Preek tijdens de Openlucht-mis op Sacramentszondag 22 juni 2014

ontwerp-v-rooijen2-110x110Preek tijdens de eucharistie op Sacramentszondag 22 juni 2014 in de open lucht in het Maximapark in aanwezigheid van ca 650 mannen, vrouw, kinderen

Schriftlezingen: 1e lezing Deuteronomium 8:2-3, 14-16. 2e lezing I Korinthiërs 10:16-17. Evangelielezing: Mattheus 14:13-21

Lieve zusters en broeders, goede vrienden, net als toen, aan de oever van het meer van Galilea zijn wij ook met velen in de open lucht bijeen gekomen om naar de woorden van Jezus te luisteren. Er zitten zelfs een flink aantal van u, vooral gezinnen met kinderen op het gras.
Heel lang geleden waren mensen ook zo bij elkaar n de openlucht. Ze hingen aan de lippen van Jezus vanwege de inspirerende woorden die hij zei, om de zieken die hij genas, en om de mooie dingen die hij deed.

Zijn leerlingen maakten zich zorgen, want het werd avond. Ze zeiden: “meester, laat de mens naar huis gaan zodat ze brood kunnen kopen.”
Maar hij zei tot hun grote verbazing: “geef jullie hen maar te eten”. Hoe zouden ze dat moeten doen? “Meester, wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen”
Jezus gaf ze opdracht om de mensen te laten zitten. Eerst vormen die mensen samen een menigte onbekenden die dicht op elkaar staan. Ze zien elkaar niet. En wie klein is wordt over het hoofd gezien.
Maar als ze in het gras gaan zitten, kijken ze elkaar aan en raken geïnteresseerd in elkaar. Daar begint het mee. Als we zitten zijn we allemaal gelijk. We zien elkaars gezicht. We zien of de ander gelukkig is, of verdrietig. Je luistert naar elkaar. Een menigte wordt een gemeenschap.

Dan laat Jezus zien dat je eerst bij God moet beginnen, God als de gever van alle goeds. Hij dankt God voordat hij het brood breekt.
Als je alleen aan je zelf denkt, dan denk je dat je altijd te kort komt. Maar als je je leven als geschenk van God beleeft, ervaar je geen angst tekort te komen. Dan ervaar je rijkdom.  Het begint er mee dat we het leven zelf als geschenk ervaren. Niet als vanzelfsprekend bezit.  En dat we de ander herkennen als mens zoals wij.
Zo is het leven van Jezus. Dat is het leven dat hij aan ons wil uitdelen. Ook vandaag de dag. Leven in overvloed.

Wat is het een mooi dat we nu vandaag hier met zovelen in de open lucht bijeen zijn net als toen.  Een unieke gebeurtenis in de geschiedenis van onze parochie. Een unieke gebeurtenis in de geschiedenis van het Maximapark.
Hier waar nog niet zolang geleden tuinders hun tomaten en paprika’s en allerlei andere gewassen verbouwden.  Ik zie sommigen van hen hier aanwezig.
Dit park is eigenlijk een soort wonder. Het vormt het hart van alle wijken rondom die samen Leidsche Rijn vormen. Ook de oude dorpen Vleuten en de Meern.
Dit park verbindt mensen uit al die wijken met elkaar. Kinderen spelen er. Jonge mannen en vrouwen sporten er, vooral op het inmiddels alom bekende Lint. Gezinnen picknicken er. Te midden van de natuur, de vogels, de konijntjes, de fazanten.
Wie had dat ooit kunnen denken? Hier zetten mensen even alle zorgen opzij. Hier voel je de wind door je haren strelen.
Dit park nodigt ook uit om dankbaar te zijn, dankbaar voor het leven als geschenk, voor de aarde, en wat de aarde voortbrengt.
Je voelt hier dat je er als mens niet alleen voor staat. Allerlei goede krachten omgeven ons. Kortom, het park nodigt ons uit samen het leven te vieren. En we zien ook dat dit gebeurt.

Ook voor ons als kerk en gelovigen staat voorop dat we dankbaar zijn voor het leven. Leven als uniek geschenk. We willen dat leven delen en vieren met onze medemensen. We willen graag meewerken aan vrede en eenheid onder alle mensen.  En we beleven door ons geloof  de natuur als een prachtige schepping en geschenk van God, waar we zuinig op moeten zijn. We willen graag met alle mensen het leven mooi maken.
Daarom is het zo’n feest dat we vandaag hier in de openlucht, midden in Leidsche Rijn deze eucharistie mogen vieren. Om te bidden om zegen over de stad waarin wij wonen en over de mensen met wie we hier het leven delen in de wijken en de buurten.

“De mens leeft niet van brood alleen” hoorden we in de eerste lezing “maar van alles wat uit de mond van God komt”.
We worden als mensen in onze tijd vooral gezien als consumenten. Alsof dat het doel van ons leven is de zin van ons bestaan is.
Maar als we niet alleen aan onszelf denken, dan blijkt er zoveel dat we kunnen delen en waaraan we ons hart kunnen ophalen. Dan hoeven niet bang te zijn te kort te komen. Dan is er genoeg om het hart aan op te halen en het leven te vieren.

