Homilie op de 2e Adventszondag 5/6 december Willibrordkerk en Mariakerk

Voorgeschreven lezingen voor deze zondag in het universele lectionarium van de r.k. kerk voor zon- en feestdagen (Jaar C). 1e lezing: Baruch 5:1-9;  2e lezing: Fiipenzen 1:3-6,8-11 Evangelie: Lucas 3:1-6

Lieve zusters en broeders, dit weekend wordt overal Sinterklaas gevierd. Kinderen hebben er naar uitgekeken. Ouders hebben zich erop verheugd.
Laten we even niet kijken naar de discussies over het uiterlijk van de Pieten. En laten we even niet ons hoofd schudden over de invloed van de commercie op het feest. Laten we ons afvragen hoe het komt dat Sinterklaas zo populair is.
We zien een man met witte krullen en een witte baard. Dat duidt op iemand die een zeer hoge leeftijd heeft bereikt. Ouder dan wie dan ook. In de Bijbel wordt gesproken over God als een oude van dagen. Hij was er al voor er iets of iemand was.

H.Nicolaas.Leven2015Er is kennelijk in veel mensen behoefte aan een figuur die boven onze aardse pietluttigheden verheven is. Vol wijsheid. In elk geval willen we kinderen dat beeld meegegeven door de verschijning van de goed heilig man.
Hij is niet alleen wijs als niemand anders. Hij is ook pure goedheid. Want waar hij komt worden pepernoten gestrooid, suikergoed en marsepein uitgedeeld en geschenken gegeven. Hij gooit wat in je schoentje. Wat je nodig hebt op je levensweg
Bovendien weet hij alles. Het staat geschreven in zijn grote boek. Hij is rechtvaardig, maar vooral barmhartig.
Zo komt Sinterklaas als het goed is over als een beeld van God, de Vader, wijs, overvloeiende goedheid, rechtvaardig en barmhartig.
Als bisschop is Sinterklaas ook beeld van Jezus Christus die zijn apostelen de wereld in zendt om de mensen in aanraking te brengen met Gods liefde en barmhartigheid.
Is het niet opmerkelijk dat veel mensen in onze “ontgoddelijkte” wereld behoefte hebben aan een bijna tastbaar beeld van onbekende god? Als is het maar voor even?

We ervaren dat we leven in een onvolmaakte wereld. En dat we zelf onvolmaakt zijn. We hebben allerlei tekorten. Schamen ons voor dingen die we deden. Dat wekt de droom in mensen naar een volmaakt wezen die ons verzoent met onze tekorten en gebreken, en die zijn hand over zijn hart haalt waardoor onze ongerechtigheden worden uitgewist.
Iemand die de pijn van ons menselijk bestaan verzacht. In elk geval willen de ouders hun kleine kinderen dat beeld niet onthouden. Door het Sinterklaasfeest te vieren geven mensen het hun kinderen in hun rugzakje mee voor hun leven onderweg.

De Joden in die tijd voor Jezus leefden ook met een droom. Een droom die hen overgeleverd was van vader op zoon en moeder op dochter. Die droom werd door Baruch in zijn boek opgeschreven. De belofte van God dat zijn volk naar Jeruzalem uit ballingschap zou terugkeren: “Jeruzalem leg uw rouwkleed af. Bekleed je met Gods heerlijke schoonheid…..Jeruzalem, ga op de hoogte staan en kijk naar het Oosten, daar zijn uw kinderen weer samen op het woord van de Heilige…eervol brengt God hen terug”.
Wanneer je in Jeruzalem bent en je kijkt naar het Westen, richting kust dan zie je een groen landschap met bomen en sinaasappels. Maar naar het Oosten begint meteen de woestijn.
Die kant uit zijn ooit de inwoners gedeporteerd richting Syrie en Irak en Perzië. Zouden ze ooit weer terugkeren? Op welk moment en hoe?

Ineens gaat het gerucht dat een profeet, Johannes, mensen oproept om hun leven te beteren, en hen doopt in de Jordaan. Dat is de rivier die daar in het Oosten van Jeruzalem dwars door de woestijn loopt.
Duizenden mensen komen op hem af. Is het vreemd dat de harten sneller gingen kloppen. Men dacht: nu gaat de belofte in vervulling, de droom van het volk van God dat terugkeert naar Jeruzalem, een volk dat vernieuwd was, en klaar voor God.
Inderdaad ging de droom toen in vervulling. En door Johannes de Doper werden de mensen voorbereid op de komst van Jezus, de Messias, de lang verwachte Zoon van God.

Zo kan ook het Sinterklaasfeest mensen openen voor de aanwezigheid voor God in deze wereld. Ook in eigen leven. Misschien eerst en alleen als een soort droom. Een vermoeden dat onze tekorten, onze schaamte en schuld toch niet het laatste woord hebben over ons leven. Maar een oneindige goedheid, een oceaan van liefde die God heet.

