Homilie op de 4e zondag in de Veertigdagentijd C-cyclus

Op zondag (en vooravond) 10 maart 2013 in de Mariakerk in De Meern
bij Evangelielezing: Lukas 15: 1-32

Lieve zusters en broeders, we worden de laatste tijd in de media overstelpt door publieke spijtbetuigingen. Deze week was het de sympathieke wielrenner Michael Boogert die kwam vertellen dat hij vele jaren doping gebruikt had. Een tijdje terug was er de openbare biecht van Lance Armstrong bij Oprah Winfrey. Om maar een paar voorbeelden te noemen.

Wat opvalt aan deze publieke spijtbetuigingen, zoals bijvoorbeeld van topsporters die doping gebruikt hebben, is dit. De bekentenissen komen bijna altijd onder grote druk van buiten tot stand.
Het lijkt op deze manier zo dat de spijt over het feit dat een misstap aan het licht is gekomen, groter is dan de spijt over de misstap zelf.
We kunnen ons daar wel iets bij voorstellen. Hetzelfde publiek en dezelfde media die van sporters elke dag opnieuw bovenmenselijke successen vergen, staan even gretig klaar om de dopingzondaar te verguizen. Hebben niet alle partijen boter op hun hoofd?

Het is jammer dat we op deze wijze zo weinig voorbeelden van echte spontane spijt tegenkomen.
Dat is jammer omdat spijt eigenlijk iets heel moois is. De aanleiding niet, maar wel de spijt. Spijt of berouw effenen voor een mens de weg naar geluk en blijdschap.
Want als wij iets gedaan hebben, wat niet goed is, en we verbergen dat, dan voelen we ons onecht.
Pas wanneer we ergens echt voor uit komen, vallen we weer helemaal samen met onszelf. Dan kunnen we weer onszelf zijn en spontaan doen.
Met een gerust hart weer jezelf zijn, spontaan leven, niet bang zijn dat je vroeg of laat tegen de lamp loopt, dat is iets wat je ieder mens gunt.
Het is iets dat God ieder mens gunt. Daarom heeft hij ook de mogelijkheid tot spijt in ieder mens gelegd.

Gelukkig hebben we in het Evangelieverhaal dat we zo-even gehoord hebben, een prachtig voorbeeld van oprecht berouw.
Op een gegeven moment denkt de jongste zoon die zijn bezit er door heen gejaagd heeft: “waar ben ik mee bezig? De dagloners van mijn vader hebben het beter dan ik!”
Hij stelt zich in gedachten voor dat hij naar zijn vader terugkeert, zijn misstappen erkend, en vraagt of zijn vader hem wil terugnemen al was het maar als één van zijn dagloners.
Hier geen dwang van buitenaf, maar eigen inzicht en beslissing. Echt berouw moet altijd geheel vrijwillig zijn. En ze moet volledige erkenning inhouden van de misstap. Echt berouw stelt geen voorwaarden vooraf. Ze onderhandelt niet. Ze is één en al overgave.

Als de zoon dicht bij huis komt, staat zijn vader al op de uitkijk. Hoelang is de jongen van huis geweest?  Een hele lange tijd. Al die tijd heeft zijn vader op de uitkijk gestaan.
Jezus lijkt daarmee te willen zeggen: als jij als mens echt spijt hebt van iets dat je misdaan hebt, dan is die spijt zelf eigenlijk al het werk van God die zijn verlangen naar jou  doet gevoelen.
Wanneer wij verlangen dat het weer goed komt tussen God en ons, dan is dat al het werk van God in ons. Hij is dan al bezig ons naar zich toe te trekken. Het is zijn liefde die we weer volledig willen ervaren.
Spijt is een geschenk van God. Dat is niet iets om voor weg te lopen. Het is een uitstekend medicijn op weg naar totale genezing.

De kerk verkóndigt de vergeving van zonden. Ze maakt een onlosmakelijk deel uit van de geloofsbelijdenis die we elke zondag bidden. De kerk mag ook de vergeving vieren in het sacrament van verzoening, de biecht.
Net als alle sacramenten is de biecht een geschenk aan de kerk en aan alle gelovigen. Het is de plek om zonder dwang en volledig en zonder angst aan God te vertellen wat ons spijt. Daar ervaren we opnieuw de vreugde die God zijn kinderen zo van harte gunt.
De biechtstoelen hier in de kerk zijn opnieuw en eigentijds ingericht. Ze zijn beeld van de Vader die altijd op de uitkijk staat.

Toch is er nog wel een serieuze vraag: loopt de kerk met haar verhaal van de vergeving van zonden niet achter?
Biedt de kerk niet iets aan waar aan geen behoefte meer is? Het woord zonde is helemaal uit de alledaagse taal en uit het eigentijdse denken verdwenen. En zelfs katholieke gelovigen menen dat de biecht lang geleden is afgeschaft.
Zo’n vijfentwintig jaar gelden al zong Barbara Streisand een heel mooi inspirerend lied met de woorden: there are  no mistakes, just lessons to be learned (er zijn geen fouten, alleen maar lessen die je leert).

