Homilie 24e zondag jaar C 15 september 2013 Mariakerk de Meern

Preek tijdens de eucharistie op de 24e zondag door het jaar
in het weekend van 15 september 2013 Mariakerk De Meern
Voorgeschreven lezingen tijdens de H. Mis uit het r.k. lectionarium voor deze zondag: Exodus 32:7-11.13-14  Eerste Brief aan Timotheus !:12-17 Evangelie: Lukas 15:1-10

Lieve zusters en broeders, de herder die het verloren schaap gevonden heeft “legt het vol vreugde op zijn schouders”  vertelt Jezus in de gelijkenis.
Het oudste beeld dat we van Christus kennen is het beeld van een knappe jonge man die een schaap op zijn schouders heeft.
Zo mooi om te zien. Met zijn beide handen houdt de herder het schaap vast. En het schaap heft zijn kop fier omhoog. Alsof het wil zeggen: “Kijk eens wie mij gered heeft. Hij is de beste herder van de hele wereld. En ík mag bíj hem horen”.

Het is een beeld van innige vreugde. Is het u opgevallen dat in de twee korte gelijkenissen over de goede herder en de vrouw die haar zilverstuk terugvindt vijf maal het woord “vreugde” klinkt?
Dat is echt niet voor niets. We mogen de vreugde méevoelen. De herder gaat met het schaap op zijn schouders naar zijn buren en vrienden. Hij roept ze bij elkaar en zegt: “deelt in mijn vreugde want mijn schaap dat verloren was geraakt, heb ik gevonden”.
En ook de vrouw die haar zilverstuk vindt, roept haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt: “deelt in mijn vreugde want het zilverstuk dat ik verloren had, heb ik gevonden”.

Jezus is in de wereld gekomen om de mensen aan te raken met Gods liefde. Wat fijn als je die liefde van God door Jezus zelf ervaren hebt.
Misschien hebben sommigen onder ons ook wel een keer die ervaring gekend, dat je door de uit  een put van doffe ellende omhoog getrokken bent, en wist: dit is de Goede Herder! Of dat je achter de puinhopen van een gebroken bestaan weggehaald bent. Dat je even op zijn schouders uitgerust hebt. En dat je de innige vreugde daarvan ervaren hebt.
Dat is de onuitsprekelijke vreugde van dat je niet íets hebt terug gevonden, hoe kostbaar ook, maar dat jezélf teruggevonden bent. Teruggevonden door Hem die jou het kostbaarste vindt dat er is. Door Hem die de Goede Herder die daar niet iets voor over heeft gehad, hoe kostbaar ook. Maar die zichzelf daarvoor over heeft gehad.

Dat was in elk geval de ervaring van de Paulus, de grote apostel: “Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. En de eerste daarvan ben ik” zegt hij.
Hij had het geloof in Christus bespot. Hij had christenen vervolgd. Hij was van de partij toen Stephanus in Jeruzalem gestenigd werd.
En juist hij was daarna uitgekozen door de Heer om aan alle mensen te verkondigen dat Jezus de Goede Herder is die door zijn kruis de mensen redt en met Gods liefde overstelpt.
Wie zal met meer liefde over Jezus spreken dan degene die het meest zijn liefde en genade heeft ervaren? Paulus is er een sprekend voorbeeld van: “mij is barmhartigheid bewezen omdat ik, nog ongelovig, handelde in onwetendheid. En ik werd in rijke overvloed de genade van onze Heer deelachtig”

Ook de heilige Augustinus had die ervaring. Hij had een innige gelovige moeder. Toch had hij zijn heil in de wereld gezocht. En gevonden!
Tot hij tot de ontdekking kwam dat hij kostbare tijd verloren had. De liefde, de schoonheid en de waarheid van God had hij links laten liggen. Maar de aantrekkingskracht ervan bleek te groot. Hij gaf zich aan Gods liefde gewonnen. Hij had grote spijt dat hij dat niet eerder gedaan had.
Maar juist die spijt over de verloren tijd, die tijd zonder God, maakte dat hij des te gelukkig was dat hij die ontdekt had.
“O Felix culpa” roept Augustinus uit. “O gelukkige schuld” die mij de liefde van God des te krachtige doet voelen naarmate ik zelf in liefde tekortgeschoten ben.
De man of de vrouw die zich vanwege eigen verleden het meest verbaast over Gods liefde, zal met des te meer vreugde en liefde over God spreken.