Op dit feest van Sacramentsdag, het feest van het lichaam van Christus, vieren we dat Jezus ook nu onder ons is in de gaven van zijn lichaam en zijn bloed. Hij deelt zichzelf uit. Zijn leven uit God.
Het schamele dat we zelf aanbieden verandert hij in leven in overvloed.
En het offer van liefde dat hij voor ons gebracht heeft – zijn leven – mogen wij omhoog heffen als offer van dankbaarheid. En dat offer dat wij omhoog heffen, tilt onszelf op naar een leven dat aan de hemel raakt, een leven vol uitzicht, hoop, geloof en liefde. Leven in overvloed. Genoeg voor iedereen. Ook vandaag. Amen

Pastoor Martin Los

homilie op het Pinksterfeest 2014 Mariakerk de Meern

Preek op het Pinksterfeest 2014 zondag 8 juni Mariakerk

voorgeschreven lezingen voor het Hoogfeest van Pinksteren volgens het wereldwijde r.k. lectionarium: 1e lezing Handelingen der apostelen 2:1-11. 2e lezing 1e Brief aan de Korinthieërs 12:3b-7.12-13. Evangelie: Johannes 20:19-23

Lieve zusters en broeders, we mogen vandaag allemaal tegen elkaar zeggen: “van harte gefeliciteerd”.
Ik zie sommigen van u denken: “elkaar feliciteren….is er iemand jarig?”
Ja, er is iemand jarig vandaag. Die jarige is niemand minder dan de Kerk zelf.
“Er is er één jarig, hoera, hoera. Dat kun je wel zien: dat is zíj”.
Op deze dag is de Kerk geboren. En die geboorte vond zoals geen enkele geboorte, ongemerkt plaats. Bij de geboorte van een mens klinken de eerste kreten van een kind. En uitroepen van geluk van moeder en de vader.
Zo vond ook de geboorte van de Kerk niet ongemerkt plaats.
De leerlingen waren bijeen in Jeruzalem.  Nadat Jezus voor hun ogen ten hemel was opgestegen, waren ze teruggekeerd naar de bovenzaal waar ze voor het laatst met hem samen waren geweest bij het laatste avondmaal.
Jezus had hen beloofd dat hij hen niet als wezen zou achterlaten. Hij zou hen een andere helper zenden. Maar wat moesten ze daar bij voorstellen? “Een andere helper? Niemand kon toch Jezus vervangen?”
Plotseling daalt de heilige Geest op hen allen neer. Windvlagen, vurige vlammen, allerlei klanken en talen. Een onbeschrijfelijke gebeurtenis. De geboorte van de Kerk.
Eerst is er nog niets. Alleen maar verwachting. En opeens is alles anders. Iets volstrekt nieuws is geboren.

Iéts nieuws? Nee, niet íets. Een nieuw wézen is geboren. Een levend wezen: de Kerk.
Laten wat dat nooit vergeten. De Kerk is geen menselijke uitvinding. Ze heeft wel allerlei menselijke kanten, mooie en minder mooie. Maar allereerst is zij een schepping van God.
Hij die de planten en de bomen schiep, alle soorten dieren, Hij die ook de mens schiep, schiep ook de Kerk als een levend wezen.
Alles wat leeft, de planten, de dieren en de mensen, heeft een levenskracht in zich. Die levenskracht is meer dan de som van alle moleculen of delen van een plant of een lichaam bij elkaar. Het is die onzichtbare, ingrijpbare kracht die maakt dat al wat leeft groeit en beweegt en bloeit en zich voortplant.
Zo is ook de Kerk een levend wezen. De levenskracht die de haar doet leven, die haar beweegt, die alles bijeenhoudt, is de heilige Geest.

Het verhaal van de schepping van de mens vertelt dat God de mens zijn eigen adem in de mens blies. Dat betekende ook dat hij de mens op hem deed gelijken en naar hem deed verlangen.
Hierdoor begrijpen we ook beter wat er gebeurt wanneer Jezus als verrezen Heer aan zijn apostelen verschijnt:“Hij blies over hen en zei: ontvangt de Heilige Geest”.
Wat betekent dit anders dan dat de Kerk een nieuwe schepping is? Zij is een nieuwe mensheid. Ze is beeld en voorloper van heel de mensheid die weer op God gericht is.

We hebben dus alle reden om blij te zijn op deze geboortedag van de Kerk. Want de Kerk is een levend wezen. Ze is vervuld van goddelijk leven. Ze kan ook door niets of niemand te gronde worden gericht.
Een mooie anecdote in dit verband is deze. Napoleon wilde door de paus tot keizer gekroond worden. De nuntius deelde hem mee dat dit niet zou gebeuren. Daarop antwoordde Napoleon boos: “als de kerk niet instem zal ik haar vernietigen”. Toen zei de nuntius met een glimlach: “Ach Sire, dat hebben wij christenen zelf door de eeuwen ook herhaaldelijk geprobeerd. Maar u ziet: het is ons ook niet gelukt
Alle menselijke instellingen, zelfs landen en wereldrijken gaan voorbij. Maar de Kerk kan niet voorbijgaan.  Haar levenskracht is de heilige Geest. Zij is voorbode van het rijk van God.

