Aan de hand van de initialen

Vier jaar voordat Rienk Troost predikant werd in zijn nieuwe gemeente was de kerk totaal afgebrand.
Ze was net volledig gerestaureerd.
Een paar dagen voordat de kerk zou worden opgeleverd, was het gebouw gevuld met een bepaald soort gas om eventuele larven van de boktor in het houten dak en spant te doden.
Een vonkje door kortsluiting of een onvoorzichtige bouwvakker die een sigaret opstak, was er de oorzaak van dat de kerk in een paar ogenblikken ik lichtelaaie stond.
Ze brandde tot de grond toe af.

Herbouw had geen enkele zin. De kerkenraad besloot van de nood een deugd te maken.
Er werd een nieuw gebouw ontworpen.
Helemaal naar de inzichten van hoe een eigentijdse kerk er uit moest zien.
Met vergaderzalen, een bar, een jeugdhonk en een soort foyer.

Maar in de kerkzaal zelf moest uiteraard alles gericht zijn op het Woord van God.
De vloer liep naar beneden af. De banken vormden een soort amfitheater binnen rechthoekige zaal.
Aller ogen zouden tijdens de dienst gericht op een enorme wand van schoon metselwerk die als de Sinai zelf oprees voor het verzamelde volk van God.
Tegen deze reusachtige muur was een houten preekstoel gemaakt.
Om enigszins in verhouding te staan tot de wand was deze preekstoel ook bijzonder groot.

In oude kerken was de preekstoel meestal niet meer dan een houten broek met een plat klankbord boven het hoofd van de predikant.
Deze preekstoel leek veel meer op een aan de muur gehangen kansel van mahoniekleurig hout.
Midden op de kansel was een lezenaar aangebracht waarop dag en nacht een Statenbijbel open lag.
Deze werd niet meer gebruikt voor de lezingen tijdens de kerkdienst. Er werd uit een nieuwe Bijbelvertaling gelezen.
Maar de oude Statenbijbel met zijn koperen sloten zorgde toch voor de nodige uitstraling.

Het klankbord waaronder de predikant stond tijdens de preek, zag eruit als een enorme hand
Met de komst van de microfoon, en helemaal met de draagbare “halsband” microfoon was een klankbord eigenlijk niet meer nodig.
Maar een preekstoel had nu eenmaal traditioneel een klankbord.
Dus werd ook voor deze preekstoel een klankbord ontworpen.
In dit geval was de traditie eigenlijk minder de aanleiding, dan de enorme stenen wand achter de preekstoel.
De situatie vroeg om een verder aankleding van de preekstoel met een klankbord.
Anders zou de predikant tegen de grote stenen muur nog nietiger geworden zijn dan hij of zij toch al was op die eenzame hoogte.

In de gemeente was een kundige timmerman, Jaap Kouwenaar.
Hem werd gevraagd de preekstoel te maken.
Of het idee van Jaap zelf was, of van de architect, is onduidelijk.
In elk geval zagen gemeenteleden die tijdens de inrichting van de kerk even kwamen kijken, dat boven de preekstoel een enorme hand als klankbord zichtbaar werd.
De palm van een hand waarvan vier aaneengesloten vingers zich kromden boven het hoofd van de predikant.
Het was een vondst, vond iedereen.

Maar een hand heeft toch vijf vingers. Waar was de duim?
Bij nader toezien bleek de hand een rechterhand.
Op de plaats van de duim was een houten plaat tegen de muur in dezelfde mahoniehouten kleur als de rest van de hand.
Was dat nou wel of geen duim?

Wie de eerste was die met de veronderstelling kwam, is onbekend.
Maar er was iemand die zich als eerste realiseerde dat Jaap Kouwenaar aan zijn rechterhand geen duim had.
Die had hij verloren op een ongelukkig moment door een elektrische zaag.
Al gauw ging het verhaal dat het klankbord Jaaps eigen hand moest voorstellen.
De mensen die het hoorden, wisten met deze gedachte niet goed raad.
Ze gniffelden er een beetje om.

Op de dag van de officiële opening zat de kerk bomvol.
Iedereen was trots op de mooie, eigentijdse kerk.
Voor het eerst stond er nu echt een predikant op de kansel onder de machtige hand.
Het deed de aanwezige gelovigen wel iets.
Want een predikant wordt immers behoed door de hand van God die hem als nietig wezen toch bijstaat door de heilige Geest om tijdens de  preek zulke grandioze woorden te spreken over genade en verlossing?
En door die troostvolle woorden van de predikant voelde toch iedereen de hand van God om zich heen?

Kortom, iedereen vond de enorme preekstoel mooi en passend.
Jaap Kouwenaar ontving tijdens de receptie veel complimenten.
Maar de mensen de hem een hand gaven om hem te feliciteren, konden toch niet laten een blik op zijn hand te werpen: ze zagen op de plaats van de rechterduim een vormeloos stompje.

