien als een afvallige of tegenstander, maken onze idealen meer kapot dan ons lief is. Wanneer we dezelfde Heer liefhebben, maar op verschillende manier en vanuit een verschillende perspectief dienen, dan moeten we elkaar toch niet afschrijven. Christenen van allerlei kerken benadrukten tot een halve eeuw geleden de verschillen in leer en traditie. Men meed elkaar zoveel mogelijk. Men praatte over elkaar, maar niet met elkaar. Toen kwam de omslag. Men ging kijken wat ondanks alle verschillen gemeenschappelijk was. Dat was heel veel. Tegenwoordig zijn er vele oecumenische bijeenkomsten en activiteiten. Een feest van herkenning. Ik heb de vruchten van de erkenning zelf mogen ervaren doordat ik als predikant tot priester gewijd mocht worden. Ik beleefde dat niet als een verloochening van mijn protestantse achtergrond, maar als een roeping en als een vervulling van wat ik dank zij het geloof waarin ik was opgegroeid had gezocht.

Waar we bij alles discussies over verschillen in overtuiging en gedrag op moeten letten is niet of iemand anders denkt dan wij of een andere overtuiging heeft, maar wat we doen aan de ander als die ander hulp nodig heeft: “Als iemand je een beker water geeft, omdat je van Christus zijt” zal hij zijn beloning zeker niet ontgaan”.
Wanneer we ooit voor onze Heer moeten verschijnen, wordt niet gevraagd of we de juiste standpunten hebben ingenomen en verdedigd, maar wat we gedaan hebben voor onze naaste tegenover ons, en dat kan best een tegenstander zijn geweest: ”Als  iemand één van deze kleinen die geloven tot zonde verleidt het ware beter dat hem een molensteen om de hals werd gedaan en in zee geworpen”. Het is een radicale uitspraak van Jezus. Die uitspraak is absoluut niet bedoeld om ons angst aan te jagen, omdat we allemaal misschien wel eens iets gedaan hebben waarvan we de gevolgen niet konden overzien. Juist om onze zwakheid heeft Jezus zijn leven gegeven, om ons zondige mensen, hoop te geven en uitzicht op Gods goedheid. Daarom heffen we altijd het oog naar zijn kruis.
Maar het ergste wat een mens kan doen, is iemand anders bewust alle hoop ontnemen. Daar ligt de basis van elke veilige en vruchtbare vorm van gemeenschap: de ander niet alle hoop ontnemen. Dan ontnemen we de ander zijn menselijkheid. Er is een ondergrens. We kunnen nog zo verschillen van overtuiging of in welk opzicht dan ook, we moeten elkaar blijven respecteren.
Verschillen in overtuiging, in leer, in traditie, vallen in het niet bij de vraag of we de ander tegenover ons geholpen hebben in acute nood. Hebben we de ander alle hoop ontnomen op begrip en herkenning als mens toen de situatie daarom juist wel om vroeg? Laten we bij alles discussies over diversiteit en inclusiviteit niet de ander als mens uit het oog verliezen, maar de helpende hand bieden en elke ontmoeting maken tot een bron van hoop en uitzicht. Amen.

(c) Martin Los
Schriftlezingen voor deze zondag volgens het universele r.k. lectionarium:
1) 1e lezing: Numeri 11:25-29
2) Evangelielezing Marcus 9:38-43,45,47-48