Dierbare zusters en broeders, vorige week zondag hoorden we dat Jezus Petrus uitriep tot de steenrots waarop hij zijn kerk zou bouwen vanwege Petrus’ belijdenis: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. (Mattheus 16:13-20) Maar vandaag maakt Jezus Petrus een snoeihard verwijt dat hij een struikelblok is: “Ga weg Satan. Want gij zijt mij een aanstoot want gij laat u lijden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil” 1)
Heeft Jezus zich dan zo vergist in Petrus? Is de steenrots plotseling onbruikbaar geworden voor de bouw van Christus’ kerk? Nee, maar Petrus en zijn medeapostelen moeten nog veel leren. Zij hebben hun geloof beleden dat Jezus de Christus is, de Zoon van de levende God. Maar ze hebben daarbij hun eigen beeld en verwachting. Van een toekomstige koning die Israël zal bevrijden van de overheersing door de Romeinse bezetters. Daar past absoluut niet bij wat Jezus hen in het vooruitzicht stelt: “dat hij naar Jeruzalem moest gaan en dat hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de Schriftgeleerden maar dat hij na ter dood te zijn gebracht, op de derde dag zou verrijzen”. Die woorden botsen volkomen met de verwachting die de leerlingen koesterden. Jezus gaat nog verder. Niet alleen hijzelf zal veel te lijden krijgen, maar ook zijn leerlingen: “Wie mij wil volgen, moet mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op zich te nemen”.
Jezus volgen kan aantrekkelijk en eervol zijn, zolang het ons niets kost. Zolang hij maar de kant opgaat die wij voor onszelf uitgestippeld hebben, is alles prima. Zolang God doet wat wij in ons voordeel vinden, kan ons geloof niet stuk.
Maar als de weg van Jezus offers vraagt zeggen we dan niet met Petrus: “Dat verhoede God, Heer”.? Niet alleen dat Jezus iets overkomt, maar ook onszelf.
Paus Franciscus tekent hierbij aan: “Jezus herinnert ons eraan dat Zijn weg de weg van de liefde is, en er is geen ware liefde zonder het offer van zichzelf.
Vanuit de wereld gezien, is het kruis een aanstoot. Maar dat komt omdat we de buitenkant van het kruis zien. Maar als we op de uitdaging van het kruis ingaan – als we er binnengaan – ervaren we de weldaad van de liefde en de werkelijk kracht van het leven.
Jezus nodigt ons uit hem te volgen: “wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden”. Dit is het geheim dat God in onze menselijke natuur heeft verborgen: Dat is de regel dat alleen liefde aan het leven zin en geluk geeft. Wie zijn talenten, energie en tijd alleen besteedt om zichzelf te sparen, te beschermen en te realiseren, verliest zichzelf in een leven waar eigenlijk de ziel uit is. Als iemand daarentegen voor de Heer leeft en zijn leven op de liefde bouwt, zoals Jezus deed, dan kunnen wij werkelijke vreugde smaken en zal ons leven niet steriel zijn, maar vruchtbaar.”
Als geloofsgemeenschap mogen we elkaar hierin ondersteunen en inspireren. Het is een eer en een uitdaging om elkaar als geloofsgemeenschap te dragen. Daarom komen we samen om de eucharistie te vieren, het offer van Christus waaraan we het onze mogen bijdragen. Teken dat we het kruis niet uit de weg gaan, maar het omarmen als de weg van de liefde. Amen
Martin Los, pr
1) Evangelielezing tijdens de eucharistieviering op de 22e zondag vaan het kerkelijke jaar: Mattheus 16:21-27
Tag archieven: aanstoot
Het huis van God is geen marktplaats. Over passie.
Preek op de 3e zondag in de Veertigdagentijd op 3 en 4 maart 2018 Mariakerk en Willibrordkerk
‘Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal/marktplaats’. 1)
Lieve zusters en broeders, deze woorden staan, denk ik, gegrift in de harten van elke gelovige. Wij begrijpen allemaal dat je respectvol om moet gaan met een plaats die we ‘huis van God’ noemen. We gedragen ons in de kerk anders dan in het theater of in de sportkantine. We hoeven niet de hele tijd ernstig te kijken. Integendeel. Maar er dient wel – al voor de viering begint – een sfeer te zijn van verstilling, van verwachting en van openheid voor het mysterie van God, voor de ontmoeting met Jezus Christus.
Voor onze katholieke kerken geldt dat niet alleen tijdens de vieringen, maar ook de rest van de dag en van de week. De kerk is Gods woning onder de mensen. Niet alleen op zondag tijdens de Mis. Een oase van rust, van gebed, van vertrouwen. Door de week bezoeken behoorlijk wat mensen de Mariakapel. Jonge mensen, ook mensen die niet kerkelijk zijn. De kerk is voor ons ook de plek die ons herinnert aan de generaties die ons zijn voorgegaan. Zij hebben ons het geloof doorgegeven. We blijven in de geest met hen verbonden. We voelen ons omgeven door hen.