Als wij zelf met weinig vreugde over God spreken zou dat dan misschien komen omdat we vinden dat God eigenlijk blij moet zijn met ons.  En als we zelf te weinig warm lopen voor zijn liefde zou dat misschien komen omdat we vinden dat we zijn liefde eigenlijk verdienen.

De leiders van de religieuze groeperingen ergeren zich eraan dat Jezus omgaat met allerlei mensen op wie van alles aan te merken is. Allemaal mensen die zich waarschijnlijk zelden in de tempel lieten zien. Was wat Jezus deed, niet een belediging voor God?
Jezus beantwoordt hun verontwaardiging met de gelijkenis van de herder die zijn schapen achterlaat om het ene verloren schaap te redden.
Mensen die het gevoel hebben het verst van God te staan of die misschien God helemaal hebben opgeheven, kunnen het diepst geraakt worden als ze in aanraking komen met God.
Zij zullen het meest verwonderd en verheugd zijn. En dat is reden tot vreugde voor iedereen. Zelfs “is er vreugde bij de engelen van God over één zonder die zich bekeert”.

Onze nieuwe paus roept de priesters en de gelovigen op om zich niet terug te trekken uit de wereld. Zit niet verongelijkt bij elkaar in de kerk vanwege het krimpende aantal gelovigen, zegt hij. Begeef je onder de mensen. Breng ze met God in aanraking door de vreugde en de liefde die in toch in ieder aanwezig is die in Jezus gelooft.
De kerk lijkt hier en daar het omgekeerde van de gelijkenis, zegt de paus. De herder verkeert bij een kleine groep gelovigen terwijl de grote meerderheid van de schapen buiten dwaalt.

Laten we niet verongelijkt zijn als gelovigen die zich in de steek gelaten voelen door de mensen en uiteindelijk ook door God. Laten we onze verheugen over zijn liefde en die niet onder kerkstoelen en banken steken. Laten we overal vreugde uitstralen omdat we zelf geraakt zijn door de liefde van God in Jezus christus. Want geloof in Jezus kan toch niet bestaan zonder dat je hart vervuld is van vreugde en liefde?

Zelf sta ik echt verbaasd over de welwillendheid waarmee onkerkelijke mensen toch met groot respect naar kerk en geloof kijken. Via Twitter nam een moeder van een meervoudig gehandicapt kind deze week contact met mij. Ze is zelf niet kerkelijk. Maar ze meende het oprecht toen ze vroeg: Ligt er niet een taak voor de kerk in verband met de WMO nu zoveel mensen in problemen komen door de crisis.
Vrijdagavond was er een laagdrempelige openluchtviering bij het Boerendoolhof op het terrein van de familie Klever aan de Meerndijk. Meteen kwamen er vragen van oprecht geïnteresseerde journalisten waarom we dat deden.

Ook voor ieder van ons liggen er in het dagelijks leven allerlei kansen. In de eerste plaats natuurlijk om als christen vreugde uit te stralen zodat de mensen door die vreugde al iets ervaren van Christus.
Maar laten we ons geloof ook niet wegstoppen voor anderen met wie we omgaan. Kleinkinderen bijvoorbeeld zijn vaak zonder dat ze het laten blijken geïnteresseerd in waarom u een kaarsje bij het Mariabeeld aansteekt of waarom u een palmtakje achter het kruisbeeld hebt. Het kan in hun latere leven plotseling tot hen gaan spreken. Telkens melden zich jonge mensen aan voor de volwassenendoop die als motief aangeven dat ze geraakt zijn door het gelovige leven van hun grootmoeder of grootvader.
Maar ook uw oprechte zorg voor de noden van andere mensen kan het beeld van kerk en geloof zo veranderen dat ze zich daardoor door God gezien voelen. En oprechte belangstelling voor hun passies en idealen kan hun respect en interesse voor  het geloof wekken.

Jezus nodigt ons allemaal uit op zijn feest, het feest van Gods liefde en barmhartigheid. Hij nodigt ons uit als het verloren schaap dat gered is, of als de vrienden van God die genodigd worden om te delen in de vreugde. Maar dat maakt niet uit. Schaap of gasten. Gered of genodigd.
Er is alleen maar reden tot vreugde om ieder die een nieuw mens wordt door de liefde van God. Vreugde bij de Heer zelf en bij allen die hem toebehoren, hier op aarde en bij de engelen in de hemel. Amen

