homilie op de 26e zondag door het jaar op zondag 29 september 2013 in de Mariakerk De Meern

Preek tijdens de eucharistievering op de 26e zondag door het jaar op 29 september 2013 in de Mariakerk te De Meern
voorgeschreven lezingen uit het rooms-katholieke lectionarium: 1e lezing Amos   6:1a.4-7 2e lezing I Timotheus 6:11-16 Evangelie Lukas 16:19-31

Lieve broeders en zusters, de gelijkenis die Jezus vertelt over de rijke man en de arme Lazarus is behoorlijk verontrustend. Kun je eigenlijk geen feest meer vieren zonder het gevoel dat je dat later misschien lelijk zal kunnen bezuren? Misschien bekruipt ons dat gevoel bij het horen van deze gelijkenis.

Maar de rijkaard in de gelijkenis viert niet af en toé feest omdat er iets te vieren valt, een verjaardag of een bruiloft of zoiets. “Hij vierde elke dag uitbundig feest”.
En gezien zijn kleding “purper en fijn linnen” was hij elke dag zelf het middelpunt van het feest. Hij baadt in luxe zonder ook maar één moment te denken aan andere mensen die gebrek lijden.
Hij geniet niet dankbaar van de goede dingen in het leven, maar hij geeft zich helemaal over aan genot. Kortom we zien een mens die denkt dat alles draait om hem zelf en dat het in het leven alleen maar gaat om bevrediging van eigen verlangens.

Het gaat er dus niet om dat we geen feest zouden mogen vieren op belangrijke momenten in ons leven zolang er ergens mensen zijn die gebrek lijden. We zien Jezus zelf te gast op de bruiloft te Kana waar hij zelfs het feest redt als de wijn op is in een tijd dat er armen genoeg waren.
En het gaat het helemaal niet om dat we niet zouden mogen genieten van de goede dingen in het leven. Het is goed dat we blij en dankbaar zijn om alles. Dat geeft veel energie. En wie dankbaar is om het goede dat hij geniet, wil graag anderen daarin laten delen.
Jezus vertelt bijvoorbeeld met genoegen over die herder die na veel moeite zijn verloren schaap heeft teruggevonden, en die dat  uitbundig viert met zijn vrienden. En hij vertelt van die vader die zijn verloren zoon in de armen sluit, richt een feestmaal aan en slacht het gemeste kalf.

Feest vieren als er iets te vieren valt, en genieten van de goede dingen in het leven, is niet iets wat Jezus afkeurt. Hij beschouwt het als vanzelfsprekend bij het leven behorend.
Waar hij voor waarschuwt is dat genot ook verslavend kan zijn waardoor je alleen nog maar denkt aan jezelf. Daardoor sluit je je ogen voor de nood van anderen. Ja, je gaat zelfs andere mensen alleen maar zien als middel voor je eigen genot. Alles en iedereen wordt ondergeschikt aan jouw eigen genoegens.

In onze tijd lijkt het wel een nieuw gebod: het appel dat van alle kanten op ons af komt, dat je altijd maar gelukkig moet zijn. Misschien zijn we daarin zelfs onbarmhartig voor onszelf. Want we overvragen onszelf als je altijd maar moet genieten.
Ik las laatst ergens de opmerking dat we in onze tijd geluksfundamentalisten dreigen te worden. Geluksfundamentalist. Alsof geluk de nieuwe godsdienst is geworden in onze tijd

Genieten is niet verkeerd. Genieten is nodig om ons hart op te halen aan het goede en onze ziel te verkwikken. Verkeerd is het pas wanneer genieten en daardoor de ogen afwenden van onze naaste en langzaam onze ogen sluiten voor de ander die gebrek lijdt.
Genieten is goed maar alleen wanneer we ons ook bewust zijn van onze verantwoordelijkheid naar anderen toe.