Het is zo belangrijk dat we dit altijd voor ogen houden. En daarom is het goed dat het iedere jaar Pinksteren is.
Want wij zijn als christenen zo vertrouwd met de kerk, dat we soms uit het oog verliezen dat ze niet van ons is, maar van God. En we zijn vaak zo druk met de kerk dat we vergeten dat ze niet van ons afhangt, maar van de heilige Geest.
Of we zijn zo teleurgesteld in de kerk dat we over het hoofd zien dat alle menselijke fouten en soms zonden in de kerk haar niet kapot kunnen krijgen. Dat de Kerk ondanks alles nog steeds bestaat en vitaal is, laat zien dat Jezus Christus de Kerk niet in de steek laat.
“Ik zal u niet als wezen achter laten. Ik zal u een andere helper zenden” heeft de Heer beloofd. We zien die belofte overal en altijd in vervulling gaan.

Maar we roepen vandaag ook: Er is er één jarig hoera, hoera. Dat kun je wel zien: dat zijn wjj!
Want de Kerk zijn we ook allemaal zelf. Door de doop en het geloof mogen we deel uit maken van de Kerk. De Geest die heel de Kerk tot levend wezen maakt, bezielt ook ons allen samen als kinderen van God.
Laten we daarom niet achter over leunen vanuit de gedachte dat de Kerk van God is en dat hij zijn kerk wel in stand houdt.
Als we in de handen klappen van vreugde om de Kerk als unieke schepping van God, voelen we die zelfde handen jeuken om zelf ook mee te doen aan de opdracht van de kerk: de blijde boodschap van Jezus handen en voeten geven in het leven van alle dag.
“Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik ook u!” zegt Jezus tot zijn apostelen nadat hij zijn adem over hen geblazen heeft.

Daar is echt persoonlijke wilskracht en inzet voor nodig. Vroeger behoorde je tot de kerk omdat je familie christelijk was. Of je dorp. Of de baron in wiens dienst je stond. Of als werknemer bij een christelijke firma. Zo werden gelovigen toen bij elkaar gehouden. Je dreef als het ware met de stroom mee.
Die verbanden zijn weggevallen. Het komt er nu echt op aan dat we zelf persoonlijk kiezen voor Jezus en voor de Kerk. En dat we in die keuze volharden. Dat past ook helemaal bij deze tijd. Want deze tijd vraagt in alle opzichten persoonlijke keuzes. We zijn er trots op.

Ja, misschien is juist de Kerk in deze tijd wel een nieuw thuis voor velen, want voor velen er is niets meer om echt met hart en ziel bij te horen. De oude verbanden zijn weggevallen. Als moderne mensen dreigen we dus allemaal onderdeel te worden van een grote massa. Misschien is juist deze tijd wel de tijd waarin mensen de Kerk als enig echt duurzaam thuis vinden.

Het begint ermee dat we persoonlijk Jezus erkennen als onze Heer. Zoals Paulus zegt: “Niemand kan zeggen “Jezus is de Heer, tenzij door de Heilige Geest”.
Als je persoonlijk zegt: “Jezus, u bent mijn Heer” dan is de heilige Geest die in ons werkt.
Als we dat in onszelf herkennen, zullen we dat ook in alle anderen herkennen. Daarom hebben we altijd alle reden tot blijdschap om elkaar te herkennen en te ontmoeten als broeders en zusters.
Ook al kennen we elkaar niet eens persoonlijk, we herkennen elkaar in de Heer. Ook al spreken we verschillende talen.
En waar die herkenning en vreugde is, zullen we ook blij zijn met elkaars talenten. Daar waar wij oprecht Jezus liefhebben hem als de Heer belijden, is de Kerk. En daar waar de Kerk is, zullen mensen Jezus oprecht liefhebben en voor hem uitkomen.
Het kan niet anders of daar bloeit en groeit de Kerk door de kracht van de liefde.

“Er is er één jarig, hoera, hoera. Dat kun je wel zien dat is zij, de Kerk” juichen we vandaag. Maar we mogen ook zingen: “Er is er één jarig, hoera, hoera. Dat kun je wel zien dat zijn wij!”
En toch denk je dan: Is dat zo? Kunnen we dat werkelijk aan elkaar zien? Kunnen anderen dat aan ons zien?
Koesteren we echt de vreugde van het geloof. Genieten we echt van de liefde van God. Gunnen we alle mensen dat ze ook Jezus leren kennen?
We kunnen altijd nog groeien daarin. Als er we maar iets daarvan in ons bespeuren, is het niet alleen vandaag Pinksteren, maar alle dagen
Van harte gefeliciteerd Kerk, van harte gefeliciteerd medegelovigen, van harte gefeliciteerd mens en wereld.  Amen

(c)  Martin Los, pastoor