Zonnelied H.Franciscus van Assisië

Zonnelied van Sint Franciscus  Cantico del Frate Sole

korte inleiding

Vorige week was een bruidspaar bij mij op bezoek om de viering van hun kerkelijk huwelijk voor te bereiden.
Toen de schriftlezingen waren vastgesteld vertelde het stel welke liederen ze graag gezongen zouden hebben in de viering. Ze haalden een lijstje te voorschijn. Ze hadden de liederen gecheckt aan de hand van Youtube filmpjes.
Maar één lied hadden ze niet gevonden: het Zonnelied.
“Oh” zei ik “het Zonnelied van Sint van Franciscus”
“Waar ken je dat van?” vroeg ik.
“Van vroeger hier in de kerk. Het kinderkoor zong het regelmatig. Het begon zo: “Ik zing van mijn broeder, de zon, met zijn stralen…”.
Mijn hart sprong even op van vreugde. Want ik herkende onmiddellijk de eerste zin van het Zonnelied in een Duitse bewerking die ik bijna twintig jaar geleden voor het kinderkoor van de Mariakerk vertaald had en bewerkt.
Dat de bruidegom – inmiddels een fiere dertiger – dit mooie lied uit zijn kindertijd onthouden had en tijdens zijn bruiloft gezongen wilde hebben, vervulde me even van trots.
Want achtereenvolgende dirigenten van het kinderkoor hebben in dit nieuwe millennium dit liedje op de plank laten liggen. Ik heb er  nooit op aan gedrongen het te zingen uit respect voor hun keuze en ook uit vrees de indruk te wekken dat ik eigen liederen pushte.
Nu ik dit Zonnelied (in mijn bewerking) vanwege het bruidspaar weer heb opgezocht, bevalt het me eigenlijk nog steeds.
Het past ook zo goed in deze tijd met alle nadruk op groen, op respect voor de schepping en aandacht voor duurzaamheid. Maar bovenal: wat mooi dat we door de unieke beleving van H. Franciscus alles om ons heen als broeder en zuster en moeder beleven, samen schepselen van God.
Daarom publiceer ik het vele jaren later op mijn eigen blog hier. Het is bedoeld voor een kinderkoor, maar het is verre van kinderachtig. Vele koren zouden het kunnen zingen samen met de gemeenschap

Ik zing* van mijn broeder,  de zon met zijn stralen.
Hij** brengt ons het licht elke dag
Met hem wil ik loven U, schepper daarboven,
Hij toont uw geduld en gezag

Ik zing van mijn zuster, de maan en de sterren,
Betoverend licht in de nacht
Met haar wil ik loven U, schepper daarboven
Haar schoonheid verkondigt uw macht

Ik zing van de wind, mijn onstuimige broeder
Die wolken berijdt door de lucht
Met hem wil ik loven U, schepper daarboven
Hij streelt onze wang met een zucht

Ik zing van het water, mijn eerlijke broeder
Die gaarne de dorstigen drenkt
Met hem wil ik loven U, schepper daarboven
Die altijd met gulle hand schenkt

Ik zing van het vuur dat als waakzame broeder
De kou en het duister verjaagt
Met hem wil ik loven U, schepper daarboven
Die ons met zijn warmte behaagt

Ik zing van de aarde, mijn zuster en moeder
Zij voedt en verzorgt mens en dier
Met haar wil ik loven U schepper daarboven
U hebt als een bruid haar gesierd

Ik zing van de mensen, mijn zusters en broeders,
Hun liefde, hun leed en hun moed
Met hen wil ik loven U, schepper daarboven
Die al hun beproeving vergoedt

Ik zing van mijn zuster die iedereen opwacht,
De dood aan het eind van de reis.
Met haar wil ik loven U, schepper daarboven
Zij voert ons in uw paradijs

Ik zing en ik prijs U, ik dank en ik dien U
Zo goed en zo kwaad als ik kan
Altijd zal ik loven U, schepper daarboven
om heel uw oneindige plan

(c) Martin Los

*De melodie plaats ik hier binnenkort bij de tekst. ** De zon (Duits: Die Sonne) is in onze taal vrouwelijk. In de zuidelijke talen is hij mannelijk Ik heb er voor gekozen om de taal van Franciscus (Italiaans) te volgen: il Frate Sole. Daarin is de zon broeder. Ik neem aan dat deze geslachtswijziging in deze tijd van promotie van transgenders niet op bezwaren zal stuiten.