Wij hebben als gedoopte christenen het voorrecht om deze God te kennen als gemeenschap van liefde, Vader, Zoon en Heilige Geest. We moge die God kennen door ons geloof in Jezus Christus.
Hij is geen droom of illusie, maar werkelijk als mens geboren en in deze wereld gekomen. In onze geschiedenis. Daarom noemt de evangelist Lucas ook zo nauwkeurig de tijd waarin Johannes de Doper optrad. Net als bij de geboorte van Jezus.
Christus is in de wereld gekomen, niet alleen de wereld van 2000 jaar geleden, maar ook van nu, want zijn persoon en betekenis overstijgen elke tijd. We mogen zelf leven vanuit onze verbondenheid met Hem en met God.
Daardoor dromen we als gelovigen niet alleen van vergeving en verzoening, van goedheid en genade. We mogen die zelf ervaren. Gesteund door heel de kerk op aarde.

Maar laten we niet vergeten: we mogen doordat we het met Jezus en met Gods liefde wagen ook bij andere mensen de hoop wekken dat hun droom niet bij een droom hoeft te blijven. Een droom die zoals met Sinterklaas even gedeeld wordt met velen, maar daarna weer ingehaald wordt door de rauwe werkelijkheid.
Maar de droom kan ook zelf werkelijkheid worden. We mogen door ons geloof en door onze liefde voor de Heer iedereen op Jezus wijzen zoals eens Johannes de Doper

De Heilige Nicolaas is een van de grote heiligen van de kerk. In de Oosterse Kerken is hij zelf na Maria de grootste. Hij toont ons hoe mooi en aantrekkelijk het is om een beetje op God te lijken. We mogen dat allemaal doen als kinderen van God. Geven zonder er iets voor terug te verlangen. Doen vanuit de wijsheid dat liefde toch echt het laatste woord heeft. Niet alleen vandaag. Maar elke dag die God ons in zijn goedheid geeft. Een gezegend Sint Nicolaasfeest toegewenst. Amen

© pastoor Martin Los.

Homilie op de eerste zondag van de Advent 2015 in de Mariakerk in De Meern en Willibrordkerk Vleuten

Schriftlezingen voor deze 1e Adventszondag uit het voorgeschreven universele lectionarium  van de r.k. kerk: 1e lezing: Jeremia 33:14-16; 2e lezing Thessalonicenzen 3:12-4:2; Evangelielezing: Lukas 21:25-28.34-36

Lieve zusters en broeders, misschien luistert u wel eens naar het radioprogramma Taalstaat dat zaterdags rond het middaguur wordt uitgezonden.
Een leuk onderdeel van dit programma is dat de luisteraar een Nederlandse woord kan inzenden die volgens hem of haar helaas in vergetelheid lijken te raken.
Het woordje “levenswandel” zou heel goed passen in die rubriek van bijna vergeten woorden. We hoorden het zoeven in de brief van Paulus aan de christenen in Thessaloníki: Wij vragen u dat u overlevering over een levenswandel die God welgevallig is, nog trouwer naleeft dan u al doet.
Een levenswandel, wat is dat? Het is niet hetzelfde als een levensloop. Bij sollicitaties moet je een curriculum vitae inleveren. Op LinkedIn zet de jongere generatie zijn levensloop zelf publiekelijk op Internet. Alle banen die je gehad hebt, het vrijwilligerswerk, je connecties.
Maar een levenswandel is de wijze waarop je leeft, de stijl van leven waaraan je herkenbaar bent tijdens je leven. Dus niet alleen af en toe, maar duurzaam. Het deelwoordje wandel duidt er ook op dat je heel bewust zo leeft. Je wordt er niet toe gedwongen zoals iemand die ergens voor op de vlucht is, of door een plotselinge bevlieging.

Een wandelaar neemt de tijd, loopt recht op, staat af en toe stil om iets moois te bewonderen, groet ander wandelaars. Zo spreekt uit een levenswandel ook bewustzijn en rust.
Een levenswandel straalt uit dat iemand bepaalde waarden vooropstelt die je leven richting geven. Die waarden zijn niet ver of onbereikbaar, maar met elke stap realiseer je ze. En het houdt in dat je bepaalde normen stelt aan jezelf over wat je passend vind of niet in verband met die waarden die je als goed en betrouwbaar ervaart.

In de Bijbel wordt gesproken over mensen met een heel bijzondere levenswandel omdat zij “wandelden met God”. Dan moet je niet zozeer denken aan statige personen die zich waardig bewegen door het leven alsof niets hen raakt van het gewoel om hen heen. Wie wandelt met God, leeft als een kind van God, in kinderlijk vertrouwen, spontaan de wil van God volgend.