Die twee hebben elkaar nodig. Genieten van het goede aan de ene kant én anderen daarin laten delen aan de andere kant. Als we alleen maar genieten zonder aan anderen te denken en hen in onze vreugde en overvloed te laten delen, is dat lelijk en beschamend zoals de rijkaard in de gelijkenis ontdekt als het te laat is.
Maar als we alleen verantwoordelijkheid voelen voor de armen zonder zelf nog te kunnen genieten van iets, lopen we een ander gevaar, namelijk dat we fanatiek worden. Alleen nog maar boos omdat er armoede in de wereld is. Boos op mensen die meer hebben dan anderen.
Of je voelt je zelf zo schuldig aan de armoede van anderen dat je niet meer kunt genieten van het goede en dat je daardoor moedeloos wordt en geen lichtpuntjes meer ziet. Daar is geen arme mee gebaat,
We mógen genieten. En we kunnen ook echt genieten zonder dat dat ten koste gaat van anderen. Integendeel, het ware genot is wanneer we anderen daarin kunnen laten delen. Het hoogste genot dat Jezus kende, was zijn liefde voor de mensen. Die liefde werd gevoed door zijn onvoorwaardelijke liefde tot God.

Wat houdt Jezus ons in deze gelijkenis dan voor? Hij houdt ons voor dat alleen aan je eigen genoegens denken een mens harteloos maakt. Hij houdt ons voor dat onbarmhartigheid hetzelfde is als onmenselijkheid.

Deze week was een groep pelgrims uit de parochie op bevaart in Lourdes onder leiding van Lidy Langendijk, onze pastorale werkster, en Joyce Tittel, hotelleidster. We waren er met 280 pelgrims uit het hele land samen met duizenden mensen uit vele landen en rassen en talen. Pelgrims in rolstoelen én gezonde krachtige pelgrims, welvarende en behoeftigen, ouderen en jongeren, mannen en vrouwen. Wat een feest. Geen mens deed alsof hij\zij allen op de wereld was.

Onbarmhartigheid is misbruik maken van het leven dat je geschonken is. Want je bent als mens niet alleen. Je bent samen mens. Dat leven wordt ooit weer teruggenomen door de gever ervan, en die gever is God. Uit je zelf kun je het niet vasthouden, hoe rijk je ook bent..
Rijk of arm, allemaal moeten we ons leven weer teruggeven. Voor God zijn we eigenlijk allemaal arme bedelaars.
En dat is moment waarop God zijn ultieme barmhartigheid kan tonen aan iedere mens.
Wie zien hoe hij de arme Lazarus koestert, de arme mens die in zijn leven niemand had om op te hopen dan God alleen. En dat is ook precies de betekenis van zijn naam: Lazarus, dat is Grieks voor het Hebreeuwse woord Eleazar: God is mijn hulp.
De poort van de rijkaard bleef voor hem gesloten, maar engelen droegen hem de poort van de hemel binnen.

Is het u op gevallen dat de rijkaard in het verhaal anoniem blijft? Niet omdat hij rijk was, maar omdat hij onbarmhartig was. Een mens zonder hart is n iet aanspreekbaar.  Hij/zij is een mens zonder gezicht en zonder naam.
Hoe kan God barmhartigheid bewijzen aan een mens die zelf onbarmhartig is geweest. Hoe kan hij zich ontfermen over een hart dat zelf gesloten blijft. Tegen onbarmhartigheid is geen kruid gewassen, houdt Jezus ons voor. Zelfs al iemand uit de doden zou verrijzen om te waarschuwen.

Laat daarom de onbarmhartigheid niet toe in je hart, is de boodschap van de Heer. En als je toch ooit onbarmhartig bent geweest, wend je dan zelf als een arme smekeling tot God. Laat weten dat het je spijt. Vraag vergeving. Oefen je in barmhartigheid.
Dan hoef je zelf met al je menselijke fouten en tekortkomingen niet te twijfelen aan Gods barmhartigheid, nu tijdens dit leven niet, en ook niet als we zelf als arme zondaar aankloppen aan de hemelpoort.

Geniet van dit leven. Maar ga niet voorbij aan de nood van anderen. Dat geldt voor ieder van ons persoonlijk. Maar ook voor ons als samenleving. Ook de politiek mag zijn hart niet sluiten voor de armen en de zwakkeren en degenen die door iedereen aan hun lot worden overgelaten.
Economische crisis is geen vrijbrief om onbarmhartige maatregelen te nemen. Niet alleen een gezonde economie behoort op de agenda van de politieke besluitvorming, maar ook de verantwoordelijkheid voor hen die gebrek lijden.
Ook op onze persoonlijke agenda.