Inderdaad beleven we tegenwoordig onszelf anders dan vroeger. We beleven ons levensverhaal als één van vallen en opstaan. Ieder levensverhaal is weer anders. We erkennen dat we fouten maken en proberen ervan te leren en zo echte mensen te worden.
In onze tijd telt niet alleen het levensverhaal van koningen en andere beroemdheden. We zijn de hoofdrolspeler in ons eigen verhaal. Onze fouten zijn niet zozeer zaken waar we ons voor schamen, maar prikkel om het de volgende keer anders en beter te doen.
In een wereld waar weinig dingen vast staan, maak je gemakkelijker fouten. En we zijn er terecht trots op als dat lukt.
Vooral jonge mensen hebben weinig moeite om fouten te erkennen. Dat hoort er voor hen gewoon bij. We zeggen: wie nooit een fout heeft gemaakt, heeft niet echt geleefd. En dat is de grootste fout.

De kerk verkondigt de vergeving van zonden. Betekent dat nou: “mensen, die zegt “van je fouten leren” verbeeldt je maar niets. In Gods oog stelt dat allemaal niks voor, want in zijn ogen is iedereen een zondig mens?
Nee, fouten erkennen en van je fouten leren, is mooi. Dat maakt leven boeiend. Het vermogen van je fouten te leren heeft God in ons gelegd om dagelijks te kunnen groeien in verstand, wijsheid, begrip en barmhartigheid.

Maar we staan er niet alleen voor. God wil ons ook helpen. Gelukkig zijn niet alle fouten zijn zonden. Maar soms kunnen we het gevoel hebben, dat we niet “iets” verknoeid hebben, maar dat we onszelf in de knoei gebracht hebben. Als er iets gebeurd is wat onze persoon in de waagschaal stelt. Dat we onze integriteit en onze geloofswaardigheid kwijt zijn. Dat we in de relatie naar anderen en naar God en naar onszelf iets kapot gemaakt hebben.

Wat mooi als we dan als de verloren zoon opstaan en naar “Onze hemelse Vader” durven gaan. Wat mooi dat hij dan in het sacrament van vergeving al op de uitkijk staat, om ons te omhelzen als zijn kind en ons weer aan onszelf terug te geven als een nieuwe mens.

Ik ben dit weekend 22 jaar priester. Ik ben elke dag dankbaar voor dit grote voorrecht dat mij gegeven is. Het evangelie dat ik mag verkondigen, alle pastorale taken die ik mag vervullen en de sacramenten die ik mag bedienen, vervullen me echt elke dag met vreugde.
Maar de keren dat ik een mens die oprecht spijt heeft, de handen mag opleggen en namens God en zijn kerk vergeving mag schenken behoren tot de meest onvergetelijke momenten.
Wat is het mooi om een andere de hand op te leggen en te zeggen: “uw zonden zijn u vergeven! Ga in vrede”.  Amen

Homilie op de 3e zondag in de Veertigdagentijd C-cylus

op zondag 3 maart (en vooravond) 2013 in de kerk van H. Willibrord te Vleuten/ Leidsche Rijn.
Bij Evangelielezing van de zondag: Lukas 13:1-9

Lieve zusters en broeders, het Evangelie vertelt over een bouwvallige toren in Jeruzalem die boven op mensen stortte en hen verpletterde.
De mensen in de tijd van Jezus hadden natuurlijk precies dezelfde gevoelens als wij als er een ramp gebeurt. Je moet er niet aan denken dat je zelf daar op dat moment met je tas met boodschappen gelopen had.

We voelen hetzelfde. Deernis met slachtoffers van een ramp. Opluchting wanneer er niemand bij is die we kennen. En verwondering over het feit dat de één zomaar weggerukt wordt uit het leven, en de ander, jijzelf, gewoon door kunt gaan met de dingen doen waar je mee bezig bent.

Zo’n ramp die anderen treft, kan je er plotseling bewust maken dat tijd, tijd van leven, niet iets vanzelfsprekend is. De tijd als klokkentijd tikt altijd door. Maar tijd van leven is beperkt. Door een ongeluk dat anderen overkomt, kunnen we onszelf opeens bewust worden dat tijd van leven iets is waarover we niet beschikken. Het is tijd die je geschonken wordt.

Vrijdagavond stonden de supporters van Vitesse voor de wedstrijd Vitesse-Utrecht in de Gelredome stil bij het overlijden van oud-speler en trainer Theo Bos die op 47-jarige leeftijd aan kanker is overleden. Honderdduizenden hebben inmiddels de beelden op t.v. gezien. Het was een mooi en ontroerend bewijs van respect van duizenden mensen, jong en oud, tegelijk.
Maar ik ben er zeker van dat velen van die anders zo luidruchtige supporters ook even stil waren omdat ze dachten: “Hé, zoiets kan mij ook overkomen. Leven is niet vanzelfsprekend. Wat doe ik eigenlijk met mijn leven?”
Wie weet waren er toch die daardoor dachten: ik ga mijn leven anders inrichten. Misschien waren er wel, al was het maar één, die dacht: “ik heb van mijn leven tot nu toe een zootje gemaakt. Ik ga het beter doen!”

