Homilie tijdens de Mis aan het begin van de Middag voor zieken en ouderen in de Mariakerk 9 oktober 2014

Homilie tijdens de Mis met gemeenschappelijke ziekenzalving aan het begin van de Middag voor zieken en ouderen in de Mariakerk  9 oktober 2014
Schriftlezingen: 1e lezing: Romeinen 8:14-18 Evangelie: Mattheus 8:14-17

Lieve zusters en broeders, meteen na de samenkomst in de synagoge gaat Jezus met Petrus mee naar zijn huis. De schoonmoeder van Petrus heeft plotseling koorts gekregen en ligt in bed. In die tijd was dat reden om onmiddellijk rechtsomkeert te maken. Koorts betekende waarschijnlijk een besmettelijke ziekte. Denk maar aan de angst bij de mensen in de landen waar Ebola heerst. Aanraking kan dodelijk zijn.
Normaal was geweest dat Petrus had gezegd: “U kunt niet naar binnen” of dat Jezus zelf beleefd was omgedraaid. Maar Hij loopt meteen op de vrouw af. Hij raakte haar zelfs aan.
Ik moet denken aan de vele verpleegkundigen en hulpverleners die over de hele wereld nog steeds hun leven wagen om zieken en slachtoffers van rampen te helpen. Dat is niet vanzelfsprekend. Ze verdienen onze steun, respect en gebed.

Wat Jezus doet, was in zijn tijd ongekend. Was hij dan niet bevreesd om zelf een ziekte op te lopen? Was Jezus roekeloos en dacht Hij dat hem niets kon overkomen? We mogen aannemen dat de Heer niet roekeloos was. Hij handelde vanuit het bewustzijn dat geen kwaad hem kon hinderen zijn zending in de wereld uit te voeren: mensen met de liefde van God in aanraking brengen.Hij handelde vanuit de kracht van God.
De vrouw werd vrij van koorts, ze stond op en diende hem. Dat is mooi om te horen. Ze genas. Maar ze beantwoordde wat haar overkomen was, met dankbare toewijding aan Jezus.

ziekenmiddag2014d (2)
“Hij raakte haar aan” horen we. Het is ontroerend dat we vandaag ook die aanraking mogen meemaken. Voor de zalving van de zieken worden hen de handen opgelegd. De priesters die dat doen ondersteund door de pastorale werkers doen dat niet omdat zijzelf over bijzondere krachten beschikken. Nee, ze staan met legen handen, net als u. Maar in geloof weten we dat het Jezus Christus zelf is die u de handen oplegt. Híj raakt u aan. Hij raakt uw lichaam aan, uw gevoel, uw verstand, uw hart.

Wanneer je ziek bent of je bent door ouderdom verzwakt, dan heb je vaak het gevoel dat je er niet meer toe doet. Je staat aan de kant. Je bent afhankelijk. Er wordt over je gedebatteerd in de politiek. Je bent te duur.
Je bent dan misschien wel niet besmettelijk. Maar je voelt je in zekere zin toch aan jezelf overgeleverd, onaanraakbaar, een probleem voor anderen. Niet een kans of een uitdaging voor hen.

Maar voor God doet u er wel degelijk toe. Daarom die hand, die troostende hand van onze Heer die zegt: “van Mij kan niets jou scheiden”.  Zo worden vandaag niet zozeer onze ongemakken van ons afgenomen. Maar God richt ons wel op. Hij doet ons “opstaan” zoals Jezus de schoonmoeder van Petrus. U telt mee. U doet helemaal mee. Voor de volle honderd procent. Als hele mensen. Zo vertrouwt u zichzelf toe aan de machtige hand van God. Het is zijn daad. Maar ook de uwe die die hand grijpt. Uw hand in zijn hand als een ouder met zijn/haar kind.

De schoonmoeder van Petrus greep de hand van Jezus en stond op van haar bed. Geen luxe bed zoals wij. Een matje op de grond. Ze stond op en bediende hem.
Hoe kunt u, zusters en broeders, hoe kunnen wij Jezus dienen? Want dat is wat we graag willen als Hij ons opricht uit onze onmacht en teleurstelling en eenzaamheid?
Daarover zegt Paulus tegen de christenen van Rome: “we zijn erfgenamen van God, samen met Christus, want als we delen in zijn lijden delen we ook in zijn verheerlijking”

We mogen inderdaad iets terug doen en we mogen Jezus dienen door te proberen onze schouders te zetten onder het leed dat wij te dragen krijgen. Niets als iets dat ons overkomt. Iets dat we als slachtoffers ondergaan. Iets wat alleen reden is om te klagen. Maar als een kans.
Nee, als we ons gesterkt weten door ons geloof kunnen we Jezus dienen. Door te proberen toch vriendelijk voor anderen te zijn. Door ondanks onze ongemakken toch iets voor anderen te betekenen. Door de tijd te gebruiken om te bidden voor degenen die u lief zijn, maar ook voor andere mensen.
Ik vind het altijd zo mooi als ik op het kastje naast het bed van een zieke een rozenkrans zie liggen. Dan weet je: zo iemand heeft een houvast, zo iemand vindt kracht uit het gebed en bidt ook voor zijn/haar omgeving. Zo kunnen we Jezus zijn en één met Hem zijn. Door ondanks de moeilijkheden toch vol hoop te zijn. Vol hoop, ja, omdat we immers weten dat we op weg zijn naar het rijk van God.