De gelijkenis die Jezus vertelt van de rijkaard en de arme Lazarus blijft eigenlijk altijd een verontrustend verhaal. Een dat is maar goed ook. Amen

(c) Martin Los, pastoor

homilie op de 25e zondag door het jaar weekend 20/21 september 2013 Mariakerk De Meern

Preek op de 25e zondag door het jaar weekend 22 september 2013 Mariakerk De Meern
Voorgeschreven lezingen uit het r.k. lectionarium voor zon- en feestdagen: 1e lezing Amos 8:4-7 2e lezing I Timotheus 2:1-8 Evangelie: Lucas 16:1-13

Lieve zusters en broeders, de oorzaken van de financiële crisis waarin we ons bevinden, worden steeds vaker en steeds luider herleid tot de menselijke hebzucht die ons in haar greep gekregen had.
Het is een schrale troost voor ons dat hebzucht van alle tijden blijkt te zijn.
Bij de profeet Amos wordt dit heel illustratief aan de kaak gesteld: “Wanneer is de Sabbat voorbij dan kunnen we ons graan uitstallen. Dan verkleinen we de korenmaat, dan verhogen we de prijs en bedreigen we met een vervalste weegschaal”.

Stel je voor dat je met niets anders bezig bent dan hoe je je bezit kunt vergroten. Dat je eigenlijk geen seconde aan iets anders kunt denken. Als je alleen nog maar in gedachten met je  “verdienmodel” bezig bent. Dat je zelf op de zondag niet even tijd neemt voor God, voor je familie, vrienden en voor jezelf maar alleen maar bezig bent met materiële zaken en hoe je je bezit kunt vergroten.
Ben je dan al niet in de gevarenzone dat je zelfs op den duur je normen en waarden gaat aanpassen? De korenmaat ongemerkt verkleinen, de prijzen onnodig verhogen, de weegschaal vervalsen. Dat is wat de profeet Amos in zijn tijd aan de orde stelt.

Wij hebben zelf meegemaakt hoe hebzucht bijna een hele samenleving kan verleiden alleen nog maar te denken aan alles in termen van geld en van vergroting van bezit. De bomen groeiden tot in de hemel.
Nu we midden in de financiële crisis zitten ontdekken we tot onze verbijstering steeds meer wat voor onvoorstelbaar kortzichtige en onverantwoorde beslissingen er genomen zijn.
De ogen zijn natuurlijk in de eerste plaats gericht op de hoogste bazen in de financiële wereld en maatschappelijke organisaties. Terecht. Maar vond niet iedereen, u en ik, het mooi om er van mee te profiteren? En hadden we ergens niet een onrustig gevoel van hoe kan dit allemaal?

Hebzucht leidt er toe dat je aan niets anders kunt denken dan aan meer geld en meer bezit ten koste van andere waarden zoals eerlijkheid, trouw, barmhartigheid en dankbaarheid.
Een mens wordt zelf onherkenbaar en lelijk door de hebzucht. Maar ze tast ook de samenleving aan. En “de armen en misdeelden” worden er het grootste slachtoffer van zoals Amos zegt.
Daarom wordt de hebzucht in de traditie van de kerk gerekend tot de zeven hoofdzonden.
Ze tast de persoon zelf aan. Ze tast de rechtvaardige verhoudingen aan. En ze tast de belangrijkste waarden in de samenleving aan.

Laten we bidden dat de crisis die we meemaken ons uit angst voor minder inkomsten niet nog hebzuchtiger maakt.
Laten we eraan werken dat de diepe waarden van het leven die het leven echt de moeite waard maken, opnieuw ontdekt worden.
En dat we ook God weer opnieuw ontdekt wordt als heilig en goed, en als bron van alle waarden.
En dat mensen door liefde en barmhartigheid veel voor elkaar kunnen betekenen.

Het is de taak van de kerk en de gelovigen om hierin een lichtend voorbeeld te zijn.
Het past ons als kerk en volk van God voor het welzijn van alle mensen te bidden zoals Paulus tot Timotheus zegt: “voor alles vraag ik je gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen te verrichten voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten opdat we ongestoord en rustig een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden”

