De identiteit van de verdachte en de publieke opinie

Eerst werd in de media angstvallig vermeden de afkomst te vermelden van de jonge voetballers die verantwoordelijk zouden zijn voor de dood van een grensrechter die ze na de wedstrijd aanvielen. Er werd in het begin druk gespeculeerd, want hun club kwam uit Amsterdam-West. Daar wonen zoals bekend veel Nederlanders met een Marokkaanse of Turkse achtergrond. De Telegraaf  maakte geheel in de lijn van zijn populistische traditie bekend dat het om Marokkaanse jongeren ging, of minstens twee van de drie. En omdat men graag naar boven afrondt, is er sindsdien sprake van de Marokkaanse jongeren die de grensrechter belaagd hebben.

Vanaf dat moment focust de aandacht zich op de hele Marokkaanse gemeenschap die er maar niet in zou slagen haar jongeren in toom te houden. En steeds weer die vraag of er misschien toch niet een verband is tussen hun cultuur en deze geweldsuitbarsting.

In dezelfde week kwam een inwoner van Friesland met een bekentenis dat hij dertien jaar geleden een zestienjarig meisje uit een naburig dorp verkracht en vermoord heeft. Veel kranten hadden intussen een luchtfoto van zijn huis getoond waarin iedereen onmiskenbaar een boerderij kon herkennen. De inwoner van Friesland die aangeklaagd is voor de gruwelijke misdaad is dus een boer. Maar wat voor boer? Een goedboerende boer? Een moderne boer die de koeien ook ’s zomers op stal laat staan? Een biologische boer? Dat wil je toch weten van een boer als boer? Nee, de boer is gereformeerd.
Dat blijkt ineens betekenisvolle informatie. Gereformeerden zijn keurige mensen. Helemaal geen geweldcultuur. Vreemd dat achter de voordeur van zo’n keurig Gereformeerd gezin zich een moordenaar jarenlang schuil hield. Eigenlijk heel gewiekst. Maar is dat niet kenmerkend voor Gereformeerden? hoor je denken. Vroom voorkomen, maar hou ze in de gaten! En laat die moralisten vooral niets meer over andere gewone mensen zeggen.

Hier wordt een verband gelegd tussen de religieuze identiteit van de verdachte met de moord, niet direct natuurlijk, maar doordat stilzwijgend een relatie gesuggereerd wordt met het verzwijgen van de misdaad en alle gevolgen van dien voor de alle betrokkenen.

Leven we onderhand niet in een schizofrene cultuur? We zien door de overheid gesubsidieerde acties tegen pesten, maar is groepen stigmatiseren  niet hetzelfde maar dan ongrijpender in groter verband?
Met “Marokkaanse jongeren” wordt een hele bevolkingsgroep betrokken bij het misdrijf van een drietal jongeren.
Met “Gereformeerde boer” wordt associatief een hele religieuze groepering betrokken bij zijn misdaad en lange zwijgen.

Mijn vraag is: wanneer bij andere mensen die een ernstig misdrijf plegen, uiteindelijk geen specifieke etnische achtergrond of religieuze instelling aanwezig is, moeten we dat feit dan ook niet zien als betekenisvol in verband met hun daad, vanwege de maatschappelijke en culturele context?

Krijgen we nu voortaan te lezen in de krant: atheïstische accountmanager heeft zijn ex-vriendin om het leven gebracht?  Blanke, geheel geseculariseerde vrouw, is op jongen ingereden?  Bankdirecteur die wel gelooft dat “er Iets is” heeft de bank voor vele miljoenen opgelicht?

Als in de ogen van de publieke opinie het aanhangen van een levensbeschouwing context voor een misdrijf kan zijn, waarom dan ook niet het helemaal niet-aanhangen van een bepaalde religie of levensbeschouwing?
Wie voor die consequentie terugschrikt, moet zich ook onthouden van stempels drukken op bepaalde bevolkingsgroepen die herkenbaar zijn door een bepaalde identiteit ook al is die nog zo divers.

Of speelt in de publieke opinie vooral een rol dat iemand (nog) tot een religieuze of etnische minderheid behoort? Als een verdachte tot een minderheid behoort, is dat op zichzelf al verdacht. Tot de meerderheid behoren is normaal. En wat normaal is kan natuurlijk geen reden zijn om dat als context aan te voeren. Want stel je voor dat behoren tot de meerheid reden zou zijn om met de vinger te wijzen, naar wie kun je dan anders wijzen dan naar jezelf!

Sinds 1990 heeft de overheid bij wet bepaald dat de religieuze identiteit niet meer vermeld mag worden als onderdeel van de burgerlijke stand. Elke burger m/v dient als zelfstandig persoon  gezien te worden met een eigen identiteit en verantwoordelijkheid. De publieke opinie blijkt nog lang niet zo ver. Maar zij voelt dan ook geen pijn als ze een hele bevolkingsgroep in de beklaagdenbank zet. De publieke opinie heeft nooit iets op haar geweten.