Pastoor Martin Los

Homilie op de 22e zondag door het jaar H. Willibrordkerk 1/9/2013

Preek op de 22e zondag door het jaar
tijdens de H. Mis  op zondag 1 september en vooravond 31 augustus 2013 in de H. Willibrordkerk te Vleuten
Lezingen uit het voorgeschreven R.K. leesrooster voor de zondagen 1e lezing Jezus Sirach 3:17-18.20.28-29 2e lezing Brief aan de Hebreeën 12:18-19.22-24 Evangelie Lucas 14:1.7-14

Lieve zusters en broeders, in het Evangelie van deze zondag houdt Jezus een pleidooi voor bescheidenheid: “wanneer u door iemand op de bruiloft wordt genodigd, ga dan niet op de voornaamste plaats zitten”.
Hij ziet de Farizeeën en andere voorname mensen elkaar voortdurend in het oog ziet houden. Deze, wij zouden zeggen, “Bekende Jeruzalemmers”, zijn maar om één ding bezorgd of de schijnwerper voldoende op hen gericht is.
Het is vandaag niet anders met de BN-ers die nauwlettend volgen of ze voldoende in beeld zijn. Maar niet alleen in hogere kringen gaat dit zo. Al in het gezin zijn kinderen er al heel gevoelig voor als het ene kind meer aandacht krijgt dan het andere. Op school gaat het net zo. Eigenlijk overal.

Zo heeft ieder mens een natuurlijk besef van eigenwaarde. We waken daar zelf ook enigszins over. Met gezond zelfbewustzijn is niets mis.
Uit een enquête van ouders met schoolgaande kinderen bleek dat ouders zelfvertrouwen voor hun kind het meest belangrijk vonden, belangrijker dan cijfers of prestaties.
Het is goed dat een beetje stevig fundament onder onze voeten voelen. We ontdekken wie  we zelf zijn, waar we goed in zijn en wat voor bijdrage we mogen leveren aan de gemeenschap.

Zelfvertrouwen is goed. Maar we kunnen nooit helemaal zonder erkenning van wat we doen, door anderen. Bijvoorbeeld in de vorm van je diploma of loon dat je ontvangt. En iedereen heeft af en toe waardering nodig in de vorm van een schouderklopje.
Zo zijn er vele vormen van erkenning, waardering en eer. Maar we weten ook allemaal dat een samenleving waarin ieder mens precies de eer en de waardering en de beloning krijgt, die haar of hem toekomt, hier op aarde een illusie is.

Dat komt door onze menselijke beperkingen. Met alle goede wil zien we, niet altijd hoe waardevol het is wat een ander doet. Of uit angst zelf te kort te komen. Of door schuld omdat we elkaar soms niet de eer niet gunnen, die te ander toekomt. Dat heet jaloezie.
En de ene mens heeft bij zijn geboorte al een grote voorsprong op de ander.
Het is goed om ons daarvan bewust te zijn. Laten we elkaar en anderen waar we kunnen persoonlijk in elk geval de waardering en erkenning en beloning en eer geven die de ander toekomt.

En wie onder ons de meeste aanzien geniet of waardering ontvangt, laat die zich daarvan het meest bewust zijn dat elk mens eer of aanzien toekomt als schepsel van God. Want niemand heeft zichzelf gemaakt.
Ja, hoe meer aanzien je geniet, hoe meer je die kunt gebruiken om anderen die geen aanzien genieten, zelf te eren.
“Hoe meer aanzien ge hebt, des te meer moet ge uzelf vernederen, dan zult ge genade vinden bij God” hoorden we in het boek van de Wijsheid (1e lezing).
Wat moeten dat “jezelf vernederen”natuurlijk wel goed verstaan. Dat is niet “jezelf de grond in boren”.  Het betekent: jezelf niet op de eerste plaats stellen en anderen voor laten gaan.
“dan zult ge genade vinden bij God”

“Genade vinden bij God!” Daarmee zijn we bij de eigenlijke bedoeling van Jezus.
Hij gaat veel verder dan een al te menselijke trek en gebrek aan de kaak stellen, namelijk dat mensen elkaar vaak tekort doen.
Daarmee zouden we Jezus te kort doen. Dan maken we van hem een moralist. Daar zijn er in alle tijden genoeg van.
Een moralist is iemand de zelf aan de kant staat en anderen voorhoudt hoe ze moeten leven. En niet zelden blijkt er in groot verschil te bestaan tussen wat de moralist anderen voorhoudt, en wat hij in eigen leven doet. Soms een onthutsend verschil.
Jezus is nooit een zedenprediker die als beste stuurman aan de wal staat.