Dat maakt de last lichter om te dragen. Laten we zo opstaan en Jezus dienen als geheelde mensen, gave mensen, mooie mensen, op weg naar het rijk van God. Amen

© Martin Los, pastoor

Korte preek tijdens de zendingsviering Bedevaart Lourdes 23-28 september 2014

Korte preek tijdens de zendingsviering (VNB LO1475) op de dag van het vertrek 28 september 2014 in de Chapel de Notre Dame

Lieve zusters en broeders medepelgrims, we nemen afscheid van Lourdes. Afscheid nemen van Lourdes is veel meer dan een stadje aan de voet van de Pyreneeën  verlaten. Afscheid nemen van Lourdes is vaarwel zeggen tegen de unieke ervaring die het we samen hier beleefd hebben. Vaarwel zeggen tegen de ontmoeting met elkaar, de mooie vieringen, de beleving van de katholieke wereldkerk, en tegen de bergen die hier schouder aan schouder naast elkaar staan als stille getuigen van onze belevenissen, onze verlangens, vrees en vreugde.

We zeggen ook vaarwel tegen de dingen die we van ons afgelegd hebben, waarmee we schijnbaar vruchteloos worstelden en die we hier echt achter mogen laten. Omdat we gegroeid zijn in hoop en vertrouwen, of omdat we verzoend zijn met een verlies, een gebrek, een verleden.
Enerzijds dus een gevoel van heimwee, anderzijds een gevoel van opluchting, verwondering, misschien zelf vreugde om nieuwe moed, nieuwe tekenen van leven.
Dankjewel Lourdes. Dankjewel lieve medepelgrims. Dank je wel Maria, Bernadette. Dank je wel lieve Jezus. Dank je wel God.

Hoe kunnen we onze dankbaarheid tonen? Hoe kunnen we iets terugdoen? Want we hebben hier zoals de apostel Johannes (1e lezing) zegt: “het gehoord en met onze eigen ogen gezien. We hebben het aanschouwd en onze handen hebben het aangeraakt”. 
De apostel heeft het over Jezus Christus die ons leven is, het eeuwige leven, leven onafscheidelijk van God.
We hebben het aangeraakt, zegt Johannes. We hebben het aangeraakt dat leven met God.
Maar je kunt ook zeggen: dat leven heeft ons geraakt. Het heeft ons geraakt, diep geraakt. Door te verwijlen bij de Grot, door de gezamenlijke vieringen en gebedsmomenten, door de ontmoetingen, door hulpvaardigheid, door de kwetsbaarheid, door de schoonheid van de natuur.

We zijn er sprakeloos door. Maar we willen er juist iedereen over vertellen als we straks thuis zijn. We voelen ons een beetje als de apostelen. Jezus stuurde hen eruit om de blijde boodschap te verkondigen. Maar hoe? Want wat moeten we straks zeggen? Wat we beleefd hebben kunnen we nauwelijks overbrengen.We zijn sprakeloos.
Maar niet als mensen die niks meer te zeggen hebben. We hebben te veel te zeggen. De ervaringen verdringen zich en ze proberen allemaal tegelijk in woorden te worden uitgedrukt zodat we niets uit kunnen brengen.
In ons land heerst zoals de bisschop van Groningen regelmatig zegt “sprakeloosheid om over het geloof te praten”.  Die sprakeloosheid kennen we ook. Verlegenheid met geloof. Zulke sprakeloosheid willen we misschien juist hier achter laten.
Onze sprakeloosheid nu is anders. Het is dat we zo diep en veel geraakt zijn hier dat we in het niet of nauwelijks kunnen omzetten woorden.

Hoe dan de boodschap over te brengen?  Want een boodschap hebben we. Een boodschap van vreugde. Die willen we delen met anderen, vooral met de mensen thuis.
Hoe kunnen we die toch delen als we het gevoel hebben iets meegemaakt te hebben wat we niet kunnen uitdrukken?
Door dicht bij onszelf en onze eigen ervaring te blijven.
Allereerst door als nieuwe mensen met andere ogen te kijken. Want Maria die hier ons aanraakte met Gods liefde is ook waar u naar teruggaat, in uw eigen woonplaats. En de God die ons in Lourdes aanraakte is niet anders dan bij ons thuis. Het gaat erom dat wat we hier ontvangen en beleefd hebben thuis te beleven door de hoop, het geloof en de liefde.

Laten we dicht bij ons en onze belevingen blijven. Het hoeft niet groots. Het gaat om de kleine dingen net als hier. En vertel van die kleine dingen, van wat u raakte.
Als iemand dan zegt: ‘” Oh, maar is dat alles, is dat het wonder? Dat kan hier bij ons toch ook?” Antwoord dan: “Inderdaad, dat kan hier ook. En het gebeurt misschien hier ook, maar je moet het wel willen zien. En we moeten het wel doen. Bij jezelf te beginnen”.

Jaren geleden kwam een mevrouw terug uit de Lourdes. Ze stond op het punt de Mariakapel van onze kerk binnen te gaan. Toen ze mij zag, zwaaide ze en riep: “Pastoor, ik ben net terug uit Lourdes. Wat is dat geweldig daar, zeg. Veel beter dan hier, hoor”.  “Oh, dat zal vast wel” zei ik een beetje als een boer die kiespijn heeft.  Maar innerlijk dacht  ik: “dDt is toch niet de boodschap die je van Lourdes meekrijgt?

Nee, Maria is in Lutjebroek*, in Vught, in de Achterhoek even vol van genade als hier. En de Heer die ons hier zo vervuld heeft van vreugde en kracht, is ook daar overal. In uw harten, in uw gemeenschap, in uw medemensen. We gaan het zien en beleven met nieuwe ogen. Amen.

*) uit deze plaatsen kwam een groot deel van de pelgrims

(c) Pastoor Martin Los