Intussen gingen er tijdens de bezichtiging gemeenteleden de preekstoel op om even vanaf de positie van de predikant de nieuwe kerk in te kijken.
Het was een indrukwekkend uitzicht over de lege banken en paden.
Eén van die nieuwsgierige mensen moet zich op de preekstoel hebben omgedraaid om de hand wat beter te bekijken.
Wat zag deze beklimmer van de kansel?
Midden in de handpalm stonden de letters J K.
Waarom stonden die letters daar? Wat betekenden ze?
Er was eigenlijk maar één antwoord mogelijk meenden sommigen: J K stond voor Jaap Kouwenaar. Hij had zijn eigen initialen in de preekstoel gezet.
Want die hand zonder duim was toch ook van hem?
“Maar je eigen initialen in de preekstoel kerven, dat gaat toch wel heel ver!” vond men

Toen Rienk vier jaar later in die kerk tot predikant werd bevestigd was hij uiteraard onder de indruk van de hand boven zijn hoofd.
Hij zag ook de letter J K in de handpalm uitgesneden.
En het duurde niet lang of Rienk kreeg het verhaal van de hand te horen met de bijbehorende gniffel.
Hij vond het wel een grappig verhaal.
Maar het overtuigde hem niet helemaal.
Die J kon toch ook een handgeschreven hoofdletter I voorstellen zoals je dat vroeger op school leerde?
Dan verwezen die letters naar God die zich bekend maakte aan Mozes als “IK ben met u” kortweg “IK”

Een jaar later kreeg Rienk een telefoontje van mevrouw Kouwenaar dat haar man in het ziekenhuis was opgenomen.
Haar stem klonk bezorgd.
Diezelfde dag ging hij naar het plaatselijke ziekenhuis.

Daar trof hij Jaap Kouwenaar voorovergebogen aan in een stoel bij het raam.
Een forse man in pyama en pantoffels.
Jaaps gezicht lichte op toen hij voetstappen hoorde en Rienk de ziekenzaal zag binnenkomen.
Hij stak zijn hand uit. Rienk pakte die hand om hem te begroeten.
Zijn eigen hand schoof door tot de pols van Jaap.
De duim ontbrak.
Rienk realiseerde het zich meteen weer wat hij over die hand gehoord had.

Jaap was een krachtige persoon.
Rienk kon zich nu nog beter voorstellen dat deze man hier voor hem bed die enorme hand ontworpen en getimmerd had.
Hij voelde een bijzonder sympathie voor de maker van de preekstoel waar hij zondag aan zondag op stond tijdens de preek.
“Ik vind het heel bijzonder om de maker van de preekstoel waar ik zo vaak op sta, te ontmoeten” zei hij “het is en heel bijzondere preekstoel!”

“Dank u”antwoordde de man “U kent ongetwijfeld ook wel het verhaal dat de ronde doet over de preekstoel?”
Rienk wachtte even met een reactie omdat hij benieuwd was wat de ander verder zou zeggen.
“Ze denken dat ik mijn eigen naam in die hand gezet heb. Maar het is de hand van God die zegt: “IK sta achter je”

“Voelt u dat zelf ook zo?”vroeg Rienk in een poging het gesprek te verleggen naar de zorgelijke situatie van de ander.
“U bedoelt of ik nu ook de nabijheid van God ervaar?”
Rienk knikte.
Het werd even stil. Er verscheen een traan in de ogen van de man.
“Ik klamp me aan die hand vast” antwoordde hij snikkend.

Een week later kreeg Rienk het bericht dat de maker van de preekstoel was overleden.
Vijf dagen later was de afscheidsdienst in de kerk.
Normaal ging hij bij een afscheidsdienst niet op de preekstoel staan bij de preek.
Hij stond dan liever dicht bij de overledene en de familie bij de lezenaar beneden.
Maar die dag beklom hij vastberaden de preekstoel.
Natuurlijk vertelde hij aan de aanwezigen het geheim van de hand achter en boven hem.
Hij voelde zich heel bewust gedragen door de hand van God ………en van Jaap Kouwenaar

© Martin Los

Plotseling vlogen daar zeven ganzen

Het was al over zevenen in de avond. De eerste vrienden van onze club zouden al in de Brazzerie Abrona zijn voor onze maandelijkse ontmoeting.
Op Twitter zag ik meldingen van mensen die stonden te wachten op de rook die uit de Sixtijnse kapel zou opstijgen. Tegen het eind van de middag hadden de kardinalen weer hun stem uitgebracht. Zou het ditmaal witte rook zijn?
De meeste tweets gingen die middag over de zeemeeuw die op het kapje van de schootsteen was gaan zitten. De grappen die erover gemaakt werden, waren meestal flauw.
Bijvoorbeeld dat de duif toch symbool is van de heilige Geest in niet de zeemeeuw.
Uit balorigheid voegde ik er zelf een tweet aan toe: “Een #seagull op de schoorsteen? Heb ik iets gemist? #Earthflight is toch een programma van de #EO?”