Waar het hem omgaat? Hij gunt het iedereen God te kennen en te ervaren hoe groot de genade van God is. En hijzelf is degene in wie we de genade van God mogen herkennen. Dat is de pointe van de gelijkenissen over de gasten die de voornaamste plaatsen op het feest bezetten.
Wij mensen organiseren feesten en elkaar eren als gasten. Maar daar vallen altijd mensen buiten. En zelfs op de feesten is er onderscheid.
Maar God richt het ultieme feest aan. En dat is dat we allemaal mogen delen in de genade van God én de vreugde van God zelf. Maar dat is hetzelfde.

Wie komt alle lof en eer toe? Alle lof en eer in heel de wereld en in heel de geschiedenis en in alle eeuwigheid?
Aan God die alles gemaakt heeft. Aan God die ondanks alle het kwade de wereld in stand houdt. Aan God die de mensen de verlossing schenkt door zijn Zoon.
Maar dringt die God zich aan ons op? Is hij steeds bezig applaus te ontvangen. Is hij bezig met eigen eer? Rijst hij elke seconde voor de ogen van de hele wereld op en slaat Hij zichzelf op de borst om te zeggen “kijk mij eens!” En haalt hij ogenblikkelijk uit naar ieder dat niet de gepaste aandacht geeft? Nee, hij gaat als het ware schuil achter zijn schepping en achter de geschiedenis. We kunnen hem zelfs ontkennen of volstrekt negeren.
En dat terwijl een oneindig koor van engelen hem toezingt in de hemel.

De hoogste eer komt toe aan God. Toch is hij geen moment in de weer met eigen eer. Hij is bezig met ons, mensen. “Hij laat zijn zon schijnen over goeden en slechten”  zoals Jezus ergens zegt. En om met een woorden uit de psalmen en de lofzang van Maria te spreken: “Machtigen haalt hij omlaag van hun troon, eenvoudigen brengt hij tot aanzien”.
Zouden wij met de ogen van God kunnen kijken dan zouden we zien dat hij in zijn liefde en barmhartigheid steeds de zwakkeren bescherming biedt.
En de hoogste vreugde van God is dat wij door het geloof in het kruis en de verrijzenis van zijn Zoon door Hem worden aangenomen als zijn kinderen. In Jezus Christus vernederde God zichzelf om de armzalige mensen die we zijn het aanzien te geven van zijn kinderen.

Jezus nodigt ons uit om de vreugde zelf te proeven. Want als God, de Vader, ons zo eert als zijn kinderen, dan hoeven we geen moment meer bezorgd te zijn om eigen eer en aanzien.
God ziet in het verborgene. Hij ziet wat wij doen uit liefde voor Hem en voor de mensen.
Ook al ontgaat het iedereen, hem niet!
Dat moet ons een enorm ontspannen gevoel geven.
Wat een vreugde dat onze waarde als mens bij God veilig is. Dan is zelf gebrek aan zelfvertrouwen niet meer doorslaggevend. Want God zelf is de grond van ons vertrouwen.
Dan kunnen we al onze inzet en vindingrijkheid gebruiken om “de armen, gebrekkigen, kreupelen, blinden, in welke vorm van ook” te eren.
Dan ervaren we hier en nu al de vreugde van God zelf zoals Christus zelf die de melaatse aanraakte. Zoals Franciscus van Assisi die de mismaakte omarmde. Toen vond hij het grootste geluk van zijn leven. Zoals talloze andere heiligen die gelukkig waren in de zorg voor zieken en misdeelden.

Onze huidige paus Franciscus legt hier ook alle nadruk op en praktiseert het ook zelf. Binnen de beperkingen van zijn hoge en unieke ambt.
De ware vreugde die God ons wil schenken door het geloof in Christus is dat we zelf niet langer bezorgd zijn om eigen eer, maar tijd en liefde schenken aan hen die tekort komen op welke manier dan ook.

Als we dat doen en erop uit gaan als christenen, dan zullen we ook weer met veelmeer vreugde en bezieling ons geloof beleven. Dan zullen we ook altijd met vreugde samen komen in de liturgie. Om te bidden. En om God de eer te brengen die Hem toekomt.  Want hier zingen we met alle engelen, machten en krachten: Heilig, heilig, heilig is de Heer der hemelse machten. Hosanna in den Hoge”. Amen. God heeft die eer niet nodig. Maar Hij gunt ons die vreugde. Hij gunt het ons dat we allen uitgenodigd zijn op zijn feest. Een feest waarvan we hier in dit leven al de smaak van te pakken mogen krijgen, en dat duurt in eeuwigheid. Amen

© Martin Los, pr