Oh, kom er eens kijken wat ik in mijn schoentje vindt II

Als Alice in Wonderland

In de Da Vinci Code van Dan Brown draait in het eerste deel alles om een geheimschrift. Een bepaalde tekst is voor de lezer onbegrijpelijk. Alleen als je het papier op de juiste afstand voor een holle spiegel houdt, kun je de woorden gemakkelijk lezen.
Inderdaad is voor ons geheimschrift een bestaande tekst die versleuteld is. Alleen zij die de sleutel bezitten om te ontcijferen kunnen de tekst uiteindelijk lezen. Het geheimschrift in spiegelvorm is bijna kinderlijk eenvoudig.
Dat niemand hoofdstukken lang in staat was dat geheimschrift te ontcijferen, is in de thriller van Dan Brown niet het enige volkomen ongeloofwaardige element.

Ik wil de lezer echter terug nemen naar de tijd dat elk schrift geheimschrift was. Lettertekens waren eerst zelf zonder uitzondering geheimschrift.  Slechts een kleine schare uitverkorenen kon lezen en schrijven.
Of het nu het spijkerschrift van de Soemeriërs is, of de runen van de Germanen, of het hieroglyfenschrift van de Egyptenaren, of de tekens van de Maya’s, in alle gevallen was het een geheimschrift. Niet omdat wij in de moderne tijd moeite hebben om het schrift van zulke “dode”talen te ontcijferen verstaan, maar omdat de tijdgenoten zelf bewust niet ingewijd werden in de betekenis van de lettertekens.

Daardoor waren de tekens die wij letters noemen, omgeven met een zweem van mysterie en magie. De ingewijden in het schrift, de kleine kring van ambtelijke schrijvers, hadden dezelfde status als priesters, en in veel gevallen waren zij ook zelf priesters.
Zij die de (letter)tekens begrepen zagen daardoor zaken die de gewone mensen niet zagen. Zij waren middelaars tussen de voor iedereen zichtbare wereld en de wereld van de onzichtbare dingen.
Werd in die tijd een jongentje  uitverkoren het schrift te leren, dan was dat een inwijding in een mysterie. Zoals bij elke echte inwijding moesten de ingewijden strikte geheimhouding beloven.

In deel I van deze blog waagde ik de stelling dat een klein kind dat een chocoladeletter in zijn schoentje vindt, ingewijd wordt in het geheim van het schrift.
Waar het in het schrift omgaat is namelijk, dat de zichtbare letters staan voor iets dat alleen zichtbaar is voor degene die is ingewijd in het geheim van het schrift. Dat geheim bestaat hieruit dat de letters vensters openen in de geest, in het innerlijk, naar een onzichtbare wereld: het woord, de zin, het verhaal. Daarom moet een kind eerst een letter hebben gegeten. Er moet gaandeweg een innerlijk lichtje opgaan.

In tegenstelling tot de tijd van het oerschrift van bijvoorbeeld de Soemeriërs, waarin elk schrift per definitie geheimschrift was, struikelt iedereen tegenwoordig over de alomtegenwoordige lettertekens. Ook het kind.
Vrijwel alle volwassen beheersen de kunst om die letters te ontcijferen. In die zin is schrift totaal geen geheimschrift meer. Maar een kind moet nog steeds ingewijd worden in het schrift als een venster op een verborgen, onzichtbare wereld.
Aan letters op zich is zelfs voor een kind dat niet lezen kan niets geheimzinnigs meer, behalve dan de geestelijke wereld zelf die in het schrift schuilgaat.
En dat is heel veel. Een eindeloze wereld.

Maar elk mensenkind dat ingewijd wordt in het schrift is een Alice in Wonderland die pardoes in een andere wereld tuimelt waarin alle verhoudingen anders zijn.
Zodra een mens leert lezen krijgt z/hij niet alleen een blik in een tot dan toe onzichtbare wereld. Ook zijn bestaande wereld is op slag compleet veranderd. Dat besef dringt pas gaandeweg door, maar er is geen weg terug.

Het kind is zich daar niet van bewust als het niets vermoedend, maar hevig verlangend zijn/haar schoentje zet en de volgende morgen daarin de letter vindt. En de ouders die de letter erin doen, beseffen het meestal ook niet omdat zij al te ver in die wereld zijn gevorderd om het verschil nog te kennen.
Daarover meer in een volgend blog, want met Alice in Wonderland staan we nog maar aan het begin van onze ontdekkingsreis.

wordt vervolgd (c) Martin Los