In het Evangelie hoorden we dat Jezus zicht erover verbaast dat juist ook de godsdienstige mensen in zijn tijd nog zo aan hun bezit vastzitten.
Daarom vertelt hij die gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester tegen wie zijn heer zie:”waar hoor ik daar over u? Geef rekenschap van uw beheer. Want ge kunt niet langer rentmeester blijven”
De man wist met slinkse middelen veel vrienden te maken onder de pachters. Als zijn baas hem aan de kant zette, zou hij overal met open armen ontvangen worden.
“Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf: wat zal ik doen nu mijn heer mij mijn rentmeesterschap afneemt? Spitten kan ik niet en voor bedelen schaam ik mij. Ik weet wat ik ga doen opdat ik na mijn ontslag onderdak vindt”

Natuurlijk stelt Jezus niet dit slinkse gedrag op zich als voorbeeld voor ons. Want het is duidelijk dat zo’n gedrag een hele samenleving corrupt maakt.
Nee, Jezus bedoelt dit: als een slecht en onbetrouwbaar iemand  zoveel vrienden kan maken met behulp van geld en bezit, hoeveel meer zouden dan mensen kunnen doen die weten dat er meer in het leven is dan geld en bezit, voor wie bezit niet de hoogte waarde is, die niet leiden aan hebzucht..
Geld of bezit hoeft geen obsessie te worden. Hebzucht is niet de enige optie tegenover aardse goederen. Je kunt het ook ten goede gebruiken.
Want de vraag is natuurlijk: hebben we werkelijk zoveel voor onszelf nodig. Met geld en goederen kun je ook mensen helpen die niets hebben. Je zou met geld zoveel goede dingen kunnen doen.

Wanneer je de armen die niets hebben, van jouw rijkdom schenkt, maak je hen gelukkig. En het schenkt jezelf grote vreugde.
Zij kunnen nu niets terug doen. Wees blij dat ze niks terug kunnen doen. “Maak u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon opdat zij wanneer die u komt te ontvallen – u in de eeuwige tenten opnemen” zegt Jezus als hij de gelijkenis verteld heeft
Mensen die alleen aan zichzelf denken zoals de rentmeester, gebruiken geld om vrienden te maken voor even.
Maar mensen die weten dat bezit niet het hoogste goed is, zouden moeten weten dat je eeuwige vrienden kunt maken door de armen te ondersteunen.

We weten van de eerste christenen dat ze hun bezit niet langer beschouwden als iets van zichzelf. Ze gebruikten het om de behoeftigen te ondersteunen.
Er is vaak beweerd dat de eerste christenen een soort communisten waren die al hun bezittingen deelden. Maar dat is niet juist. In het communisme vervalt alle bezit aan de staat. En alle persoonlijke initiatief verdwijnt. En de staat verdeelt alles.
In de praktijk zorgt dat voor een enorme bureaucratie van ambtenaren die vooral rijk worden.

Bij de eerste christenen was het niet zo dat persoonlijk bezit werd afgeschaft. Maar dat persoonlijke bezit gebruikte men om elkaar te ondersteunen en de zwakkeren gelukkig te maken. Men schiep er vreugde in als men met zijn bezit anderen direct kon helpen.
Het is die geest die een enorme ondersteuning was voor de boodschap van het Evangelie van Jezus Christus.

Als het geloof alleen bestaat uit mooie liturgie en mooie ideeën, maar het blijkt niet uit daden van liefde en barmhartigheid, dan bezit het geen aantrekkingskracht. En de vreugde ontbreekt.
Er ligt nu een grote kans door de crisis om zelf persoonlijk weer mensen in nood te ondersteunen. Ze wonen misschien naast ons in de straat. Ze zijn misschien lied van onze eigen familie.
We kunnen hen helpen met geld, maar ook met iets van onze tijd te geven.
Er zijn plannen om in 2014 als de parochie Licht van Christus haar jubileum viert, elke maand één zondag een inzameling te houden tijdens de eucharistie voor de Voedselbank en vergelijkbare instellingen

Er valt zoveel nood te lenigen. Gewoon belangeloos anderen helpen met wat we zelf niet nodig hebben. Wat mooi als we zo ook mensen winnen voor Jezus Christus en voor het eeuwige geluk. Wat mooi als we daardoor vrienden maken in de hemel.  Het wordt tijd dat we afscheid nemen van de hebzucht en van de angst niet genoeg te hebben. Het is tijd om de vreugde te gaan proeven van Gods kinderen voor wie bezit niet de hoogste waarde is, maar God zelf en zijn rijk.
Zullen we daar allemaal eens over na denken de komende tijd?

© Pastoor Martin Los