Die goede, gewijde sfeer blijft niet vanzelf. We moeten haar koesteren. Voor onszelf, als we echt geraakt willen worden door de tegenwoordigheid van God in ons midden, door de liefde en de rust en de innerlijke vernieuwing die Hij ons wil schenken. Maar die sfeer van toewijding raakt ook onmiddellijk mensen die voor het eerst in de kerk komen. Die sfeer treft hen onmiddellijk in de ziel.
‘Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal’ zei Jezus toen hij de tempel zuiverde van alles wat er niet hoorde. We moeten zijn optreden niet zien als een soort razzia van een religieuze politie. Jezus was geen salafist die de leer stelt boven het leven, vooral het leven van anderen om die te betuttelen. Zij kennen geen begrip of barmhartigheid, maar alleen straf en uitsluiting. Fanatiekelingen – van welke religie ook – hebben geen oog voor menselijke zwakheden en voor de gevarieerdheid en rommeligheid van het leven zelf. Zij hebben geen echte liefde voor de mensen.
Jezus handelde uit pure passie. Hij verlangde dat de mensen weer thuis zouden mogen zijn bij God. Dat ze zijn vaderlijke liefde zouden kunnen ervaren. Dat ze even in de luwte van het gekrijs van de wereld rondom tot rust zouden kunnen komen. Dat godsdienst weer echte godsdienst zou zijn, bron van heil en geluk.
De omstanders eisen van Jezus uitleg over zijn optreden. Waar haalt hij de bevoegdheid vandaan om de tempel te zuiveren? Dat mag toch eigenlijk alleen de eigenaar van de tempel doen? Of Jezus zich maar even wil legitimeren. Is hij de baas hier?
Hij antwoordt: “breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem doen verrijzen”. Daarmee verwijst hij, zoals we nu weten, naar zijn dood aan het kruis en zijn verrijzenis.
Jezus brengt zelf als hoogste offer dat een mens kan brengen, het offer van zijn leven. Hij maakt alle andere offers tot voltooiing. Voortaan zijn dierenoffers, en spijs- en plengoffers overbodig. Mensen mogen nu door het geloof in Jezus een nieuwe tempel binnentreden. Wij mogen in de eucharistie het offer opdragen dat Jezus onszelf in handen heeft gegeven voor de zonde en de nood van de wereld. Ondanks al onze fouten en tekortkomingen staan we niet met lege handen voor God. Christus zelf heeft zich ons in handen gegeven.
‘wij verkondigen een gekruisigde Christus’ schrijft Paulus ‘voor anderen een aanstoot en een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, is die Christus Gods kracht en Gods wijsheid’ 2)
Het is essentieel voor ons christelijk geloof dat wij de maaltijd van de Heer steeds opnieuw zien en beleven en uitvoeren als het offer dat Christus met zijn eigen leven voor de wereld gebracht heeft. Het volmaakte offer waaraan we door de communie en het geloof deel mogen hebben. Dat is de tempel die Jezus heeft gebouwd en waarvan hij de hoeksteen is.
Daarom past ons in onze kerken die sfeer van toewijding, liefde en verlangen. We beamen daarmee de liefde van Christus voor deze wereld en de liefde van God.
Als we dat voor ogen houden, is duidelijk dat de kerk meer is dan het gebouw waar in de liturgie de ontmoeting met God gevierd wordt. Het is ook de gemeenschap van gelovigen. Hoe we ons gedragen in de maatschappij. Niet alleen het uur van samenkomst in de kerk, maar in het leven van alledag. In ons christelijk leven komt het op drie dingen aan. Het geloof dat we belijden, het gebed dat we bidden, en op ons handelen in overeenstemming met onze roeping.
Dat geloof is aan de ene kant heel persoonlijk, maar we belijden het in de kerk elke zondag in de Geloofsbelijdenis die ons met elkaar verbindt, en met alle generaties voor en na ons. Het gebed dat Jezus onszelf geleerd heeft als voorbeeld, het Onze Vader, bidden we gezamenlijk in elke eucharistie voor de communie.
En ons voor ons handelen in het dagelijks leven gebruiken we als handleiding en richtingwijzer de Tien Geboden 3) (c) die we vandaag als eerste lezing hoorden.
Door in het maatschappelijk leven, het leven van alledag, de Tien Geboden in praktijk te brengen, beamen we Gods goede bedoelingen met ons. Door de Tien Geboden na te komen, laten we zien dat geloof ons ook iets mag kosten. Dat het ons een ernst en vreugde tegelijk is.
Ook zo geven we gehoor aan de oproep van onze Heer: ‘maakt van het huis van mijn Vader geen markthal’. Het gaat om ons eigen hart. Daar wil God wonen.
Amen
(c) Pastoor Martin Los
1) Evangelie van deze zondag: Johannes 2:13-25
2) 2e lezing van deze zondag: I Corinthiërs 1:22-25
3) 1e lezing van deze zondag: Exodus 20:1-17