Een levenswandel zouden we tegenwoordig misschien eerder identiteit noemen. Maar je identiteit is eerder iets wat vastgelegd is en ingelijst. Een momentopname. Maar een levenswandel is steeds in beweging. Je blijft herkenbaar in alles levensfasen van kind tot grijsaard.
De apostel roept de gelovigen in zijn dagen op trouw te blijven aan de overlevering over een levenswandel die God welgevallig is. De levenswandel die Paulus bedoeld is dus niet één die bij jezelf begint en bij jezelf eindigt zoals Frank Sinatra zingt: I dit it my way. We mogen in vrijheid handelen – het is jouw leven – maar je trekt samen met anderen op die op dezelfde manier leven en elkaar daarin ondersteunen.

Bij jonge ouders die hun kinderen laten dopen en laten opgroeien in de christelijke traditie merk ik altijd een grote behoefte om een gemeenschap om hen en de kinderen heen die herkenbaar is omdat om zo te zeggen er sprake is van een gemeenschappelijke levenswandel.
Op die manier voelen de jonge ouders zicht gesteund in de opvoeding van hun kinderen volgens de christelijke waarden. Helaas zijn ze al snel teleurgesteld als een gemeenschap niet herkenbaar is, en men heel verschillend denkt over de waarden die belangrijk zijn, en vooral als er niet naar geleefd wordt.
Het is echt belangrijk dat jonge gezinnen zich gesteund weten doordat we in de geloofsgemeenschap dezelfde waarden naleven.

Dat kwam ook als een hartenkreet naar voren tijdens de synode over huwelijk en gezin in Rome vorige maand. In de pers leek het wel alsof het daar allen ging over de communie voor gescheidenen die hertrouwd zijn. Een belangrijke kwestie inderdaad. Maar het ging vooral over hoe we als christenen herkenbaar kunnen zijn in ons dagelijks leven en elkaar kunnen steunen als huisgezin van God.
Trouw, solidariteit met zwakkeren, de gemeenschap mee opbouwen waarbij ook hoort deelnemen aan het gemeenschappelijk gebed van de kerk. Bovenal de liefde als hoogste waarde.

met de net gekochte wintermutsen maken de jonge vluchtelingen spontaan het V-teken

met de net gekochte wintermutsen maken de jonge vluchtelingen spontaan het V-teken

Donderdag organiseerde de Parochiële Caritas Instelling PCI een welkom aan vluchtelingen in Leidsche Rijn. Vijfentwintig recente aangekomen vluchtelingen, meest gezinnen, mochten inkopen doen, winterkleding, buggy’s o.a.. Daarna werd een maaltijd gehouden in eetgelegenheid Hoge Weide aan het Ab Harrewijnplein. Het pastorale team was ook uitgenodigd.
Liefde en barmhartigheid als de meest wezenlijke uiting van de liefde werden zo ontroerend bevestigd.

In deze Advents en sinterklaastijd denken we allemaal weer terug aan onze kindertijd. We herinneren ons wat op ons als kinderen in het gezin het meest geraakt heeft, wat ons is bij gebleven en wat ons gevormd heeft. We kunnen dus allemaal uit ervaring spreken.
Daarom spreekt het vanzelf dat we in deze Adventstijd nadenken en spreken over hoe we juist met het oog op de kinderen en de jongeren herkenbaar zijn als gemeenschap door ons levenswandel.
Zijn we ons bewust dat we door onze levenswandel levende getuigen van het Evangelie zijn. In de eucharistie luisteren we eerbiedig naar het Evangelie, maar in het dagelijks leven mogen we het voor elkaar en met elkaar uitbeelden. Daar staat of valt de kerk en de geloofsgemeenschap mee. Of we dat echt en met plezier doen.
Dan zijn we tot zegen van elkaar in de geloofsgemeenschap, ook voor de kinderen die daar door geraakt en gestimuleerd worden, en Jezus daardoor leren kennen. Dan zijn we ook tot zegen van de wereld om ons heen. We weten omdat we zelf deel uit maken van die wereld, dat angst en onzekerheid om zich heen grijpen. We zien ook hoe aantrekkelijk cynisme of onverschilligheid als levenshouding worden. Of onbeschaamd egoisme.

Lukas, de evangelist, verhaalt ons de woorden van de Heer die spreekt over  wereld gebeurtenissen die leiden tot angst en radeloosheid. Maar Jezus zegt: laat je niet meeslepen: richt je op en hef je hoofd omhoog want uw heil is nabij.
Waar de wereld alleen maar tekenen ziet van verval en einde, zien wij als gelovigen niet het absolute einde, maar doorbraak van Gods koninkrijk.
We mogen daar zelf aan meedoen door onze levenswandel. We mogen hier en nu al beeld zijn van het rijk dat komt door onze liefde voor God, door als zijn kinderen te leven met elkaar en onze medemensen. Door vertrouwen en vreugde.
Laten we dat doen. Van ons leven een levenswandel maken en samen op wandelen. God wandelt dan met ons mee.
Zullen we de redactie van de Taalstraat vragen binnenkort het woordje “levenswandel” in de uitzending een plekje te geven? Is er iemand die dat wil doen? Amen

(c) Martin Los, pr