“…..en in de eeuwen der eeuwen. Amen” I

Een bepaald soort gebeden in de liturgie van de katholieke kerk eindigt altijd op dezelfde manier: “…..die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen”

gepolijst
Ik wil graag wat uitvoeriger stil staan bij de inhoud van die woorden “in de eeuwen der eeuwen”. Voor veel mensen is dit één van de meest afgesleten zinnetjes uit de liturgie omdat het inderdaad zelf ook overal en altijd en in de eeuwen der eeuwen klinkt. Sinds mensheugenis in het Latijn “et in seacula seaculorum. Amen” en de afgelopen eeuw in alle talen.

Een positiever benaming en beleving van “afgesleten”is “gepolijst”.  Door veelvuldig wrijven, polijsten, komt een bijzonder glans over een oppervlak te liggen. Die donkere glans lijkt van binnen uit te komen. Een mysterieuze transparantie.

Over die wonderbare inhoud wil ik iets vertellen. Zie de volgende blog (II)
Maar eerst even over dit type gebed, dat zo karakteristiek is voor de katholieke liturgie, in het bijzonder de eucharistie.

Collecta-gebeden
De kerk gaat ervan uit dat elke gelovige als biddende mens in de kerk aanwezig is en aan de liturgie deelneemt. H/zij bidt tijdens de viering in stilte zijn eigen persoonlijke gebeden en intenties tot God.
De gelovigen vormen echter samen ook de geloofsgemeenschap die bijeen is. Ieder maakt deel uit van het verzamelde volk van God. Daarom worden de persoonlijke stille gebeden en gedachten en intenties op bepaalde momenten samengevat in het gebed door de priester dat eindigt met de woorden: “…..die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen”.

Dit soort gebeden heet oratie (openbaar gebed) of collecta-gebed.
De persoonlijke gebeden van elke gelovige worden om zo te zeggen “gekollekteerd” en door de priester in een samenvattende bede namens het verzamelde gelovige volk tot God gebeden.
Alsof hij die gebeden in een schaal omhoog heft, bidt de priester met uitgebreide armen tot God.
Hij bidt in dat geval niet zijn eigen persoonlijke gebed, maar het gebed van de kerk zoals het Missaal (officiële r.k. kerkboek voor de liturgie van de Heilige Mis) aan geeft. Het is een kort en bondig gebed van een paar regels.

Ter vergelijking
Dit is een opmerkelijk verschil met de traditionele protestantse eredienst. De dominee/voorganger bidt vaak een uitgebreid spontaan gebed dat als het ware door de gelovigen in stilte wordt “meegebeden”. Het is een soort model bidden dat resoneert in de harten van de aanwezigen die zich erin herkennen en erdoor geraakt voelen.
De persoon van de dominee en het persoonlijke gehalte van zijn/haar geloof krijgt hierdoor in feite een heel groot gewicht.
Bij de priester treedt de persoon juist terug achter zijn functie, namelijk de gelovigen te stimuleren persoonlijk te bidden en hun gebeden samen te vatten

Scharnieren
In de eucharistie zijn er drie momenten waarop zo’n kollekte van de persoonlijke gebeden van de gelovigen plaats vindt. Het zijn alle drie scharniermomenten waarop een overgang in de liturgie plaats vindt. Het verzamelde gelovige volk staat op zo’n moment als het ware op drempel van een nieuw vertrek in de structuur van de eucharistie.

Eerst aan het einde van de openingsritus voordat het Woord van God tot klinken komt in de Schriftlezingen. Ten tweede als de offergaven van brood en wijn naar het altaar zijn gedragen. Tenslotte na de communie aan het slot van de eucharistie.
Het zijn telkens bijzondere overgangsmomenten in ritueel van de viering. Op zulke momenten worden de gelovigen steeds ook weer zelf verzameld tot het ene volk van God dat de liturgie viert.

Het is de dynamiek tussen persoonlijk en gemeenschappelijke gebed. Beiden kunnen niet zonder elkaar. Een volk zonder personen is leeg en abstract. De persoon zonder gemeenschap is ontheemd en onvruchtbaar.

Samenspel
Met de afsluiting “en in de eeuwen der eeuwen” stelt de priester de gelovigen in staat om samen in te stemmen met  “Amen”. Om in voetbal termen te spreken: hij geeft als het ware de voorzet die het volk van God gezamenlijk in kan koppen, zodat het kan scoren. Dat is nodig want het is tenslotte het gebed van het verzamelde volk van God.
Zo’n samenspel komt op veel meer momenten in andere vormen in de liturgie voor

We hebben eerst gekeken naar de bijzondere plaats van “en in de eeuwen der eeuwen”. We begrijpen nu ook waarom dat zinnetje zo “gepolijst” is door het veelvuldige gebruik.
Nu is het tijd om bij de inhoud stil te staan en te begrijpen waarom er zo’n verborgen glans over deze woorden ligt.

Copyright van de Heilige Geest

Bijbel voor ongelovigen
Met zijn Bijbel voor ongelovigen stelt Guus Kuijer ons voor de vraag  of er zoiets is als copyright van de Bijbel. Kuijer gaat heel vrij om met de tekst van de Bijbelverhalen. Zou iemand dit doen met zijn werk, dan zou er spoedig een rechtszaak volgen met een beroep op copyright. Je mag niet zonder toestemming stukken van iemands werk overnemen, en al helemaal niet naar je eigen smaak en voor je eigen doel veranderen.