Ik zette nog een keer de televisie die ik een paar minuten daarvoor had afgezet, aan. Maar op Ned1, 2 of 3 geen enkel beeld van het plein voor de Sint Pieter met de wachtende journalisten, cameramensen en gelovigen.
Ik had nog niet eerder tijdens dit conclaaf een voorgevoel gehad dat er iets stond te gebeuren. Maar vreemd genoeg nu wel.
Er was geen aanwijzing dat vanavond al de beslissing zou vallen.
Had kardinaal Simonis niet in de aanloop gezegd dat conclaaf “misschien wel vijf dagen” kon duren?
De meeste Vaticaan-watchers en katholieken hoopten op een snelle verkiezing, maar weinigen rekenden er echt op.
Des te vreemder was het dat ik moeite had om de t.v. en de computer uit te zetten.
Alsof ik een voorgevoel had dat precies wanneer ik onderweg zou zijn naar de club, de witte rook zou verschijnen.

Ondanks de vrieskou zou ik vanavond op de fiets gaan. Onlangs had ik die tweedehands gekocht. Het moest er toch van komen dat ik wat vaker de fiets neem.
Volgens de fysiotherapeut kan mijn rechterknie wel wat extra beweging gebruiken.
Maar op de fiets had ik geen autoradio om het laatste nieuws te horen.
Met een vreemd gevoel deed ik de pastoriedeur achter mij dicht. Alsof ik spijbelde.
Ik bad nog even een schietgebedje tot de heilige Geest om een goede opvolger van Petrus.
Toen stapte ik wat weemoedig op de fiets en reed door de vrieskou naar de club.

Halverwege verscheen er plotseling een vlucht ganzen boven mij vanachter een groep hoge bomen langs de Leidsche Rijn op de grens van de Balije. Het was niet ver van de plek waar het Romeinse schip in de klei gevonden is.
Ik keek op vanwege het geluid dat ze maakten. Het waren er  precies zeven.
Drie vlogen een metertje of twee voor de andere vier uit. Ze vlogen in noordoostelijke richting.
Vier is het getal van het aardse en tijdelijke, drie van het hemelse en eeuwige, samen zeven, het getal van “het is genoeg, meer is niet nodig”.
“Waarom precies op dat moment zeven ganzen in de richting van de oorsprong van het licht?”ging het door mij heen
“Nee”dacht ik bij mezelf “ga nou niet bijgelovig zitten doen”.

Uit mijn gymnasiumtijd herinnerde ik me hoe we als leerlingen ons bij het lezen van de klassieke Latijnse teksten ons verwonderden over het feit dat de Romeinen aan de vlucht van vogels veel betekenis hechten. “Wat waren die Romeinen toch bijgelovig!” dachten we
Overheden lieten hun beslissingen vaak afhangen van de richting die vogels uitvlogen.
De zeven ganzen bepaalden dus op twee manieren mijn gedachten bij Rome.
Bij het klassieke Rome met haar beëdigde voorspellers die van de beweging van vogels in de lucht de toekomstverwachtingen aflazen.
En bij het actuele Rome waar het conclaaf mogelijk in een beslissende fase was.
Wonderlijk hoe snel gedachten kunnen gaan. Als in vogelvlucht. Van het oude Rome naar het Rome van nu: de eeuwige stad

“Het zal toch niet waar zijn” dacht ik “dat ik aan deze zeven ganzen zou kunnen aflezen dat er witte rook te zien is, en dat we een nieuwe paus hebben”?
Dan was mijn voorgevoel juist geweest, toen ik nog thuis was en iets me tegenhield om te vertrekken. Vreemd, zo’n onverklaarbaar voorgevoel.

Een paar minuten later deed ik mijn fiets op slot voor de voormalige boerderij. Ik hing mijn jas in de garderobe aan de kapstok. Daarna liep ik door de Brazzerie met een opgewonden gevoel. Ik groette in het voorbijgaan het personeel achter de bar.
Toen ik de serre naderde, riep één van de aanwezige leden van de club me toe: “Martin, je hebt een nieuwe baas!”
Anderen hielden hun mobieltje voor me: “kijk, witte rook!”
De één na de ander feliciteerde me met de nieuwe paus al was zijn naam nog onbekend was.
Ik was blij met zoveel oprecht medeleven, zeker omdat de club bestaat uit mensen met allemaal verschillende overtuigingen.
Het deed me goed dat de vrienden spontaan mijn gevoelens deelden van blijdschap dat de periode van de “sede vacante”voorbij was.

Toch moest ik steeds denken aan de vlucht van de zeven wilde ganzen.
Hoe was het mogelijk dat ik thuis moeite had om weg te gaan uit vrees dat ik iets zou gaan missen? En hoe kon het dat de vlucht van zeven ganzen voor mij betekende dat er een mogelijk een nieuwe paus gekozen was?

Iemand die mij later vraagt: “waar was jij toen de witte rook uit de schoorsteen kwam bij de verkiezing van paus Franciscus op 13 maart 2013?”  die krijgt hij dit mysterieuze antwoord:
“Het was koud. Ik reed moederziel alleen op de fiets langs de Leidsche Rijn en zag plotseling een vlucht van zeven ganzen boven in de lucht”.

Ik zal er een knipoog bij geven. Want voor mij waren die zeven ganzen in de lucht op weg naar het Noordoosten, de oorsprong van het licht, toch ook een soort knipoog van de heilige Geest. Of niet soms?

(c) Martin Los