Zo kan het ongeluk dat de één treft, de ander tot bezinning brengen. Bijvoorbeeld dat je je weer bewust wordt dat het leven een geschenk is. Een geschenk waar je iets goeds mee mag doen. Een nieuwe kans.

Je kunt dit niet omkeren. We kunnen niet zeggen: “Het leven is een geschenk, een kans om te genieten van het mooie en om zelf het goede te doen. Dus als iemand plotseling sterft, is dat  teken dat hij of zij dat niet verdiende.

Tegen die opvatting verzet Jezus zich. Je mag een ramp die mensen treft of de gruwelijke behandeling door een wrede dictator niet zien als een straf van God die mensen treft.
Dan zou elk ongeluk of ziekte teken zijn dat iemand niet goed heeft geleefd, en dan zou het feit dat jij nog wel leeft een soort bonus zijn voor het goede dat je doet.

Natuurlijk kennen we allemaal we de vraag die bij ons opkomt bij tegenslag: “waarom overkomt mij dit? Waaraan heb ik dit verdiend?”  Heel begrijpelijk zo’n gedachte. Want we zoeken altijd naar oorzaak en gevolg.
Maar in het geval van het kwade tot ons treft, is het een zinloze vraag. Tegenslagen horen bij het leven in deze wereld. Ze kunnen iedereen overkomen.
Veel vruchtbaarder is de vraag: “hoe ga ik om met het kwade dat mij treft? Hoe kan ik ook daarin een echt mens blijven?”

In de Kruisweg die elke vrijdagavond in de Mariakerk gebeden wordt, kwam ik dit zinnetje tegen: “Niemand kiest zijn eigen kruis, maar misschien kunnen we wel kiezen hoe we er mee omgaan”.

De rampen die anderen treffen, moeten ons niet gerust stellen dat onze tijd van leven een bonus is voor een onberispelijk leven dat we geleid hebben. Nee, het kwade dat anderen treft,  kan ons ervan bewust maken dat tijd niet iets is wat je hebt, maar wat je geschonken wordt. Het leven zelf is een geschenk, een kans om er iets van te maken, een kans om nee te zeggen tegen wat verkeerd is in je leven, een kans om te gaan leven als een goed mens.

Die tijd die ons gegund wordt, is een teken van Gods geduld en barmhartigheid, houdt Jezus de mensen van zijn tijd en ook ons voor.
Dus het kwade dat mensen treft, is geen teken dat God hen straft. Het is ook geen teken dat God het kwade zomaar toelaat. Dat zijn onze denkwijzen.
Er is een derde weg. Dat is de weg van God zelf, de weg van het Evangelie: de wereld met het kwade dat daarin plaats vindt, gaat nog steeds door omdat God mensen de kans gunt om tot bezinning en inkeer te komen.
We raken hier aan het mysterie van Gods liefde.

God verdraagt het kwade. Hij verdraagt het kwade – hoe zwaar het hem ook valt – omwille van de mensen, om iedereen de mogelijkheid te geven om te ontdekken waarvoor je als mens leeft: om het goede te genieten, om het goede zelf te doen en het leven mooi te maken met en voor anderen uit dankbaarheid voor het feit dat God ieder mens het leven schenkt.

Hoe zwaar dit God valt blijkt hieruit dat hij zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar voor ons allen overgeleverd.
God zei niet, toen zijn Zoon Jezus Christus onschuldig aan het kruis stierf door de slechtheid van mensen: “Nu is het afgelopen. Ik stop met het prachtige avontuur Mens. Het wordt nooit wat!” Nee, hij maakte dit moment tot keerpunt.
Nu is Jezus die door het kwade getroffen werd, de bron van eeuwig heil geworden, de poort naar het eeuwige leven, naar Gods liefde van wie niets of niemand ons nog kan scheiden.

Toen Jezus bespot werd al een misdadiger en aan het kruis geslagen, zeiden veel mensen dat God hem in de steek had gelaten. Dat dit een straf van God was. En zelf maakte hij die beproeving volledig door als mens toen hij riep aan het kruis: “mijn God, waarom hebt ge mij verlaten?”

Maar omdat Jezus door zijn pijn en lijden het mysterie van Gods liefde ten volle heeft geopenbaard, zeggen wij bij elke kruiswegstatie: “wij aanbidden u, christus, en loven u. Omdat gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost”

Het kwade heeft niet het laatste woord over het leven van een mens, maar de liefde van God. Laten we daarom in deze tijd van bezinning ons afvragen of er geen dingen zijn in ons leven die verkeerd zijn, naar onszelf, naar onze naaste, naar God.
Laten we door het kwade dat ons mogelijk treft, ons niet laten verleiden om ons gewonnen te geven aan het kwade in de vorm van cynisme en ongeloof.
En laten we allemaal de tijd die ons gegeven is, als een geschenk beschouwen en gebruiken om het leven mooi te maken en te leven tot eer van God die ons het leven geeft. Amen.