Auteur van de Bijbel
Gaat de auteur van de Bijbel Kuijer nu een proces aan doen? Nee, natuurlijk niet, is de reactie. Want de schrijvers van de Bijbelboeken zijn al lang gestorven. Dus er rusten geen auteursrechten meer op. Interessant dat we dan ineens over “auteurs” gaan praten. Want zou de Bijbel zomaar een verzameling losse boekjes zijn, dan zou het niet zo’n uniek monument geworden zijn. Kuijer lift met zijn bewerking mee op de status die de Bijbel in de wereld heeft. Waar is die status aan te danken?

Levende traditie
Naast de schrijvers van de Bijbelboeken, wie dat dan ook mogen zijn, is er de traditie die de boeken heeft bewaard en verzorgd in de tempel en de synagoges. Niet alleen de schrijvers van de bijbel(boeken), maar ook de doorgevers en behoeders in de tijd van voor de perkamenten boeken, de tijd van de boekrol, hebben bijgedragen aan de Bijbel. Zij maakten deel uit van de vierende gemeenschap die samen kwam om te Heilige Schrift te laten spreken door de reciterende zang in de synagoge. Zo was de bijbel nog nauwelijks een boek, maar een schat in de harten en geheugens van de vromen.

Liturgie
Bij deze verzameling van Geschriften die als Tenach (Thora, Nebiim, Chetoebim) al een eenheid vormden, kwamen door het Christendom als een soort verklarend naschrift  en climax tegelijk de Evangeliën met de andere geschriften (brieven, handelingen, Apocalyps).
In de Eucharistie worden vanouds de profeten (Het zogenaamde Oude Testament of Tenach) en de apostelen (Handelingen, Brieven , Apocalyps) gelezen voor het Evangelie uit. Eerst de dienaren dan de Heer zelf als in een processie. Men kan dus de bijbel helemaal niet losmaken van de vierende geloofsgemeenschap, de kerk.
De boekdrukkunst, pas vijfhonderd jaar oud, heeft er toe bijgedragen dat de bijbel gaandeweg een eigen bestaan ging leiden als boek op de boekenplank los van de samenkomst van het gelovige en vierende volk waar dit bijbel luid wordt voorgelezen.
Dit volk van God leest nooit zomaar voor uit de Heilige Schrift zoals men informatie uit de krant tot zich neemt, of een roman leest, maar het omgeeft de lezing met acclamaties. Vergelijk ook de gewoonte om in de synagoge op het feest Simcha Thora, Vreugde der Wet, met de Thorarol in processie door de gebedsruimte te lopen. In de Rooms-katholieke liturgie staat het volk op wanneer het Evangelieboek naar de ambo wordt gedragen en zingt vol overgave Hallelujah. Het boek wordt bewierookt. En na afloop van de lezing mag de priester de opengeslagen bladzijde kussen namens de verzamelde gemeenschap.

De adem van God
En waarom? Omdat de kerk door de voorgelezen woorden heen het Woord van God hoort. Dat is het geheim van de heilige Geest. Heel de heilige Schrift is van de God, dat is de Geest,  doorademd, zegt Petrus.
Het is eenzelfde Geest die de schrijvers van de afzonderlijke boeken inspireerde. Het is eenzelfde Geest die het volk Gods ertoe bracht het woord te vieren en te bewaren.
Het is eenzelfde Geest die de kerk bewoog om de grenzen van de Bijbelboeken vast te stellen, de zogenaamde canon waar vrijwel heel de vroege christenheid het over eens was. Een wonder als zovele gelovigen het ergens over eens zijn!
En tenslotte is het de Geest die de harten van de mensen opent en hun geest verlicht, zodat de stem van God wordt verstaan.

Glimlach
Men mag dus gerust spreken van het copyright van de heilige Geest als het gaat om de auteur van de Heilige Schrift. Guus Kuijer hoeft niet bang te zijn dat de heilige Geest hem een proces aandoet vanwege auteursrecht, plagiaat, eigenmachtige aanpassingen. Ze kan slechts glimlachen. Want zeg nou zelf: een “Bijbel” voor ongelovigen, dat is toch een volkomen tegenstrijdigheid. De bijbel is geen los verkrijgbaar boek, ondanks de boekdrukkunst zoals ik in de uitleg hierboven heb laten zien.
Ik vrees dat op onbevooroordeelde niet gelovigen – mensen die helemaal niet opgegroeid zijn met de bijbel – Kuijers Bijbel ook weinig indruk zal maken. “Bijbel voor niet meer gelovigen” zou een betere titel geweest zijn als er dan toch zoiets moet zijn als zijn boek. Want mensen die de bijbel kennen, maar afscheid hebben genomen van de gemeenschap waar de bijbel gevierd wordt, zullen zich er mogelijk mee vermaken of door verlost voelen. Maar dan toch alleen omdat zij ook al is het “in herinnering” niet helemaal los zijn van het huis waar de bijbel thuis is, gehoord, gevierd, bewierookt, omarmd, gekust, soms tegen dovemansoren gezegd en soms verstaan wordt als “een lamp voor mij voet en een licht op mijn pad”

Het zou natuurlijk kunnen dat de niet-meer-gelovige of wie dan ook voor wie Kuijer zijn boek schrijft, bij het lezen ervan denkt:  “Wat zou er eigenlijk in de echte bijbel staan en hoe leest de geloofsgemeenschap haar”. In dat geval is “de bijbel voor ongelovigen” toch ook een instrument van de heilige Geest. Zou er dan op de “Bijbel voor ongelovigen” ook het copyright van de heilige Geest rusten? Je weet het maar nooit. De Geest waait gelukkig waarheen zij wil.

Laatste vraag
Bijbel voor ongelovigen is een tegenspraak met zichzelf. En een Bijbel voor gelovigen dan? Ook dat. Want de Bijbel is voor alle mensen. Niet voor een een groep ongelovigen of gelovigen. Dat zullen de hoorders en vierders van Gods Woord als eerste beamen.