de engel in de parkeergarage

Vanmorgen had ik om 08.10 uur een afspraak bij een arts in het Antoniusziekenhuis.
Om 08.30 liep ik terug naar de parkeergarage.
Bij de betaalautomaten stond vanwege het vroege uur nog niemand.
Ik stak mijn parkeerkaart in de gleuf van één van de apparaten.
“Eén euro” verscheen op het scherm
Op dat moment tastte ik in de zakken van mijn jasje naar mijn etui met betaalpasjes.
“Vergeten” drong het tot me door.
Ik had thuis een ander colbert aangetrokken. Het etui zat nog in het jasje dat ik de vorige dag had aangehad.
Er zat ook geen enkele losse munt in mijn zakken, en geen papiergeld in mijn portefeuille.
Daar stond ik hulpeloos.
Eerste vraag: hoe krijg ik mijn parkeerkaart terug, want ik kon hier niet bedremmeld blijven staan.
Een druk op de rode knop van de intercom.
Gelukkig was er meteen contact met een medewerker van de Parkingservice.
“hoe krijg ik mijn parkeerkaart terug want Ik heb geen geld bij me?”
“Op de annuleerknop drukken!” zei een mannenstem die kraakte als een papierenzak die in elkaar gefrommeld werd.
Met de parkeerkaart liep ik even de hoek om om te zien of daar de medewerker aan het loket zat.
Er stond nog steeds niemand achter me of naast me.
Achter de balie geen medewerker te bekennen
Ik keek nog even de grote hal naar het ziekenhuis in alsof ik hoopte dat ik een bekende zou zien.
Hoe kwam ik aan geld om te betalen?
Terug naar de afdeling van de arts om medewerking te vragen? Naar huis bellen?
Ik liep nog even terug naar de betaalautomaat alsof ik daar toch iets van uitkomst zou vinden.

Op dat moment kwam van links of moet ik zeggen “vanuit het niets” een jonge vrouw op mij toe, blond haar, vriendelijk gezicht, rode sjaal en beige jas.
“Hoorde ik dat u een euro nodig heeft?”
Ze had het geldstuk al in haar hand om het mij aan te reiken.
“Mij overkwam vorige week precies hetzelfde” zei ze met een glimlach
Met verbazing en dankbaar als een kind keek ik haar aan.
“Ontzettend bedankt!” zei ik tegen haar terwijl ze al aanstalten maakte om door te lopen.
Omdat ik niet wist hoe ik iets terug voor haar zou kunnen doen, zei ik: “Ik zal een gebedje voor u doen”.
Ze draaide zich nog even naar mij om om meteen weer door te lopen.
Op datzelfde moment besefte ik dat ik mijn priesterboord niet om had.
Het was vandaag immers mijn vrije dag. Ik was dus “incognito”.
Mijn spontane aanbod van een gebedje voor haar dat een priester zo gemakkelijk in de mond neemt omdat het zijn dagelijks werk is, moet des te vreemder in haar oren geklonken hebben.
Ik voelde me extra met lege handen staan.
Zo groeide mijn verwondering over mijn redding door de jonge vrouw.
Haar hulp kon niet ingegeven zijn door de bijzondere positie die ik in de ogen van sommigen geniet want die kon ze niet geweten hebben.
En waar haalde ze vandaan dat ik een euro nodig had? Want ik had via de intercom geen enkel bedrag genoemd.
Had ze toch achter mij gestaan en het bedrag op het scherm gezien toen ik de parkingwacht belde? Nee, want naast mij was een betaalautomaat waar niemand voor stond. Het was onnodig om in de rij achter mij te staan.
Had ik misschien hardop gepraat? Ook dat niet.

In gedachten liep ik naar de auto op het eerste parkeerdek.
“Waaraan had ik deze vriendelijkheid als van een engel incognito te danken?”
Ik moest denken aan de film “Pay it forward” die ik lang geleden gezien heb.
Een man bij een supermarkt komt met zijn boodschappen terug bij zijn auto. Sleutel kwijt. Hij kijkt radeloos om zich heen.
Een jonge man komt op hem toe lopen: “kan ik u ergens mee helpen?”
De man legt uit wat er aan de hand is.
“Thuis heeft hij een reservesleutel”zegt hij.
De jonge man biedt spontaan aan hem met zijn eigen auto naar huis te brengen met de boodschappen.
Een half uurtje later zijn ze terug bij de afgesloten auto bij de supermarkt. De man kan nu met zijn reservesleutel naar huis rijden.
“Wat kan ik je aanbieden voor je hulp?”vraagt hij aan de  jongeman.
“U hoeft mij helemaal niets te geven. Ik vraag alleen dat u de eerstvolgende keer dat u iets goeds voor iemand kunt doen, dan ook spontaan doet”.
De film vertelt dan verder hoe door deze ene goede daad een kettingreactie op gang komt van hulpvaardigheid en vriendelijkheid.
Wie met lege handen stond, heeft plotseling oneindig veel te bieden.

Ik ben nu heel benieuwd wat de olievlekwerking zal zijn van de goede daad die mij vandaag overkwam.
……….en van dit verhaal, de boodschap van “de engel in de parkeergarage”, dat ik thuis meteen geschreven heb.

(c) Martin Los